Zijn de spanningen overtrokken?
ZIJN de spanningen van deze tijd overtrokken?
„Ja”, zullen sommigen antwoorden. Zij zullen erop wijzen dat er altijd al, in meerdere of mindere mate, misdaad, oorlog, armoede en ontevredenheid over de levensomstandigheden zijn geweest.
Bovendien vragen zij: Is het niet zo dat, zelfs in grote steden, de wiskundige waarschijnlijkheid dat iemand vermoord of verkracht zal worden slechts één op de duizenden bedraagt? Vormen drugmisbruikers niet nog maar een klein deel van de bevolking? Kunnen wij ontkennen dat veel landen op het ogenblik voorspoed en welvaart genieten en dat de arbeiders meer materiële bezittingen hebben dan ooit tevoren?
Is het ook niet zo dat, hoewel er in sommige gebieden oorlog is, de meeste landen vrede hebben? En is het niet duidelijk dat, ondanks de angstaanjagende waarschuwingen in verband met de vervuiling, de meeste mensen nog helemaal niet ’als ratten sterven’ maar nog volop in leven zijn? ’Stel nu’, zo zeggen zij, ’dat wij een bepaalde vis niet meer mogen eten omdat hij kwik bevat, dan zijn er toch nog zoveel andere dingen die een mens kan eten?’
Dit is allemaal volkomen waar.
Toch ziet men hierbij enkele belangrijke punten over het hoofd. Welke?
Hoewel degenen die direct of zichtbaar de invloed van een van deze vele problemen ondervinden of erdoor getroffen worden, misschien slechts een minderheid vormen, blijft het feit bestaan dat wij allen er op de een of andere manier de invloed van ondervinden.
En de waarschijnlijkheid dat wij op de een of andere dag tot degenen behoren die rechtstreeks de invloed van deze problemen ondervinden, wordt iedere dag groter.
Waarom de spanningen voelbaar zijn
Gevaar behoeft niet onmiddellijk of duidelijk zichtbaar aanwezig te zijn om schadelijke spanningen teweeg te brengen. Niet iedereen leeft in een streek met veel misdaad. U kunt misschien ’s avonds nog buiten lopen met weinig gevaar aangevallen te worden. Maar alleen de wetenschap dat dergelijke aanvallen ieder jaar steeds meer voorkomen, kan u al angstig maken om naar buiten te gaan.
Verder worden de enorme kosten die de misdaad en de misdaadbestrijding met zich brengen (in de Verenigde Staten $60.000.000.000 per jaar) onvermijdelijk verhaald op de gewone burger in de vorm van hogere prijzen en hogere belastingen. Werkelijk, niemand ontkomt geheel aan de gevolgen, wie hij ook is en waar hij ook woont.
Verslaving aan verdovende middelen komt in steeds meer sectoren van de menselijke samenleving voor. En hoewel degenen die „hard drugs” gebruiken nog betrekkelijk klein in aantal zijn, blijft het feit bestaan dat een groot deel van de wereldbevolking bezig is een „op drugs ingestelde maatschappij” op te bouwen. Miljoenen mannen en vrouwen grijpen naar kalmeringsmiddelen, slaappillen, pep-pillen en andere, zogenaamd „veilige” drugs, om daardoor verlichting te krijgen of gestimuleerd te worden. Hoe meer de spanningen toenemen, des te groter de verleiding wordt meer van deze middelen te gaan gebruiken — of op zwaardere drugs over te gaan.
Zorgen van „hoofd- en handarbeiders”
U hebt misschien een heel goede baan die goed wordt betaald. De maatschappij waarvoor u werkt lijkt misschien solide en betrouwbaar. Toch voelen steeds meer mensen die een goede positie bekleden zich onzeker en angstig. Waarom?
Kijk eens naar de situatie van vakbekwame technici en academici. Today’s Health (uitgegeven door het Amerikaanse Medische Genootschap) bevatte onlangs een artikel met de kop „Sombere dagen voor hoger personeel”. Het artikel liet zien dat in de Verenigde Staten „het aantal werklozen onder technici en academici sinds 1969 met 27 percent is gestegen. Tot de nieuwe werklozen behoren 1.213.000 hoofdarbeiders”; velen van hen zijn nu van ondersteuning afhankelijk.
Hoe staat het met degenen die nog wel werk hebben? Ook zij voelen de druk van onzekerheid, omdat zij beseffen hoe onverwachts zelfs zeer grote bedrijven in ernstige moeilijkheden kunnen raken of zelfs helemaal bankroet kunnen gaan.
Ook brengt een hoog gesalarieerde betrekking, zoals van directeur, zijn eigen problemen met zich. Onder deze groep mensen komt meer hypertensie (verhoogde bloeddruk) voor dan bij andere groepen. En de medische wetenschap heeft nu ontdekt dat zelfs reeds een geringe vorm van hypertensie een hartaanval of beroerte kan veroorzaken.
Wat valt er over de onderkant van de maatschappelijke ladder te zeggen? Is het beeld daar gunstiger?
„Loonarbeiders gedeprimeerd”. Onder deze titel stond in het tijdschrift Newsweek (van 17 mei 1971): „Over het geheel genomen is de Amerikaanse loonarbeider van thans, hoewel hij meer verdient (in koopkracht uitgedrukt) en minder uren werkt dan ooit tevoren, duidelijk ontevreden over zijn lot.” Waarom?
De redenen daarvoor zijn onder andere de „geestdodende eentonigheid” van veel werkzaamheden die op een fabriek worden verricht; de moderne fabriek wordt vergeleken met een „met goud beklede zoutmijn” waar de arbeider lijdt aan „verlies van trots op zijn werk en op zijn rol als broodwinner”. Ook heerst er vaak het gevoel dat de leiding meer geïnteresseerd is in de machines dan in de mensen die met de machines werken.
Volgens W. Karp, een bedrijfssocioloog, bestaat er van de zijde van de gemiddelde werknemer „een onuitgesproken onzekerheid of hij wel altijd in de behoeften van zijn gezin zal kunnen blijven voorzien”. Deze onzekerheid is voornamelijk te wijten aan de toenemende automatisering, waarbij machines steeds meer het werk van mensen overnemen.
Een zelfde beeld treft men aan in andere welvarende landen. Volgens een bericht van het Amerikaanse persbureau Associated Press van 13 juni 1971 schat de hoofdpsychiater van een belangrijk ziekenhuis in Tokio dat ongeveer één derde van de mannen met een gesalarieerde betrekking in de eerste stadia van een neurose verkeren.
Wat hierboven is gezegd, geldt in grote trekken ook voor oorlog, vervuiling, de achteruitgang van het leefklimaat in de stad en andere spanning veroorzakende problemen. Niet het onmiddellijke gevaar, maar het feit dat er zo weinig tekenen zijn dat deze problemen worden opgelost of dat er in elk geval maar iets aan gedaan wordt — dit veroorzaakt frustraties en is er de oorzaak van dat de toekomst geen aantrekkingskracht meer bezit en er alleen maar somber en wanhopig uitziet.
Daar de hedendaagse spanningen zowel door rijk als arm worden gevoeld, door mensen in alle streken en in alle landen, rijst de vraag: Vanwaar kunnen wij verlichting verwachten? Tot welke bronnen wenden velen zich heden ten dage?