„Zullen we vanmiddag op de begraafplaats samen theedrinken?”
Door Ontwaakt!-correspondent in Uruguay
ER KLONK een bescheiden klopje en ik liep naar de deur waar ik de gebruikelijke aanblik verwachtte — een in lompen gehulde jongeman, blootsvoets, die om lege flessen of iets dergelijks vroeg. Het was bijzonder aangenaam in plaats daarvan een keurig klein meisje, netjes en schoon, te zien staan, met een glimlach op haar gezicht. Ik herkende haar, zei: „Pase” (Kom binnen), en keek toe hoe zij op de lage stoel die ik haar aanbood, ging zitten. Zij schikte haar jurk zo, dat er geen kreukje inkwam. Hoewel zij pas zes jaar was, had zij al geleerd dat het heel belangrijk was voorzichtig te zijn met haar beste jurk.
„Mamma wilde graag antwoord hebben”, zei ze, terwijl zij me een enveloppe gaf die ze stevig in haar handje gehouden had. De boodschap luidde: „Zullen we vanmiddag op de begraafplaats samen theedrinken?”
Nu kan een begraafplaats een droevige of een aangename plaats zijn, hetgeen ervan afhangt hoe ze wordt onderhouden en wat iemand weet omtrent de toestand van de doden en omtrent de hoop die er voor hen bestaat. De Noordelijke Begraafplaats in Montevideo is bijzonder goed onderhouden, en in oktober, wanneer het hier lente is, is het een heerlijk plekje. Het hele jaar door staan de planten in bloei en is het gras hier groen, maar in deze tijd van het jaar lijken de planten en bloemen zichzelf te overtreffen. De mensen beschouwen het als hun plicht hun liefde en eerbied voor de doden te tonen door regelmatig bloemen te brengen. Het doet er niet toe of de overblijfselen zich in een graf of in een urn bevinden, er is een voortdurende vraag naar bloemen. Het is heel gemakkelijk dat er een grote bloemenmarkt bij de ingang van de begraafplaats is. Hier ontmoette ik mijn gastvrouw.
De bloemenmarkt
Het was een prachtig gezicht, al die bloemen in keurige rijen te zien staan. Mijn vriendin vertelde mij dat elk stalletje privé-bezit is, en dat de eigenaars met elkaar wedijveren in het uitstallen van hun bloemen. De eigenaar van een van de stalletjes vertelde ons dat er jaarlijks miljoenen peso’s op deze markt worden besteed, hoewel dit slechts één van de begraafplaatsen van Montevideo is. Hij bood ons een boeket aan, maar wij bedankten ervoor en legden hem uit dat wij alleen maar even kwamen kijken.
Wij maakten tegelijk van de gelegenheid gebruik om hem uit te leggen wat onze hoop voor de doden is, en hoe wij verwachten dat zij die in de dood slapen, op een dag zullen ontwaken, zoals in Johannes 5:28, 29 staat: „Verwondert u hierover niet, want het uur komt waarin allen die in de herinneringsgraven zijn, zijn stem [de stem van de Zoon des mensen] zullen horen en te voorschijn zullen komen.” Wij vertelden ook dat de doden, die zich nergens van bewust zijn, geen voordeel kunnen trekken van de bloemen, hoewel de sombere kijk van de nabestaanden ongetwijfeld wat verhelderd zou worden door de kleur en tere schoonheid van de bloemen.
De begraafplaats
„We zullen eerst eens rondkijken”, zei mijn gastvrouw, „en daarna theedrinken. Ik wil je het terrein laten zien, en ook de verschillende manieren van begraven die hier gebruikt worden.” Het land blijkt eigendom van de gemeente te zijn, en op het terrein doen wachters de ronde. Een onderhoudsploeg ruimt verwelkte bloemen op, doch de familie van de overledene is verantwoordelijk voor de verzorging van het graf.
Tijdens onze wandeling wees mijn metgezellin mij de graftombes van de rijken aan, die meestal in het bezit zijn van coöperaties. De cliënten betalen dan elke maand een vastgesteld bedrag, en in ruil daarvoor zorgt de coöperatieve vereniging voor alle begrafenisregelingen. Verder is er dan nog een bijzonder oud gedeelte waar de doden een permanent graf in de grond kregen. Deze graven moesten volgens wettelijk voorschrift anderhalve meter diep zijn. Wegens ruimtegebrek worden de overblijfselen thans echter weggehaald en in gemeenschappelijke graven bijgezet.
Er is ook een andere methode ontwikkeld, die ruimtebesparend is. Na een periode van twee tot tien jaar worden de doden uit het graf gehaald (tien jaar als de dood het gevolg was van een besmettelijke ziekte, en twee jaar in alle andere gevallen). Er wordt niets anders van overgelaten dan beenderen of wat as, en dit wordt dan in urnen gedaan die in speciaal voor dit doel gebouwde nissen gezet worden. Deze tweede begrafenis kan individueel geschieden, zoals hier in het oostelijk deel van Zuid-Amerika gewoonlijk het geval is, of collectief, zoals in de voorchristelijke grafheuvels in Europa, waar soms alle overledenen van een stam bij betrokken waren.
Er zijn overvloedig veel monumenten van marmer, graniet en andere soorten steen. Hier en daar bemerkt men wellicht een graf waar één persoon ligt, maar het is vaak een familiegraf. In sommige familiegraven in Montevideo gaat er een trap naar een kamer onder het monument, waar voor elk lid van de familie een plaats is. Wanneer men deze graven wil bezoeken, moet dat van tevoren bericht worden, en dan zal de beheerder zorgen dat het graf open is.
De gedachte van een familiegraf is geenszins nieuw. In het Rome uit de oudheid waren ze al in gebruik, en aan de Via Appia zijn nog ruïnes van enkele hiervan te zien. De bewoners van Palestina hadden in patriarchale tijden ook familiegraven, waarvoor zij misschien een bestaande grot gebruikten of spelonken in de massieve rots hakten.
De muurgraven
De muurgraven zijn weer heel iets anders. Sommige zijn geheel binnen de begraafplaats gebouwd en kunnen wel uit twee tot tien lagen bestaan. Het is nogal vreemd wanneer men naar boven kijkt en dan bedenkt dat er zich heel veel doden in cementen graven daar hoog in de lucht bevinden; het blijkt echter een bijzonder praktische manier te zijn om met de ruimte te woekeren. Sierplanten aan de voet van deze bouwwerken helpen de eentonigheid van het cement wat te doorbreken.
Een ander soort van muurgraven staat bekend als tubulares of kokers, genoemd naar de manier waarop ze gebouwd worden. Langs de rijweg van de begraafplaats worden cementen kokers gebouwd, rij na rij, met de open zijde naar de rijweg gekeerd. Ze staan in de aarde, zijn door luchtgaten met elkaar verbonden en aan het eind van elke rij zit een koker waardoor het gas ontsnappen kan. Als er in een van de kokers een stoffelijk overschot is geplaatst, wordt hij onmiddellijk verzegeld door de opening eenvoudig dicht te metselen. Wellicht is het de wens van de familie er later een speciale gedenkplaat aan te maken.
Coöperatieve begrafenisondernemingen helpen eraan mee op het kerkhof ruimte uit te sparen. De graven in de muren van het gebouw reiken aan de buitenkant helemaal tot aan het dak, en aan de binnenkant tot het plafond. Een ervan bezochten wij, het Casa Galicia, een prachtig modern gebouw. Aan twee kanten wit marmeren grafmuren, en daarvóór een open patio met een bassin en mooi opgroeiende planten. Men kan met een van de liften vele verdiepingen onder de grond gaan, waar, naar men zegt, nog plaats is voor een half miljoen doden, met inbegrip van de urnenafdeling.
Het is nu echter tijd voor de thee, en als ik mijn gastvrouw volg zie ik een heel aanmoedigende inscriptie op een gebouw. Er staat: „DESPERTAD Y CANTAD LOS QUE YACEN EN EL POLVO PORQUE ROCIO DE LUZ ES SU ROCIO Y LA TIERRA DEVOLVERA LOS MUERTOS.” Letterlijk in het Nederlands vertaald betekent dit: „Ontwaakt en zingt, gij die in het stof rust, want dauw van licht is uw dauw en de aarde zal de doden opgeven.” — Zie Jesaja 26:19.
Theetijd
Mijn gastvrouw had een klein heuveltje beklommen en zette de theemand nu neer onder een oude karmozijnbes. Voor haar was thee in werkelijkheid maté, die heet geserveerd en uit een kalebaskom opgezogen moet worden door een bombilla, een metalen pijpje met aan één kant een zeefje. Het is bijzonder verfrissend en goedkoop. Toen zij het keurige tafelkleed tussen ons op de grond uitspreidde en kleine cakes en andere dingen begon uit te pakken, zag ik slechts één maté en één bombilla. Zou ik samen met haar moeten doen, zoals hier de gewoonte is?
Alsof het een antwoord op mijn gedachten was, kwam er een kop en schotel uit de mand te voorschijn. Misschien was de opluchting zichtbaar op mijn gezicht, want zij lachte en zei: „Ik wist dat je liever thee zou hebben, en daarom heb ik dit voor je meegebracht.” Mijn hart ging naar haar uit, niet alleen vanwege de thee, maar omdat het zo typerend was voor die verrukkelijke gastvrijheid in Uruguay. Zij zijn zo attent, tot in de kleinste details! Ik haastte mij mijn waardering voor een heerlijke kop thee tot uitdrukking te brengen.
Toen mijn kopje weer gevuld en de laatste cake verdwenen was, vroeg ik: „Is het waar dat de doden van de Graf Spee, het Duitse slagschip, hier op deze Noordelijke Begraafplaats begraven liggen?” Ik herinnerde mij de opwinding van die dagen toen het beroemde „vestzakslagschip” in 1939 in dit gebied in het nauw gebracht werd door drie Britse oorlogsschepen. In de veronderstelling dat er Britse versterkingen aangekomen waren, en omdat de Duitsers niet het risico wilden lopen dat het slagschip buitgemaakt zou worden, hebben zij hun eigen schip tot zinken gebracht.
„Ja, dat is waar”, antwoordde mijn vriendin, en legde het verder uit. De graven van de doden van de Graf Spee bevinden zich op een stukje grond dat door altijdgroene bomen omsloten wordt. Zij liggen allen onder een grafheuvel, met aan ieders hoofdeind een eenvoudige gedenkplaat. De graven worden door de hier wonende Duitsers onderhouden. Bloemen zijn er niet toegestaan, maar elk graf is bedekt met een altijdgroene kruipplant, die gewoonlijk de Amerikaanse wijnstok wordt genoemd.
Het is nu echter tijd om te vertrekken. Wij zullen het plekje waar de bemanning van de Graf Spee begraven ligt, een andere keer moeten bezoeken, en ook het crematorium, waar de doden soms op een rij op hun beurt liggen te wachten, evenals daarbuiten de levenden voor zoveel dingen op hun beurt moeten wachten.
Crematie is in Uruguay heel gewoon. In Montevideo is crematie gratis en heeft ze geen speciale betekenis. Gewoonlijk is er vóór iemands dood een geschreven verklaring vereist, hoewel deze niet onontbeerlijk is. Wij hadden de bewijzen gezien dat crematie wel zin heeft, daar het een praktisch en tegelijk ruimtebesparende manier is om zich van de doden te ontdoen.
Bij ons vertrek moeten wij wel denken aan de belofte die Jehovah herhaaldelijk gedaan heeft, dat hij de doden terug zal brengen tot leven, degenen van hen die, naar zijn barmhartig oordeel, voor een dergelijke gave in aanmerking komen. Stelt u zich de honderdduizenden van deze doden alleen al op dit kerkhof eens voor die nog zullen opstaan en dan net zolang zullen blijven leven als zij hun Hersteller van het leven zullen gehoorzamen! Zij zouden ongetwijfeld even graag als wij op de begraafplaats theedrinken. Wat is het heerlijk, te leven!