Het streven van de Bahama’s naar onafhankelijkheid
Door Ontwaakt!-correspondent op de Bahama’s
DE GEEST van onafhankelijkheid en het streven naar zelfbeschikking is overal aanwezig. Niet alleen afzonderlijke personen willen vrij zijn om voor zichzelf uit te maken wat goed en slecht is, ook hele gemeenschappen en koloniën vechten voor het recht van zelfbestuur. De Bahama-eilanden vormen hierop geen uitzondering. Ook hier is de roep om onafhankelijkheid gehoord.
De vreemde overheersing op de Bahama’s vond haar begin toen Christophorus Columbus bij vergissing landde op het eiland San Salvador (of Watlingseiland), een van de Bahama’s, en dacht dat hij in Oost-Indië was. Dit was in oktober 1492. Sindsdien heeft men op de Bahama’s allesbehalve onafhankelijkheid of zelfbestuur gekend. Binnen twintig jaar was de gehele autochtone Indianenbevolking, bestaande uit Arowakken en Lucaya-Indianen, afgevoerd; allen werden als slaven naar de mijnen van Cuba en Hispanióla verscheept. Tot meer dan honderd jaar na hun ontdekking bleven de Bahama’s in Spaanse handen.
Een Britse kolonie
Pas in 1629 maakte Engeland officieel aanspraak op de eilanden. Op 30 oktober van datzelfde jaar verleende Karel I een volmacht aan zijn procureur-generaal, Sir Robert Heath, waarna de eilanden onder het juk van het Britse kolonialisme kwamen. De kolonie trok religieuze Engelsen aan die vrijheid van aanbidding zochten, terwijl ze terzelfder tijd een wijkplaats was voor onder andere bekende piraten als Edward („Zwartbaard”) Teach en Anne Bonny.
In 1718 verdreef kapitein Woodes Rodgers, de eerste koninklijk aangestelde gouverneur, de piraten van de eilanden. Tijdens de Amerikaanse Revolutie werd Nassau, de hoofdstad van de eilanden, twee weken lang door schepen van de jonge Amerikaanse marine bezet gehouden. In 1782 vielen de Bahama’s opnieuw in Spaanse handen, maar na een jaar waren de Britten er weer heer en meester.
De Bahama’s zijn dus, met slechts korte onderbrekingen, een goede 300 jaar Brits koloniaal gebied geweest. In het bijzonder sinds 1729 heeft het land een volksvertegenwoordiging en een grondwet gehad. Deze grondwet is bijna hetzelfde als de jongere grondwet die later voor de dertien oorspronkelijke Amerikaanse koloniën werd opgesteld.
In tegenstelling tot andere staten van het Britse Gemenebest, zoals Jamaica, Barbados en Sri Lanka (Ceylon), bleven de Bahama’s, toen ze in 1964 zelfbestuur kregen, inzake 1. buitenlandse betrekkingen, 2. defensie en 3. binnenlandse veiligheid afhankelijk van richtlijnen uit Engeland, zodat er nog niet gesproken kon worden van werkelijke onafhankelijkheid.
Politieke partijen
De politieke partijen op de Bahama’s hebben een belangrijke rol gespeeld bij het streven naar volledige onafhankelijkheid. In 1953 werd onder leiding van H. M. Taylor de Progressieve Liberale Partij (PLP) gevormd. Tot op die tijd, en vooral voor de algehele invoering van de geheime stemming, was het er bij de verkiezingen altijd zeer corrupt toegegaan. In A History of the Bahama’s merkte M. Craton op: „Steekpenningen, intimidatie en een klein kiezerskorps deden de verkiezingen op de Bahama’s volkomen gelijken op die in Engeland gedurende de achttiende eeuw.”
Deze nieuwe Progressieve Liberale Partij ging zich wijden aan hervormingen. Ze behaalde zes zetels in het Huis van Afgevaardigden en verbrak, door de vorming van een verenigd front, in 1958 de formatie van de United Bahamian Party (UBP). In 1958 had de UBP met negentien zetels de meerderheid in het Huis. In die tijd was er evenwel nog nauwelijks sprake van onafhankelijkheid.
Een nieuwe grondwet
Tegen 1962 waren de twee regeringspartijen, de UBP en de PLP, beide voor een grotere mate van zelfbestuur en namen dit derhalve in hun partijprogramma op. In mei 1963 werd te Londen op het ministerie van koloniën een grondwet-conferentie gehouden. Het resultaat van deze bespreking was de verlening van een nieuwe grondwet aan de Bahama’s.
In januari 1964 trad de nieuwe grondwet in werking. Sir Roland, de premier van de Bahama’s, verklaarde bij die gelegenheid: „Wij bezitten nu de interne vrijheid . . . om tot snelle beslissingen te komen, als snelle beslissingen nodig zijn, om beslissend op te treden, als een beslissend optreden nodig is, en onze toekomst naar eigen belang in te richten.” Het van kracht doen worden van de nieuwe grondwet was een belangrijke stap in de richting van onafhankelijkheid.
Een verandering in status
De Progressieve Liberale Partij, die zelf beweert hoofdzakelijk de gekleurde bevolking te vertegenwoordigen, werd in 1967 de regeringspartij. Het daaropvolgende jaar kreeg ze bij de algemene verkiezingen een grote meerderheid in het Huis van Afgevaardigden — tegenover negenentwintig PLP-zetels stonden zeven UBP-zetels en nog twee zetels die werden bezet door de Onafhankelijkheidspartij en de Arbeiderspartij.
Op 7 oktober 1968 verklaarde eerste minister Lynden O. Pindling in een toespraak tot het Huis dat de kort daarvoor gehouden besprekingen in Londen niet ten doel hadden gehad onafhankelijkheid, in elk geval geen onmiddellijke onafhankelijkheid, te bewerkstelligen. Hun doel was veeleer geweest „ervoor te zorgen dat de Bahama’s meer verantwoordelijkheid zouden gaan dragen voor het binnenlandse zelfbestuur dan voorheen”. Dit doel werd bereikt, wat bleek uit de nieuwe naam die de Bahama-eilanden kregen: van een Britse kolonie veranderden ze in de „Commonwealth of the Bahamas”. Hoewel de traditionele Britse monarchale regeringsvorm bleef bestaan, was het toneel in gereedheid gebracht voor de verkrijging van onafhankelijkheid.
De kwestie van onafhankelijkheid gaat een belangrijke rol spelen
Met Groot-Brittannië zijn geen moeilijkheden geweest over de onafhankelijkheidskwestie. Het ministerie van koloniën maakte duidelijk dat Engeland met genoegen alle banden met de Bahama’s wilde verbreken, als dat de uitdrukkelijke wil van de bevolking was.
Onafhankelijkheid stond echter niet als eerste op het verlanglijstje van de bevolking. De onafhankelijkheidskwestie leefde vooral sterk onder de politieke partijen, waarbij het er niet zozeer om ging of er naar onafhankelijkheid gestreefd moest worden, als wel wanneer men zich er ernstig mee moest gaan bezighouden.
Een machtsstrijd binnen de gelederen van de PLP leidde tot de formatie van de „Vrije PLP”. De afgescheiden PLP-leden beseften dat zij zonder de ondersteuning van de UBP-georiënteerde stemmers niet konden hopen de algemene verkiezingen te winnen. Deze twee groepen smolten derhalve samen en vormden de Free National Movement (FNM). Er werd alles in het werk gesteld de nieuwe partij vrij te houden van elk spoor van raciale trots en vooroordeel, ten einde de rassenproblemen te vermijden die voordien vele jaren op de Bahama’s politieke verdeeldheid hadden gebracht.
Onderwijl begon het zwarte nationalisme het denken en de filosofie van de jonge intellectuelen en pseudo-revolutionairen te beïnvloeden. De Bahama-bevolking bestaat voor 85 percent uit negers. De eerst nog zwakke roep om verandering werd luider en luider. Het verlangen om volledig vrij te zijn van alle koloniale banden werd sterker. Velen raakten bekoord door het vooruitzicht van politieke zelfstandigheid.
De Progressieve Liberale Partij, de meerderheidspartij in de regering besloot de kwestie van onafhankelijkheid niet langer uit de weg te gaan. Het werd hun wens en streven de Bahama’s werkelijk Bahamiaans te maken — in cultureel, economisch en politiek opzicht. In een volijverige poging dit doel snel te verwezenlijken, werd er begin 1972 een onafhankelijke studiegroep in het leven geroepen. Als streefdatum werd gesteld: ONAFHANKELIJKHEID — JULI 1973. De kwestie kreeg de publieke belangstelling; er werd vrijuit over gediscussieerd, want niet iedereen had hetzelfde verlangen naar onafhankelijkheid.
Niets minder dan een verkiezing zou echter bepalen wat de publieke opinie was. Zouden de kiezers de Progressieve Liberale Partij ondersteunen in haar streven naar een onafhankelijk Bahama? De FNM-oppositiepartij was ervan overtuigd dat de massa geen haast had met de onafhankelijkheid. Ze was van mening dat de verandering het best kon worden uitgesteld totdat het land er in economisch, politiek en sociaal opzicht rijp voor was.
De kwestie werd snel tot klaarheid gebracht. Hoewel de algemene verkiezingen pas in april 1973 gehouden moesten worden, werd zeven maanden eerder, op 10 augustus, het Huis van Afgevaardigden ontbonden, en werd 19 september uitgekozen als verkiezingsdag.
Het resultaat
De politieke verkiezingskoorts tastte velen aan. Er waren verscheidene schietpartijen en reeksen branden, terwijl het vandalisme hoogtij vierde. Beide politieke kampen werden het voorwerp van dweperij, onverdraagzaamheid en rechtstreekse gewelddadigheden. Politieke toespraken werden herhaaldelijk geïnterrumpeerd. Aan beide kanten werden bijeenkomsten verstoord, afhankelijk van de partij die men op een bepaalde plaats voorstond. Op de vooravond van de verkiezingen was de atmosfeer geladen. Wat zou het worden? Zouden er ongeregeldheden uitbreken als een van de partijen in haar verwachtingen teleurgesteld zou zijn?
Vreemd genoeg bleef de verwachte storm achterwege. De kiezers brachten hun vertrouwen tot uitdrukking in de Progressieve Liberale Partij door de meeste afgevaardigden van deze partij opnieuw een zetel te bezorgen. De kwestie was opgelost. Nu moest het bestuursapparaat nog in beweging worden gezet ten einde de wil en de wens van de meerderheid van het volk te verwerkelijken. Op 20 december 1972 stemde Groot-Brittannië erin toe in juli 1973 aan de Bahama’s volledige onafhankelijkheid te verlenen.
In hoeverre zullen de mensen echter voordeel van deze onafhankelijkheid hebben? Dit zal ten dele van henzelf en hun leiders afhangen. Deze mannen zijn net zo onvolmaakt en menselijk als degenen die tot nu toe de aangelegenheden op de eilanden geregeld hebben. Met de overdracht van autoriteit zal er geen eind komen aan trots en zelfzucht. Slechts één regering kan daaraan een eind maken, namelijk die welke in de bijbel is voorzegd — het koninkrijk van God, hetwelk Jehovah’s getuigen als de enige hoop voor de mensheid bekendmaken. Deze rechtvaardige regering zal de mensheid vrijheid brengen zoals geen enkel menselijk bestuur dat kan, want het zal de mensheid bevrijden van ziekte, zonde en zelfs van de dood. — Matth. 6:9, 10; Openb. 21:4.