Ik was een gevangene van de oosterse dans
Door Ontwaakt!-correspondent op Ceylon
DE OOSTERSE muziek heeft veel te zeggen. Maar de dans vertelt nog meer wat niet in de muziek tot uiting komt. De dans spreekt over de luister van de goden en de mannen van naam; hij vertelt over de kracht, de schoonheid en de lenigheid van het menselijk lichaam, ja, over de verlangens van het hart. Door deze en nog veel meer dingen werd mijn belangstelling gevangen voor de oosterse dans.
Het begon toen ik al heel jong een westerse balletschool bezocht. Dansen boeide mij enorm. Bijna alle tijd die ik had, gebruikte ik om mijn danskunst te volmaken.
Het leren en uitvoeren van oosterse dansen
Op zekere dag werd er een uitvoering van een oosterse dans gegeven. Door de fascinerende taal van beweging en houding raakte ik volledig in de ban van de oosterse dans. Hoewel mijn vader door methodistische zendelingen was bekeerd en mijn moeder tot de Anglicaanse Kerk behoorde, was ik nog steeds een Singalese vrouw, een oosters meisje. En had het Oosten niet een veel oudere cultuur dan het Westen?
Daarom ging ik mij, na mijn normale schoolopleiding voltooid te hebben en na veel tegenstand van de zijde van mijn familie te hebben overwonnen, specialiseren in de verschillende dansvormen van Ceylon en India. Reeds op jeugdige leeftijd ontving ik het diploma voor de Kandyan-dans van Ceylon. Ceylon staat het meest om deze dans bekend. Kandy is een mooie stad, half verborgen in de heuvels van Ceylon. Het was de laatste hoofdstad van de Singalese koningen. Deze koningen trouwden met prinsessen uit Zuid-India. Zij hebben daarom een grote rol gespeeld bij het invoeren van deze dansen en de daarmee gepaard gaande religieuze Hindoe-invloed op Ceylon.
Toen vervolgde ik mijn studies in India, waar ik het diploma voor Bharata Natya ontving; ik was de eerste Singalese en de eerste „christen” wie dit ten deel viel. De Bharata (wat „India” betekent) Natya („dans”) Sasthra („wetenschap”) is naar verluidt het begin van alle oosterse dansvormen. Deze dansvorm staat bekend als de hoogste essentie van de vier Veda’s, de heilige geschriften van de Hindoes. De techniek is zeer ver doorgevoerd en erg moeilijk, daar alle aspecten van de danskunst erin vertegenwoordigd zijn. De dans is rijk aan gelaatsuitdrukkingen, hand- en armgebaren en ritmische bewegingen. Hij wordt bij veel lofzangen ter ere van de Hindoe-goden gebruikt.
Ik was werkelijk onder de indruk van de mate waarin de oosterse religies de dans in hun ceremonies hadden opgenomen. Waarom zouden wij christenen dat ook niet kunnen? vroeg ik mij af. Waarom zouden wij het christendom niet vermengen met dingen van ons eigen ras, onze eigen Singalese cultuur, ons eigen historische erfgoed? De Nationale Christelijke Raad van Kerken op Ceylon ging zich met mijn pogingen in die richting bezighouden, en de nauwe betrekkingen die ik had met de YMCA waren daarbij een grote hulp. Met de hulp en ondersteuning van deze organisatie ging ik naar andere landen, waar ik voordrachten hield en uitvoeringen gaf.
In 1957 werd ik uitgenodigd deel te nemen aan het programma op de Culturele Dag aan de Verenigde Christelijke universiteit te Tokio. Ik bezocht veel plaatsen in Japan. Door tussenkomst van een vriend van mijn vader werd ik uitgenodigd op de Keizerlijke Muziekschool, waar ik een ontmoeting had met prinses Chikibu en prinses Mikasa, die gefascineerd waren geraakt door mijn dansen die over de televisie waren uitgezonden.
Het dansen, met de ermee gepaard gaande onderscheiding en roem, werd alles in mijn leven. Tot juni 1961 was het leven voor mij één groot dansfestijn. De wereld baarde mij geen zorgen; mijn leven werd volkomen beheerst door het dansen, mijn dansschool en religieus dramatische kunst. Wegens het religieuze aspect van mijn dansen dacht ik dat ik niet alleen mijn kunst maar ook een groot deel van mijn leven aan de dienst van God wijdde.
Iets leren dat belangrijker is dan dansen
Toen werd ik plotseling getroffen door een tragedie. Ik was overmand door smart en volkomen gedesillusioneerd. Ik was ervan overtuigd dat God leefde, maar waar kon ik hem vinden? Tot wie kon ik mij wenden voor hulp?
Een zeer vertrouwde jeugdvriendin kwam mij opzoeken. Wat waren haar eerlijke gedachtengang en het begrip dat zij voor mij had een grote hulp! Ik kwam bij haar voor praktische hulp en raad maar niet voor geestelijke kracht en leiding. Waarom niet? Omdat zij pas uit de kerk was gegaan. Daarom gaf ik er de voorkeur aan hulp te zoeken bij de vele predikanten die ik zo goed kende. Maar dit had geen resultaat. En nog schonk ik niet veel aandacht aan de bijbelteksten die mijn vriendin steeds aan mij voorlas.
Op een dag vertelde mijn vriendin dat Jehovah’s christelijke getuigen een congres hadden en zij vroeg mij te komen. Ik deed het, maar ik was te bevooroordeeld om er iets van op te steken. Niet lang daarna werd mijn moeder ernstig ziek. Terwijl ik thuis was om voor haar te zorgen, kwamen twee jongens aan de deur die mij een Wachttoren aanboden met een artikel „De christenheid is jegens God in gebreke gebleven”. Dit wekte mijn geestelijke eetlust op, en met de vriendelijke hulp van mijn vriendin begon ik te leren wat de bijbel werkelijk onderwijst. Elk nieuwe punt dat ik leerde, vertelde ik aan de predikanten, in de overtuiging dat zij de bijbelse waarheden die ik leerde ook zouden waarderen. In plaats daarvan gaven zij mij alleen maar ontmoedigende raad en zeiden: „Ga uit hun buurt en bemoei je niet meer met hen.”
Toen mijn kennis toenam, werden mijn ogen geopend en zag ik in dat deze beschuldigers en niet de Getuigen valse christenen waren. Spoedig brak ik met de valse religie. Maar hoe stond het met mijn dansen? Wel, nu was er iets veel belangrijkers in mijn leven — het prediken van het goede nieuws van Gods koninkrijk als de enige hoop voor de mensheid. Ik ontdekte dat dansen in de bijbel niet veroordeeld werd, maar dat de vele dingen die overgenomen zijn van Babylonische religies en ook dansen die goden en mensen verheerlijken, niet passend zijn voor ware christenen.
Hoewel ik niet langer een gevangene ben van de oosterse dans, geef ik nog wel wat les in dansen ten einde in mijn levensonderhoud te voorzien, terwijl ik de rest van mijn tijd besteed aan de christelijke bediening. Het onderwijzen van de waarheid uit de bijbel kan tot eeuwig leven leiden in Gods nieuwe ordening. Het onderwijzen van oosterse dansen kan dit nooit. Daarom zijn er met degenen die ik geholpen heb Gods waarheid te leren kennen veel nauwere en oprechtere vriendschapsbanden ontstaan dan met degenen die ik heb leren dansen. Werkelijk, ik geniet nu een voldoening en vrijheid die ik vroeger nooit heb gekend.