Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g74 22/5 blz. 3-9
  • Waar „zweeft” uw geld heen?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waar „zweeft” uw geld heen?
  • Ontwaakt! 1974
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Autoriteiten maken zich zorgen
  • „Vrees voor ineenstorting”
  • Kan het getij worden gekeerd?
  • Grimmige herinneringen
  • Een andere belangrijke factor
  • Waartoe het zal leiden
  • Waarschuwingstekenen
  • Wat is er met de prijzen aan de hand?
    Ontwaakt! 1974
  • De inflatie versterkt haar greep
    Ontwaakt! 1980
  • De inflatiecrisis — Reageer verstandig op de situatie
    Ontwaakt! 1981
  • Waarom is het zo moeilijk aan de kost te komen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
Meer weergeven
Ontwaakt! 1974
g74 22/5 blz. 3-9

Waar „zweeft” uw geld heen?

IN ALLE delen van de wereld gaat de prijs van bijna alles omhoog. Men noemt dit inflatie. Hoewel niet nieuw, zijn de omvang en snelheid van deze ontwikkeling dit momenteel wel.

Hoe ernstig acht men het probleem? In de publikatie Money & Credit stond onlangs: „Inflatie is probleem nummer één, het probleem waarbij alle andere als onbeduidend in het niet verzinken. Zou ze niet beteugeld worden en met de huidige snelheid blijven voortrazen, dan zou dit gemakkelijk kunnen leiden tot de vernieling van de broze structuur van deze en elke andere democratische maatschappij.”

Wat de situatie zo ernstig maakt, is dat nog nooit tevoren in de geschiedenis de hele wereld zich terzelfder tijd in de greep van zo’n inflatie heeft bevonden. Ondertussen zijn de prijsstijgingen de laatste jaren in veel landen in een zelfs nog hogere versnelling gekomen.

Het gevolg hiervan is dat u met uw geld steeds minder kunt kopen. En voor mensen met een betrekkelijk vast of laag inkomen, heeft dit natuurlijk steeds tragischer consequenties. Hun inkomen stijgt niet snel genoeg om met de inflatie gelijke tred te houden, met het gevolg dat hun levensstandaard daalt.

Autoriteiten maken zich zorgen

Betreffende de graad van de inflatie stond in U.S. News & World Report: „In geen kwart eeuw . . . zijn de prijzen zo snel en zo lang omhooggegaan”, een uitspraak waaraan die van de New York Times is toe te voegen:

„Als Amerikaanse consumenten geïrriteerd zijn over een 8 percent-prijsstijging, zouden ze eens naar de Japanners moeten kijken. . . . Laatst zijn de groothandelsprijzen in Japan met 16 percent en de consumentenprijzen met 13 percent omhooggegaan, vergeleken met het niveau van vorig jaar. . . .

In Zuid-Amerika heeft de prijsstijging in sommige landen de 100 percent ver overschreden. In het betrekkelijk stabiele Peru zijn de afgelopen twee jaar de prijzen met gemiddeld 12 percent per jaar gestegen.”

In augustus 1973 liepen in de Verenigde Staten de prijzen sneller op dan in enige voorafgaande maand in de zesentwintig jaar daarvoor. Aangezien de Verenigde Staten de hoofdpijler zijn van de Westerse economie, waren de autoriteiten over de hele wereld erg ongerust over de gevolgen van deze inflatiegraad.

De vernielingen die de wereldinflatie reeds heeft aangericht bracht het hoofd van de Bank van Zambia, in Afrika, ertoe de toekomst van ’s werelds geldstelsels „somber” te noemen. De Nigeriaanse Daily heeft bovendien naar aanleiding van de chaos in de economische wereldsituatie, de Afrikaanse landen aangespoord ’een eigen systeem van wisselkoersen in te stellen om verliezen ten gevolge van de internationale monetaire crisis te voorkomen’.

Waaraan moet deze internationale inflatie worden toegeschreven? De situatie is zeer gecompliceerd en de oorzaken zijn dan ook velerlei. Maar zoals de econoom M. Friedman kortgeleden in Newsweek schreef, zijn onder meer als oorzaken te noemen: „Te grote geldschepping, te grote regeringsuitgaven” en te veel regeringsinmenging. Veel landen besteden thans meer geld dan ze ontvangen. Wapenmaterieel, oorlogen, openbare dienstverlening en activiteiten op andere terreinen — het kost allemaal geld, en men heeft zich voor de bekostiging ervan doorlopend in de schulden gestoken. Om de rekeningen te betalen heeft men geld geleend of laten drukken. Daarnaast heeft ook de bevolking zelf in het algemeen reusachtige bedragen voor privé-gebruik geleend. En hoe plezierig meer geld ook mag lijken, het effect van zo’n buitensporige geld-„schepping” is toch dat de prijzen van goederen en diensten de hoogte in worden gedreven.

Welk geneesmiddel bestaat er voor de situatie? Voor een antwoord hierop is het interessant na te gaan wat meer en meer autoriteiten thans zeggen.

„Vrees voor ineenstorting”

Eind 1973 verscheen de New York Times met de kop: „Vrees voor ineenstorting Europese hoogconjunctuur.” Ongeveer in dezelfde tijd stond in U.S. News & World Report de opmerking: „Onder bankiers, economen en politici in geheel Europa heerst de algemene vrees dat de regeringen bezig zijn hun controle op de loon-prijsspiraal te verliezen, en dat de uit de hand lopende inflatie tot een economische ramp zal leiden.”

Waren er een paar jaar geleden nog maar weinig economen die zich aan zulke gedurfde voorspellingen waagden, nu komen er steeds meer. N. L. Deak, directeur van een grote wisselbank in Noord-Amerika, maakte zelfs de opmerking dat ’de inflatie zal leiden tot een internationale depressie, waarbij de jaren dertig slechts een zomerse vakantiedag zullen lijken’. Andere woorden van hem waren nog: „Inflatie schept een hoogconjunctuur die in een crisis eindigt. Het verloop is zonder een ingrijpende depressie niet meer om te buigen.”

De Londense Financial Times noemde de vooruitzichten voor de naaste toekomst „huiveringwekkend”:

„Toen Dr. Schaefer, de hooglijk gerespecteerde voorzitter van Zwitserlands grootste bank, onlangs waarschuwde dat het gehele [internationale] economische stelsel het gevaar loopt ’een tragisch einde’ tegemoet te gaan, overdreef hij niet.

Hij gaf louter uiting aan een bezorgdheid die zelfs de meest gereserveerde waarnemers van het internationale wereldgebeuren niet langer probleemloos kunnen wegwuiven — dat . . . inflatie thans het punt heeft bereikt waarop ze door niets meer is te remmen. Onstuitbaar zal ze de gehele monetaire basis van de wereld vernietigen, met gevolgen te verschrikkelijk om aan te denken.

Dr. Schultz, internationaal deskundige in de conjunctuurgeschiedenis bracht het in zijn laatste artikel kernachtig onder woorden toen hij zei dat . . . ’het geld sterft’.”

Een lid van het Britse parlement, Sir Henry d’Avigdor-Goldsmid, een bankier die in de Londense Sunday Telegraph van 22 juli 1973 werd beschreven als „de rechterlijke voorzichtigheid in persoon”, waarschuwde:

„Toen de uitbarsting van de Vesuvius kwam, waren de inwoners van Pompeii waarschijnlijk plannen aan het bespreken voor nieuwe openbare badgelegenheden. Ongetwijfeld was dat voor hen op dat moment een zaak van groot gewicht, maar zij waren zich volledig onbewust van de regen van dood en verderf die op het punt stond op hen neer te dalen . . .

Wij staan nu voor iets dat lijkt op een uitbarsting van de Vesuvius. De prijsinflatie die zich de afgelopen 18 maanden over de gehele wereld heeft voltrokken, zal een eind maken aan veel van wat wij nu van de Westerse wereld kennen.”

Kan het getij worden gekeerd?

Kan de onbeteugelde inflatiegolf nog worden gekeerd als ze rampspoed mocht brengen? Is het realistisch dit te hopen?

De berichten zijn niet erg hoopgevend voor degenen die te veel vertrouwen hebben gesteld in geld. Aangaande de Amerikaanse inflatie stond bijvoorbeeld in de New York Times:

„De huidige snelle inflatie in de Amerikaanse economie . . . is voor de experts een raadsel, althans grotendeels. . . .

Nauwelijks één econoom binnen of buiten de regering had gedroomd dat de inflatiegraad de laatste drie à vier maanden zo hoog zou zijn als hij is geweest.”

De experts hadden dus niet voorzien wat er de afgelopen tijd is voorgevallen. En nog onheilspellender is het feit dat sommigen onder hen zelfs niet geloven dat er op dit late tijdstip nog iets aan gedaan kan worden. De Londense Financial Times merkte op:

„Het feit dat de zogenaamde monetaire autoriteiten bijna overal handelen alsof zij het probleem voor hen te groot zijn gaan vinden om het, hetzij individueel hetzij gezamenlijk, aan te pakken, zet gewicht bij aan deze huiveringwekkende [aanwijzingen van een ophanden zijnde ramp].”

In deze zelfde geest schreef U.S. News & World Report: „Een gevoel van hulpeloosheid en angst over de internationale monetaire toekomst schijnt de grote bankiers van Europa en de Verenigde Staten te hebben aangegrepen.” De Bank voor Internationale Betalingen waarschuwde dat het eind van de wereldomvattende inflatie nog niet in zicht was. En de Economic Education Bulletin, uitgegeven in de Verenigde Staten, verklaarde:

„Ongeacht hoe welvarend en sterk de inflatielanden ook zijn, dit aanvankelijk verraderlijke proces kan uiteindelijk de gehele economie van een land ontwrichten en de morele aard van de bevolking misvormen.

Dit is onveranderlijk de ervaring geweest in alle eeuwen van opgetekende menselijke geschiedenis, geen uitzondering daargelaten.” (Wij cursiveerden.)

Gelooft u dat onze tijd, waarin voor het eerst sprake is van een wereldinflatie van een dergelijke omvang, een uitzondering op die regel zal vormen?

Neem ook het volgende in aanmerking, wat stond in een redactioneel artikel in de Londense Sunday Telegraph. Daarin schreef P. Worsthorne dat inflatie „het uitvloeisel is van insekten van menselijke zelfzucht en hebzucht die zo primitief en fundamenteel zijn dat ze het begrip van het gezonde verstand bijna te boven gaan”. Deze waarnemer schreef voorts nog:

„Zou het kunnen wezen dat inflatie ook een vorm van massahysterie is, geworteld in het kwaad en even ongeneeslijk en oncontroleerbaar door economische rationaliteit en redelijke politiek als het nazisme te bestrijden en onder controle te houden was met de normale therapie van internationale diplomatie? . . .

Wanneer men privé met ter zake kundige mensen spreekt, is hun beschrijving van de inflatiedreiging zo somber en onheilspellend, bijna apocalyptisch, dat men zich de genezing voorstelt als iets dat slechts met zeer pijnlijke remedies tot stand zal kunnen komen.”

Gelooft u dat de wereldleiders ook maar iets zullen kunnen veranderen aan de zelfzuchtige, hebzuchtige menselijke aard, die vandaag aan de dag zo duidelijk aan het licht treedt?

Gelooft u dat zij dat op de vereiste wereldomvattende schaal zullen kunnen doen? Er bestaat geen enkele aanwijzing dat dit thans wordt gedaan — of zal worden gedaan door de huidige menselijke leiders.

Grimmige herinneringen

Een grote fabrikantenvereniging schreef eind 1973 aan haar cliënten en herinnerde dezen eraan dat de huidige inflatie „ongelukkigerwijs vele trekken van overeenkomst vertoont met die van 1929. Ze gaat eveneens vergezeld van een verschijnsel dat zich ook in 1929 voordeed, namelijk gebrek aan vertrouwen in de regeringen”.

Tot nadenken stemt bovendien dat in de Verenigde Staten bijvoorbeeld veel sneller geld in de economie is gepompt dan vóór de grote depressie. Voor andere landen geldt dit idem. In de Wall Street Journal stond: „De toename van de geldvoorraad loopt tegenwoordig in tientallen landen in de dubbele cijfers, zo blijkt uit gegevens van het Internationale Monetaire Fonds. Zulke snelheden zijn overmatig.”

U moet begrijpen dat dergelijke bezorgde uitingen over een keldering van de valuta’s geen losse speculaties zijn. Een geldkeldering is niet slechts een theoretische mogelijkheid; dat hebben in de loop der tijd al tal van landen ervaren. Ze is een reële mogelijkheid die al diverse malen zelfs tot anarchie, radicale veranderingen in de maatschappijstructuur, dictatorschap en soms zelfs tot oorlog heeft geleid.

Een voorbeeld: in augustus 1922 bedroeg de kapitaalvoorraad in Duitsland 252 miljard (252.000.000.000) Mark. Precies 15 maanden later was dit bedrag gestegen tot 497 triljoen Mark (497 gevolgd door 18 nullen)! Dat, was ongeveer twee miljard maal zoveel als 15 maanden daarvoor! Deze inflatie vernietigde de Duitse Mark. Het spaargeld van mensen ging verloren, de economie werd volledig ontwricht. Anarchie was het resultaat, hetgeen de weg bereidde voor Hitler en het nazisme.

Aan het eind van de jaren ’40 baande een soortgelijke inflatie de weg voor de communistische machtsovername in China.

Een andere belangrijke factor

Zoals reeds werd opgemerkt, is in veel landen een belangrijke oorzaak van het stijgende prijspeil gelegen in overbesteding: de regeringen geven meer geld uit dan ze ontvangen. Het hele probleem heeft echter nog een nieuw aspect gekregen, dat de situatie nog ernstiger heeft gemaakt.

Wat dan wel? We doelen op het ontstaan van wereldomvattende tekorten, tekorten aan bepaalde voorname verbruiksartikelen: voedsel, vezels, energiebronnen, mineralen etc. Het bestaan van deze tekorten op wereldschaal heeft als consequentie dat met de groeiende hoeveelheid geld verhoudingsgewijs minder van deze artikelen is te kopen. Dit zal de reeds stijgende prijzen nog een extra stoot omhoog geven. Hierover stond in de New York Times het volgende commentaar:

„Deze onbeteugelde prijsinflatie is niet geheel aan het presidentiële beleid te wijten; de wereldvraag naar voedsel en andere bronnen van bestaan is gestegen in een tijd van misoogsten en voedseltekorten. . . .

Wat voedsel en andere verbruiksgoederen betreft, de grote speculanten daarin zijn de nationale regeringen — de Sovjet-Unie, China, Japan, Brazilië en tal van andere landen. Bang voor tekorten en totale honger, slaan landen zo snel ze kunnen voedsel op, uit alle macht trachtend elkaar te overbieden.”

Harvard-econoom Otto Eckstein heeft de hierdoor ontstane speculaire prijsstijging van de verbruiksartikelen op de wereldmarkt, met name van voedsel, „een economische ramp van historische afmetingen” genoemd.

Natuurlijk neemt in sommige periodes de produktie van bepaalde voorname verbruiksartikelen voldoende toe om het tekort tijdelijk te lenigen, zoals bijvoorbeeld in de herfst van 1973 toen in sommige landen dank zij de goede oogsten de voedselsituatie enigszins verbeterde.

Maar de wereldbevolking neemt toe met 75.000.000 personen per jaar! Dat is de netto-toename, het geboortenoverschot, het aantal geborenen minus het aantal overledenen. Het is op grond van deze „exploderende” groei van de wereldbevolking dat de deskundigen met zoveel stelligheid kunnen beweren dat welke vorm van verlichting er ook bij tijden mag komen wat de produktie van goederen betreft, deze erg tijdelijk zal zijn. De bevolkingsdruk heeft een voortdurend toenemende vraag ten gevolge.

Ook de hoeveelheid geschikte grond waarop voedingsmiddelen en andere noodzakelijke produkten kunnen worden verbouwd, neemt thans gestaag af. Dit is te wijten aan erosie van de bodem, aan wanbeheer, de groei van steden, de aanleg van snelwegen, de bouw van huizen, fabrieken en andere projecten die land opslokken.

Tegelijk schept het verlangen van de „rijke” landen naar een nog hogere levensstandaard, betere voeding, betere kleding, en meer materiële bezittingen, een extra toenemende vraag naar de voornaamste verbruiksartikelen. Dus zelfs zonder een bevolkingstoename zouden de ’hogere eisen’ die in ontwikkelde landen aan het bestaan worden gesteld, de produktie reeds onder zware druk zetten. Maar wanneer gevoegd bij de duizelingwekkende jaarlijkse bevolkingsgroei, vormen ze een dubbelzware belasting van de aardse hulpbronnen.

Aangaande dit toenemende probleem stond in U.S. News & World Report: „De huidige tekorten aan voedsel, brandstof en andere produkten zijn slechts een aanwijzing van wat gaat komen. . . . Autoriteiten waarschuwen dat de hele wereld — en niet slechts één land — bezig is de aardse hulpbronnen tot op de bodem leeg te schrapen.”

Al dat schrapen betekent natuurlijk een prijsverloop dat hoogstwaarschijnlijk in één richting zal gaan — naar boven.

Waartoe het zal leiden

In de toch betrekkelijk welvarende Verenigde Staten hebben de hoge prijzen en de tekorten alreeds geleid tot een aanzienlijke stijging van het aantal diefstallen. Zelfs oudere winkelbezoekers worden in levensmiddelenzaken meer en meer op diefstal betrapt. Toen een vrouw van achtenzestig werd verrast bij het wegnemen van wat tomaten, zei ze: „Ik kon ze echt niet betalen.”

Wanneer een dergelijk gedrag alom meer gaat voorkomen in een tijd van ’hoogconjunctuur’, wat staat ons dan wel niet te wachten als de toestanden nog moeilijker worden? In het reeds genoemde Sunday Telegraph-artikel schreef P. Worsthorne onder meer nog: „Om het maar botweg te zeggen, ik ben bang dat dit land [Engeland], evenals de rest van de geïndustrialiseerde wereld, een periode van wilde politieke turbulentie en spanningen tegemoetgaat, wanneer de massa’s . . . achteruitgaan, of denken te gaan, in hun levensstandaard.”

Enige aanwijzing van hoe het kan gaan, verschaffen ons de toestanden in India. Over de omstandigheden daar stond in de conservatieve Times van India: „Overal zijn er tekenen van strijd en onrust, onder jongeren, onder fabrieks- en veldarbeiders, maar het onrustbarendst onder de instandhouders van het regeringsapparaat.” De Indiase regering heeft toegegeven dat het land voor de ergste economische crisis sinds de onafhankelijkheid staat.

In de Verenigde Staten schreef New York Times Magazine over een „toenemend gevoel van frustratie” onder de bevolking vanwege de inflatie. „Alle sociale kwalen, spanningen en bedreigingen van de stabiliteit en orde ontspringen uit dezelfde bron: aanhoudende inflatie, die sociale onrechtvaardigheid uitzaait met de snelheid van een koortsvirus. . . . de armen en bejaarden zijn de eerste koortsslachtoffers, maar niet de laatste. Hevige sociale spanningen zijn altijd het vaste gevolg van inflatie”, aldus New York Times Magazine.

Dientengevolge heeft de inflatie de economieën van de meeste landen op aarde in ernstige moeilijkheden gebracht. Het feit dat dit over de hele aarde terzelfder tijd, en zo onafwendbaar en ernstig, gebeurt, heeft inderdaad zijn weerga in de geschiedenis niet — en is ook stellig niet zonder betekenis.

Waarschuwingstekenen

Wat thans over de hele wereld op economisch terrein geschiedt, is een duidelijk waarschuwingsteken dat we het einde van de huidige economische stelsels op aarde zijn genaderd. Hoewel tijdelijke maatregelen van sommige regeringen de tendens mogelijk misschien voor een poosje zullen stabiliseren of zelfs zullen ombuigen, zal er op lange termijn geen verbetering in de toestand komen. Waarom niet? Omdat de huidige wereldomstandigheden, de economische onzekerheden incluis, er onmiskenbaar op wijzen dat het gehele wereldstelsel, en niet slechts het economische deel ervan, zijn tijd van het einde is binnengegaan. De hachelijke economische situatie is slechts een van de vele problemen die de mensheid met angst vervult. Stellig gaat thans in vervulling wat Jezus Christus profeteerde over de „laatste dagen” van het samenstel van dingen: „Op de aarde radeloze angst der natiën, die . . . geen uitweg weten, terwijl de mensen mat worden van vrees en verwachting omtrent de dingen die over de bewoonde aarde komen.” — Luk. 21:25, 26.

