Vindingrijkheid — op z’n Filippijns
Door Ontwaakt!-correspondent op de Filippijnen
FILIPPINO’S hebben niet het monopolie van vindingrijkheid, maar het is interessant om op te merken hoe zij deze hoedanigheid ten toon hebben gespreid door een zo goed mogelijk gebruik te maken van wat er voorhanden was.
De Tweede Wereldoorlog heeft miljoenen lege patroon- en granaathulzen, alsmede omhulsels van bommen achtergelaten die overal op het Filippijnse platteland verspreid liggen. In de industrie werden ze als schrootmetaal gebruikt. Ook maken de Filippino’s er een persoonlijk gebruik van. Overal op de eilanden ziet men sierlijke varens, lelies en andere bloeiende planten in zulke hulzen en omhulsels, en op de zuidelijke Filippijnen maakt de ver uiteenwonende plattelandsbevolking gebruik van gongs die van bomomhulsels zijn gemaakt, om contact met elkaar te onderhouden.
Gedurende de oorlog was benzine beperkt verkrijgbaar. De Filippino’s bouwden daarom voertuigen met een oven achterop waarin houtskool van kokosbast werd gestookt. Misschien was zo’n autobus wat roeterig en niet zo snel als een die op benzine loopt, maar hij bracht de mensen overal waar zij naar toe wilden.
Toen deze coco-bus aan het einde van de oorlog buiten gebruik raakte, werd er een nieuw voertuig geboren: de jeepney. Duizenden Amerikaanse jeeps die als overtollig werden geklasseerd, werden door ondernemende Filippijnse monteurs in uitstekende voertuigen voor passagiersvervoer omgebouwd. Ze kunnen tien tot twaalf personen vervoeren en vormen in de steden nog altijd een van de belangrijkste middelen van transport.
Bamboe komt op de Filippijnen veel voor. De stengels bereiken gewoonlijk een hoogte van drie meter of meer. Een Filippino bouwt soms zijn hele huis van bamboe. Ook tafels, stoelen, schermen en schotten, banken, waterleidingbuizen, touw en speelgoed maakt hij van dit materiaal. Zelfs zout- en pepervaatjes, suikerpotten en kookgerei worden van bamboe vervaardigd.
Sommige Filippijnse vrouwen maken een lekkere salade van bamboespruiten. Vindingrijke boeren buigen de jonge bamboeplant om totdat de top ervan bijna de grond raakt. Vervolgens snijden zij de top eraf en laten de stengel de hele nacht in deze omgebogen stand terwijl het sap ervan in een beker druipt. ’s Morgens hebben zij een beker vol heerlijk bamboesap!
Van groot belang is ook de kokosnootboom, waarvan de voortbrengselen een groot deel van de export van het land vormen. Op veel manieren maken de Filippino’s van de kokospalm gebruik. Kokosbast voorziet in brandstof voor hun kachels en levert hun bovendien scheplepels, spaarvarkens en allerlei speelgoed. Van de bladeren worden hoeden gevlochten. Er worden lampekappen, waaiers en het dak en de wanden van hutten en kramen van gemaakt.
Kokosmelk is een verfrissende drank; gegist of gedistilleerd is het een krachtige wijn. De kern van de boom, het ubod, is zowel rauw als gekookt heerlijk om te eten. De Filippijnse huisvrouwen laten kokosmelk gisten en schimmelig worden. Vervolgens koken zij er een gelei van om van te watertanden: nata de coco.
Ook van de veel voorkomende bananeboom wordt op vernuftige wijze gebruik gemaakt. De rijpe vrucht ervan is natuurlijk heerlijk. Groene bananen worden echter gekookt, gestoofd, gebakken, geroosterd en voor verschillende interessante doeleinden gekonfijt.
Een Filippijnse huisvrouw wikkelt het twaalfuurtje van haar man vaak in een bananeblad. Hierdoor blijft het tot de middagpauze warm en geurig. Ook worden bananebladeren gebruikt als hoofdbedekking tegen de regen en de tropische hitte.
Van de kapokboom komt het vulsel voor kussens. Ook vlechten Filippijnse vrouwen kapokpluis tot draden om er dekens en muskietennetten van te maken. En de gedroogde en tot poeder vermalen zaden vormen een voortreffelijk vervangingsmiddel van cacao.
De papaja wordt behalve als lekkere, voedzame vrucht voor nog meer doeleinden gebruikt. Op een keer werd een Filippijnse politiebeambte door een slang gebeten. Spoedig werd zijn arm gevoelloos. Daar hij zich herinnerde wat een oude Igorrot-jager hem had geleerd, maakte hij met zijn mes een insnijding in de wond en, in plaats van de wond te cauteriseren, brak hij een groen papajablad af en liet het sap ervan op de snede inwerken. Spoedig trok de gevoelloosheid uit zijn arm weg en kon hij zich weer bij zijn metgezellen voegen.
Veel Filippino’s leren een goed gebruik te maken van de overvloedige plantengroei om hen heen. Van de toppen van wilde varens maken zij een voortreffelijke salade. Wijnstokken en palmen verschaffen drinkwater. In hun achtertuinen groeien vaak wilde theestruiken, en van de bladeren en bloemen daarvan kan men een drank maken die even voortreffelijk is als de thee die men in de winkel koopt. Ook wordt een exotische thee gemaakt van avocadobladeren. Van grapefruitschillen wordt een heerlijke lekkernij gekookt, en de bladeren van de knoflook- en de uieplant worden ingelegd in het zuur in plaats van weggegooid.
Het levert voordeel op om van de middelen die gemakkelijk verkrijgbaar zijn een verstandig gebruik te maken. Dit nu hebben velen op de Filippijnen geleerd door de vindingrijkheid die God hun heeft geschonken, aan te wenden.