Wat het wil zeggen brandweerman in een wereldstad te zijn
Zoals verteld aan een schrijver van de Ontwaakt!-redactie
MENSEN zeggen wel eens tegen mij: „Het is zeker wel geweldig opwindend om brandweerman te zijn.” Ladders beklimmen, mensen redden en de vlammen bestrijden heeft voor hen iets aantrekkelijks en spreekt tot hun verbeelding. Daarom zijn zij verbaasd als ik hun een heel andere indruk van mijn werk geef.
In de achttien jaar dat ik nu in de stad New York brandweerman ben, zijn mijn collega’s en ik al naar duizenden branden geraasd. Ik ben al honderden malen van de wagen afgesprongen en een brandend gebouw ingerend. Maar in een met rook gevulde kamer of gang — waar men niet door anderen gezien wordt — is er niets meer wat tot de verbeelding spreekt of een opwindend gevoel geeft; daar vecht de brandweerman voor zijn eigen leven en misschien voor dat van anderen.
Zwaar en gevaarlijk werk
De rook is vaak zo dik dat men niets kan onderscheiden — een heldere lamp die misschien maar enkele tientallen centimeters weg is, kan men nog maar nauwelijks zien. Alles moet op het gevoel worden gedaan. Het is een wanhopig gevoel — blindelings in een onbekend gebouw rond te tasten.
De brandweerman zoekt snel naar een muur en beweegt zich dan daarlangs voort. Hij tast naar lichamen en zoekt naar een raam dat hij kan openbreken om de giftige rook uit te laten. Hoestend en naar adem snakkend tracht hij wat lucht binnen te krijgen. Vaak moet hij zijn gezicht een paar centimeter boven de vloer houden om te kunnen ademen. Met elke pijnlijke ademtocht zuigt hij meer irriterende rook, dodelijke koolmonoxyde en andere giftige gassen naar binnen. Zijn ogen branden. Zijn lichaamstemperatuur stijgt terwijl de smorende hitte zijn krachten wegsmelt.
Het komt voor dat brandweerlieden door de rook en de hitte bevangen worden. Dan moeten zij uit het brandende huis of gebouw worden weggesleept of -gedragen. Maar sommigen zijn niet zo gelukkig — ieder jaar sterven er in New York ongeveer acht brandweerlieden bij het volbrengen van hun taak. De rest wordt geconfronteerd met het vooruitzicht korter te zullen leven wegens de giftige verbrandingsprodukten die zij week in week uit inademen. Daar zelfs de gewone luchtvervuiling in een stad gevaarlijk is voor de gezondheid, kunt u zich voorstellen welke schade er wordt toegebracht aan het lichaam van een brandweerman, die geregeld gebouwen binnengaat waar zo’n dikke rook hangt, dat men er niets meer ziet!
Maar behalve de persoonlijke gevaren, bestaat er ook nog het ziekmakende, wanhopige gevoel als men te laat is om te kunnen helpen. Ik heb slachtoffers gehad die zo ernstig verbrand waren dat zij haast in mijn armen uit elkaar vielen. De schijnwereld van de verbeelding is volledig verdwenen als men met de dood geconfronteerd wordt of snikkende, hysterische moeders ziet die hun handen uitstrekken naar wat er van hun kinderen is overgebleven. Ook geeft het geen opwindend gevoel de sombere gezichten te zien van mensen die alles verloren hebben. Deze dingen heb ik herhaaldelijk meegemaakt en ze maken iemand alleen maar wanhopig.
Wat vuur doen kan
Brandweerlieden hebben, geloof ik, een heel andere kijk op het vuur en zijn gevaren dan de gewone burger. Wij weten wat vuur kan doen — hoe onberekenbaar het is. Ik heb branden gezien die na urenlang gesmeuld te hebben plotseling een hele kamer in lichtelaaie zetten. Ik ben bij gebouwen geweest van vele verdiepingen hoog die binnen enkele minuten van boven tot onder volkomen in brand stonden. Ik heb gezien hoe de rook van een smeulend matras mensen kan doden. Zelfs mensen die vele verdiepingen boven de werkelijke brandhaard zitten, kunnen sterven door het inademen van de rook!
Ik zou u graag willen vertellen wat vuur kan doen — niet met de bedoeling u schrik aan te jagen of in paniek te brengen — maar opdat u maatregelen kunt nemen om uzelf en uw geliefden te beschermen. Denk eraan: alleen in de Verenigde Staten worden per jaar al 12.000 personen het slachtoffer van brand! Denk ook aan de tienduizenden die een brand wel overleven maar ernstige brandwonden oplopen en in sommige gevallen voor hun leven verminkt blijven.
Statistieken zijn zo koud en nietszeggend. Maar als men persoonlijk bij een brand betrokken is geweest, blijft er een onuitwisbare indruk achter. De vele herinneringen die ik heb, geven een veel levendiger beeld van de gevaren van vuur dan welke statistiek maar ook.
Het is soms hartverscheurend
Een paar jaar geleden kwam ik na een telefoontje aan bij een flatwoning in Brooklyn, waar alles weer onder controle scheen. Het vuur was uit. Het enige zichtbare teken van de brand was een gedeeltelijk verschroeid gordijn. Het kleine meisje van zeven jaar had echter letsel opgelopen. Zij had het gordijn in brand gestoken en waarschijnlijk had zij in haar poging het vuur uit te maken het gordijn naar beneden getrokken, waardoor haar kleren vlam hadden gevat. Haar ouders sloegen de vlammen uit.
Zij schenen helemaal niet te beseffen dat het meisje ernstig gewond was. Maar toen ik haar beter bekeek, zonk het hart mij in de schoenen. De hele binnenkant van haar benen en ook een gedeelte van haar rug waren ernstig verbrand. Zij verkeerde in een shocktoestand en voelde er daarom niets van. Zij leek zelfs heel normaal. Zij zat op, en op haar verzoek was haar favoriete tv-programma aangezet. Tijdens het wachten op de komst van de ambulance voelde ik mij zo machteloos, zo onhandig en nutteloos. De volgende morgen belde ik het ziekenhuis op. Het meisje was gedurende de nacht overleden.
Er is niet veel vuur voor nodig — één ogenblik van onbedachtzaamheid en binnen een paar seconden kan men dodelijk gewond zijn! Dit gebeurt geregeld! De gemiddelde persoon beseft eenvoudig niet hoe gevaarlijk vuur is, hoe snel het om zich heen grijpt.
Bij een andere gelegenheid waren wij in de kazerne net aan de lunch begonnen toen er alarm werd gegeven. Een gebouw van twee verdiepingen in Brooklyn stond in brand. Toen wij aankwamen, had het vuur al bezit genomen van de hele benedenverdieping, met inbegrip van de keuken. Daar het midden op de dag was, veronderstelden wij dat iedereen al naar buiten was. Maar nadat wij het vuur hadden bedwongen, ontdekten wij in de keuken het lichaam van een jongen. En enkele ogenblikken later, achter de keuken, in de met rook gevulde badkamer, struikelde ik bijna over een ander kind, dood. Hoe snel waren zij bevangen geraakt!
De moeder had haar zoon gestraft en hem naar zijn slaapkamer gestuurd. Op de een of andere manier was het vuur daar begonnen, maar de moeder wist dit niet totdat de vlammen zichtbaar waren en haar zoon uit de kamer kwam rennen. Haar eerste reactie was naar boven te lopen en een kreupele persoon te helpen die bij hen inwoonde. Tegen de tijd dat zij deze persoon had geholpen buiten te komen, stond de eerste verdieping reeds in lichtelaaie. Zij veronderstelde dat haar twee jongens, van ongeveer acht en vijf jaar, ook naar buiten waren gegaan. Zij zocht naar hen; maar waarschijnlijk hadden zij te lang geaarzeld of waren in paniek geraakt.
Ik nam de jongen in de keuken op en droeg hem naar het ziekenhuis aan de overkant van de straat. Hij was zo ernstig verbrand dat ik hem nauwelijks bij elkaar kon houden. De moeder was hysterisch. De dokter keek naar de verkoolde resten en wendde in ontzetting zijn hoofd af.
Omstreeks die tijd kwamen de schoolkinderen thuis voor de lunch. Sommigen riepen opgewonden: „Hé, daar was brand!” En toen ze dichterbij kwamen: „Het is in mijn blok!” Toen hoorde ik er een op een heel andere, angstige toon zeggen: „O, het is mijn huis.” Dat trof mij tot in het diepst van mijn hart. Straks zou een kind horen dat zijn jongere broers op een verschrikkelijke manier om het leven waren gekomen. Ik zal de wanhoop die ik toen voelde, nooit vergeten.
Als ik deze tragedies meemaak, doet het mij vooral zeer als ik besef dat ze niet hadden behoeven te gebeuren. Ze hadden voorkomen kunnen worden. Soms wordt een brand alleen maar veroorzaakt door onnadenkendheid of achteloosheid. Ik herinner mij een voorbeeld; iets dat tamelijk veel voorkomt.
Een moeder die in een gemeenteflat woonde, ging naar de winkel en deed de deur van haar flat op slot, terwijl zij haar twee, nog niet schoolgaande kinderen thuis achterliet. Ongetwijfeld had zij dit al vele malen gedaan. Maar deze keer brak er brand uit; waarschijnlijk was een van de kinderen met vuur gaan spelen. Toen wij aankwamen, kwam er slechts een klein beetje rook door de kieren. Wij renden de trappen op naar de etage, maar de gesloten brandbestendige deur belette ons onmiddellijk binnen te komen.
Binnen was er een dikke rook. Wij konden niets zien. Dus moesten wij bukken en tastend een weg zien te vinden. Meestentijds vindt een brandweerman iemand doordat hij over hem struikelt of hem aanraakt. Wij vonden de twee jongens en brachten ze snel naar buiten.
De ene was dood, gestorven door de rook. De ander vertoonde nog enige tekenen van leven. Daarom begon ik onmiddellijk mond-op-mond-beademing op hem toe te passen. Toen brachten ze het beademingsapparaat van de brandweerwagen. Wij werkten door tot de ambulance kwam, maar ook dit kind stierf.
Ongeveer tegen die tijd kwam de moeder terug. U kunt u voorstellen hoe zij zich voelde, vooral omdat zij wist dat zij gedeeltelijk verantwoordelijk was voor wat er had plaatsgevonden, want zij had haar kinderen alleen gelaten. Als een brandweerman deze dingen meemaakt, kan hij alleen maar wensen dat de mensen beter nadenken bij wat zij doen. Er bestaat eenvoudig geen reden voor waarom ieder jaar 12.000 Amerikanen hun leven moeten verliezen door brand.
Overleg van tevoren
Ik heb heel wat lezingen voor studenten en andere groepen van personen gehouden over de bescherming tegen brand. Ik tracht hen er dan direct bij te betrekken door op de man af te zeggen: „De reden waarom ik hier ben, is om u te redden — om u te helpen en u te vertellen wat u moet doen als er brand uitbreekt. Enig overleg, een plan waarnaar men kan handelen, kan het verschil uitmaken tussen leven en dood.”
Altijd als ik een gebouw binnenga, denk ik automatisch: Hoe zou ik hier in geval van brand uitkomen? Hieraan dient u vooral te denken bij uw eigen huis. Kent u iedere uitgang van uw huis? Wat weet u van de uitgangen van andere gebouwen waar u komt? In een noodsituatie trachten mensen altijd de weg terug te gaan die zij gekomen zijn, waardoor er onvermijdelijk een opstopping ontstaat. Bij de ramp in het Iroquois-theater in Chicago, verscheidene jaren geleden, werden slechts drie van de tien beschikbare uitgangen gebruikt — 575 mensen kwamen om!
Overleg is van levensbelang, want brand komt meestal ’s nachts als mensen plotseling wakker worden en enigszins gedesoriënteerd zijn. Als zij weifelen en niet precies weten wat zij moeten doen, kunnen zij in paniek raken. Misschien blijven zij bewegingloos staan, kruipen onder een bed, rennen naar het toilet of gaan andere dwaze dingen doen. Dit gebeurt vaak en kost veel levens. Het is echter interessant dat in de Tweede Wereldoorlog, tijdens de luchtaanvallen op de steden bijna geen teken van paniek te bespeuren viel, omdat iedereen wist wat hij moest doen.
Om het maken van plannen te stimuleren vraag ik altijd aan de mensen die ik toespreek: „Wat zou u vannacht doen als er brand uitbrak? Hoe zou u naar buiten zien te komen? Waar zou u heen gaan? Stel voor dat de deur van uw slaapkamer dicht is; u loopt ernaar toe en voelt dat de deurknop heet is. Zou u dan door die deur gaan?”
Dat zou het ergste zijn wat u kunt doen. Als u de deur opent, wordt het vuur gevoed met nieuwe zuurstof, waardoor de vlammen waarschijnlijk reeds in de kamer om zich heen hebben gegrepen voordat u ontsnapt bent. Open dus nooit een hete deur.
Het is in het algemeen ook gevaarlijk naar een trap te gaan. De hete lucht en de vlammen stijgen namelijk omhoog en kunnen zeer snel langs een trap naar boven gaan. Deze kennis zou een vader en een zoon die ik een paar jaar geleden uit een brand haalde, het leven hebben gered.
De brand was uitgebroken in een gebouw van drie verdiepingen waarin enkele gezinnen woonden. De brand begon op de benedenverdieping. Toen de rook het huis van een jong gezin binnendrong, nam de moeder een kind en klom door het raampje van de badkamer naar buiten, waar zij beiden veilig waren. Maar de vader pakte zijn zoontje en rende de deur uit. Daar de vlammen de voordeur versperden, rende hij naar boven, naar het dak. Toen ik enkele ogenblikken later door het dak kwam, vond ik de man en de jongen bovenaan de trap liggen; beiden waren dood. De hitte en de rook hadden hen bevangen eer zij in veiligheid konden komen.
Brandoefeningen thuis
Bij een noodsituatie dient men automatisch te weten wat men moet doen, anders zal men waarschijnlijk een verkeerde en mogelijk fatale beslissing nemen. Daarom heb ik groepen studenten aangeraden thuis brandoefeningen te houden. Zij hebben brandoefeningen in hun onderwijsgebouwen, dus waarom niet thuis, waar veel meer mensen door brand gewond raken of hun leven verliezen?
Een raam is vaak de beste ontsnappingsweg, vooral als men ’s nachts wakker wordt. Maar men dient wel te oefenen, want in een met rook gevulde kamer kan men niets zien; ook is het gevoel voor richting verdwenen — alles moet op de tast gebeuren. U kunt u nauwelijks voorstellen wat dat betekent voordat u het zelf ervaren hebt. Het is gewoonlijk het beste een muur op te zoeken en deze dan te volgen tot men een raam bereikt. Ik moedig studenten altijd aan: „Als jullie vanavond naar je kamer gaan, doe dan je ogen dicht of doe een blinddoek voor en probeer het raam te bereiken. En kijk dan of je het kunt openen.”
Het is verbazingwekkend hoe moeilijk dat soms kan zijn, vooral bij de aanwezigheid van dubbele ramen of horren. Maar als u weet hoe u ze snel kunt openen, kan dat uw leven redden. Ik stel ook altijd voor een touwladder aan te schaffen en de kinderen er in de praktijk mee te laten oefenen; ook moet hij ergens opgeborgen worden waar men hem snel kan terugvinden als er zich een noodsituatie voordoet.
Duizenden mensen die het slachtoffer zijn geworden van brand, zouden nu nog in leven zijn als zij dergelijke dingen hadden geoefend. Nog onlangs brak er in een huis in Jamaica Estates, een buitenwijk van de stad New York, brand uit op de benedenverdieping, nadat het gezin op de eerste verdieping naar bed was gegaan. De vader, een rechter, rende naar de slaapkamer van de kinderen om ze te redden — als gevolg daarvan stierven zij allemaal. Als elk uit zijn eigen raam was gegaan, zouden allen nog in leven zijn geweest. Zelfs van de eerste verdieping kan men wegkomen door eerst aan de vensterbank te gaan hangen en zich dan te laten vallen. Men kan beter wat letsel van de val oplopen dan een bijna zekere dood tegemoetgaan!
Het is ook van uitermate groot belang dat het gezin buiten een ontmoetingspunt afspreekt, waar men na de ontsnapping uit huis bij elkaar komt. Vaak komen wij bij een brand en dan roepen de ouders: „Mijn kind is nog binnen. Haal het eruit! Haal het eruit!” Vaak is het kind al buiten, maar wij rennen naar binnen om het te zoeken. Verschillende collega’s van mij zijn hierbij om het leven gekomen. In het afgelopen voorjaar is dat nog gebeurd toen commandant John Dunne zich een weg vocht door de vlammen op de tweede verdieping van een flat in Brooklyn. Er was hem gezegd dat er nog vier kinderen binnen waren, terwijl later bleek dat zij al eerder waren gevlucht. Dunne werd ingesloten door de vlammen en stierf.
Wat ik ook vaak beklemtoon, is dat men niet in een brandend gebouw moet teruggaan om bezittingen te halen. Dit heeft al zeer veel levens gekost. Ik herinner me een brand in een kantoorgebouw; allen die er werkten, waren naar buiten gegaan. Toen de brand niet zo ernstig scheen, renden zij terug om nog enkele dingen te halen en kwamen daarbij om het leven.
De meeste mensen onderschatten in dergelijke gevallen het gevaar van de rook; rook is buitengewoon giftig. Het vuur op zich doodt zelden mensen, wel de rook. Rookvergiftiging heeft bovendien een cumulatief effect, zodat de levensverwachting van een brandweerman, die herhaaldelijk aan rook is blootgesteld, erdoor afneemt.
Een hopeloos drukke en afmattende taak
Sommige dingen maken de steeds drukker wordende taak van een brandweerman in een wereldstad extra hopeloos. Het is ongelooflijk! Toen ik bijna twintig jaar geleden met mijn werkkring begon, was ik bij een van de drukste korpsen van de stad, „Ladder” 17 in South Bronx. Wij moesten ongeveer 1800 maal per jaar uitrukken. Nu hebben sommige korpsen bijna 10.000 alarmen per jaar te verwerken! Van 1966 tot 1968 ging het totale aantal brandalarmen in de stad omhoog met 44 percent, terwijl het aantal manschappen niet toenam en ook het blusmaterieel praktisch hetzelfde bleef.
Het is waar dat veel alarmen vals zijn — ongeveer één op de drie. Maar wij weten nooit of een alarm vals is tenzij wij ernaar toe gaan. Het betekent dus vaak dat men de hele tijd onderweg is en er nauwelijks een moment over is om te eten. Acht jaar lang heb ik dienst gedaan in Brownsville, Brooklyn, maar het werk daar werd te zwaar — ze kunnen er alleen maar jonge kerels gebruiken. Gelukkig kon ik overgeplaatst worden naar een minder drukke wijk — naar „Ladder” 143 in Queens.
Brownsville heeft nu het duizelingwekkende aantal van 4000 alarmen per vierkante kilometer per jaar! Het is dag in dag uit: brand, brand, brand. Vaak heeft een brandweerman enkele branden per dag. Ik geloof dat een ervaring die brandweerman Bob Daily meemaakte wel duidelijk laat uitkomen hoe gewoon branden daar zijn geworden.
In een etagewoning was brand uitgebroken en Bob ging naar het naastgelegen woongedeelte om te zien of ook dat in brand stond. De deur was gesloten en daar hij aannam dat de mensen weg waren, sloeg hij de deur in om binnen te komen. Daar in de rokerige kamer zat een oudere dame. Hij putte zich uit in verontschuldigingen en vroeg waarom zij de deur niet had opengemaakt. „O”, zei zij, „wij hebben hier zoveel branden in de omgeving, dat ik er niet veel aandacht meer aan schenk.”
Soms staat bijna de hele wijk in vuur en vlam! Ik zal nooit de tijd vergeten toen Martin Luther King werd vermoord. Op de avond van zijn begrafenis werden korpsen uit de hele stad naar Brownsville gedirigeerd. Ik herinner mij nog hoe ik boven op het dak van een gebouw stond en water op een vuur spoot. En overal waar ik keek, in de hele omgeving, kon ik branden zien ontstaan.
Maar zo iets is geen zeldzaamheid meer. Sinds die tijd zijn dergelijke situaties al een paar maal voorgekomen. Zo gebeurde bijvoorbeeld hetzelfde toen de stad vorig jaar alle sociale uitkeringen stopzette. De kranten vermeldden dat er op die dag in Brownsville meer dan 120 branden waren! Soms worden er zelfs berichtjes gestuurd met de datum wanneer er in een bepaald deel van de wijk brand zal ontstaan; en dat gebeurt dan ook. Als gevolg daarvan lijken Brownsville, South Bronx en andere delen van New York wel op de platgebombardeerde, met geblakerde littekens ontsierde steden van Europa na de Tweede Wereldoorlog.
Het bestrijden van zoveel branden is op zichzelf al een hopeloze taak, maar nu moeten de brandweerlieden zich ook nog tegen de brandstichters beschermen. In sommige wijken worden de brandweerlieden die komen om de vuren te doven, met stenen en flessen bekogeld. In 1970 kwamen er meer dan 800 incidenten voor waarbij brandweerlieden werden aangevallen; daarbij werden er 343 gewond.
Waarom gebeurt dit? Wel, omdat de weinig bevoorrechte bevolkingsgroep die in deze wijken woont volkomen gefrustreerd is geraakt. De woningen zijn oud en bouwvallig, en de mensen zien weinig of geen verbetering ondanks de beloften die men heeft gedaan over stadsvernieuwingen. Ik geloof dan ook dat zij uit woede gaan vechten; zij verbranden leegstaande en afgekeurde huizen in de hoop dat er sneller iets gedaan zal worden. En omdat wij hen dit beletten, vallen zij ons aan. Ik denk ook dat zij ons bevechten omdat zij ons identificeren met de „gevestigde orde”, die zij haten.
Misschien hebben sommige mensen ook een hekel aan de brandweerlieden zelf. Ik weet dat het een veelgehoorde klacht is dat wij vernielzuchtig zijn — dat wij onnodig schade aanrichten in de huizen. Maar de mensen redeneren zo omdat zij niet weten hoe gevaarlijk een vuur is, hoe het zich kan verspreiden of op welke wijze de huizen zijn gebouwd. Laat mij het u uitleggen.
Een vuur doven
Als wij bijvoorbeeld uitrukken naar een zes of zeven verdiepingen tellende meergezinswoning, weet iedere man van ons wat hij moet doen en elk haast zich om zijn taak ten uitvoer te brengen. Ieder is zich ervan bewust dat het leven van zijn makkers afhangt van wat hij doet. Eén man gaat snel naar het dak, opent het dakluik en verwijdert de daklichten — hij doet alles om het gebouw te ventileren zodat de giftige rook uit de portalen en het trappehuis beneden kan ontsnappen. Dan gaat hij een brandladder af en doet ramen open voor nog meer ventilatie.
Intussen hebben twee man misschien een brandblusapparaat gegrepen en zijn naar binnen gerend om de brand zelf te lokaliseren. In een met rook gevulde kamer kan hun leven en dat van anderen die er misschien nog zijn, op het spel staan. Daarom is er, zoals u kunt begrijpen, geen tijd voor het voorzichtig openen van ramen. Als men een raam gevonden heeft, wordt het zo snel mogelijk stukgeslagen om even wat adem te kunnen halen. Vaak kunnen wij kinderen en ook anderen die misschien door de giftige rook overvallen en bevangen zijn, levend naar buiten brengen.
Door dit ventileren kunnen de andere mannen met de zware waterslang volgen en bij de vuurhaard komen. Als de rook nergens kan ontsnappen en door de waterstraal in een bepaalde richting wordt gedreven, wordt hij in een kamer of portaal steeds dikker, tot hij uiteindelijk over de hoofden van de spuitgasten schiet en achter hen een vuur ontsteekt. Als dat gebeurt, komen zij in ernstige moeilijkheden — en dat alles omdat de mannen die voor de ventilatie moesten zorgen niet snel genoeg het dak en de ramen opendeden.
Toch hebben sommige personen er bezwaar tegen dat hun plafond of wanden beschadigd worden als hun woongedeelte op enige afstand van het vuur is gelegen. Maar ook daarvoor is een reden. Brandweerlieden weten welke wegen een vuur kan volgen. Zij zijn zich ervan bewust dat het een lange afstand kan afleggen zonder dat men het ziet. Jaren geleden veroorzaakten een paar vonkjes van een stuk snijgereedschap een brand in een metaalfabriek. De arbeiders doofden het vuur — tenminste dat dachten zij — met de slang van de standpijp van de fabriek. Maar ongeveer dertig minuten later was plotseling het hele dak één vlammenzee; het vuur was door de holle wanden verder gegaan. Het werd een catastrofe.
Brandweerlieden hebben verstand van vuur en zoeken daarom in nabijgelegen kamers of woningen naar tekenen van vuur. Ik doe mijn handschoen uit en voel aan de wand; als de wand heet is, kan er vuur achter zijn. Dus moet er een gat in de wand gestoten worden om te kijken. Vuur kan zich vooral goed in horizontale richting verplaatsen, zonder dat men het ziet. Als wij in een woning het plafond naar beneden trekken en er is ook maar het geringste teken van vuur, voelen wij ons niet veilig vóór wij ook het plafond in de volgende woning naar beneden hebben getrokken om er zeker van te zijn dat het vuur niet verder is gegaan. Er kan dus schade in een woning worden aangericht terwijl het vuur niet eens zover is gekomen. Maar dit wordt niet uit vernielzucht gedaan, zoals sommigen misschien denken, maar ter bescherming van de bewoners.
Onbegrip, afmatting, een toenemende hoeveelheid werk, het voortdurend inademen van rook, het zoeken naar door brand ingesloten slachtoffers, de hopeloze blik in de ogen van mensen die alles kwijt zijn, collega’s en anderen te moeten zien sterven — dit alles geeft de brandweerman in een wereldstad wel eens een hopeloos gevoel. Wij hebben een hard, gevaarlijk beroep. Toch smaken wij een voldoening die men in bijna geen enkele andere werkkring tegenkomt. Wij zijn in staat mensen in moeilijkheden bij te staan en iets voor hen te doen als zij om hulp roepen. En dat weegt voor mij tegen alle gevoelens van wanhoop op.