Is dit de weg uit de verwarring?
ZONDER twijfel bestaat er verwarring over de koers die de mensheid volgt. Miljoenen mensen ontbreekt het ook in hun persoonlijke leven aan een duidelijke richting. Wat is de weg uit deze verwarring? Welke vooruitzichten zijn er op een werkelijk hoopvolle toekomst?
’Wij kunnen altijd blijven hopen!’ zeggen sommigen misschien. ’De mens is in het verleden nog altijd elke crisis te boven gekomen. Waarom in onze tijd dan niet?’
Hoop is natuurlijk goed, maar moeten wij, als wij de feiten nagaan, niet tot de conclusie komen dat de hele menselijke geschiedenis een gestage stroom van vervlogen hoop is? Valse hoop leidt alleen maar tot desillusie. Alleen ware hoop op een hechte basis kan ons een toekomst invoeren die waard is geleefd te worden.
Daarom is het dwaas om gewoon maar blindelings te hopen dat ’het wel weer in orde zal komen’. Er moet iets gedaan worden, maar dan wel in de juiste richting. Zoeken de mensen in de juiste richting naar een oplossing?
Kunnen nationale regeringen de weg wijzen?
Veel mensen zien op naar hun nationale regering voor de oplossing van de grote problemen van het leven. Zij roepen uit: ’Eerst ons eigen land!’ Het welzijn en de veiligheid van hun eigen land moeten volgens hen boven alle buitenlandse belangen gesteld worden. Vaak willen zij een krachtige regering om ’wet en orde’ te herstellen en maatschappelijke onrust de kop in te drukken.
Maar heeft het vooropzetten van de belangen van eigen land enige natie uit haar moeilijkheden geholpen? Hoe staat het met degenen die in het verleden deze weg hebben bewandeld? Diepe nationalistische gevoelens hebben maar al te vaak tot dictatuur geleid. Kijk maar naar Duitsland onder de nazi-regering. Duitsland kwam arm en berooid uit de Eerste Wereldoorlog, maar onder het harde regime van dictator Hitler herstelde het zich snel. De economie en het maatschappelijke bestel werden door de uitvaardiging van verstrekkende nieuwe wetten herzien. Het zakenleven kwam tot bloei. De werkloosheid verdween. Bij dit alles verloor de gemiddelde onderdaan echter zijn vrijheid.
Dit extreme nationalisme is ook voor de rest van de wereld erg kostbaar geweest. Miljoenen mensen, met inbegrip van onschuldige burgers, zijn in de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog omgekomen. Hele landen bleven geruïneerd en grotendeels beroofd van hun rijkdommen achter. Neen, een intensief beleefd nationalisme heeft de wereld niet verbeterd, ook Duitsland niet.
Zijn in andere landen de aangelegenheden door sterk nationalisme werkelijk verbeterd? Zijn de problemen van de Sovjet-Unie erdoor opgelost? Zijn de problemen van de landen die de laatste tijd onafhankelijk zijn geworden, zoals in Afrika, erdoor opgelost? Gezien de economische en gezinsmoeilijkheden en het verstikken van de persoonlijke vrijheid moet ten aanzien van de Sovjet-Unie het antwoord „Neen” luiden. Gezien de verschrikkelijke stammenoorlogen, de armoede en de verscheidenheid van dictatoriale regeringen moet ook ten aanzien van Afrika het antwoord „Neen” luiden.
Veel nadenkende mensen zien daarom nationalisme niet als de weg die werkelijk uit ’s mensen ernstige problemen voert. Uit de geschiedenis weten zij dat er geregeld natiën opstaan en weer ten val komen en dat geen enkele vorm van menselijke heerschappij ooit in de behoeften van geheel het volk heeft kunnen voorzien.
Hoe staat het met een wereldheerschappij door mensen?
Aangezien de wereldproblemen zo in omvang zijn toegenomen, zijn velen een zelfde mening toegedaan als de Britse historicus Arnold Toynbee, die zei:
„De strategische en hygiënische problemen van de mensheid zijn wereldomvattend en nijpend; ze kunnen niet door de regeringen van afzonderlijke staten worden opgelost. Ze roepen om een wereldbestuur met overheersende macht.”
Is het echter realistisch te verwachten dat elk land vrijwillig zijn soevereiniteit aan zo’n wereldregering zal prijsgeven? Hebben ze zo iets ooit eerder gedaan? Neen, daarvoor is de geest van het nationalisme te sterk. Vandaar de waarschuwing van Toynbee: „Het voortbestaan van de mensheid vereist politieke eenheid, doch onder de huidige mensheid heerst een toenemende neiging tot verdeeldheid.”
Zelfs al zouden de natiën zich onderwerpen en hun nationale belangen toevertrouwen aan een menselijke wereldregering, is het dan waarschijnlijk dat zij hun problemen bij de wortel zouden aanpakken? Lijkt het u logisch dat menselijke leiders, die gefaald hebben problemen op nationale schaal op te lossen, het er beter zullen afbrengen als zij hun krachtsinspanningen combineren? Biedt een verzameling afzonderlijke mislukkingen werkelijk een basis voor het oplossen van wereldproblemen?
Daarnaast zijn er echter nog verbazend veel mensen die zich zelfs absoluut niet bekommeren om wat er op wereldomvattende schaal kan worden gedaan. Hun belangensfeer ligt veel dichter bij huis.
Nastreven van zelfzuchtige belangen
De overgrote meerderheid der mensen is veel bezorgder voor hun eigen zelfzuchtig gerichte belangen. Zij volgen een weg die hun de meeste materiële gemakken zal opleveren en, naar zij hopen, financiële zekerheid.
Maar heeft deze, door velen zo gretig gevolgde, materialistische levenswijze verlichting gebracht van de problemen waarmee de mens wordt geconfronteerd? Kijk naar enkele resultaten.
Aan veel van de natuurlijke rijkdommen van de aarde blijkt een groeiend tekort te ontstaan. Waardoor? Doordat men voortdurend meer van deze grondstoffen aan de aarde heeft onttrokken om de artikelen te maken welke door de consument worden gevraagd.
Tegelijkertijd is hierdoor een „industriële maatschappij” geschapen, die weliswaar voor bepaalde gemakken heeft gezorgd, maar ook heeft veroorzaakt dat miljoenen mensen in lawaaiige, overvolle fabrieken eentonig lopende-bandwerk moeten verrichten, zonder veel vooruitzicht op wat anders. Zij rijden vaak naar en van hun werk door een damp die ogen en keel prikkelt, langs drukke wegen, dikwijls bezaaid met afval. Eens schilderachtige en rustige stranden zijn nu wegens verontreiniging tot onveilig gebied verklaard.
In hun verlangen naar materiële dingen en met het oog op de steeds stijgende prijzen, nemen veel mannen en vrouwen bovendien extra werk aan om meer geld te verdienen. Toch wordt er in gezinnen steen en been geklaagd over verwaarlozing. Een toenemend aantal gefrustreerde vrouwen grijpt naar de drankfles. Kinderen die niet de juiste aandacht krijgen, voelen dat er een ’generatiekloof’ bestaat, gaan daarom hun eigen weg en vervallen vaak tot immoraliteit en het gebruik van drugs.
Drugs hebben echter een schadelijke, en vaak dodelijke uitwerking. Alcoholisme en een epidemie van geslachtsziekten eisen hun vreselijke tol. Het veel te hoge levenstempo berooft de mensen van werkelijke levensvreugde. Frustraties en spanningen eisen een steeds hogere tol aan geestesziekten, hartkwalen en andere stoornissen, die vaak voortkomen uit de waanzinnige jacht op materiële dingen.
Zou de wereldreligie het antwoord hebben?
Veel mensen hebben thans, zoals een Canadese professor het noemde, „een geweldig geestelijk verlangen naar een verklaring”.
Maar steeds minder mensen keren zich tot de traditionele religies om in deze behoefte te voorzien. Waarom? Omdat zij zien dat de religies verdeeld zijn en het over belangrijke vraagstukken niet met elkaar eens kunnen worden. Sommige geestelijken trekken zelfs het bestaan van God in twijfel. De veranderende maatstaven met betrekking tot wat goed en verkeerd is, dragen bij tot het gevoel dat de wereld de koers is kwijtgeraakt en als een schip zonder roer ronddobbert.
In 1971 bijvoorbeeld drongen veel katholieke bisschoppen in de Verenigde Staten aan op beëindiging van de oorlog in Indo-China door hem als een ’immorele oorlog’ te betitelen, doch voordien hadden kerkleiders het tegenovergestelde beweerd. Kardinaal Spellman noemde de Amerikaanse troepen in Vietnam „soldaten van Christus” en zei dat vechten voor „minder dan de overwinning onaanvaardbaar is”. Belangrijke kwesties als het priestercelibaat en de geboortenregeling blijven voor katholieken onopgeloste discussiepunten, vooral voor leden van de geestelijkheid, hetgeen veel oprechte katholieken in verwarring houdt, terwijl zij hun vertrouwen in de leiding van de kerk verliezen.
In de protestantse kerken hebben de laatste jaren maatschappelijke twistpunten de gemoederen in beroering gebracht. Terwijl sommige kerken rassenintegratie hebben aanvaard, hebben andere van dezelfde richting dit niet gedaan. Sommige kerken steunen radicale, ’uiterst linkse’ bewegingen die zich beijveren voor maatschappelijke veranderingen; andere van hetzelfde geloof veroordelen deze. De gewone leek, door al die stromingen heen en weer geslingerd, heeft zich in verwarring afgewend.
Wat nog heeft bijgedragen tot deze verbijsterende spraakverwarring zijn de vergoelijkende uitspraken van een toenemend aantal kerkleiders ten aanzien van seksuele betrekkingen buiten het huwelijk en zelfs overspel.
Een protestantse predikant aan het Vassar College zei bijvoorbeeld dat ’een volle beleving van het huwelijk het best kan worden verwezenlijkt wanneer een man — en ook zijn vrouw — vrij zijn buitenechtelijke betrekkingen aan te knopen [overspel], niet in het geheim, maar met medeweten en wederzijds goedvinden’. — Current Medical Reports, januari 1970.
Steeds meer geestelijken vergoelijken ook homoseksualiteit. In een artikel in The Living Church, een weekblad van de Episcopale Kerk, stond de volgende uitspraak van R. W. Cromey, geestelijke te San Francisco: „Er bestaat geen seksuele handeling die op zichzelf zondig is. . . . Ik geloof eveneens dat twee mensen van hetzelfde geslacht door seksuele gemeenschap [homoseksualiteit] liefde tot uitdrukking kunnen brengen en die liefde kunnen verdiepen.”
Toch verbiedt de bijbel uitdrukkelijk hoererij, overspel en homoseksualiteit. Mensen die zulke dingen beoefenen, zegt Gods Woord, verdienen de dood. — Rom. 1:24-32; 1 Kor. 6:9, 10.
Bovendien hebben miljoenen zich gewend tot astrologie, het gebruik van Ouija-borden, zwarte magie, etc., en zelfs duivelaanbidding. Toch heeft geen van deze praktijken de mensheid de weg naar ware vrede en zekerheid gewezen. Het zijn, zoals een lid van een schoolbestuur te Vancouver in Brits-Columbia opmerkte, alleen maar „andere manieren om de ogen te sluiten voor de werkelijkheid”.
Waartoe kunt u zich in vertrouwen wenden?
Bestaat er iets waartoe iemand zich met vertrouwen kan wenden om zijn leven op de juiste wijze te laten leiden? Wie kan ons de juiste weg wijzen naar een zekere toekomst in geluk?
Er staat in de bijbel een spreuk die luidt: „Waar geen visioen [of „openbaring”] is, wordt het volk bandeloos” (Spreuken 29:18). Dit gezonde beginsel blijkt in onze tijd maar al te waar te zijn. Zonder een duidelijk visioen van de toekomst, zonder een openbaring om hem te leiden, heeft de mens met zijn onbeholpen krachtsinspanningen alleen maar aangestuurd op meer moeilijkheden, bloedvergieten, leed en immoraliteit.
Ja, de mensheid heeft beslist een visioen nodig — om te zien waarheen ze gaat en wat de juiste richting is om in te slaan. De mensheid heeft een speciale leiding nodig die ze zichzelf niet kan geven. Waar moet die dan vandaan komen? Ze kan alleen komen van een bron die hoger is dan de mens. Ze moet van de Schepper van de mensheid komen, van Jehovah God. Alleen hij weet heel nauwkeurig waar deze wereld heen gaat en wat de weg zal zijn naar een wereld die vrij is van ontmoedigende problemen.
Daarom geloven Jehovah’s getuigen dat het antwoord op de vraag „Waar gaat deze wereld heen?” in de bijbel en met name in de bijbelse profetieën gevonden kan worden. In meer dan tweehonderd landen der aarde bestuderen thans miljoenen mensen samen met hen de bijbel. Een van de punten die deze mensen hebben besproken en overdacht is de betekenis van een bepaalde datum in onze tijd — 1914. Wat heeft deze datum met onze tijd en met uw hoop voor de toekomst te maken?