Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 8/6 blz. 7
  • „Zij die hun vlucht te lang uitstelden”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Zij die hun vlucht te lang uitstelden”
  • Ontwaakt! 1971
  • Vergelijkbare artikelen
  • Pompeji — Waar de tijd stilstond
    Ontwaakt! 1996
  • Hoe respect voor de doden tonen?
    Ontwaakt! 1977
  • Christelijke begrafenissen — Waardig, eenvoudig en aanvaardbaar voor God
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
  • Een christelijke kijk op begrafenisgebruiken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 8/6 blz. 7

„Zij die hun vlucht te lang uitstelden”

BIJ de uitbarsting van de Vesuvius in augustus 79 G.T. verloren velen in Pompeji het leven omdat zij hun vlucht naar veiligheid te lang uitstelden. Archeologen die opgravingen in de ruïnes van deze stad deden, ontdekten dat velen het genot van wat zij aan het doen waren te lang probeerden te rekken toen de vulkaanramp plaatsvond. Anderen waren te zeer in beslag genomen door hun dagelijkse bezigheden. Er waren er ook die door hun zelfzucht belet werden te vluchten omdat zij trachtten hun kostbaarheden mee te nemen.

Het archeologische bewijs hiervan is beschreven door C. W. Ceram in zijn boek Goden, graven en geleerden. Hij schrijft: „Familie-geschiedenissen, drama’s tussen nood en dood, openbaren zich aan de gravende spade. . . . Er werden moeders gevonden die hun kinderen op de arm droegen; met hun laatste stukje sluier hadden zij ze beschermd, totdat ze beiden waren gestikt. Mannen en vrouwen werden uitgegraven, die hun schatten bij elkaar hadden geraapt, daarmee tot aan de poort waren gekomen en, onder de regen van lapilli bezweken, met de laatste krachtsinspanning de handen om de sieraden of het geld klemden. Twee vluchtende jonge meisjes waren voor [de drempel van een ander huis] aarzelend blijven staan; ze hadden hun kostbaarheden bij elkaar willen rapen, en het was te laat geworden.

Voor de Hercules-poort vond men de naast elkaar ineengezakte lichamen, nog beladen met het huisraad dat te zwaar was geworden.” Ceram merkt op dat het eerste lichaam dat blootgelegd werd „languit op de grond lag . . .; aan de handen die nog schenen te grijpen, waren gouden en zilveren munten ontglipt”.

In één huis „was een rouwplechtigheid ontijdig beëindigd. Zoals de deelnemers aan het dodenmaal op de rustbanken hadden aangelegen, zo vond men ze nu, na zeventien eeuwen. Deelnemers aan hun eigen begrafenis.

Hier waren het zeven kinderen die, argeloos in een kamer aan het spelen, door de dood waren verrast. Daar vier en dertig mensen, met een geit die wellicht, onder heftig gerinkel van haar halsbelletje, bij hen een veilig onderdak had menen te vinden. Wie te lang getreuzeld had kon met geen moed, omzichtigheid of kracht meer iets beginnen”.

Zo is het ook in deze „laatste dagen” van het huidige samenstel van dingen. Velen die het te druk hebben met het nastreven van materialistische doeleinden en de „zorgen des levens”, stellen het bestuderen van Gods Woord uit. Zij zijn zo onverstandig met hun vlucht uit dit ten ondergang gedoemde samenstel van dingen te talmen. Zorg dat u niet een van hen bent. — Lukas 21:34-36.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen