Hoe dieren hun jongen opleiden
LEIDEN dieren hun jongen op? Passen zij streng onderricht toe? Eisen zij gehoorzaamheid? Ja, inderdaad! Dat alles speelt een belangrijke rol in hun leven. Hun voortbestaan hangt ervan af.
Hun door God gegeven instinct is de aandrijvende kracht. Ook een bepaalde mate van intelligentie is erbij betrokken. Willen de jongen in leven kunnen blijven, dan moet hun worden geleerd hoe ze aan voedsel kunnen komen; ze moeten ook gevaar leren herkennen en weten hoe ze er het hoofd aan kunnen bieden. Diereouders redeneren niet met hun jongen, noch leggen ze uit waarom en hoe bepaalde dingen gedaan moeten worden. Ze onderwijzen door middel van aanschouwelijk onderricht en zullen hun jongen soms pijn doen om ze in het gareel te houden.
Tijd besteden om hun jongen op te leiden
Diereouders besteden heel veel tijd aan de opleiding van hun kroost. Een moederbeer is soms wel twee jaar met het onderwijzen van haar jongen bezig. Zij toont ze waar ze voedsel kunnen vinden, zoals kruidige knollen die uit de grond moeten worden gegraven. En zij leidt ze naar de mierzoete wilde honing, een lekkernij waarop ze hun hele leven verzot zullen blijven.
Jonge wasberen krijgen een hele opleiding voor ze de kunst meester zijn om op eigen poten te staan. Hun moeder slaat kikkers en kreeften uit het water naar ze toe, om ze al spelend te laten leren. Zij geeft ze ook onderricht in zelfverdediging, jagen en vissen. In de loop van de tijd leren haar jongen hoe ze muizen moeten opsporen, kikkers moeten vangen en insektelarven moeten opgraven, terwijl zij ze tevens laat zien waar de wilde druiven groeien en de beste maïs staat. Bepaalde jonge dieren krijgen een op leiding in vaardigheden waarvan wij soms denken dat ze instinctief zijn. Beschouw bijvoorbeeld de waterminnende otters. Wist u dat moederotter haar jongen moet leren zwemmen? Ze moet ze zelfs leren van water te houden, want uit zichzelf zullen ze er niet ingaan. Hoe doet ze dat? Soms trekt zij ze gewoon bij hun nekvel het water in. Of ze haalt ze ertoe over op haar rug plaats te nemen. Dan plonst ze het water in! Een poosje zwemt ze zo rond, met haar kinderschaar angstig op haar rug geklemd. Plotseling duikt ze onder! Nu is het voor de jongen zwemmen of zinken geblazen. En zwemmen doen ze! In het begin gaat het erg onhandig, maar langzamerhand worden ze de kunst meester.
Ook een moederzeehond moet haar kleine geduldig helpen om te leren zwemmen. Vanuit het water zal zij haar jong overreden, smeken en ertoe trachten over te halen om te gaan zwemmen. Meestal draait het eropuit dat ze hem het water induwt. Maar daarmee is haar taak niet geëindigd. Zij helpt haar welp door van tijd tot tijd onder hem te gaan zwemmen. Mocht hij in benauwdheid komen, dan hoeft ze alleen maar haar kop onder zijn borst te duwen om zijn neus boven water te houden. Na een tijdje is de zeehondenbaby in staat alleen te zwemmen.
Hoe leert een jonge vliegende eekhoorn zweven? Zijn moeder duwt hem eenvoudig van een boomtak. En het jonge dier schijnt instinctief te weten wat het moet doen om zijn val te breken. Het spreidt zijn kleine pootjes uit, waarna het dunne vlies dat aan weerszijden van zijn lichaam voor- en achterpoten verbindt, een soort van parachute vormt die hem in staat stelt veilig naar de grond te zweven. Haar instinct vertelt moedereekhoorn wanneer haar kleintje groot genoeg is om dit kunststuk te leren. Als ze hem te vroeg van de tak zou gooien, zou dat fataal voor het jong kunnen zijn.
Als voor jonge vogeltjes de tijd nadert dat ze moeten leren vliegen, beginnen ze ijverig te oefenen om hun vliegspieren te ontwikkelen. Ze rekken hun nekjes, slaan met hun vleugeltjes, en wriemelen en kronkelen in het rond. Maar het is de moedervogel die ze er door vleien toe beweegt het nest te verlaten en te gaan vliegen. Vaak zal ze op een afstand van enkele tientallen centimeters de jongen stukjes voer voor houden om ze aan te moedigen uit het nest te komen en hun vleugels te proberen. In geval een nest zich hoog in een boom bevindt, is het zaak dat de eerste poging meteen succesvol verloopt. Het is opmerkelijk dat veel jonge vogeltjes bij hun eerste vlucht soms wel een afstand van honderd meter afleggen.
Lessen om in leven te blijven
Om te kunnen eten, moeten jonge dieren die leven van wat de zee opbrengt, leren vissen. Zeehonden, zeeleeuwen en ijsberen duiken het water in en komen boven met vis. Dan laten ze hun vangst voor de ogen van hun hongerige spruiten los. Dit moedigt de jongen aan de prooi te grijpen voordat deze kan ontsnappen. Het duurt niet lang of de dieren zijn behoorlijk bekwame vissers geworden.
Hoe belangrijk is het dat deze jonge schepselen al het mogelijke leren over het verkrijgen van voedsel! Want wanneer ze groot genoeg zijn om voor zichzelf te zorgen, verliezen hun ouders door instinct de drang om ze te voederen, zodat ze dan op zichzelf zijn aangewezen.
Leren in leven te blijven omvat ook leren gevaren te vermijden. Hoe maken diereouders hun kleintjes daarmee vertrouwd? Een moederhert leert haar kalfje de mens te vrezen door zelf een schrikreactie te vertonen bij het zien of ruiken van mensen.
Wanneer een vrouwtjeswolf voor het eerst met haar jongen bij een val komt, toont ze grote tekenen van angst. De jonge wolfjes zien haar reactie en komen op die wijze aan de weet dat vallen vermeden moeten worden.
De verdedigingsreactie van dieren op gevaar schijnt voornamelijk te worden aangeleerd. Reuzeratten die in Parijs in gevangenschap waren geboren, reageerden niet op de aanwezigheid van een grote python. Ze gingen zelfs rustig naar de slang toe en besnuffelden zijn neus. Hun ouders daarentegen vielen de slang verwoed aan; klaarblijkelijk hadden ze in hun geboortestreek in Afrika reeds met dit soort van slangen kennis gemaakt. Hetzelfde nam men waar bij jonge chimpansees. Ook zij reageerden betrekkelijk onverschillig op de aanwezigheid van een slang, terwijl de volwassen dieren blijk gaven van een grote angst.
Gehoorzaamheid leren
Soms krijgt bij jonge dieren hun speelsheid de overhand zodat ze hun lessen niet meer serieus nemen. Hun ouders schijnen met dergelijke grapjes echter geen genoegen te nemen. Een moederkat die haar jongen muizen leert vangen, zal ze een oorveeg geven als ze niet snel genoeg reageren of niet opletten.
Geiten in de bergen van Schotland sturen hun jongen vooruit de rotsen in. Als een jong een stap in de verkeerde richting doet, maakt zijn moeder hem dat door een stoot met de horens snel duidelijk.
Een jong hertje moet leren om bij tijden doodstil te staan ten einde niet ontdekt te worden. Als het ongedurig blijft, zal moederhert het een harde trap met haar hoef geven. Dat is meestal wel voldoende om het stil te krijgen.
Ook leeuwen, beren, eekhoorns en andere dieren onthouden hun ongehoorzame jongen de roede niet. Dwaasheden worden binnen de perken gehouden door een harde oorveeg, een flinke por of een krachtige afstraffing. Het is voor het eigen bestwil van de jongen. Ouderlijk onderricht zorgt ervoor dat ze in leven blijven.
Houdt dit een les in voor menselijke ouders? Misschien. Ook jonge mensjes moet gehoorzaamheid worden geleerd; zij moeten leren welk voedsel ze kunnen eten en hoe ze gevaarlijke situaties kunnen vermijden.
Zullen menselijke ouders dat echter voldoende vinden, tevreden dat zij evenveel voor hun kinderen hebben gedaan als diereouders voor hun jongen? Ons leven als mens kan zoveel rijker zijn en kan zoveel meer betekenis hebben. De bijbel die God ons heeft verschaft laat ons zien hoe.