De vijfde Lutherse assemblée
Door Ontwaakt!-correspondent in Frankrijk
DE LUTHERSE Wereldfederatie hield van 14 tot 24 juli 1970 haar vijfde assemblée in Évian, een Franse badplaats aan de oevers van het Meer van Genève. De vergadering werd bijgewoond door 210 gedelegeerden die vele van de diverse Lutherse Kerken over de gehele wereld vertegenwoordigden. Honderd twaalf kwamen er uit Europese landen, 33 uit Noord-Amerika, 27 uit Afrika, 27 uit Azië en 11 uit Latijns-Amerika. Deze officiële gedelegeerden werden vergezeld door 131 adviseurs en waarnemers.
Het lutheranisme is naar men zegt de „oudste en de grootste van de niet-rooms-katholieke, niet-orthodoxe” religies der christenheid, aangezien het ledental in de gehele wereld op zo’n zeventig tot tachtig miljoen wordt geschat, waarvan de meesten in Duitsland, Scandinavië en de Verenigde Staten van Amerika wonen. De Lutherse Wereldfederatie vertegenwoordigt ongeveer tweederde van de Lutherse Kerken, in ongeveer veertig landen.
De in Évian gehouden assemblée van de Federatie had een slecht begin. Eerst had Oost-Duitsland geen toestemming gegeven om de vergaderingen in Weimar te houden. Toen werd Pôrto Alegre, Brazilië, uitgekozen, maar om politieke redenen werd ten slotte besloten dat het inopportuun zou zijn in dat land bijeen te komen en derhalve werden er op het laatste moment regelingen getroffen om de vergadering in Frankrijk te houden. De Braziliaanse Kerk was hier echter misnoegd over en weigerde een delegatie te zenden doch zond slechts twee waarnemers.
Vanaf het begin had de assemblée dus te kampen met tekenen van ontevredenheid en onenigheid. Terwijl F. A. Schiotz, de Amerikaanse voorzitter van de Lutherse Wereldfederatie, zijn openingsrede hield, stonden zo’n veertig jonge gedelegeerden die zwarte armbanden droegen op en protesteerden zwijgend. Na de vergadering verklaarden zij hun demonstratie door te zeggen: „Het besluit om de assemblée in Évian en niet in Brazilië te houden, werd door de leiders van de Europese en Amerikaanse [Lutherse] Kerken genomen, zonder de vertegenwoordigers van de onderontwikkelde landen te raadplegen.” In het Parijse dagblad Le Monde verscheen op de voorpagina een artikel waaruit bleek in hoeverre de Lutherse Kerken wel verdeeld waren over deze kwestie. Daarin stond: „Als de assemblée in Brazilië was gehouden, zou er een groot aantal afwezigen zijn geweest. De Duitse en Scandinavische delegaties bijvoorbeeld zouden er hoogst waarschijnlijk van hebben afgezien de vergadering bij te wonen.” — 16 juli 1970.
Het thema van de assemblée was „In de wereld gezonden”. De hoofdpunten op de agenda waren: hinderpalen voor de verbreiding van het evangelie; oecumenisme en het probleem van de eenheid; deelneming aan de moderne maatschappij en medeverantwoordelijkheid ten opzichte daarvan; vrede en honger in de wereld.
„Ontevredenheid en een slecht geweten”
Terwijl de elf dagen van de assemblée verstreken, werd het gevoel van frustratie en ontevredenheid onder de gedelegeerden, en vooral onder de jongeren, groter. Dit gevoel werd weergegeven door de koppen van de nieuwsberichten over de conferentie. Hier volgen er enkele uit twee betrouwbare Franse nieuwsbladen: „Na verscheidene wederwaardigheden is de Vijfde Assemblée van de Lutherse Wereldfederatie gisteren in Évian geopend” (Le Figaro, 15 juli); Jonge gedelegeerden dagen het beleid van de Lutherse Wereldfederatie uit” (Le Monde, 16 juli); Gedelegeerden op de Assemblée van de Lutherse Federatie bezorgd wegens oecumenische problemen” (Le Figaro, 17 juli); „Jonge lutherse gedelegeerden demonstreren passief vóór het congrespaleis in Évian” (Le Figaro, 18/19 juli); „Kerkelijke gedelegeerden op Lutherse Wereldassemblée als niet-representatief beschouwd” (Le Monde, 22 juli); „Lutheranen trachten hun terughoudendheid ten aanzien van politieke en sociale problemen te overwinnen.” — Le Monde, 26/27 juli.
Tegen het einde van de assemblée noemde A. Appel, de Franse algemene secretaris van de Lutherse Wereldfederatie, de volgende onopgeloste problemen: 1. de kwestie van wat „de verticale dimensie” van het evangelie (verhouding tussen mens en God) is genoemd; 2. de rol die de kerk in de politiek dient te spelen, vooral daar de universele kerk tot zwijgen is gebracht door tegenstrijdige nationale belangen en meningsverschillen; 3. in hoeverre de kerk solidariteit kan en dient te tonen met degenen die lijden (voor vrijheid en revoluties strijden); 4. de definitie van de Lutherse Wereldfederatie als een kerkgemeenschap.
Bisschop M. Lienhard, van het Instituut voor Oecumenische Studie in Straatsburg, zei ronduit dat de assemblée het risico liep eruit te zien als „een theater van kerkelijke marionetten aan wier draden eenvoudig wordt getrokken door hun wil om in leven te blijven”.
Le Monde gaf het volgende commentaar: „Ontevredenheid en een slecht geweten — dit zijn de dominerende gevoelens van de ongeveer tweehonderd vijftig gedelegeerden die deelnemen aan de Assemblée van de Lutherse Wereldfederatie die in Évian wordt gehouden.” Tijdens een persconferentie zegt een woordvoerder van de jonge gedelegeerden: „Wij verwachten niets van deze assemblée.”
Niettemin gaf het secretariaat van de assemblée bergen memorandums en rapporten uit. Eén gedelegeerde merkte op: „De vier evangelieschrijvers hadden slechts een paar bladzijden nodig om de boodschap op te tekenen die door Jezus tijdens de drie jaar van zijn openbare leven werd gepredikt, terwijl de beraadslagingen in Évian tienduizenden gestencilde bladzijden hebben gevuld.”
Op één bepaald ogenblik demonstreerde een groep jonge gedelegeerden vóór de vergaderzaal, terwijl zij vergaderingrapporten verscheurden en ze in prullenmanden gooiden met de woorden: „Wij zouden er beter aan doen te bekennen dat wij niet in staat zijn ons duidelijk uit te drukken in plaats van zoveel lege woorden te gebruiken.” Verslag uitbrengend over dezelfde incidenten voegde Le Monde eraan toe: „Begrijp goed! Deze demonstranten in Évian zijn geen revolutionisten. Verscheidenen van hen zijn zonen van geestelijken en theologische studenten.” — 22 juli.
De resultaten van de Vijfde Lutherse Assemblée samenvattend, schreef Le Figaro: „Het lange rapport dat het resultaat is van de beraadslagingen van de assemblée en van de subcommissies beklemtoont bovenal de verschillen die er tussen de diverse Lutherse Kerken bestaan . . . en is een uiting van de hoop dat een betere samenspraak tussen deze zal resulteren in een gemeenschappelijke eenheid die gebaseerd is op één doop, één Avondmaal en één en dezelfde Heilige Schrift.” — 24 juli.
In het rapport werd tevens geadviseerd dat de samenspraak zich ook zou uitstrekken tot de Gereformeerde (Calvinistische) Kerken, de Rooms-Katholieke Kerk, de Anglicaanse kerkgemeenschap en de orthodoxe Kerken. Er werd een voorstel gedaan tot meer actieve uitwisselingen met de Wereldraad van Kerken. Ten slotte drong het rapport aan op de noodzaak het contact met de methodisten, de baptisten, de leden van de pinksterbeweging en zelfs atheïsten te vergroten met het oog op een beter gemeenschappelijk begrip!
„Zal de geschiedenis ons genoeg tijd geven?”
Toen doctor K. S. Knutson, hoofd van het Wartburg-theologisch seminarie in Dubuque, Iowa, in Évian sprak over de noodzaak verzoening binnen de christenheid, en vooral tussen de Rooms-Katholieke en de Lutherse Kerken, tot stand te brengen, vroeg hij: „Zal de geschiedenis ons genoeg tijd geven?”
Kennelijk beseft Knutson dat de tijd voor de christenheid ten einde loopt. Hij heeft gelijk. Wanneer de eigentijdse geschiedenis naast de bijbelse profetieën wordt geplaatst, blijkt dit zo te zijn. De Kerken der christenheid zullen snel moeten zijn als ze zich hopen te verenigen voordat de geschiedenis — de door God geleide geschiedenis — ze achterhaalt. Er zijn echter weinig tekenen te bespeuren dat men werkelijk de wil heeft om de barrières waardoor de kerken onderling en in zichzelf verdeeld zijn, te overwinnen.
Kardinaal Willebrands, een van de sprekers op de Vijfde Lutherse Assemblée, gaf een opsomming van de hinderpalen voor eenheid tussen de Lutherse en Rooms-Katholieke Kerken, zoals de priesterschap, de pauselijke autoriteit, de onfeilbaarheid van de paus, de positie van de Maagd Maria, enz. Hij gaf toe dat „de tegengestelde meningen” ten aanzien van enkele van deze kwesties „zelfs nog scherper omlijnd zijn geworden”.
Met betrekking tot de hoop op eenheid onder de Protestantse Kerken zei doctor Tödt, hoogleraar in de theologie aan de Heidelberg-universiteit, in Évian: „Onder de leden van de Wereldraad van Kerken kan ook een achteruitgang worden gevoeld. Teleurgesteld over de resultaten die gedurende de eerste tien jaar zijn geboekt, trekken veel van deze kerken zich in hun plaatselijke of regionale isolement terug.”
De Lutherse Kerk zelf is sterk verdeeld. Zoals op deze Vijfde Assemblée bleek, zijn de kerkgemeenschappen die bij de Lutherse Wereldfederatie zijn aangesloten verre van verenigd. Bovendien zijn er zo’n twintig miljoen lutheranen die wel tot Lutherse Kerken behoren maar weigeren zich bij de Wereldfederatie aan te sluiten. Naar verluidt is er „in Zweden zelfs een Lutherse Kerk die intercommunicatie met de Kerk van Engeland onderhoudt maar dit weigert met de andere Lutherse Kerken”. — Le Monde, 26/27 juli.
„Is Christus verdeeld?” (1 Kor. 1:13, LV) Stellig niet! Als u dus tot een verdeelde kerk behoort die deel uitmaakt van de verdeelde christenheid, is het dan niet hoog tijd dat u Christus’ ware gemeente elders zoekt? ’Zal de geschiedenis u genoeg tijd geven’ om dit te doen?
Een oproep tot oprechte lutheranen
Ja! Maar er is geen tijd te verliezen! Wat dient u dus te doen? Zoek het ware christendom dat „gebaseerd is op . . . één en dezelfde Heilige Schrift”. Paradoxaal genoeg bracht kardinaal Willebrands in Évian op de volgende wijze hulde aan Luther: „Luther deed iets opmerkelijks voor zijn tijd door de bijbel tot het uitgangspunt voor de christelijke theologie en het christelijke leven te maken.” En in de Encyclopædia Britannica (1965, Deel 14, blz. 447) staat in het artikel over Lutheranisme: „Het formele beginsel van de lutherse theologie is, dat ze erop staat dat de canonieke Schrift de enige bron en maatstaf van het christelijke geloof en de christelijke beoefening is.”
Toen rooms-katholieke en lutherse geleerden echter in juli 1965 in Baltimore bijeenkwamen, zeiden zij in een gemeenschappelijke verklaring: „Wij belijden gezamenlijk het Niceaanse Geloof.” De Niceaanse Geloofsbelijdenis bevat echter een uiteenzetting van het raadselachtige dogma van de drieëenheid, dat nergens in de bijbel te vinden is. Zelfs een lutherse theoloog, professor N. Leroy Norquist, gaf toe: „De leerstelling van de Drieëenheid kan niet worden ’uitgeknobbeld’. . . . Het oogmerk van degenen die deze leerstelling hebben ontworpen was, ze als een wapen tegen ketters te gebruiken . . . op een dusdanige manier dat zij ten slotte konden zeggen: ’Als u dit niet gelooft, bent u geen ware gelovige’” (The Lutheran, 15 juni 1960, blz. 11, 12). Wat gelooft u dus, de Niceaanse Geloofsbelijdenis of de bijbel? De keus is onvermijdelijk.
Nog een fundamentele geloofsbelijdenis van de Lutherse Kerken is de Augsburgse Confessie. Volgens deze geloofsbelijdenis zal „Hij [Christus] goddelozen en de duivelen veroordelen om voor eeuwig gepijnigd te worden”. Toch zegt de canonieke Schrift: „Het loon dat de zonde geeft, is de dood” (Rom. 6:23, NBG). Gelooft u in de Augsburgse Confessie of in de bijbel? U moet kiezen, en de tijd loopt ten einde!
In het jaar 1970 is het toevallig 450 jaar geleden dat Luthers vroege hervormingsverhandeling werd gepubliceerd getiteld „Aan de Duitse adel, De Babylonische gevangenschap der Kerk” — doelend op de Rooms-Katholieke Kerk. Ongelukkigerwijs tonen de Lutherse Kerken, doordat ze er niet langer ’op staan dat de canonieke Schrift de enige bron en maatstaf van het christelijke geloof en de christelijke beoefening is’, dat ze een deel van het wereldrijk van Babylonische religies zijn, dat profetisch „Babylon de Grote” wordt genoemd. De huidige gebeurtenissen en de bijbelse profetieën tonen aan dat dit wereldrijk van valse religie snel zijn einde nadert. De geschiedenis zal het geen tijd geven om zich te verenigen ten einde stand te houden. Babylon moet verdwijnen! Maar u hoeft niet met haar ten onder te gaan. De bijbel zegt: „Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen.” — Openb. 17:1-5; 18:1-5, NBG.
Aanvaard hulp! Schrijf naar de uitgevers van dit tijdschrift en vraag om een gratis zesmaandse huisbijbelstudiecursus. Jehovah’s getuigen helpen reeds honderdduizenden mensen hun geloof op de Heilige Schrift te gronden als „de enige bron en maatstaf van het christelijke geloof en de christelijke beoefening”.