Okinawa — Waar Oost en West zich vermengen
Door Ontwaakt!-correspondent op Okinawa
ALS stapstenen in een reuzenvijver strekken zo’n 140 eilandjes zich in een ruim 1000 kilometer lange boog uit tussen Japan en Taiwan. Dit zijn de Rioekioe-eilanden, welke eilandengroep ook wel met de naam van het belangrijkste eiland wordt aangeduid — Okinawa.
Ongeveer de helft van de eilanden zijn onbewoond. Van de andere helft is Okinawa het grootste en volkrijkste, met ongeveer 950.000 bewoners. Het is zo’n honderd tien kilometer lang, maar slechts drie tot dertig kilometer breed, en heeft een oppervlakte die wat kleiner is dan die van de provincie Utrecht. Okinawa is dus een van de dichtstbevolkte plaatsen ter wereld.
Oostelijk ervan ligt de uitgestrekte Grote Oceaan en westelijk de Oostchinese Zee. Okinawa ligt in de „tyfoonbaan”: stormen die in de Grote Oceaan zijn ontstaan, passeren de eilanden in de richting van het Aziatische vasteland. Elk jaar wordt Okinawa door één of twee hevige stormen getroffen, waarbij soms windsnelheden voorkomen van wel 300 kilometer per uur.
Toen Oost en West elkaar ontmoetten
De bewoners van de Rioekioe-eilanden zijn een samensmelting van verschillende rassen, vooral van het Chinese en Japanse ras. In 1879 maakte Japan een einde aan de monarchie op de Rioekioe-eilanden en werd het eiland officieel als een Japanse prefectuur of provincie geannexeerd. Japans werd de officiële taal en verving de vele Rioekioe-dialecten, ofschoon sommige ervan nog steeds worden gesproken.
Enkele generaties geleden was Okinawa een nog vrijwel onbekend land voor westerlingen. Slechts weinige westerlingen hadden het bezocht. Commodore Matthew Perry gebruikte het eiland in 1853 als hoofdkwartier toen hij een handelsverdrag tussen Japan en de Verenigde Staten sloot. Er waren wat zendelingen uit andere landen naar toe gekomen en zo nu en dan was het de plaats waar een natuurkenner of ontdekkingsreiziger zijn reis kort onderbrak. Maar daarmee hield het contact tussen Oost en West ook op.
Toen brak 1945 aan, en tevens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog. Okinawa was het laatste bolwerk waar de Japanners wanhopig trachtten stand te houden. Op 1 april begon de Amerikaanse invasie. In de daaropvolgende drie maanden werden er enkele van de hevigste gevechten uit de oorlog geleverd, waar de bewoners van Okinawa middenin kwamen te zitten.
Het aantal slachtoffers en de aangerichte verwoestingen waren ontstellend. Het merendeel van de bevolking werd dakloos gemaakt en ruim 10 percent gedood. Zo’n 560.000 soldaten en burgers werden gedood of gewond! Het zuidelijke deel van het eiland werd volkomen verwoest; en 95 percent van de gebouwen werd met de grond gelijkgemaakt. Niet zonder reden hebben de bewoners van Okinawa deze slag „de stalen tyfoon” genoemd.
Vermenging maar geen samensmelting
Van een totaal verwoeste stad is Naha, de hoofdstad van Okinawa, een bloeiende metropolis van zo’n 300.000 inwoners geworden. En het voormalige boerendorp Koza is uitgegroeid tot een stad van omstreeks 70.000 inwoners, groter dan Naha voor de oorlog was.
De meeste gebouwen worden van beton gemaakt en zijn „tyfoonbestendig”, terwijl de huizen gewoonlijk niet hoger dan één verdieping zijn. Er zijn echter ook honderden hoge flats gebouwd. Er razen meer dan 100.000 motorvoertuigen over het eiland, die gedurende de spitsuren in de straten van de steden hopeloos vast komen te zitten.
Westerlingen treffen hier dus veel bekends aan, met inbegrip van een groot aantal andere westerlingen. Toen de oorlog eindigde, vertrok niet al het militaire personeel van de Verenigde Staten — op lange na niet! Er wonen hier nu zo’n 90.000 Amerikaanse militairen en van hen afhankelijke personen. De Verenigde Staten hebben op Okinawa een van de ontzagwekkendste militaire complexen uit de geschiedenis aangehouden, met meer dan 120 installaties. Ruim één vierde van het eiland wordt door militaire bases in beslag genomen!
Hoewel de bewoners van Okinawa vriendelijk zijn, is de Engels sprekende, buitenlandse bevolking nooit volledig in hun kring opgenomen. De twee culturen stromen, net als olie en water, langs elkaar heen. Ze vermengen zich maar zijn nooit samengesmolten. Er is een Amerikaans Okinawa en een Okinawa’s Okinawa. Maar weinig bewoners van Okinawa hebben Engels geleerd en de meeste Amerikanen, die hier slechts op tijdelijke basis wonen, nemen de levenswijze van de eilandbewoners niet over.
Jarenlang is er druk uitgeoefend om Okinawa weer onder Japans bestuur te stellen. Eén reden hiervoor is dat de bewoners van Okinawa heel erg om land verlegen zitten en de Verenigde Staten er zoveel van in bezit hebben. In 1953 werden de Amami-eilanden, een kleine noordelijke groep van de Rioekioe-eilanden, aan Japan teruggegeven. Vervolgens tekenden de Verenigde Staten op 17 juni 1971 een verdrag waarin werd bepaald dat Okinawa en de andere Rioekioe-eilanden aan Japan teruggegeven zouden worden. Er wordt verwacht dat deze overdracht ergens in 1972 zal geschieden. Dan zal Japan, na ongeveer zevenentwintig jaar, het laatste gebied terugkrijgen dat het tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de Verenigde Staten was kwijtgeraakt.
Dit zal echter niet betekenen dat de Amerikanen zich helemaal uit Okinawa zullen terugtrekken. De Verenigde Staten zullen achtentachtig militaire installaties aanhouden en er zullen een aanzienlijk aantal mensen nodig blijven om deze installaties te bemannen.
Samensmelting van Oost en West
De handhaving van een machtige militaire basis, met daarbij een geweldig arsenaal atoomwapens, wordt door de bewoners van Okinawa niet erg gewaardeerd. Zij hebben kennis gemaakt met „de stalen tyfoon”, en militaire wapens zijn geen prettige herinnering voor hen. Daarom is de belofte van de bijbel dat de volken onder Gods bestuur ’hun zwaarden tot ploegscharen zullen slaan en hun speren tot snoeimessen’ voor velen van hen een aangename boodschap. — Micha 4:3.
In 1952 waren er nog geen getuigen van Jehovah op Okinawa die predikten over de vrede die Gods koninkrijk zal brengen, maar nu zijn er meer dan 500. In elf gemeenten komen zij geregeld voor studie en omgang bijeen. In tien van deze gemeenten worden de vergaderingen in het Japans geleid, maar sinds 1968 is er ook een Engels sprekende gemeente, die nu uit meer dan honderd personen bestaat. Deze gemeente bezoekt de Engels sprekende mensen op Okinawa en er zijn veel personen gevonden die elders de bijbel hebben bestudeerd. Een aantal van hen is geholpen in geestelijk opzicht vorderingen te maken.
Hoewel zij gescheiden samenkomen ten einde de bijbel in een bekende taal te bestuderen, bestaat er oprechte samenwerking tussen de Japans sprekende en de Engels sprekende Getuigen. Op hun congressen bijvoorbeeld, die nu door meer dan 750 personen worden bezocht, werken zij nauw samen om deze vergaderingen tot een succes te maken. Het onderlinge contact geschiedt grotendeels door middel van gebaren, maar de eenheid onder hen laat duidelijk zien hoe mensen in vrede en geluk te zamen kunnen leven.
Anderen bemerken dat deze eenheid een tegenstelling vormt met de onenigheid en verwarring die hier veelvuldig voorkomen. Toen een Japans sprekende en een Engels sprekende gemeente een leeg handelsgebouw opknapten om het als vergaderplaats te gebruiken, waren de buren zelfs zo verbaasd de twee groepen te zien samenwerken, dat velen vragen kwamen stellen. Ja, deze bewoners van Okinawa uit Oost en West vermengen zich niet alleen, maar zij smelten samen tot een verenigde christelijke familie.