De reus van het eiland Kodiak
Door Ontwaakt!-correspondent in Alaska
TOEN Russische bonthandelaars in de jaren ’60 van de achttiende eeuw het eiland Kodiak ontdekten, ontmoetten zij een ruigharig monster van 2,75 meter hoog met ontzagwekkende tanden en reusachtige klauwen. De geschrokken mannen hadden wel eens bruine beren in Siberië gezien maar nog nooit een exemplaar dat het formaat had van deze reus! De handelaars noemden hem „Iwan de Verschrikkelijke”. In onze tijd wordt deze reusachtige bruine beer de Kodiakbeer genoemd.
Wanneer men plotseling tegenover een meer dan 2,75 meter grote en 600 kilogram zware vaderbeer komt te staan, deinst men inderdaad wel even terug. Het specifieke kenmerk van meneer Kodiakbeer zijn zijn hoge bultige schouders, waaronder zware spierbundels verborgen gaan, die bovenop de schouderbladen liggen. U zou hem de „sterke man” van het eiland kunnen noemen.
Een eiland als woonplaats
Vaderbeer kan in de herfst wel een gewicht hebben van 680 kilo; moeder is echter aanzienlijk kleiner en weegt zelden meer dan 300 kilo. U zult echter nog meer onder de indruk komen van de grootte van deze volwassen dieren als u weet dat drie jongen, wanneer ze — midden in de winter — pas geboren zijn, gezamenlijk in de holte van twee mensenhanden passen. Hoe deerniswekkend ziet de baby er bij de geboorte uit — haarloos, blind en niet zwaarder dan 500 gram! Het is moeilijk voor te stellen dat hij eens de majestueuze grootte van zijn ouders zal hebben.
Na enkele maanden, wanneer de lente op het eiland haar intrede heeft gedaan, wegen de jongen 5 tot 7 kilo. Daarna groeien ze met de dag; in het hartje van de zomer zijn ze 22 kilo, en als ze op het punt staan met moeder aan hun winterdutje te beginnen, in de herfst van datzelfde jaar, wegen ze reeds vijfenveertig kilo. Broer blijft tot zijn achtste of tiende jaar groeien en is dan „meerderjarig”. Zus is op de leeftijd van zes jaar reeds volgroeid.
Hoewel de oudere, volwassen beren vaak een zeer waardige en plechtstatige indruk maken, zijn de jongen speels en ondeugend. Hun gestoei en geworstel kan zelfs moeder in een vrolijke stemming brengen. In het voorjaar, wanneer er nog sneeuw op de hoger gelegen hellingen ligt, heeft men wel beren gezien die langs sneeuwbanken gleden en dit een aantal malen herhaalden. Het is voor de mens een verrukkelijk gezicht deze wilde dieren, deze schepselen van God, te zien spelen.
Het eiland Kodiak ligt onder de zuidkust van Alaska en is de enige plaats waar de reusachtige Kodiakbeer huist. Het eiland is grotendeels bergachtig; steile hellingen en dicht dooreengegroeid kreupelhout maken het voor de mens moeilijk overal te komen. Voor meneer Beer is dat echter iets anders; hij kuiert in zijn telgang sneller voort dan een mens kan lopen, en steile rotsachtige hellingen zijn voor hem geen belemmering. Soms wordt hij op zulke vreemde plaatsen waargenomen dat men zich wel eens afvraagt of hij familie is van de berggeit. Wanneer hij aan het schrikken is gebracht, gaat hij over in een snelle draf en beweegt zich daarbij met een verbazingwekkende snelheid voort, over boomstammen en door dicht struikgewas heen. Hij wordt vaak staande op zijn achterpoten afgebeeld, maar dat is niet zijn normale houding wanneer hij loopt. Het is voor hem echter wel gewoon rechtop te gaan staan als zijn nieuwsgierigheid is gewekt, of wanneer hij wil weten welke indringer zich in het dichte gebladerte schuilhoudt.
Dit eiland met zijn ruige natuurschoon is een passende woonplaats voor dit prachtige dier. Daar de beer de voorkeur geeft aan de zilte zeelucht, gaat hij nooit ver landinwaarts en blijft aan de kust. In de zomer komt de temperatuur zelden boven de 24 °C. Struikgewas van elze-, wilge- en populierboompjes zijn plaatsen waar meneer Kodiakbeer graag met zijn gezin huist. Hoewel het sporadisch voorkomt dat de wintertemperaturen meer dan 16 °C onder nul komen, is het op het eiland niet altijd even rustig en vredig in de natuur. In de winter als het stormt, giert de wind over het eiland en beuken de golven op de rotsachtige kust. Ook mist en druilerige regen zijn een normaal verschijnsel. De beren zijn echter goed uitgerust voor dit klimaat; de pels die de Schepper ze heeft verschaft, is niet alleen warm maar ook waterafstotend!
Zich dik eten voor een gezonde slaap
Hoewel de kodiakbeer een vleeseter is, is hij dol op plantaardig voedsel. Ongeveer 75 percent van het voedsel dat hij jaarlijks nuttigt, bestaat uit groene gewassen en bessen. Hij zorgt ook voor „afwisseling” in zijn dieet door kadavervlees te eten en in de zomermaanden een maaltje verse zalm niet te versmaden.
In het midden van de zomer verzamelen de beren zich langs de vele zalmstromen. Als iemand de handelingen van de beren goed gadeslaat, zal hij tot de ontdekking komen dat de populaire voorstelling die veel tekenaars geven, dat een beer een vis met zijn poot uit het water slaat, niet klopt. Als hij in de stroom staat zal hij gewoonlijk een zalm met zijn voorpoten grijpen. En zo nu en dan steekt hij eenvoudig zijn kop onder water om een vis met zijn tanden beet te pakken.
Net als bij de mensen, zijn er onder de beren geoefende vissers en nieuwelingen. De oudere beren blijven grotendeels op één plaats staan en halen vanaf het begin een keur van lekkere hapjes uit het water. Junior daarentegen raast fanatiek door het water en springt als een woesteling om zich heen, zodat de vis alle kanten uitschiet behalve onder zijn poten.
De jonge dieren van nog geen jaar oud laten gewoonlijk moeder voor ze vissen, en men kan ze vaak hunkerend op de oever zien zitten wachten totdat ze terugkomt. Na een succesvolle vangst gaat het gezin gewoonlijk naar het struikgewas, waar moeder een gedeelte van de vis opeet en de rest voor de jongen overlaat om over te kibbelen. Nadat de familie zich aan deze overvloed te goed heeft gedaan, zal ze zich gewoonlijk naar een nabijgelegen grasveld begeven, waar de verschillende leden zich in allerlei houdingen zullen neerleggen voor het doen van een middagdutje. Men heeft sommige beren wel op hun rug zien liggen slapen met alle vier de poten in de lucht.
Tegen het midden van augustus verlaat het gezin gewoonlijk de stromen en begeeft zich naar de plaatsen waar de bessen aan het rijpen zijn. De beren blijven frambozen en bosbessen eten tot alle struiken leeg zijn. Dan, in het begin van oktober trekken veel beren weer terug naar de zalmstromen om te profiteren van de zalmen die in de herfst de rivier optrekken om kuit te schieten.
Tegen de tijd dat de winter invalt, zijn ze gewoonlijk goed voorbereid om onder de slechtste weersomstandigheden te blijven doorslapen. Een goede eetlust in de zomer zorgt ervoor dat ze in de herfst in het bezit zijn van een dikke vetlaag en een prachtige nieuwe pels. Van de zomer tot de late herfst nemen de beren wel 30 percent in gewicht toe. Biologen hebben eens de gewichtstoename nagegaan van een drie jaar oud mannetje. Hij won in 12 dagen 20 kilo aan gewicht, wat neerkomt op gemiddeld ongeveer 1,7 kilo per dag. In het berengezin dus geen vermageringsproblemen!
De zoölogen zijn het er nu over eens dat de beer geen werkelijke winterslaap houdt, maar beter een winterruster genoemd kan worden. Het verschil tussen winterslaap en winterrust kan makkelijk worden geïllustreerd door de beer te vergelijken met een echte winterslaper, bijvoorbeeld de Amerikaanse bosmarmot. Tijdens de winter lijkt een marmot volkomen dood. Zijn normale lichaamstemperatuur daalt van 36 °C tot 3,3 °C, terwijl hij slechts eenmaal in de zes minuten ademhaalt. De beer daarentegen behoudt zijn normale lichaamstemperatuur, terwijl zijn ademhaling daalt tot vijf à zes ademhalingen per minuut. Wanneer u in diepe slaap bent, heeft u ongeveer dezelfde ademhalingsfrequentie. De beer slaapt ook niet altijd ononderbroken door en kan zonder veel moeite worden gewekt.
Niet agressief, maar voorzichtigheid blijft geboden
Hoewel mensen deze reusachtige dieren wel als „verschrikkelijk” en „verscheurend” hebben afgeschilderd, heeft men bepaalde opvattingen toch moeten wijzigen. Dierkundigen en anderen die de beren vele jaren hebben gadegeslagen, zijn tot de erkenning gekomen dat deze krachtige schepselen al het mogelijke zullen doen om contact met de mens te vermijden. Zoöloog G.G. Goodwin merkte hierover op: „Ondanks hun enorme grootte en kracht zijn deze grote bruine beren niet agressief en doden ze maar zelden groot wild. Het is echter het beste om met een grote boog om een moederbeer met jongen heen te lopen; als ze gewond is, kan ze net zo gevaarlijk zijn als het verschrikkelijkste roofdier.”
Daar het gehoor en de reuk van meneer Beer scherper zijn dan zijn gezichtsvermogen, maken mensen die hem liever niet in het kreupelhout ontmoeten, gewoonlijk veel lawaai. De plaatselijke bewoners hebben al generaties lang de gewoonte om hard te fluiten wanneer zij in het domein van de beren bessen gaan plukken. Op deze wijze wordt meneer Beer geen plotselinge schrik aangejaagd, en kan hij zich zonder uitstel snel van de menselijke indringers verwijderen.
Dus ofschoon de reus van het eiland Kodiak de reputatie heeft het grootste vleesetende landdier ter wereld te zijn, is hij in werkelijkheid niet zo „verschrikkelijk” als de vroegere handelaars vreesden.