In de bijbel staat voorzegd dat de „laatste dagen” zullen uitlopen op een „grote verdrukking . . . als er sedert het begin der wereld tot nu toe niet is voorgekomen, en ook niet meer zal voorkomen” (Matth. 24:21). Die verdrukking zal de aarde reinigen van de economische factoren die over miljoenen onzegbaar leed hebben gebracht en nog brengen. Ja, alle menselijke regeringen en hun monetaire stelsels zullen worden vervangen door één regering — een rechtvaardig bestuur in handen van de Zoon van God, die zichzelf heeft opgeofferd ten behoeve van de mensheid, Jezus Christus. — Jes. 9:6, 7; Dan. 2:44.

Wanneer de „grote verdrukking” uitbreekt, zullen zelfs de landen met de stabielste monetaire stelsels van de wereld geen bescherming kunnen kopen. De situatie zal dan parallel zijn aan die van de inwoners van Juda en Jeruzalem in de zevende eeuw vóór onze gewone jaartelling. Ten aanzien van hen voorzei de profeet Ezechiël:

„Op de straten zullen zij zelfs hun zilver werpen, en iets afschuwelijks zal hun eigen goud worden. Noch hun zilver noch hun goud zal hen kunnen bevrijden op de dag van Jehovah’s verbolgenheid.” — Ezech. 7:19.

Het gevaar waarin wij thans verkeren, is derhalve veel ernstiger dan waar een keldering van alle nationale valuta’s op zou neerkomen. De bijbelprofetieën stellen duidelijk dat de generatie die thans leeft, voor een ongeëvenaarde „grote verdrukking” staat, waarin slechts een goedgekeurde positie bij God enige werkelijke waarde zal hebben (Matth. 24:34). Overal dienen mensen daarom ernstig te overwegen wat zij kunnen doen om die vernietiging te overleven. Spant u zich in om bij de Schepper een bericht van voortreffelijke werken op te bouwen zodat u tot degenen mag behoren die op de dag van zijn verbolgenheid gespaard zullen worden?

Daarom, wegens datgene wat zeker staat te gebeuren, zijn zij die thans hun vertrouwen in geld stellen en hun leven er rondom heen opbouwen ten koste van het doen van Gods wil, bezig zichzelf een rad voor de ogen te draaien. Gods zekere voorzegging is: „Wie op zijn rijkdom vertrouwt — hijzelf zal vallen; maar net als loof zullen de rechtvaardigen gedijen.” — Spr. 11:28.

[Inzet op blz. 5]

’Inflatie onstuitbaar’

Inflatie heeft thans het punt bereikt waarop ze door niets meer is te remmen; onstuitbaar zal ze de gehele monetaire basis van de wereld vernietigen, met gevolgen te verschrikkelijk om aan te denken. — De Londense „Financial Times”.

[Grafiek op blz. 6]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

Amerikaanse voorraad voornaamste mineralen (In tonnen)

1965 1972 Vermindering

Aluminium 1.893.000 1.275.000 32 percent

Koper 1.002.000 259.000 74 percent

Nikkel 211.000 39.000 81 percent

Tin 292.000 251.000 14 percent

Zink 1.416.000 1.040.000 26 percent

Toenemende mineraaltekorten drijven mede de prijs omhoog. In de Verenigde Staten, de grootste gebruikers ter wereld, zijn de voorraden geslonken

[Illustratie op blz. 4]

EEN VESUVIUS-INFLATIE?

Een lid van het Britse parlement waarschuwde voor het gevaar van onbezorgdheid ten aanzien van de inflatie. Hij trok een vergelijking met de onbezorgdheid waarvan veel mensen in Pompeii vóór de uitbarsting van de Vesuvius blijk gaven

[Illustratie op blz. 7]

Volgens tal van autoriteiten is elke tijdelijke leniging van tekorten en hoge prijzen gedoemd tot nul te worden gereduceerd door een wereldbevolking die met 75 miljoen per jaar „explodeert”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen