Overstromingen richten ravage aan in noordwestelijk Argentinië
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN ARGENTINIË
„ZWARE regens geselen Santiago del Estero . . . Vier doden en meer dan 1000 evacués”, zo meldde de in Tucumán verschijnende Argentijnse La Gaceta op 12 februari. Eind februari waren twaalf van de drieëntwintig provincies die Argentinië telt, door de storm getroffen. Honderdzeventig doden, vele honderden vermisten en zo’n 100.000 evacués was de tol die de storm eiste.
Tot de rampgevolgen behoorden eveneens schade aan eigendommen en gewassen en storingen in het communicatie- en transportwezen. Dr. Carlos Arturo Juárez, gouverneur van de provincie Santiago del Estero, verklaarde: „Nooit is er in de geschiedenis van de provincie iets dergelijks voorgevallen!” In Salta werden de overstromingen „de ergste sinds 50 jaar” genoemd.
De oorzaken van de ramp
Uit kaarten waarop de klimaatzones in Zuid-Amerika staan aangegeven, blijkt dat de provincie Santiago behoort tot een droge zone met woestijnachtige vegetatie. Maar gedurende de plasregens in februari viel in precies 10 dagen 463 millimeter water, een hoeveelheid waar normaal een heel jaar voor nodig is. En dat kwam nog eens boven de reeds ongewoon zware regenval in januari, toen er 281 millimeter water viel. Lagunes, stuwmeren en reservoirs raakten snel vol tot overvol.
Slagregens in Bolivia maakten de chaos nog groter door het laten zwellen van de rivieren in de meest noordelijke Argentijnse provincies Salta en Jujuy. Dampoorten moesten worden geopend om deze rivieren bij hun zuidwaartse stroming door de provincie Santiago „vrije doorgang” te verlenen en breuken en beschadigingen te voorkomen.
Als een kettingreactie breidden de gevolgen zich steeds verder zuidwaarts uit, tot in de provincie Santa Fe, waar de Rio Salado haar water in de Paraná loost. Maar ook het waterpeil van deze rivier steeg, naarmate andere gezwollen rivieren hun water erin loosden. Langs haar hele loop, en met name ten zuiden van Santiago, sleet het water volslagen nieuwe beddingen en kanalen uit.
Dr. Juan Rodrigo, hoofd van het Rampcomité van het ministerie van sociaal welzijn (Ministerio de Bienestar Social), gaf een Ontwaakt!-correspondent hierop het volgende commentaar: „Rivieren die al jaren niet meer op natuurkundige kaarten voorkomen, zijn plotseling weer verschenen; geen aardrijkskundestudent had ooit van ze vernomen!” Hij voegde daar nog aan toe dat de regenval in Santiago niet het enige was wat reden tot bezorgdheid gaf. „Wij maken ons meer zorgen over de weerssituatie verder in het noorden — dat veroorzaakt hier die ernstige toestanden.”
Naargelang het water steeds verder zuidwaarts golfde, werden meer oevers, bruggen, autowegen, aanplant, bos en vee weggevaagd. Alleen in de provincie Santiago reeds raakte 4000 kilometer weg door schade of wegspoeling onbegaanbaar. Andere provincies hadden met hetzelfde euvel te kampen, ook daar blokkeerden modderlawines en reusachtige kloven autosnelwegen en spoorlijnen.
Gedeeltelijk was de schade ook aan menselijke fouten te wijten. Mensen met een laag inkomen leven hier in de regel in wankele bouwsels van modderstenen. Deze konden bij de aanhoudende regen niet anders dan instorten, waardoor veel mensen het leven verloren. Zelfs bewoners van wat duurzamere bouwwerken, waren gedwongen te evacueren. Wat hadden namelijk al te gemakzuchtige aannemers tijdens het mildere weer van de voorgaande tijd gedaan? Zij hadden gebouwen neergezet op laaggelegen plaatsen, naast rivieren en droge poelen. Ook van de stedebouwkundige diensten had men bij het graven van afwateringskanalen slechts rekening gehouden met een normale regenval.
Noodmaatregelen
Er werd een grootscheeps hulpprogramma op touw gezet om de overstromingsslachtoffers te helpen. Gemeentelijke, regerings- en staatsbureaus bundelden hun pogingen om het bergings-, reddings- en opbouwwerk ter hand te nemen.
Allerlei transportmiddelen werden gevorderd voor de hulpinspanningen. Vliegtuigen, helikopters, vrachtauto’s, onzinkbare reddingsvlotten en privé-voertuigen brachten het benodigde voedsel en de noodzakelijke kleding naar de overstromingsslachtoffers, of vervoerden dezen naar hoger gelegen gebieden. Openbare scholen, ziekenhuizen, apotheken en spoorwegstations dienden als noodonderkomens.
Buurprovincies als Tucumán, verzorgden een groot deel van de hulp. Verzoeken om voedsel, kleding, medicijnen en andere benodigdheden werden van huis tot huis of via de radio overgebracht. Particuliere ondernemingen en instituten hadden een aandeel aan de hulpinspanningen. Sommige mensen droegen zelfs een heel dagloon af om de slachtoffers te helpen.
Vooral Jehovah’s getuigen waren bijzonder verheugd over de snelle reactie van hun christelijke broeders in andere gebieden. In een brief van het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Argentinië werd gevraagd wat voor hulp er nodig was. Op het Chileense bijkantoor stroomden ondertussen geldelijke gaven binnen om ten behoeve van de broeders in de getroffen gebieden te worden gebruikt. Uit andere streken kwamen telefoontjes van Getuigen die vroegen wat zij konden doen om hun broeders te helpen.
De reactie van Jehovah’s getuigen om hun broeders in nood bij te staan, was inderdaad overweldigend. Zozeer zelfs, dat, toen christelijke metgezellen in het nabijgelegen Tucumán materiële hulp aanboden, de Getuigen in Santiago dit moesten afwijzen omdat zij, zoals zij konden berichten, niets meer nodig hadden. Hoe anders dan de houding van mensen die maar bleven vragen en alles aanvaardden wat hun werd aangeboden, omdat het gratis was!
Religieuze uitwerking
Veel mensen zijn geneigd natuurrampen als een goddelijke straf voor hun zonden te zien. Het was in Tucumán bijvoorbeeld gewoon mensen te horen zeggen: „God straft de ’Santiaguenos’ omdat zij slecht zijn.” Eén zendeling gaf hierop dan als antwoord: „Maar bent u het niet met me eens dat er in alle provincies en in alle landen van de aarde slechte mensen wonen? Gelooft u dat God alleen maar de slechte mensen in Santiago zou straffen? En buiten dat zijn het toch niet alleen de slechten die van de catastrofe te lijden hebben!” Dan ging de zendeling aan de hand van de bijbel uitleggen dat spoedig de Schepper, Jehovah God, de gehele aarde van goddeloosheid zal reinigen. — Ps. 37:10, 11; Openb. 11:18.
Jehovah’s getuigen hebben een wereldomvattende verspreiding gegeven aan het speciale traktaat „Loopt de tijd voor de mensheid ten einde?” Begin februari, net voordat de overstromingen Santiago troffen, was het in deze stad uitgereikt. Zodra het water was weggevloeid, bezochten de plaatselijke Getuigen het gebied opnieuw. Zij ontdekten dat de overstroming de mensen ontvankelijker had gemaakt voor hun bijbelse boodschap.
De nasleep van de storm
Hoewel de schade al gedeeltelijk te ramen is, kunnen de economische gevolgen met betrekking tot gewas en bodem, nog moeilijk vastgesteld worden, evenmin als dit het geval is met de totale kosten aan arbeid en tijd die nodig zullen zijn voor de herstelwerkzaamheden. Van de totale katoenoogst in Santiago ging al zeker 65 percent verloren (neerkomend op 55.000 hectaren land). Vergelijkbare verliezen verwacht men bij de teelt van maïs en zoete aardappel.
Ironischerwijs heeft de overdadige regenval wel voor een prachtig groen tapijt gezorgd op de anders gloeiend hete en stoffige kale Argentijnse vlakten. Terwijl de mensen dan ook druk bezig zijn zich langzaam van een ernstige slag te herstellen, genieten de kudden hier van een grandioos fiesta.