Miljoenen vragen: „Wat moeten wij eten?”
IN INDIA verliet een boer uit een dorpje zijn door de droogte geruïneerde akker om zijn enige os op de markt te verkopen. Wat kreeg hij voor het dier? Twaalf bananen! Deze man lijdt, evenals miljoenen anderen in India, honger!
Niet alleen in India, maar ook in het overige deel van Azië, een groot deel van Afrika en andere delen van de wereld, vragen grote bevolkingsgroepen zich af: „Wat moeten wij eten?”
Zo kritiek is de situatie dat verschillende deskundigen over enkele maanden een internationale hongersituatie verwachten.
De hongersnood waarvan men ’niet dacht dat hij zou komen’
Bepaalde gebieden, zoals India, staan weliswaar bekend om hun terugkerende periodes van hongersnood, maar met het huidige voedseltekort is het anders gesteld. Een vijftigjarige Indiase regeringsambtenaar merkte op: „Dit is de ergste voedselschaarste die ik in mijn leven heb meegemaakt.” De hongersnood wordt nog verergerd door het feit dat men ’niet dacht dat hij zou komen’. Werd er enkele jaren terug dan niet gewaarschuwd voor een dergelijke hongersnood?
Ja, inderdaad. In het boek Famine — 1975 (uitgegeven in 1967) stond zelfs de volgende aanhaling van Dr. R. Ewell: „De wereld staat op de drempel van de grootste hongersnood in de geschiedenis. Als de huidige tendens aanhoudt, zal naar alle waarschijnlijkheid in het begin van de jaren zeventig de hongersnood in India, Pakistan en China een ernstige omvang hebben bereikt. . . . Deze hongersnood zal massale proporties aannemen en honderden miljoenen treffen.”
Deze en soortgelijke waarschuwingen waren onder voedseldeskundigen gemeengoed. Intussen gebeurde er echter iets wat deze ijselijke voorspellingen naar de achtergrond drong.
In het midden van de jaren zestig werd met veel tamtam de „groene revolutie” ingeluid. Er werden speciale tarwe- en rijstvariëteiten met hoge opbrengst ontwikkeld, waardoor de hoop werd versterkt dat het „overwinnen” van de honger nog slechts een kwestie van tijd was. De hongervoorspellers werd de mond gesnoerd.
Nu echter blijkt de hoop die de „groene revolutie” bood, slechts een ijdele hoop te zijn geweest. De New York Times merkte op: „Azië’s Groene Revolutie, die een nieuw tijdperk in de voedselproduktie beloofde in te luiden, met een blijvend verdwijnen van de honger, ondervond in 1972 een ernstige terugslag.” In het redactionele gedeelte van dezelfde krant werd nog opgemerkt: „De grote belofte van de groene revolutie, die nooit zo groen is geweest als soms wel werd voorgesteld, lijkt nooit te zullen worden ingelost.”
Voedselvoorraden in Azië en Afrika verdwijnen als sneeuw voor de zon
Ja, nog maar een paar maanden geleden leek de „groene revolutie” een overweldigend succes te worden, een triomf voor de technologie. Na het seizoen 1971 voelde India’s premier mevrouw Indira Gandhi zich zelfs voldoende zeker van haar zaak om te durven verklaren dat India zijn graanimport niet langer zou verhogen.
Doch in minder dan een jaar duikelde haar land van een recordoverschot opnieuw in een voedselcrisis. In een deelstaat mislukte afgelopen jaar 50 percent van de maïsoogst, terwijl van de rijst zelfs maar 30 percent kon worden uitgeplant. De totale nationale graanproduktie kwam op 60 percent onder het gemiddelde uit. Arbeiders zijn nu gedwongen lange periodes achtereen zonder voedsel te werken. En volgens de voorspellingen zal de situatie nog verergeren — echter niet alleen in India.
De recente hongersnoodtoestanden in Afghanistan zijn „de buitenwereld slechts ten dele ter ore gekomen”, aldus de Zuidchinese Morning Post. De bewoners van dit land zijn gedwongen geweest hun dorpen te verlaten en tot het eten van gras en wortels over te gaan. Sommigen hebben hun werkdieren, land en zelfs het hout van de daken van hun huizen verkocht om maar aan voedsel te kunnen komen. Naar verluidt zijn reeds tienduizenden Afghanen gestorven.
Ook uit de Aziatische landen Indonesië, Bangla Desh, Pakistan, Cambodja, Laos en Turkije komen berichten binnen over voedseltekorten. In Zuid-Korea en Thailand daalden de oogstopbrengsten.
Ook Rusland en China hebben bij hun graanverbouw kortelings met grote tegenslagen te kampen gehad. „De Sovjet-Unie had zijn slechtste oogst sinds een eeuw”, merkte de Canadese Spectator nopens het landbouwseizoen 1972 op. Rusland was gedwongen voor welhaast ƒ 6.000.000.000 „dringend nodige” hoeveelheden buitenlands graan aan te kopen, voor het merendeel uit de Verenigde Staten. Ook de aardappel- en groenteproduktie onderging een daling. De reusachtige Russische tekorten schiepen voor de gehele Sovjet-economie problemen en leidden tot de vervanging van de Sovjetrussische minister van landbouw.
In China was in 1972 de graanoogst lager dan normaal, evenals de katoen-, pinda- en sesamoogst. Het is een van de weinige keren geweest sinds het aan de macht komen van de communisten in 1949 dat van officiële Chinese zijde een achteruitgang in de graanproduktie is toegegeven.
Ook Afrika is geteisterd door een hevig voedseltekort. De Rhodesische agrarische bond verwees naar de 50 percent-achteruitgang in oogstopbrengst als naar een „nationale ramp”. De situatie in Mauritanië wordt „uitermate ernstig” genoemd. Volgens van daar afkomstige schattingen is misschien wel 80 percent van het vee gestorven, terwijl de graanproduktie slechts één vijfde van haar normale waarde heeft bereikt.
De landbouwers in Zuid-Afrika hadden tegen begin 1973 voor meer dan ƒ 960 miljoen schade geleden aan hun oogst. De landen Mali, Tsjaad en Opper-Volta — net onder de Sahara gelegen — werden het zwaarst getroffen. Doch ook in Zambia, Botswana, Swaziland, de Centraal Afrikaanse Republiek, Senegal, Dahomey, Cameroun en Nigeria doet zich de invloed van de voedselschaarste voelen. Berichten over voedseltekorten zijn eveneens ontvangen van eilanden in de oceaan en uit Zuid- en Midden-Amerika.
Ja, ’de wereld bevindt zich op de drempel van een hongersnood’, zoals Dr. Boerma, directeur-generaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie (F.A.O.) van de Verenigde Naties, waarschuwde. In februari 1973 adviseerde hij elk land dat hulp nodig had, ’nu regelingen te treffen’ met andere landen.
Kunnen andere landen echter onbeperkt hulp blijven verlenen? Wat valt er in dat verband te zeggen over de situatie in de landen die bekendstaan om hun hoge landbouwproduktiviteit?
Hoeveel voedsel op andere plaatsen?
Hoe is de situatie in de Verenigde Staten? Hoewel niet getroffen door ernstige oogstverliezen, heeft dit land nu binnen zijn grenzen meer dan vijfentwintig miljoen mensen wonen die, zoals dat officieel heet, niet aan een „redelijk bestaansminimum” toekomen — die dus, met andere woorden, arm en vaak hongerig zijn.
Ondertussen blijven de voedselprijzen in de V.S. stijgen! In 1972 waren de verkoopprijzen, vergeleken met het jaar daarvoor, met 4,8 percent opgelopen; in 1973 zullen ze, naar voorspeld wordt, uiteindelijk met 6 percent stijgen. In het naburige Canada stegen ze gedurende 1972 met 8,6 percent.
Deze prijsstijgingen houden rechtstreeks verband met de hoeveelheid beschikbare levensmiddelen. Hoe groter de vraag naar de in voorraad zijnde produkten is, hoe hoger de prijzen daarvan worden. Zo steeg in 1972 de prijs van „harde tarwe nummer twee” met meer dan 61 percent per hectoliter, hetgeen grotendeels veroorzaakt werd door de grote Russische afname ervan. Nu zijn, zoals bijgaande tabel laat zien, de V.S.-reserves verdwenen.
Het afgelopen jaar bedroeg de Australische tarweoogst minder dan de helft van de verwachte hoeveelheid, hetgeen te wijten was aan de grote droogte waaronder dit continent te lijden had. De Argentijnse tarweoogst van 1971 werd „teleurstellend” genoemd. De overschotten in Burma (soms aangeduid als „de rijstschuur van Zuidoost-Azië”) zijn nu zeer beperkt van omvang.
Begrijpelijkerwijs komen voortdurend meer deskundigen tot de conclusie dat de weinig agrarisch rijke landen niet in onbeperkte mate de rest van de wereld van voedsel kunnen blijven voorzien. Reeds in 1969 merkte R. O. Greep van de Harvard-universiteit op:
„Een belangrijke kritische factor in verband met de wereldsituatie is dat de voedselreserves in de landen met een hoge landbouwproduktie, zoals de Verenigde Staten, Canada, Australië en Argentinië, met sneltreinvaart minder worden . . . Onder degenen die in de positie verkeren al enigszins de toekomstige situatie te kunnen voorzien, heerst toenemende bezorgdheid. . . . In het bijzonder in de Verenigde Staten zal het probleem acuut worden, aangezien wij naar dit land opzien als de voornaamste leverancier van ons graan . . .. Wanneer de hongersnood toeslaat en de voedselvoorziening niet langer toereikend is, zullen we ons geplaatst zien voor de afschuwelijke vraag wie in leven zullen blijven.”
Toen in 1973 aan een Canadese landbouwfunctionaris werd gevraagd of Canada aan de wereld zou blijven leveren, was zijn antwoord: „Men kan niet geven of verkopen wat men niet heeft.”
De voedselcrisis waarvoor de gehele mensheid zich geplaatst ziet, is reëel. Kan ze worden opgelost? Voor de beantwoording van die vraag is het eerst nodig de oorzaken vast te stellen van de hongersnood die nu de mensheid bedreigt.
[Grafiek op blz. 5]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
De graanreserves van de V.S. ZIJN VERDWENEN
1963
810 MILJOEN HECTOLITER
1969
200 MILJOEN HECTOLITER
1973
VOORRADEN UITGEPUT