Een bezoek in het inwendige van de aarde
Door Ontwaakt!-correspondent in Libanon
GEEN aardse beeldhouwer zou de schoonheid hebben kunnen scheppen die men in het inwendige van de aarde kan aanschouwen. Daar bevindt zich een adembenemend wonderland: allerlei fantastische formaties — in de vorm van kleurrijke stalactieten en stalagmieten, prachtige vertrekken en kristalhelder water.
In vele delen van de wereld zijn ondergrondse grotten. Een werkelijk opmerkelijk voorbeeld van hun schoonheid hebben wij hier in Libanon — de schitterende grotten van Jeïta. Ze bevinden zich in het Libanongebergte, niet ver van de blauwe Middellandse Zee.
Op weg erheen
Onlangs besloten wij deze grotten een bezoek te brengen. Wij verlieten Beiroet en reden dertig minuten langs de kust tot wij bij de Hondsrivier, of Nahr el-Kelb zoals de Arabieren hem noemen, aankwamen. De oorsprong van deze rivier bevindt zich in de grotten van Jeïta.
Deze plek was het kruispunt van de oude wereld. Hier trokken farao’s op tegen de Hethieten. Syrische koningen reisden langs deze route om de steden Sidon en Tyrus te veroveren. En Romeinse legioenen onder generaal Vespasianus trokken langs deze weg om een opstand in Jeruzalem te onderdrukken. Allen waren onbewust van het wonderbaarlijke rijk dat zich zo dichtbij in het inwendige van de aarde bevond!
De ontdekking en verkenning
De grotten van Jeïta werden slechts iets meer dan honderd jaar geleden ontdekt. Een Amerikaan genaamd Thomson zocht, terwijl hij op jacht was, een schuilplaats in een rotsholte. Hij hoorde water murmelen en nieuwsgierig, maar voorzichtig, ging hij op het geluid af. Tot zijn verbazing kwam hij aan de oevers van een ondergronds meer. Hij vroeg zich af waar het meer helemaal heenliep en vuurde in het donker zijn geweer af. Het antwoord kwam terug — een door een doolhof van grotten weergalmende echo. Zo werd in het jaar 1836 Jeïta ontdekt.
Zevenendertig jaar later, in 1873, gingen twee ingenieurs van de waterleidingmaatschappij van Beiroet, Maxwell en Bliss, de grotten verder verkennen en ontdekten toen de bron van de Hondsrivier. Zij waren de eersten die een blik wierpen op de kleurrijke stalactieten- en stalagmietenformaties. Anderen ondernamen verdere expedities, waarbij nog meer wonderen aan het licht kwamen. Ten slotte werden de verste delen van de grotten bereikt — meer dan zes kilometer weg!
Op een plaats waarin slechts de vermetelste grotonderzoeker zich zou wagen, is het plafond van de grot ongeveer zestig meter hoog! Deze rijk met allerlei steenformaties getooide grot werd in 1955 voor het publiek opengesteld. In 1958 werd er een bovenvertrek ontdekt, meer dan 48 meter boven de rivier. Hierin bevinden zich ook duizenden formaties. Het werd in augustus 1967 officieel voor het publiek opengesteld.
De rondleiding begint
Wij komen binnen in de grotten en merken dat de lucht veel koeler is dan buiten. Hier in Jeïta blijven de grotten het hele jaar door op een constante temperatuur van 15° Celsius. Als wij bij water komen, stappen wij in een platte boot die een beetje op een gondel lijkt. Met grote oplettendheid vervolgen wij onze tocht in het binnenste van de aarde.
De roeier van onze boot staat voor bij de boeg met een lange stuurstok, waarmee hij op vaardige wijze onze boot door het donkere water leidt. De vaargeul is wijd, maar wordt snel nauwer. De reusachtige rots aan de rechterkant werd door vroegere onderzoekers „De Kurk” genoemd, omdat hij hen had verhinderd de grotten verder te verkennen. Als wij de rots voorbijvaren, vangen wij een eerste glimp op van de kleurrijke stalactieten.
Deze prachtige wonderen hangen in de vorm van reusachtige ijskegels, baldakijnen, kroonluchters en draperieën van het plafond naar beneden. En in wat een bonte mengeling van kleuren — geelbruine, rode en witte! Ook steken aan alle kanten stalagmieten in een grote verscheidenheid van grootte, vorm en kleur, van de grotbodem omhoog. Sommige lijken op reusachtige pilaren en bomen; één ziet er uit als de scheve toren van Pisa. Andere lijken op mandflessen, kwallen of hebben zelfs enigszins de gedaante van mensen en dieren. Op sommige plaatsen zijn de stalagmieten zover gegroeid dat ze de hangende stalactieten hebben ontmoet, waardoor er een vaste kolom is gevormd.
Adembenemende formaties
Het is verbazend hoe de Grote Beeldhouwer bij het maken van deze kunststukken heel eenvoudige gereedschappen gebruikte. Kalksteen en water zijn de basisgrondstoffen. Het woord stalactiet betekent zelfs „wat druppel voor druppel valt”.
Het water sijpelt van boven de grond in de grotten en neemt zeer kleine deeltjes uit het kalksteen opgeloste calciumcarbonaat mee. Het water hangt in druppels aan het plafond en verdampt heel langzaam. Het calciumcarbonaat dat achterblijft, vormt een kleine ring aan het plafond en kristalliseert. Het voorwerp groeit als druppels water langzaam blijven verdampen en het erin opgeloste materiaal wordt achtergelaten.
Soms verdampt het water niet volledig, maar valt op de bodem, waardoor het begin van een omgekeerde stalactiet, een stalagmiet, wordt afgezet. Deze formaties groeien heel langzaam. Wij kijken in verbazing naar een reusachtig grote kolom. Wat een wonder! Hij moet wel vijftien meter hoog zijn!
Jeïta is lang niet de grootste grot ter wereld. De Mammoth Cave in Kentucky is een grot waarin men nu meer dan 270 kilometer aan gangen heeft verkend! In Jeïta heeft men echter het voordeel de wonderen te kunnen zien terwijl men geruisloos door het kristalheldere water voortglijdt.
De bovenste galerijen
Na onze tocht van vijfentwintig minuten over dit kalme, onderaardse meer, hebben wij nog veertig minuten om in de adembenemende bovenste galerijen door te brengen. Deze blijken wat schoonheid betreft niet onder te doen voor wat wij reeds gezien hebben.
Hier groeien de stalactieten en stalagmieten ook in allerlei vormen — sommige glinsteren als kostbare edelstenen in rode en groene tinten. Andere lijken gezamenlijk wel een woud van pijnbomen. De mooiste stalactietenformaties zijn de witte stalactieten, gevormd uit zuiver calciumcarbonaat, calciet genaamd.
Maar de meeste formaties bevatten kleuren. Koolzuur lost de mineralen uit de bodem op, en deze geven de formaties hun kleur. IJzer maakt de formaties geel, oranje-bruin en rood. Mangaan maakt ze zwart, terwijl koper ze een groenachtige of blauwe tint geeft. Daarom is ons rijk onder de aarde zo mooi.
De kalmte en rust die hier heersen, doen ons fluisteren. Alleen het druppelen van het water van de stalactiet die zijn broer de stalagmiet voedt, verbreekt de stilte. De bovenste galerijen geven de indruk van een grote concertzaal, en ze worden ook inderdaad voor dat doel gebruikt! Wat geweldig moet het zijn in een dergelijke inspirerende omgeving naar muziek te luisteren!
Werkelijk, de Grote Beeldhouwer heeft een ondergronds rijk gebeeldhouwd dat een verrukking is voor de ogen. Geen wonder dat wij als bezoekers van Jeïta worden bewogen uiting te geven aan onze lof voor de Schepper.