Bent u gelukkig met uw leven?
WAT is uw doel in het leven? In deze tijd waarin de mensen teleurgesteld raken en de normen veranderen, bent u misschien net als vele anderen op zoek naar een mogelijkheid om met uw leven een waardevolle bijdrage te leveren tot het welzijn van de mensheid door te trachten de ziekten van deze wereld te genezen. Activiteiten van deze aard bestrijken een breed terrein, zoals werk op het gebied van gezondheid, sociale verzorging en opvoedkunde, pogingen om de natuur te behouden en de vervuiling tegen te gaan, het opstellen van programma’s voor burgerrechten, vredesbewegingen en andere inspanningen.
Of u behoort misschien tot de groep van mensen die zich voornamelijk bezighouden met hetgeen voor henzelf en hun gezin noodzakelijk is, waarbij u zo goed als u kunt vooruit tracht te komen zonder in sociale of politieke bewegingen terecht te komen.
Hoe het ook zij, put u werkelijke voldoening en geluk uit hetgeen u doet? Worden er op onzelfzuchtige wijze de belangen en het geluk van anderen door gediend? Is het zeker dat uw activiteit het gewenste doel bereikt; is het absoluut zeker dat daarmee de resultaten worden bereikt waarop u hebt gehoopt? Is het het allerbeste wat u kunt doen?
De volmaakte activiteit die door God wordt aanbevolen
Maar, zo zal iemand zeggen, wie kan daar zeker van zijn? Bestaat er een werk waardoor dit alles wordt bereikt? Er bestaat zo’n werk en het wordt heden ten dage gedaan. Het is een werk dat door God geleid wordt. Over alles wat hij doet, wordt gezegd: „Schrijft grootheid toe aan onze God! De Rots, volmaakt is zijn activiteit, want al zijn wegen zijn gerechtigheid” (Deut. 32:3, 4). Al zijn werken, handelingen en regelingen zijn volmaakt. En hij verricht een activiteit waaraan hij mensen op uitnodiging van hem laat deelnemen. Dus het is inderdaad een volmaakte activiteit. Een apostel van Jezus Christus zei hierover: „Wij zijn Gods medewerkers.” Hij sprak verder over het deelnemen aan de activiteit van God door te zeggen: „Met hem samenwerkend, verzoeken wij u ook dringend de onverdiende goedheid van God niet te aanvaarden en dan het doel ervan te missen.” — 1 Kor. 3:9; 2 Kor. 6:1.
Meer dan anderhalf miljoen personen maken deze door God aanbevolen activiteit tot hun levenswijze en jaarlijks nemen er tienduizenden meer aan deze activiteit deel. Deze personen, die als Jehovah’s getuigen bekendstaan, kunt u in alle landen vinden. Daar zij op het gebied van moraal en gedrag het schriftuurlijke patroon volgen, verrichten zij zonder twijfel de grootst mogelijke, volkomen verenigde activiteit op aarde. Zij die belangstelling hebben voor hun medemens en oprecht een oplossing wensen voor de ziekten en problemen van de mensheid, zullen heel geïnteresseerd zijn in deze activiteit.
Waaruit bestaat deze activiteit? Men kan eenvoudig zeggen dat er in de bijbel wordt gekeken, dat de duidelijke grondbeginselen daaruit in de praktijk worden gebracht en dat vervolgens anderen erover worden ingelicht. Degenen die aan dit werk deelnemen, leven met het vooruitzicht dat Gods Messiaanse koninkrijk spoedig over de aarde zal regeren en de rechtvaardige wetten van dat koninkrijk ten uitvoer zal leggen.
De meeste mensen kennen het gebed dat door Christus werd geleerd, en velen hebben tot God gebeden: „Uw rijk kome. Uw wil geschiede ook op aarde zoals in de hemel” (Matth. 6:10, KB). Een nauwkeurige beschouwing maakt duidelijk dat er in dit gebed in werkelijkheid gevraagd wordt of Gods koninkrijk de macht wil gaan uitoefenen en of het de volmaakte, rechtvaardige, gezonde, vredevolle toestanden die in de hemel bij God bestaan, op aarde wil brengen.
Het navolgen van de in de bijbel aanbevolen levenswijze is op zichzelf niet moeilijk of ingewikkeld. Van iemand wordt alleen gevraagd datgene te doen waarvoor God de mens oorspronkelijk heeft gemaakt. God zegt: „Hij heeft u verteld, o aardse mens, wat goed is. En wat vraagt Jehovah van u terug dan gerechtigheid te oefenen en goedheid lief te hebben en bescheiden te wandelen met uw God?” — Micha 6:8.
Daarom hebben Jehovah’s getuigen het door God aanbevolen werk ter hand genomen. Het vraagt weliswaar inspanning, zoals dit met elk waardevol streven het geval is, maar het is heel aangenaam. Ook vraagt het enige tijd, eerst om te weten te komen wat er gedaan moet worden, dan om het geleerde in praktijk te brengen, want het is geen ’godsdienst voor de zondag’, maar een levenswijze. Het leidt tot een juiste denkwijze (Fil. 4:8), reinheid (Ps. 24:4), ijver (2 Thess. 3:10-12; Tit. 3:14), gastvrijheid (Hebr. 13:2), belangstelling voor anderen (1 Thess. 2:8), het prediken en onderwijzen van de waarheden uit de bijbel en het goede nieuws van het Koninkrijk aan iemands eigen familieleden en vrienden, en aan anderen. — Matth. 28:19, 20; Ef. 6:4.
Zegeningen die de volmaakte activiteit met zich brengt
Waarom kan deze loopbaan werkelijk een ’volmaakte activiteit’ genoemd worden? Beschouw eens iets van de uitwerking en de resultaten ervan.
Het geeft iemand een doel in het leven. Door een studie van de bijbel beseft hij dat God voor hem een plaats heeft in Zijn voornemen; dat hij anderen kan helpen, en dat er voor de mens een toekomst bestaat onder Gods koninkrijk. Deze hoop vormt ook een aangename troost, want daardoor wordt men verzekerd van een opstanding van degenen die gestorven zijn. — 2 Kor. 1:3, 4; 1 Thess. 4:13.
Het stelt iemand in staat een eerbaar, zichzelf onderhoudend lid van de gemeenschap te zijn. Degene die over Gods activiteit verneemt, erkent dat hij moet werken, dat hij voor zover mogelijk voor zichzelf en zijn gezin moet zorgen en zich niet op de „sociale voorzieningen” moet verlaten als hij in staat is in zijn eigen behoefte te voorzien. Hij toont initiatief (Ef. 4:28). Bovendien kan hij op God rekenen voor hulp, want de schriftplaats zegt: „Ik [heb] een rechtvaardige niet volkomen verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende brood” (Ps. 37:25; vergelijk Jezus’ woorden in Matthéüs 6:25-33). Doordat hij bijbelse beginselen toepast, verricht hij zijn wereldse werk of iedere andere taak „als voor Jehovah”; hij doet er gewetensvol moeite voor God na te volgen en te behagen, wiens activiteit volmaakt is. — Kol. 3:23, 24; Ef. 5:1; Rom. 12:17.
Het behoedt iemand ervoor met schadelijke praktijken te maken te krijgen. De persoon die in overeenstemming met de nauwkeurige kennis van Gods koninkrijk handelt, wordt ervoor behoed in politieke of radicale bewegingen verwikkeld te raken. De bijbel zegt zeer duidelijk: „Mijn zoon, vrees Jehovah en de koning. Laat u met hen die voor een verandering zijn, niet in. Want hun ongeluk zal zich zo plotseling verheffen, dat wie is zich bewust van de ondergang van hen die voor een verandering zijn?” (Spr. 24:21, 22; Joh. 18:36; Jak. 4:4) Het volgen van bijbelse beginselen doet iemand een neutrale koers bewandelen in verband met twisten en geschilpunten tussen anderen (Rom. 12:18; Spr. 26:17). Hij is geen wetsovertreder en ook minacht hij de overheden niet; hierdoor vermijdt hij het als kwaaddoener te lijden (1 Petr. 4:15). Hij wordt behoed voor twijfelachtige handelspraktijken en snode plannen om ’vlug rijk te worden’ (Hebr. 13:18). Omdat hij weet dat „God niet partijdig is”, wordt hij bevrijd van vooroordelen met betrekking tot ras of nationaliteit (Hand. 10:34, 35; 17:26, 27; Gal. 3:28; Kol. 3:11). Zo’n persoon neemt deel aan het opbouwende werk dat erin bestaat anderen te helpen die over God willen weten, maar hij weigert te gaan twisten of in een heftig dispuut te geraken over religieuze aangelegenheden. — Hand. 24:12; 1 Petr. 3:15.
Het verruimt de persoonlijkheid doordat iemand meer belangstelling voor anderen gaat krijgen; hij krijgt meer contacten als hij tot anderen over het Koninkrijk spreekt. Zijn gezin zal in staat worden gesteld de kennissenkring uit te breiden doordat zij nieuwe vrienden verwerven. Op de bijbelstudievergaderingen van de gemeente en tijdens het gezamenlijk deelnemen aan de velddienst ontstaat er een nauwe band van liefde en eenheid. Zoals Jezus beloofde, ontvangt men „nu, in deze tijdsperiode, honderdvoudig . . ., huizen [van vrienden waar men welkom is] en [geestelijke] broers en zusters” (Mark. 10:29, 30). Gastvrijheid en vriendelijkheid worden bevorderd. — Hebr. 13:2.
Het vermogen om te spreken wordt vergroot. Door tot anderen over Gods voornemens te spreken blijft men wakker en ontvankelijk voor de gedachten en ervaringen van anderen. Men ’reinigt’ zijn taal in overeenstemming met het schriftuurlijke gebod: „Laat geen verdorven woord uit uw mond voortkomen” (Ef. 4:29). Op de gemeentevergaderingen leert iemand zich te uiten en de kwaliteit en doeltreffendheid van zijn spraak te verbeteren.
Men ontvangt een opleiding van de hoogste graad. Een kennis van God en zijn beginselen vormt de meest waardevolle opleiding. De wereld is snel vooruitgegaan in haar technische kennis, maar ze heeft gefaald op het terrein van de menselijke betrekkingen. Het ontwikkelen van liefde, achting en consideratie heeft geleden. Activiteit ten dienste van de Schepper herstelt deze hoogst belangrijke hoedanigheid. Jezus zei dat liefde voor elkaar een identificerend kenteken zou vormen van zijn discipelen, en hij gebood ook dat iemand zijn vijanden moest liefhebben, door te zeggen: „Gij moet daarom volmaakt zijn, evenals uw hemelse vader volmaakt is.” — Matth. 5:43-48; Joh. 13:35.
Het gezin wordt beschermd tegen immoraliteit. Als de bijbelse wetten betreffende de respectieve verantwoordelijkheden van man, vrouw en kinderen duidelijk worden gezien en alles in liefde geschiedt, blijft de gezinseenheid gehandhaafd. Ieder lid van het gezin wordt gerespecteerd; naar ieders stem wordt geluisterd als er problemen in het gezin gerezen zijn, hoewel de ouders de uiteindelijke beslissing nemen. Op deze wijze bestaat er een wederzijds vertrouwen. Omdat men vreugde vindt, in de gezinsomgang, voelt niemand zich gedwongen buiten plezier te zoeken, wat kan leiden tot slechte omgang en tot verkeerde daden. — Hebr. 13:4; Spr. 5:15-18.
Het bevordert de mentale en fysieke gezondheid. Iemand die bezig is met de activiteit van Gods bediening heeft vrede des geestes. Hij is veilig. Hij weet dat hij, als hij getrouw is, door anderen — door God en door zijn christelijke metgezellen — gewaardeerd wordt. Hij ondervindt bij het helpen van anderen een gevoel van voldoening. Hij wordt van vele angsten bevrijd. Dit alles helpt hem geestelijk en mentaal gezond te worden, met daarmee gepaard gaande zegenrijke gevolgen voor zijn lichamelijke gezondheid (2 Tim. 1:7). Als hij deelneemt aan het werk dat erin bestaat mensen in hun huizen op te zoeken met het goede nieuws van het Koninkrijk, is niet alleen zijn geest op verfrissende wijze bezig, maar ook zijn lichaam krijgt beweging en hij is in een andere omgeving, wat ook iemands algemene welzijn bevordert. Dit beginsel vinden wij terug in de Spreuken: „Een kalm hart is het leven van het vleselijke organisme”, en: „Een hart dat blij is, doet goed als geneesmiddel.” — Spr. 14:30; 17:22.
De apostel Paulus zei tot de jongeman Timótheüs: „Lichamelijke oefening is nuttig voor weinig, maar godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven” (1 Tim. 4:8). De bijbelgeleerde Albert Barnes geeft op de verklaring van de apostel Paulus het volgende commentaar: „[Het is nuttig] in elk opzicht. Er bestaan in het huidige of toekomstige leven geen belangen die er niet door bevorderd zullen worden. Het bevordert de gezondheid van het lichaam, door het aansporen tot matigheid, ijver en zuinigheid. Het bevordert reinheid en geestelijke vitaliteit, doordat men een juiste kijk krijgt op waarheid en op de betrekkelijke waarde van de tastbare dingen. Het bevordert de vrede van het geweten, doordat iemand zijn taak op getrouwe wijze gaat verrichten; . . . het verschaft de belofte van alles wat voor ons in dit leven werkelijk noodzakelijk is.”
Koning Salomo, die van God de gave van wijsheid had gekregen, heeft vele bezigheden van de mens uitgeprobeerd en hij heeft alles wat er gedaan werd, gadegeslagen. En na vele jaren van waarneming en ondervinding schreef hij: „Het slot van de zaak, nu alles is gehoord, is: Vrees de ware God en onderhoud zijn geboden. Want dit is de gehele verplichting van de mens” (Pred. 12:13). Alleen door deze activiteit kunt u volledig gelukkig zijn met uw leven. — Joh. 13:15-17.