Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 22/12 blz. 5-8
  • Er zijn slechts twee wegen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Er zijn slechts twee wegen
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Zijn er slechts twee wegen?
  • Het huwelijk en seksuele betrekkingen
  • Het dragen van amuletten
  • Vriendschap met de wereld
  • Kies Gods zijde
  • „Weerstaat de Duivel” zoals Jezus dat deed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Hoe echt is de Duivel?
    Ontwaakt! 1975
  • Gelooft u dat de Duivel echt bestaat?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
  • Weersta Satan, en hij zal wegvluchten!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2006
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 22/12 blz. 5-8

Er zijn slechts twee wegen

„JA, IK vind bepaalde dingen in jullie religie wel mooi”, zei Khumalo. „Ik vind het mooi dat jullie leren dat de aarde onder Gods koninkrijk tot een paradijs zal worden hersteld waarin wij als broeders zullen leven.”

„En mij”, viel Ndebele in de reden, „geeft uw uitleg over de doden troost, dat zij slapen en dat er hoop is op een opstanding.”

„Wat mij betreft”, voegde Mwene eraan toe, „ik vind het geweldig mee te gaan naar jullie grote vergaderingen en de warme liefde en vriendelijkheid te ondervinden die jullie elkaar betonen.”

„Maar wat wij allemaal vinden”, zei Khumalo, die als woordvoerder voor het groepje optrad, „is dat jullie religie te extreem is. Als je jullie getuigen van Jehovah hoort spreken, zou je denken dat alles òf goed òf verkeerd is, dat er geen middenweg is, terwijl je, om in deze wereld vooruit te komen en van het leven te genieten, wat soepeler moet zijn.”

„Ja, dat wilde ik net zeggen”, riep Ndebele uit. „Als andere kerken bijvoorbeeld zeggen dat wij maar één vrouw mogen hebben en wij nemen rustig een andere, wat dan nog? Wij kunnen tòch lid van de kerk zijn. Bij jullie Getuigen moet iemand echter al vóór hij gedoopt kan worden, bewijzen dat hij maar één vrouw heeft en dat zijn huwelijk geregistreerd is, hoewel dat vaak moeilijk te regelen is voor ons Afrikanen, vooral als wij onze hele lobola (bruidsschat) nog niet hebben betaald. En als iemand dan eenmaal een Getuige is en er ter wille van zijn seksuele bevrediging nog een andere vrouw bijneemt of alleen maar een vriendinnetje heeft waar hij af en toe eens heengaat, dan zetten jullie Getuigen hem nota bene uit jullie organisatie.”

„En dan hoe jullie tegenover onze eeuwenoude gebruiken staan”, klaagde Mwene. „Misschien hebben jullie wel gelijk dat de geesten van de doden ons geen kwaad kunnen doen, maar wij hebben per slot nog altijd medicijnmannen, dus wat voor verkeerds schuilt erin om een paar amuletten te dragen of wat krachtige ’medicijnen’ in huis te hebben voor het geval iemand probeert ons onder een banspreuk te brengen? Maar als je een Getuige bent, kun je nog niet eens één klein amuletje dragen, laat staan naar de medicijnman gaan.”

„Jullie standpunt ten opzichte van de politieke partij is ook een punt”, zei Khumalo, het gesprek weer overnemend. „Om vooruit te komen en onze baan te behouden, moeten wij een partijkaart hebben. Het doet er niet toe of wij werkelijk geloven dat de partij goed is of niet. Als wij de kaart maar hebben en een paar vergaderingen bezoeken, hebben wij geen last. Leden van alle andere kerken doen dit, maar jullie Getuigen bezorgen jezelf heel wat narigheid door geen kaart te hebben. Waarom sluiten jullie je niet bij de politieke partij aan, alleen maar om het wat lichter voor jezelf te maken? Hetzelfde geldt voor het volkslied en de vlag — waarom zou je van zingen en groeten zo’n kwestie maken? Het zijn per slot alleen maar symbolen.”

„Ja, wij mogen jullie graag”, riep Ndebele uit, „maar jullie zijn te strikt, te star. Waarom zouden jullie niet net als de andere kerken een beetje met de wereld meegaan? Jullie zouden dan veel meer volgelingen hebben. Waarom zouden jullie zo eenzijdig zijn?”

Het voorgaande had een gesprek kunnen zijn dat was gebaseerd op werkelijk bestaande zienswijzen. Dergelijke uitspraken zijn typerend voor personen in bepaalde onafhankelijke Afrikaanse landen. Komt u in dit gesprek enkele van uw eigen gedachten tegen? Hebben enkele bijbelse leerstellingen van Jehovah’s getuigen ook u verheugd, doch kunt u niet begrijpen waarom zij zo onbuigzaam zijn? Waarom zijn de Getuigen zo?

Zijn er slechts twee wegen?

Dit komt omdat Jehovah’s getuigen geloven wat er in de bijbel staat, en Gods Woord de bijbel maakt inderdaad duidelijk dat er slechts twee wegen zijn: Gods weg en die van de Duivel.

Een studie van de bijbel onthult dat de Duivel niet louter een denkbeeldig personage is, doch een machtige opstandige engel die eropuit is alle schepselen van de ware aanbidding van Jehovah God af te keren en hen ertoe te krijgen hem te dienen. Aan het begin van Jezus’ aardse bediening trachtte de Duivel Jezus ertoe te verleiden zich van zijn exclusieve toewijding aan Jehovah af te keren (Matth. 4:1-11; Luk. 4:1-13). Alle christenen krijgen derhalve de waarschuwing: „Houdt uw zinnen bij elkaar, weest waakzaam. Uw tegenstander, de Duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek om iemand te verslinden. Maar neemt uw standpunt tegen hem in, vast in het geloof.” — 1 Petr. 5:8, 9.

Hieruit ziet een christen dat hij om God te behagen vast in het geloof moet staan. Elke verzwakking van het ware geloof door opzettelijk te schipperen ten aanzien van dwaling of door er praktijken op na te houden die niet in overeenstemming zijn met de hoge maatstaven van christelijk gedrag, zou de Duivel behagen. Door een dergelijke handelwijze zou men aan de kant van de Duivel komen. Er zijn dus slechts twee wegen: Gods weg en die van de Duivel.

Jezus legde de nadruk op dit beginsel in zijn illustratie van de twee wegen in Matthéüs 7:13, 14, waar wij lezen: „Gaat in door de nauwe poort; want breed en wijd is de weg die naar de vernietiging voert, en velen zijn er die daardoor ingaan; maar nauw is de poort en smal de weg die naar het leven voert, en weinigen zijn er die hem vinden.” Jezus maakte geen melding van een derde weg, een middenweg. Iemand bewandelt òf de nauwe weg van God door zijn hele leven volgens Gods beginselen en hoge morele maatstaven te leven, òf hij gaat als iemand die behoort tot dit samenstel van dingen, een samenstel dat door Satan de Duivel wordt beheerst, met de massa mee op de brede en wijde weg (2 Kor. 4:4). Er zijn slechts deze twee wegen: Gods weg en die van de Duivel, en ze zijn volkomen tegengesteld.

Neemt u als verder bewijs dat er slechts twee wegen zijn, Jezus’ woorden in Matthéüs 12:30 eens, waar staat: „Wie niet aan mijn zijde staat, is tegen mij, en wie niet met mij bijeenbrengt, verstrooit.” Wij zijn òf vóór Jezus òf tegen hem. Vóór hem te zijn, wil zeggen zijn leer hoog te houden en op ons leven van toepassing te brengen.

Het huwelijk en seksuele betrekkingen

Wat heeft Jezus over het huwelijk en seksuele betrekkingen gezegd? Zou hij hetzelfde hebben gedaan als vele kerkgenootschappen, namelijk een oogje dichtdoen voor polygamie? Zou hij seksuele betrekkingen met zo nu en dan een extra ’vriendinnetje’ door de vingers zien? Luistert u eens naar zijn woorden in Matthéüs 19:5-9: „’„Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en de twee zullen één vlees zijn” . . . Wat God derhalve onder één juk heeft samengebracht, brenge geen mens vaneen’, . . . ’Ik zeg u dat al wie zich van zijn vrouw laat scheiden, behalve op grond van hoererij, en een ander trouwt, overspel pleegt.’” Jezus stelde als regel dat een man slechts één levende vrouw mag hebben, bij wie hij dient te blijven. Niet drie of vier, maar „de twee zullen één vlees zijn”. En alleen als iemands huwelijkspartner immoreel zou zijn, zou de onschuldige vrij zijn echtscheiding aan te vragen en te hertrouwen.

De christelijke apostel Paulus, een volgeling van Jezus, zag zeer duidelijk dat er slechts twee wegen zijn. Onder goddelijke inspiratie schreef hij in Hebreeën 13:4: „Het huwelijk zij eerbaar onder allen en het huwelijksbed zonder verontreiniging, want God zal hoereerders en overspelers oordelen.”

Kunt u daarom begrijpen waarom Jehovah’s getuigen erop staan dat iemand die als een christen aanvaard wil worden, als hij getrouwd is slechts één levende vrouw mag hebben, met wie hij eerbaar en wettig getrouwd is? En is het u ook duidelijk waarom Jehovah’s getuigen geen personen in hun organisatie opnemen of laten blijven die seksuele immoraliteit bedrijven? Gods morele maatstaven te verzwakken ter wille van plaatselijke gebruiken, zoals andere godsdiensten doen, zou betekenen de nauwe weg van God te verlaten en zich aan te sluiten bij degenen die de brede weg van de Duivel bewandelen. Er is geen middenweg. Er zijn slechts twee wegen: Gods weg en die van de Duivel.

Het dragen van amuletten

Ten einde mensen aan zijn kant te krijgen en te houden, heeft de Duivel altijd vals-religieuze leerstellingen, bijgeloof en vrees gebruikt. Vooral in Afrika nemen tovenarij en vrees voor de ’geesten’ van de doden een belangrijke plaats in het vals-religieuze stelsel van de Duivel in.

Gods zienswijze met betrekking tot tovenarij wordt evenwel duidelijk in de bijbel, in Deuteronomium 18:10-12, uiteengezet, waar staat: „Er dient onder u niemand te worden gevonden . . . die aan waarzeggerij doet, geen beoefenaar van magie, noch iemand die voortekens zoekt, noch een tovenaar, noch iemand die anderen door een banspreuk bindt, noch iemand die een geestenmedium of beroepsvoorzegger van gebeurtenissen raadpleegt, noch iemand die de doden ondervraagt. Want iedereen die deze dingen doet, is iets verfoeilijks voor Jehovah.”

Dit helpt u te begrijpen waarom Jehovah’s getuigen, zoals sommigen klagen, ’zelfs niet eens het dragen van één klein amuletje sanctioneren’. Als men ook maar tot de geringste vorm van tovenarij of magie zijn toevlucht zou nemen, dan zou men iets doen wat in Jehovah’s ogen verfoeilijk is. Hierdoor zou u beslist niet aan Gods kant staan, maar aan die van de Duivel, onderworpen aan zijn verderfelijke invloed. Een dienstknecht van God kan daarentegen geloof stellen in de belofte: „Want er is geen bezwering tegen Jakob, noch enige waarzeggerij tegen Israël.” — Num. 23:23.

Deze bijbelse belofte is thans van toepassing op het geestelijke Israël, de christelijke gemeente en hun opgedragen metgezellen. Dezen behoeven geen vrees te hebben voor tovenarij of bezweringen als zij standvastig aan Jehovah’s zijde blijven door alles te verwerpen wat verband houdt met tovenarij, met inbegrip van amuletten of ’medicijnen’ bereid door een medicijnman.

Vriendschap met de wereld

Een andere volgeling van Jezus Christus die onderscheidde dat er slechts twee wegen zijn, de weg van God en die van de Duivel, en dat men geen vriend van beiden kan zijn, was de bijbelschrijver Jakobus. In zijn brief, in hoofdstuk vier, vers vier, legt hij de nadruk op de volkomen tegenstelling tussen beide wegen door te zeggen: „Overspeelsters, weet gij niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap met God is? Al wie daarom een vriend van de wereld wil zijn, maakt zich tot een vijand van God.”

Zou er ooit een duidelijker verklaring kunnen zijn? Er is geen middenweg. Men is òf een vriend van God en afgescheiden van de wereld, òf men gaat met de wereld mee en is Gods vijand. Deze twee dingen staan tegenover elkaar: vriendschap met God en vriendschap met de wereld.

Waarom betekent vriendschap met de wereld echter vijandschap met God? Omdat, zoals de apostel Johannes schreef, „wij weten dat wij [degenen die aan Gods zijde staan] uit God voortspruiten, maar de gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze [de Duivel]” (1 Joh. 5:19). Hoewel er velen zijn die oprecht verschillende plannen voorleggen om het huidige wereldbestel te verbeteren, weten Jehovah’s getuigen dat geen ervan blijvend succes zal hebben. Waarom niet? Omdat de mens niets kan doen om de werkelijke heerser van deze wereld, die de Duivel is, te veranderen (Joh. 12:31). Jehovah’s christelijke getuigen vermijden het derhalve de vriendschap van deze wereld aan te kweken door te weigeren ook maar één van de vele met elkaar wedijverende partijprogramma’s te steunen.

Daar staat echter tegenover dat Jehovah’s getuigen eerbied hebben voor de officieel aangestelde regeringsautoriteiten en regeringen als de „superieure autoriteiten” die door God worden toegelaten totdat zijn Koninkrijksregering de alleenheerschappij over de aarde overneemt (Rom. 13:1). Zij leggen relatieve onderworpenheid aan deze autoriteiten aan de dag door eerlijk alle belasting te betalen waarom wordt gevraagd en alle wetten te gehoorzamen die niet in strijd zijn met de wetten van God (Hand. 5:29). Om deze juiste eerbied en onderworpenheid te betonen, is het echter niet noodzakelijk dat zij door gebaar en woord hulde brengen aan stoffelijke emblemen van het regeringsgezag of dat zij een gebed of volkslied zingen voor de bestendigheid van die regering (Ex. 20:4, 5; 1 Kor. 10:14). Als vrienden van God vluchten zij van alles wat maar op afgoderij lijkt en zorgen zij ervoor niet tegen het voorbeeld van Jezus in te gaan, die heeft gezegd: „Ik doe geen verzoek betreffende de wereld.” — Joh. 17:9.

Kies Gods zijde

Als wij dus de bezwaren die erop neerkomen dat de getuigen van Jehovah te extreem, te strikt en te eenzijdig zijn, aan een onderzoek onderwerpen, zien wij dat de Getuigen, als zij aan Gods zijde wensen te blijven, werkelijk niet anders kunnen dan zich stipt aan Gods Woord houden. Wij zien in dat er voor een christen, als het op religieuze waarheid aankomt, slechts twee wegen zijn — Gods weg en die van de Duivel. U kunt nu eenmaal niet Gods maatstaven verzwakken en toch aan zijn zijde blijven.

Het kan zijn dat er nog een ander punt is waarin Jehovah’s getuigen volgens u te extreem, te eenzijdig zijn. Waarom het niet met hen te bespreken zodat u het standpunt van de bijbel te weten komt? U zult heel waarschijnlijk bemerken dat de zienswijze die u eens extreem en eenzijdig achtte, Gods zienswijze is en tevens die welke u erop na dient te houden om aan zijn zijde te staan.

Als u het vaste voedsel van bijbelse beginselen met Jehovah’s getuigen bestudeert, zult u trouwens bemerken dat u tot christelijke rijpheid voortgaat en tot degenen gaat behoren „die door gebruik hun waarnemingsvermogen hebben geoefend om zowel goed als kwaad te onderscheiden” (Hebr. 5:14). Ook u zult onderscheiden dat er slechts twee wegen zijn. Kies Gods weg en stel u aan zijn zijde. Blijf zonder te schipperen Gods weg bewandelen. U zult er thans vrede, vreugde en een goed geweten door hebben, en in de toekomst eeuwig leven op een aarde die weldra gereinigd zal worden van allen die zich aan de zijde van de Duivel bevinden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen