Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g73 8/9 blz. 22-24
  • Body building was het belangrijkste in mijn leven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Body building was het belangrijkste in mijn leven
  • Ontwaakt! 1973
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Motormaniak
  • Ik word wakker
  • Het waarheidslicht daagt
  • Een belangrijke beslissing
  • De Bijbel verandert levens
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
  • Jehovah is mijn vesting
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Mijn strijd om met een gewelddadig leven te breken
    Ontwaakt! 1987
  • De Bijbel verandert levens
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
Meer weergeven
Ontwaakt! 1973
g73 8/9 blz. 22-24

Body building was het belangrijkste in mijn leven

STRAATGEVECHTEN en huiselijke ruzies vormden een vast deel van mijn leven, maar ik was altijd de verliezende partij. Het gaf mij het gevoel een uitgestotene te zijn. Ik besloot daar iets aan te doen. Mijn besluit was het begin van een levensloop die mij ten slotte deed streven naar de titel van „Mr. Universum”, de volmaaktst ontwikkelde man ter wereld.

Streng dieet houden en trainen met gewichten — dat werd mijn leven, en ik genoot er met volle teugen van. Al het andere was ondergeschikt aan één doel: mijzelf het summum van een mannelijk voorkomen te geven. Mijn lichaam begon zich te ontwikkelen en krachtige vormen aan te nemen. Na verloop van tijd kon ik metalen nummerborden aan repen scheuren en met zware gewichten staaltjes van herculische kracht weggeven.

Toen ik aan wedstrijden en competities ging deelnemen, was dat slechts met één doel in gedachten: de meest gespierde man ter wereld te worden. Ik won steeds meer titels en trofeeën, zoals Mr. Algoma — De gespierdste (1962), en Junior Mr. Canada (1965).

Motormaniak

Naast body building ging ik ook aan motorracen doen. Een koppig mengsel van roem en bekendheid steeg mij steeds meer naar het hoofd toen ik mij liet inschrijven voor allerlei motorraces in verschillende delen van de Verenigde Staten en Canada.

Het was nog slechts een kleine stap om lid te worden van bendes motorrijders. Al gauw bestond mijn gezelschap uit een troep schreeuwende, halfdronken vagebonden. Ik doste mij uit met een Duitse helm, swastika’s, kettingen en zwepen. Als bende vielen wij onschuldige mensen lastig en richtten vernielingen aan vanaf de grens van Canada tot aan de staat Florida. In deze periode van brute losbandigheid was ik getuige van ’drugparty’s’ die degenen die eraan deelnamen tot de diepste diepten van ontaarding brachten. Als gevolg van deze omgang belandde ik ten slotte in de gevangenis.

Toen ik uit de gevangenis werd ontslagen en bijna geen geld meer had, stuurde ik mijn motor in huiswaartse richting. Het was een lange reis die mij veel tijd gaf om na te denken. Een gedachte die tijdens de tocht vaak door mij heen ging was: Als ik met dit soort van mensen blijf omgaan, is de kans groter dat ik doodga dan dat ik meeding naar de titel van Mr. Universum.

Ik word wakker

Er kwam een diep gevoel van walging over mij. De weg die ik in het leven had bewandeld, was niets dan ijdelheid geweest. Waar had hij toe geleid? Opnieuw werd ik bijna overstelpt door dat gevoel uit mijn jeugd een uitgestotene te zijn. Maar nu begon er iets in mij te ontwaken. Vragen namen vorm aan in mijn geest. Toen dacht ik dat dit kwam doordat ik naar een bepaald religieus radioprogramma had geluisterd. Ik begon mijzelf af te vragen: Is de bijbel werkelijk het Woord van God? Bestaat er onder de vele verschillende religieuze sekten één religie die God goedkeurt?

Hoewel ik lang en ernstig over die vragen nadacht, begonnen ze toch geleidelijk onbeantwoord te vervagen. Waarom? Omdat ik opnieuw lichaamstraining de overheersende factor in mijn leven liet worden. De Mr. Canada-verkiezing 1970 kwam naderbij. Ik was op het toppunt van fysieke kracht. Deze begeerde prijs te winnen, zou een belangrijke stap zijn in de richting van het bereiken van mijn hoogste levensideaal — de volmaaktst ontwikkelde man ter wereld te zijn.

Toch was ik rusteloos. Ik putte geen werkelijke innerlijke voldoening meer uit mijn training. Die vragen, hoewel naar de achtergrond geschoven, plaagden me nog steeds. Waar kon ik ware en bevredigende antwoorden vinden? Omdat ik teleurgesteld was in de kerk, ging ik daar niet meer heen. Misschien konden de mensen van dat religieuze radioprogramma mij het antwoord op mijn vragen geven. Maar neen — hun antwoorden stilden mijn geestelijke honger al evenmin.

Het waarheidslicht daagt

Enige tijd voordien had ik in een wasserij een oude kennis ontmoet. Hij had bij die gelegenheid kort over religie gesproken en mij verteld dat hij een van Jehovah’s getuigen was. Hoewel ons gesprek interessant was geweest, besteedde ik er toen niet veel aandacht aan. Nu ontmoette ik mijn vriend de Getuige weer. Ditmaal stroomden de vragen mijn mond uit. Terloops kwam mijn kerk ter sprake — die toevallig precies aan de overkant van de straat stond. Hij wees op de oorsprong van verschillende symbolen zoals het kruis op het dak en het beeld van Jezus in het grasperk. Omdat mijn belangstelling was gewekt, informeerde ik naar andere dingen die katholieken over het algemeen geloven. Hij toonde mij aan dat Gods Woord zulke leerstellingen als hellevuurpijniging voor de goddelozen, of lijden in een vagevuur voor degenen die in dagelijkse zonden sterven, niet ondersteunt. Andere fundamentele leerstellingen werden al even duidelijk uiteengezet.

Maar was dit werkelijk de waarheid? Daar moest ik achter komen. Verder zoeken in boeken over verschillende religies bleek frustrerend te zijn, maar toch werd er één ding mee bereikt: Het bracht mij tot het besef dat alleen wat mijn vriend de Getuige mij aan de hand van de bijbel had uitgelegd, een klank van waarheid had.

Al gauw gingen we samen geregeld de bijbel bestuderen. Tot mijn verbazing begon mijn rusteloosheid en weifelende geesteshouding plaats te maken voor een innerlijke vrede die ik nog nooit eerder in mijn leven had ondervonden. Nooit drong mijn onderwijzer mij iets op. Hij redeneerde gewoon op een zachtaardige en vriendelijke manier over bijbelse leerstellingen. Ik voelde mij aangetrokken, niet tot een mens maar tot de wonderbaarlijke God van deze vriendelijke man die mij onderwees.

Een belangrijke beslissing

Er stonden twee wegen voor mij open. Welke zou ik kiezen? De weg die ik nu volgde, zou mij misschien leiden naar het toppunt van menselijke kracht en fraaie lichaamsbouw en, niet te vergeten, eer van mensen. Maar als dat hoogtepunt was bereikt — wat dan? Niets wees op een werkelijke gelukkige toekomst daarna. Daarentegen zou ’de smalle weg die naar het leven voert’ volgens de bijbel tot Gods goedkeuring en zegen leiden. Door die te volgen zou ik eeuwig leven in lichamelijke en geestelijke volmaaktheid kunnen verkrijgen, ook al zou dat nu de afkeuring van mensen meebrengen. Het gebed tot Jehovah hielp mij de belangrijkste beslissing in mijn leven te nemen.

Ook meditatie over bepaalde schriftplaatsen was een belangrijke hulp voor mij. Een van deze schriftplaatsen was 1 Korinthiërs 1:31: „Wie roemt, roeme in Jehovah.” Zou ik dat doen door naar de titel van Mr. Universum te streven? Neen, dat zou precies het tegenovergestelde zijn. Ook de geïnspireerde woorden van de apostel Paulus in 1 Timótheüs 4:7 brachten mij plotseling tot bezinning: „Oefen u . . . met godvruchtige toewijding als uw doel.” Het was duidelijk dat ik een andere training moest gaan volgen.

Meteen ging ik naar mijn manager en trainer om te zeggen dat de titel Mr. Universum niet langer mijn doel in het leven was en dat ik niet meer aan verkiezingen zou deelnemen, waarin ik alleen maar lof voor mijzelf oogstte. Zij kregen een woedeaanval en slingerden mij een stroom van verwensingen naar het hoofd, die niet alleen mij maar ook de naam van Jehovah betroffen. Ik was echter niet van mijn besluit af te brengen. Omstreeks die tijd werd ik bijzonder aangemoedigd door een artikel in een plaatselijke krant over een beroemde voetballer in Engeland die een miljoenen-contract had afgeslagen om als een van Jehovah’s getuigen in de voetstappen van Christus Jezus te treden.

Vervolgens besloot ik mij uit de katholieke Kerk te laten uitschrijven. De ervaring met mijn trainer en manager had mij alleen maar in dit besluit kunnen sterken. Nu stond ik dus van aangezicht tot aangezicht met de priester en vertelde hem waarom ik geen lid meer van zijn kerk wilde zijn. Zijn gezicht kreeg een verbijsterde uitdrukking toen ik uitlegde dat het mijn wens was een van Jehovah’s getuigen te worden. Verontwaardigd flapte hij eruit dat Jehovah’s getuigen mij een hersenspoeling hadden gegeven. Ik antwoordde dat wat ik leerde de waarheid was, en dat het volkomen werd gestaafd door Gods Woord, de bijbel. Dit veroorzaakte het boze en onverwachte antwoord: „Je kunt niet alles geloven wat de bijbel zegt!” Dat schokte mij werkelijk, vooral toen ik eraan terugdacht hoe vaak hij de bijbel had gekust en hem met de grootste eerbied had behandeld terwijl hij voor de gemeente stond. Nu, achter gesloten deuren, insinueerde hij dat de grote God van het universum onbetrouwbaar was — Zijn Woord kon niet in zijn geheel worden geloofd. Deze man toonde zijn ware aard.

Plotseling schoot me te binnen wat hij ons gezin had verteld toen mijn vader op de leeftijd van eenenzestig jaar stierf. „Je vader zal eenenzestig jaar voor zijn zonden in het vagevuur moeten blijven.” Dat was echter voorwaardelijk, want hoe meer geld wij aan Hoogmissen ten behoeve van vader zouden besteden, hoe korter hij in de folteringen zou moeten blijven. Nooit vertelde hij ons wat de bijbel zegt, namelijk: „Wat de doden betreft, zij zijn zich van helemaal niets bewust” (Pred. 9:5). Deze man was medeplichtig aan de grootste zwendelzaak waarvan de mensheid ooit het slachtoffer is geweest! Wat een smaad op de Naam van de ware God! Hij weigerde echter mijn naam uit het kerkregister te schrappen of mijn doopakte af te geven.

Het was zinloos nog verder met hem te spreken, dus ging ik weg en stapte naar het stadhuis, waar ik mijn religieuze status van rooms-katholiek in getuige van Jehovah veranderde. Spoedig hierna belde ik mijn arts op en vertelde hem dat als ik of een van mijn gezinsleden in de toekomst ooit een operatie zou moeten ondergaan, hij geen bloed mocht gebruiken omdat ik te weten was gekomen dat de Schrift zegt dat wij ons moeten ’onthouden van bloed’ (Hand. 15:20). Vervolgens zei ik mijn lidmaatschap op van de politieke partij waartoe ik had behoord, omdat ik wist dat Jezus had geweigerd zich met politiek in te laten, en ik wilde zijn discipel zijn (Matth. 4:8-10; Joh. 6:15; 17:16). Er wachtte mij echter nog een andere beproeving.

Ik werd uitgenodigd om met een andere priester te komen praten. De geestelijken wilden mij nog altijd met de katholieke Kerk verzoenen. Bij deze gelegenheid hielp Jehovah mij werkelijk aangezien ik mij op Hem verliet voor leiding. In ons gesprek kwam ter sprake dat de paus en priesters zich met Hitler hadden ingelaten. In antwoord op mijn vraag: „Bent u bekend met Jakobus 4:4 in de bijbel, waar staat: ’Overspeelsters, weet gij niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap met God is’?” zei hij: „Dit heeft niets met ons geval te maken.”

Ik herinnerde hem evenwel aan het bezoek van de paus aan de Verenigde Naties, bij welke gelegenheid hij tot dat lichaam had gezegd: „Ik kom als uw vriend.” „Is dat geen geestelijk overspel?” vroeg ik hem. Hij werd zichtbaar zenuwachtig. Toen zei ik dat de katholieke Kerk, zoals het boek Openbaring aantoont, een belangrijk deel van Babylon de Grote was. „In Openbaring 17:1-4”, zo verklaarde ik, „staat dat ze met scharlaken gewaden als koningin zit en religieuze hoererij met de koningen der aarde bedrijft.” Toen werd hij woedend en stormde de kamer uit. Zijn houding maakte mijn geloof in Jehovah’s wegen en zijn Woord sterker dan ooit, en ik dankte Hem dat hij mij de moed had gegeven de waarheid vrijuit te spreken.

Sindsdien heb ik alleen de Soevereine Heer Jehovah als „mijn sterkte” erkend. Ik zoek geen roem meer als Mr. Universum. De bijbel heeft mijn kijk op het leven veranderd. De waarheid heeft mij vrijgemaakt van de ijdele verlangens die ik eens had. Nu weet ik dat, zoals in 1 Timótheüs 4:8 staat, „lichamelijke oefening . . . nuttig [is] voor weinig, maar godvruchtige toewijding . . . een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven”.

Nu zijn vreugde en geluk mijn dagelijkse deel in het leven. Het is mijn innige wens mijn lichamelijke krachten en vermogens te gebruiken om het hart van de Alsterke van het universum, Jehovah, te verblijden. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen