Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 22/9 blz. 20-23
  • Bestrijdingsmiddelen — een zegen of een vloek?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bestrijdingsmiddelen — een zegen of een vloek?
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Toenemend bewijsmateriaal
  • Dierenwereld bedreigd
  • Krachtig en lang werkend
  • Welke uitwerking op de mens?
  • Verstoring van het evenwicht
  • Nog andere mogelijkheden?
  • Chemische pesticiden verdelgen niet alleen ongedierte
    Ontwaakt! 1999
  • Wint de mens terrein in zijn oorlog tegen de insekten?
    Ontwaakt! 1984
  • Insekten — Een zegen of een vloek?
    Ontwaakt! 1973
  • Insekten
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 22/9 blz. 20-23

Bestrijdingsmiddelen — een zegen of een vloek?

ELK jaar worden in veel landen de bodem en gewassen doordrenkt van miljoenen kilo’s giftige chemicaliën. Chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt om ongewenste insekten, ratten en schimmels te doden. Chemische gifstoffen worden ook gebruikt om onkruid te doden en planten te ontbladeren.

Tot in welke mate in sommige gebieden giftige chemicaliën worden gebruikt, werd in de New York Times van 26 december 1969 opgemerkt. In verband met katoenplantages in de staat Mississippi verklaarde het blad:

„Van maart tot en met november is de lucht bezwangerd met chemicaliën die moeten voorkomen dat onkruid gaat kiemen, en met andere die het eventueel toch opschietende onkruid moeten doden; met chemicaliën om ’boll weevils’, ’bollworms’ en andere insekten te doden; en ten slotte, in de oogsttijd, met een walgelijk stinkend defoliant om de katoenplanten te ontbladeren. . . . In totaal wordt er tien tot twintig maal per seizoen met chemicaliën gespoten.”

Toenemend bewijsmateriaal

Toch hebben sommigen al vele jaren gewaarschuwd voor de neiging om voor gewassen en de bodem steeds meer chemicaliën te gebruiken. Zij betoogden dat er schade werd toegebracht met mogelijk ernstige gevolgen op lange termijn. De bewijzen stapelen zich thans op, dat bestrijdingsmiddelen en andere vergiften inderdaad de genoemde uitwerking hebben. In de afgelopen jaren zijn de ernstige en onaangename gevolgen van het overvloedige gebruik van bestrijdingsmiddelen duidelijk geworden. Deze giftige stoffen bleken dodelijk te zijn voor een groot aantal vogels en insekten en hebben veroorzaakt dat enkele soorten vrijwel zijn uitgestorven.

Ook heeft men ontdekt dat enige van de lang werkende bestrijdingsmiddelen zoals DDT zelfs in mensen worden aangetroffen. Newsweek van 26 januari 1970 verklaarde: „De melk die Amerikaanse vrouwen in hun borsten bij zich dragen, bevat wel drie tot tien maal zoveel van het bestrijdingsmiddel DDT als er in de voor consumptie bestemde melk van de fabriek van regeringswege is toegestaan.”

Zelfs regeringsfunctionarissen en geleerden maken zich dus thans zorgen. Dr. C.F. Wurster, bioloog aan de Staatsuniversiteit van New York, zei: „Het gevaar is niet langer betwistbaar; het is een vastgesteld, wetenschappelijk feit.” Een andere geleerde die de bewijzen had onderzocht, merkte op: „Ik ben werkelijk bang.”

Dierenwereld bedreigd

Chemische gifstoffen worden door de lucht meegevoerd als ze worden verstoven, of worden van het land af met het water meegevoerd naar rivieren en meren, waardoor de vissen worden aangetast. Gambusia-vissen in de Mississippi bleken zoveel gifstoffen te bevatten dat Dr. D. B. Ferguson, verbonden aan de zoölogische afdeling van de Mississippi-staatsuniversiteit, verklaarde: „Deze vissen zijn levende bommen. Wat er ook komt opdagen om ze op te eten, het is ten dode opgeschreven.”

Vorig jaar werd door de Amerikaanse regering beslag gelegd op 12.500 kilo zalm uit het Michigan-meer. De vis was wegens te veel DDT en Dieldrin voor consumptie ongeschikt. De zalm bevatte bijna vier maal zoveel bestrijdingsmiddelen als toelaatbaar werd geacht.

Amerikaanse vogels zoals de Amerikaanse zeearend, de slechtvalk en de bruine pelikaan dreigen uitgeroeid te worden. In de oceaan ter hoogte van Californië absorberen kleine zeeplantjes en -diertjes, bekend onder de naam plankton, allerlei bestrijdingsmiddelen die met het water naar de zee worden afgevoerd of door de wind in zee terechtkomen. Vissen eten het plankton en nemen de bestrijdingsmiddelen in hun lichaam op, en aangezien pelikanen vis eten, nemen ook deze de bestrijdingsmiddelen in zich op. Hierdoor wordt het ingewikkelde voortplantingsmechanisme van deze vogels verstoord. De eieren van de vrouwtjespelikaan hebben daardoor zo’n dunne schaal dat ze vrijwel onmiddellijk breken, en de eieren die het enkele dagen mochten volhouden, zijn zo breekbaar dat ze onder het gewicht van het vrouwtje bezwijken.

Ook al worden de pelikanen dus niet direct door insekticiden gedood, dan sterven ze toch uit omdat de eieren niet uitkomen. De San Francisco Chronicle verklaarde in verband hiermee: „Het ziet ernaar uit dat de enorme bruine vogels dit jaar in Californië in het geheel geen eieren zullen uitbroeden, en het pad des doods strekt zich steeds meer in zuidelijke richting uit, tot aan de Mexicaanse eilanden in de Golf van Californië.”

Op een kalkoenenfarm in Arkansas werd het krachtige bestrijdingsmiddel heptachloor gebruikt tegen zandvlooien bij levende kalkoenen. Op het totale aantal van 300.000 kalkoenen die werden onderzocht, bleken er 124.000 zo door het insekticide te zijn vergiftigd dat ze ongeschikt waren voor de consumptie.

Soms ook worden dieren in groten getale rechtstreeks door bestrijdingsmiddelen gedood. Zo heeft men bijvoorbeeld in Hanover, in de Amerikaanse staat New Hampshire, iepen met bestrijdingsmiddelen bespoten, waardoor honderden vogels stierven. Ongeveer 70 percent van de treklijsters werden gedood.

In Medical World News van 27 februari 1970 werd een verslag gegeven over een experiment met vijfentwintig bevruchte eieren die geïnjecteerd werden met kleine hoeveelheden van een chemisch ontbladeringsmiddel dat in de Verenigde Staten (en in Vietnam) ruime toepassing vindt. Slechts vijftien kuikens bleven in leven. Elf van de vijftien vertoonden verlammingsverschijnselen en andere gebreken. De niet uitgebroede kuikens bleken ernstige afwijkingen en misvormingen te hebben.

Krachtig en lang werkend

Sommige bestrijdingsmiddelen hebben zo’n krachtige en langdurige werking dat er zelfs sporen van in de pinguïns van de Zuidelijke IJszee zijn aangetroffen. Dit was op duizenden mijlen afstand van de dichtstbijzijnde plaats waar de bestrijdingsmiddelen werden toegepast!

Wat het tot een ernstig probleem maakt, is dat sommige bestrijdingsmiddelen, zoals DDT, niet oplosbaar zijn in water. Zodoende hopen ze zich op in de organismen die eraan zijn blootgesteld. Na verloop van tijd kan het dier dan veel meer insekticideresten hebben binnengekregen dan er in zijn omgeving worden aangetroffen. Men beweert zelfs dat sommige dieren een meer dan miljoen maal sterkere concentratie van het bestrijdingsmiddel kunnen hebben verzameld dan die van het milieu waarin ze leven!

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen, voornamelijk DDT, is zo wijdverbreid dat Dr. L. Tomatis, van het Internationale Bureau voor Kankeronderzoek in Frankrijk, verklaarde: „Elk dier, alle water en elke bodem op deze aarde is thans met DDT besmet.” En de Amerikaanse senator G. Nelson heeft betreffende DDT verklaard: „Binnen slechts één generatie heeft het de dampkring, de zee, de meren en rivieren besmet en bedorven en is het in het vetweefsel van de meeste schepselen in de wereld opgenomen.”

Omdat DDT in melk, vlees, groenten, fruit en mensen blijkt voor te komen, hebben de Verenigde Staten met ingang van 1 januari 1970 het gebruik ervan aan strenge beperkende bepalingen onderworpen. De Amerikaanse minister van gezondheid, opvoeding en sociale zaken, R. H. Finch, heeft echter gezegd dat nog „tien jaar of langer” nadat een verbod wordt ingesteld, DDT-resten in voedsel aan te tonen zullen zijn. Hoewel ook verscheidene andere landen het gebruik van DDT hebben beperkt, gaat men ermee voort honderden andere bestrijdingsmiddelen te gebruiken.

Welke uitwerking op de mens?

Onderzoekingen tonen aan dat de Amerikanen een gemiddelde van 12 delen per miljoen (dpm) DDT in hun vetweefsel hebben, dat is meer dan tweemaal de hoeveelheid die in vis die verhandeld wordt mag worden aangetroffen. Het Engelse blad Guardian Weekly van 15 november 1969 berichtte: „Ook heeft men ontdekt dat het bloed van de gemiddelde Amerikaan meer DDT bevat dan in vlees is toegestaan . . . gechloreerde insekticiden kunnen bij mensen die er het meest aan worden blootgesteld chronische vergiftiging veroorzaken, en het is bekend dat er gevaar op lever- en nierschade bestaat.”

Men heeft geconstateerd dat baby’s door middel van de moedermelk tweemaal zoveel bestrijdingsmiddelen binnenkregen als door de Wereldgezondheidsorganisatie toelaatbaar wordt geacht. De Zweedse toxicoloog Dr. G. Lofroth heeft erop gewezen dat dieren die zulke hoeveelheden in zich hebben opgenomen biochemische veranderingen beginnen te vertonen.

Sporen van allerlei bestrijdingsmiddelen zijn in de weefsels van doodgeboren en nog niet geboren baby’s aangetroffen. In sommige gevallen was de concentratie van gifstoffen even hoog als in het lichaam van de moeder. De bestrijdingsmiddelen werden zowel in de lever en nieren als in de hersenen van de baby aangetroffen, en de grootste concentratie ervan bevond zich in het vetweefsel.

In de Verenigde Staten werd in een nationale televisie-uitzending vermeld dat een vader zijn varken bij vergissing graan had gevoerd dat met kwik was behandeld en dus niet gegeten maar geplant moest worden. Later slachtte hij het varken en at zijn gezin ervan. Zijn vrouw, die in verwachting was, en verscheidene kinderen werden ernstig ziek. Zij leden aan blindheid, spraakstoornissen, hersenletsel en andere complicaties. Van één kind, een meisje, werd gezegd dat zij, als zij bleef leven, als gevolg van zulk een ernstig hersenletsel slechts „vegetatief” zou kunnen leven.

Tijdens proefnemingen met ratten bleken zware doses bestrijdingsmiddelen kanker, bij de geboorte meegekregen abnormaliteiten en op de lange duur optredende erfelijke afwijkingen te veroorzaken. De meeste mensen krijgen weliswaar geen geconcentreerde dosis chemische gifstoffen tegelijk binnen, maar wat gebeurt er met mensen die dagelijks in het voedsel dat zij eten, de lucht die zij inademen en het water dat zij drinken kleine hoeveelheden ervan binnenkrijgen? Moeten wij aannemen dat insekten, vogels en vissen kunnen worden gedood zodat enkele soorten vrijwel zijn uitgestorven, doch de mens van deze zelfde gifstoffen geen schade ondervindt?

Verstoring van het evenwicht

Bestrijdingsmiddelen hebben dat wat „het evenwicht in de natuur” wordt genoemd, verstoord. Een voorbeeld hiervan werd genoemd door Dr. L. C. Cole van de Cornell-universiteit, zoals werd opgemerkt in U.S. News & World Report van 24 november 1969:

„De Wereldgezondheidsorganisatie zond DDT naar Borneo om muskieten te doden. Het werkte uitstekend. Kakkerlakken werden er echter niet door gedood, maar hoopten DDT in hun lichaam op. Hagedissen die in de met riet bedekte hutten leefden, aten de kakkerlakken. Door het DDT werden de hagedissen traag. Toen konden de katten de hagedissen gemakkelijk vangen. Maar de katten stierven . . . Nu er geen katten meer waren, kwamen er ratten, die het gevaar van pest meebrengen. En nu er geen hagedissen meer waren, vermenigvuldigden de rupsen zich in de hutten, waar ze leefden van het riet van de daken. Toen begonnen de daken in te storten.”

Het ironische van de geschiedenis is dat, hoewel bestrijdingsmiddelen insekten hebben gedood, deze zelfde soorten insekten geslachten hebben voortgebracht die resistent zijn tegen die bestrijdingsmiddelen. Krachtiger gifstoffen zijn daarom nodig om ze te doden. Men beweert echter dat er geen bestrijdingsmiddel is waar insekten ten slotte geen raad mee weten.

Om welke insekten gaat het? Het Amerikaanse ministerie van landbouw heeft een telling gemaakt van alle insekten die door de mens als schadelijk worden beschouwd. Van de meer dan 800.000 bekende soorten bedroeg het aantal dat als „schadelijk” wordt geklasseerd, slechts 235, dat is minder dan 1/25ste percent van het aantal dat bij de wetenschap bekend is!

Het werk van insekten die planten bestuiven maakt de schade die door andere insekten wordt toegebracht meer dan ongedaan. Als stuifmeeldragende insekten uitgeschakeld werden, zouden de meeste bloeiende planten uitsterven. Indien alleen al de bijen zouden verdwijnen, zouden naar schatting 100.000 soorten bloemdragende planten uitsterven.

Beschouwt u bovendien eens het volgende commentaar in World Book Encyclopedia: „Boeren hebben bijgedragen tot de verspreiding en toeneming van insektenplagen door het evenwicht in de natuur te verstoren en het gevarieerde planteleven van de ongerepte natuur door vele hectaren vol van een en dezelfde plantesoort te vervangen.” Bepaalde insekten schijnen welig te tieren wanneer in uitgestrekte gebieden één enkel gewas wordt verbouwd.

Nog andere mogelijkheden?

Bestaan er andere mogelijkheden dan het gebruik van bestrijdingsmiddelen? Ja. Een ervan is het gebruik van insekten die zich voeden met andere insekten die als schadelijk worden beschouwd. Er zijn tal van ongediertebestrijdende insekten, zoals lieveheersbeestjes, bidsprinkhanen, gaasvliegen en trichogramma’s.

In de Amerikaanse staat Kansas werden bepaalde gewassen door bladluizen vernietigd, zodat de boeren grote hoeveelheden lieveheersbeestjes lieten importeren. Na zes weken hadden de lieveheersbeestjes de bladluizen bedwongen. Iemand die veel van lieveheersbeestjes gebruik maakte, berichtte dat de bladluizen binnen twee dagen vrijwel geheel bedwongen waren. En de lieveheersbeestjes vormden geen bedreiging voor de gewassen.

Andere mogelijkheden zijn onder andere het kweken van planterassen die meer resistent zijn tegen insekten; sterilisatie van insekten; mechanische bestrijding; het verbouwen van tussengewassen; het gebruik van spuitmiddelen van organische oorsprong zoals uien, knoflook, kruizemunt, enzovoort.

Met betrekking tot de wijze waarop insekten functioneren en onder controle gehouden kunnen worden, is de volgende opmerking in Organic Gardening and Farming van augustus 1969 van belang: „Hoe meer wij de werkwijzen van de Natuur gadeslaan, des te meer gaan wij begrijpen dat het insekt van haar de taak heeft gekregen censuur uit te oefenen door ongewenste vegetatie te vernietigen . . . in het algemeen geven insekten de voorkeur aan planten die kunstmest krijgen boven die welke met organische stoffen worden bemest. Het bestrijden van insektenplagen is op talloze manieren mogelijk, zonder dat men zijn toevlucht hoeft te nemen tot bespuitingen met gifstoffen en het gebruik van chemicaliën. Planten die hevig van insekten hebben te lijden, mankeert het vaak aan evenwichtige voeding.”

Het wordt thans duidelijk dat veel problemen die de mens in verband met het gebruik van chemische gifstoffen tegenkomt, te wijten zijn aan onvoldoende kennis en aan het onvermogen van de mens om de gevolgen geheel te kunnen overzien, alsmede aan zijn economische hebzucht. Dit legt de nadruk op de behoefte aan leiding door de Schepper van alle planten, dieren, met inbegrip van insekten, en de mens. In Gods nieuwe ordening kunnen wij deze leiding verwachten, zodat de mens in harmonie met de rest van Gods aardse schepping zal worden gebracht.

[Illustratie op blz. 20]

Moedermelk bevat soms veel meer DDT dan de hoeveelheid die in melk van de fabriek is toegestaan

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen