Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 8/7 blz. 3-6
  • De dodelijkste moordenaar aller tijden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De dodelijkste moordenaar aller tijden
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoe ze begon en zich uitbreidde
  • De betekenis ervan
  • Herinneringen aan de pestilentie
  • Behandeling
  • Voorzorgsmaatregelen
  • De tol
  • De ergste epidemie in de geschiedenis
    Ontwaakt! 2005
  • Bescherm uw gezin tegen de griep
    Ontwaakt! 2010
  • Griep — Wat we nu weten
    Ontwaakt! 2005
  • Pandemieën — Hoe de toekomst eruitziet
    Ontwaakt! 2005
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 8/7 blz. 3-6

De dodelijkste moordenaar aller tijden

DE GRIEP van 1918 en 1919 was de grootste influenza-epidemie die de aarde ooit volgens de opgetekende geschiedenis getroffen heeft. Deze afgrijselijke pestilentie breidde zich tot mensen van vrijwel alle landstreken uit. In betrekkelijk weinig weken werden er meer mensen door gedood dan er in de Eerste Wereldoorlog zijn omgekomen.

De meeste sterfgevallen vonden in een paar maanden van één enkel jaar plaats! Eén autoriteit zei het volgende: ’Als de epidemie zich in hetzelfde versnellingstempo had voortgezet, zou gemakkelijk binnen nog enkele weken de menselijke samenleving van de aarde verdwenen zijn.’

Hoe ze begon en zich uitbreidde

De griep sloeg voor het eerst toe in het voorjaar van 1918. Ze was betrekkelijk goedaardig, terwijl een ziektegeval ongeveer drie dagen duurde. In de herfst van dat jaar stak de dodelijke variëteit ervan echter de kop op. Het was bekend dat zij die tevoren de „driedaagse griep” hadden gehad, over het algemeen immuun schenen te zijn voor de „moordenaars-ziektekiemen”.

Sommigen zeiden dat de griepepidemie in Spanje was begonnen, vandaar de naam „Spaanse griep”. Madrid werd in mei 1918 zwaar door de griep getroffen. In maart 1918 echter was de griep in China en de Verenigde Staten waargenomen. In werkelijkheid schijnt niemand te weten waar of hoe ze precies is begonnen.

Boston wordt als het beginpunt beschouwd van de dodelijke griep in de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen verspreidde ze zich snel langs de oostkust. Bijna gelijktijdig werden over het gehele land legerkampen door de griep getroffen. Het legerkamp Grant, te Rockfort in Illinois, had het met 10.000 man die het bed moesten houden hard te verduren. Binnen 24 uur waren 115 soldaten gestorven. Dit cijfer benaderde het hoogste daggemiddelde van Amerikanen die in de strijd waren gedood.

Pennsylvanië was de zwaarst getroffen Amerikaanse staat; in minder dan twee weken was het aantal ziektegevallen meer dan één derde miljoen en waren er 10.000 gestorven. In Philadelphia werd een morgue volgepropt met 200 lijken, terwijl ze voor slechts 36 was gebouwd. De doden werden drie en vier hoog in de gangen en kamers opgestapeld. De meesten waren ongebalsemd, zodat de ongekoelde kamers vervuld waren van de stank. Toen er plotseling een tekort aan doodskisten in de stad ontstond, werd een tramherstelwerkplaats in een kistenfabriek omgebouwd.

De griep breidde zich over de hele aarde uit. Een Britse koloniale officier in een van de verre gebieden van Centraal-Afrika berichtte dorpen van 300 tot 500 gezinnen te hebben aangetroffen die geheel door de griep waren ontvolkt. De wildernis was al bezig ze weer te overwoekeren. Berichten uit het noorden van Perzië meldden dat er in het ene dorp na het andere geen mens meer in leven bleek te zijn. Veel Eskimodorpen in Alaska stierven tot de laatste man en het laatste kind uit. Nu kwam de griep op de eilanden van de Grote Oceaan. Op Tahiti, waar in vijftien dagen tijd 4500 personen stierven, werden de lijken met hopen tegelijk op brandstapels gebracht die voortdurend brandende werden gehouden.

Men gelooft dat slechts twee plaatsen in de wereld aan de wereldomvattende epidemie zijn ontkomen: St.-Helena, een eiland van honderd dertig vierkante kilometer in het zuiden van de Atlantische Oceaan, en Mauritius, een klein eiland in de Indische Oceaan.

De betekenis ervan

Welke betekenis heeft een pestilentie van ongeveer vijftig jaar geleden echter voor ons? Welnu, betrekkelijk weinig mensen beseffen thans dat die griepepidemie van 1918-1919 de vervulling was van een bijbelse profetie. Jezus Christus heeft voorzegd dat het „teken” van de „laatste dagen”, die vooraf zouden gaan aan de grootse zegeningen van zijn Koninkrijksregering, door onmiskenbare gebeurtenissen zou worden gekenmerkt. Hiertoe zouden wijdverbreide voedseltekorten, aardbevingen en „in de ene plaats na de andere pestilentiën” behoren (Luk. 21:7, 10, 11). Bovendien verklaarde Jezus: „Al deze dingen zijn een begin van weeën der benauwdheid” (Matth. 24:8). Die griepepidemie in 1918-1919 was dus slechts een begin. Ondanks de moderne medische techniek wordt de aarde nog steeds door kanker, hartziekten — ja, ook door de griep — geteisterd.

Nimmer tevoren heeft de wereld op zulk een wereldomvattende schaal als sinds 1914 het geval is geweest, „dodelijke plagen”, te zamen met de andere geprofeteerde gebeurtenissen, meegemaakt (Openb. 6:3-8). De „weeën der benauwdheid” zijn nu al heel wat langer dan vijftig jaar ons deel geweest en wij moeten ons dan ook wel herinneren dat Jezus zei: „Wanneer gij deze dingen ziet geschieden, weet dan dat het koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar, ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan totdat alle dingen geschieden” (Luk. 21:31, 32). De betekenis voor onze tijd is dus dat dit goddeloze samenstel van dingen nog maar een korte tijd rest en het dan aan zijn eind komt.

Herinneringen aan de pestilentie

Velen van hen die dit lezen, hebben de tijd van die epidemie van 1918-1919 natuurlijk niet meegemaakt. Zij vinden het wellicht moeilijk de belangrijkheid van wat er gebeurde te begrijpen. Er zijn echter thans nog steeds mensen in leven die toen al leefden, en het is interessant te weten wat zij zich ervan herinneren. Eén overlevende zei: „Overal viel hetzelfde ziektebeeld waar te nemen. De griep begon met hoge koorts en pijnlijke botten. De koorts duurde wel vijf dagen. Als er geen complicaties waren, volgde over het algemeen een spoedig herstel, hoewel sommige mensen klaagden dat zij naderhand vreselijk zwak waren. Anderen zeiden dat de griep hun hart had aangepakt of hun nieren of longen had beschadigd. Een groot aantal mensen kreeg na vier dagen griep bovendien longontsteking, en dit veroorzaakte hun dood.”

Velen die de pestilentie hebben overleefd, maken melding van een hoogst ongewoon aspect hiervan — het hoogste aantal sterfgevallen viel onder de voorheen gezonde, jonge, vooral manlijke, volwassenen te betreuren, in tegenstelling tot de gewone griepepidemie, waarvan de oude en zwakke personen de voornaamste slachtoffers zijn. „Ik herinner me nog die zwaargebouwde vent die er zo gezond uitzag”, zei een boer uit Minnesota. „Hij was in drie dagen over zijn goedaardige griepaanval heen, maar ging alweer veel te gauw aan de slag en voordat wij er erg in hadden, waren ze hem al aan het begraven.”

Veel lichamelijk sterke mannen in militaire dienst werden het slachtoffer. Dr. R. C. Williams, voorheen assistent van het hoofd van de Amerikaanse gezondheidsdienst, herinnert zich die vreselijke dagen nog levendig: „Wij werden overstelpt met soldaten, zeelieden, mariniers en kustwachters. Zij zakten gewoon in de straten van de binnenstad ineen en werden dan naar ons toe gebracht. . . . Zo was er een marinesergeant. Hij werd bewusteloos binnengebracht en drie uur later was die man dood. Zo ging dat. Het was algemeen bekend dat er elke dag (in Chicago) 400 tot 500 mensen stierven. Er stierven meer mensen dan er begraven konden worden. Het was iets verschrikkelijks.”

Doordat de griep zo plotseling toesloeg, werden de mensen erdoor verrast. Een man in Brooklyn zei: „Het kwam zo onmerkbaar en toch zo pijnlijk opzetten. De mensen hadden er geen erg in welk een omvang de griep had aangenomen; men had niet het gevoel dat ze zo wijdverbreid was. Toen men dit ten slotte inzag, heerste er grote angst. Men was ontsteld en verslagen. De mensen wisten niet meer wat ze ervan moesten denken.”

In Australië stierven er zovelen dat het volgens een journalist onmogelijk was snel genoeg voor iedereen een graf te delven. De doden werden eenvoudig uit hun huis gehaald en in één grote kuil gelegd.

Er scheen geen eind te komen aan het aantal begrafenisstoeten. Overal op aarde heerste een sfeer van vrees, verdriet en verslagenheid. „Wij zagen bedroefde mensen naar de begrafenis van een familielid of een vriend gaan”, zei een van de overlevenden, „en het volgende wat wij hoorden was dat ook zij waren gestorven. Het was vreselijk.” Een ander die de griep had overleefd, gaf de volgende samenvatting: „Elk moment scheen de smart met donderend geweld op je neer te zullen komen.”

Een van Jehovah’s getuigen herinnert zich nog levendig die dagen in Sheboygan, in de Amerikaanse staat Wisconsin. „Wij waren totaal van streek”, zei ze. „Terwijl wij in de Koninkrijksbediening van huis tot huis gingen, konden wij in bijna elk huis doodkisten zien staan. Velen wilden niet luisteren wanneer wij hen met de boodschap van Gods koninkrijk trachtten te troosten. Zij waren te zeer door droefheid overmand.”

Behandeling

De beste raad die de artsen hun patiënten konden geven, was gewoonlijk dat zij in bed moesten blijven, zich warm moesten houden en heel veel moesten drinken.

Sommige dokters gebruikten ongewone methoden bij de behandeling van hun patiënten. Een dokter in Chicago behandelde ongeveer 600 patiënten met een grapefruitdrank, die succes scheen te hebben. Volgens zeggen verloor hij slechts één patiënt — zijn zoon, die zijn bed uitkwam om de belangen van zijn florerende begrafenisonderneming te behartigen.

„Mijn vader en moeder en ik waren op zekere nacht ziek”, zei een man uit Cincinnati, waar van ongeveer 40.000 griepgevallen melding werd gemaakt. „Mijn moeder had longontsteking en wij verwachtten niet dat zij het zou halen. Maar een jonge dokter raadde ons aan, een grote pan uien te bakken en een werkelijk hete pap op haar borst te leggen. Dit heeft mijn tante Clara de hele nacht gedaan. Mijn moeder werd er als het ware mee doorheen gehaald. De volgende morgen kwamen wij te weten dat zij zou blijven leven.”

In veel steden was het onmogelijk medische hulp te krijgen. In Philadelphia bijvoorbeeld lag meer dan een derde van de artsen van die stad zelf in bed.

Voorzorgsmaatregelen

Vrijwel elke denkbare voorzorgsmaatregel werd genomen om de griep maar niet te krijgen. „Draag nieuwe piama’s”, zo spoorde men elkaar in sommige plaatsen aan. Anderen kregen te horen: „Geef niemand een hand.” „Neem wonderolie.” „Ga niet met de ondergrondse.”

In veel streken droegen de mensen een gezichtsmasker. Te Ann Arbor werd de studenten van de Michigan-universiteit op straffe van schorsing opgedragen voortdurend een masker op te hebben. In San Francisco vaardigde de burgemeester een gemeenteverordening uit waarin was bepaald dat iedereen een gezichtsmasker moest dragen of anders honderd dollar boete zou krijgen of voor tien dagen in de gevangenis zou worden geïsoleerd. In de trams van Seattle werden geen passagiers zonder masker toegelaten. De Newyorkse openbare bibliotheek leende geen boeken meer uit. In veel steden werd het de kappers verboden hun klanten te scheren vanwege het nauwe contact dat hierbij was betrokken. In Dublin werden straten met ontsmettingsmiddelen afgespoeld. De kerken in Boston waren op zondagen gesloten. In veel steden waren openbare vergaderingen verboden. Scholen, bioscopen en cafés werden gesloten.

In New York werden „proest-maar-raakniezers” tot boeten en gevangenisstraffen veroordeeld. In Chicago kreeg de politie de opdracht zo nodig duizenden te arresteren om een eind te maken aan het niezen in het openbaar”. De vele waarschuwingen voor niezen in het openbaar hebben er zonder twijfel toe bijgedragen dat de epidemie zich niet nog meer uitbreidde. Volgens medische onderzoekers in Engeland kunnen door één enkele nies meer dan 85.000.000 bacteriën worden verspreid. Amerikaanse onderzoekers hebben bovendien ontdekt dat door een nies wel 4600 deeltjes met een „mondingssnelheid” van ruim 46 meter per seconde kunnen worden rondgestrooid. Vaak gebeurt het dat er nog deeltjes over een afstand van drie en een halve meter worden weggeslingerd. De deeltjes, die langer dan een half uur na het genies in de lucht blijven hangen, zijn geen gewone onschadelijke waterdruppeltjes. Een deeltje of druppeltje bleek 19.000 bacteriënkolonies voort te brengen. Geen wonder dat de in Toronto verschijnende Telegram berichtte dat het nu bekend is „dat het buitensporig vele niezen dat met de griepepidemie van 1918 gepaard ging, ertoe heeft bijgedragen ze tot de verschrikking te maken die ze was”.

De tol

De pestilentie heeft een ontstellende tol aan doden geëist welke tussen de 20.000.000 en 27.000.000 wordt geschat. Dr. E. O. Jordan, een bekende Amerikaanse bacterioloog, vermeldt in zijn Epidemic Influenza, dat in 1927 werd gepubliceerd, dat het totale aantal doden ten gevolge van de griep 21.642.283 was. Bijna 16.000.000 hiervan vielen in Azië, meer dan 2.000.000 in Europa, meer dan 1.300.000 in Afrika en meer dan 1.000.000 in Noord-Amerika. Het aantal sterfgevallen in Zuid-Amerika kwam op 327.000. Australië en Oceanië samen telden meer dan 1.000.000 sterfgevallen.

Door de griep moesten ongeveer 500.000.000 mensen het bed houden. De pestilentie was vooral gevaarlijk voor zwangere vrouwen. Miljoenen huisgezinnen beleefden zodoende een dubbele tragedie.

De dodelijke griepverwekkers verdwenen bijna even snel als ze gekomen waren. Waar ze zijn gebleven, is tot op de dag van vandaag een medisch mysterie. Aangezien men de Spaanse-griepvirus onder een microscoop van die tijd nooit heeft kunnen zien, weten de geleerden thans niet of die dodelijke virus er anders uitzag dan de Aziatische-griepvirus van recente tijden.

Mensen van de openbare gezondheidsdienst van die tijd gaven toe dat alle menselijke inspanningen niet bij machte waren de plaag te doen eindigen en dat de bekwaamste artsen in de wereld niet in staat waren geweest de tijdsduur van de epidemie te verkorten.

Velen die toen leefden, zal het wellicht hebben toegeschenen dat het volledige einde van dit samenstel van dingen, zoals dat door Jezus Christus was voorzegd, onmiddellijk zou aanbreken. De gebeurtenissen van die dagen waren echter slechts „een begin van weeën der benauwdheid”. Niettemin verklaarde Jezus in verband hiermee „dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan totdat al deze dingen geschieden”. Dat geslacht van mensen die tijdens en onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog leefden, nadert thans zijn einde. Dit feit, te zamen met andere gebeurtenissen van onze tijd, vormt een sterke aanwijzing dat dit samenstel van dingen zijn volledige einde nu zeer dicht is genaderd. Hoe zal het er echter met u voorstaan wanneer die tijd aanbreekt? Dit hangt af van wat u thans doet om Gods goedkeuring te verwerven. — Matth. 24:3, 8, 34.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen