Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 8/8 blz. 15-16
  • Op zoek naar Gods waarheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Op zoek naar Gods waarheid
  • Ontwaakt! 1970
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hun zoeken naar ware religie beloond
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Wat komt eerst — uw kerk of God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Waarom worden alle soorten van mensen Jehovah’s getuigen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Hoe zij de waarheid vonden
    Ontwaakt! 1971
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 8/8 blz. 15-16

Op zoek naar Gods waarheid

IK BEN rooms-katholiek opgevoed. Op vijftienjarige leeftijd moest ik als gevolg van gezinsmoeilijkheden mijn intrek nemen in een protestants pleeggezin, en al gauw begon ik in te zien dat veel leerstellingen van de Katholieke Kerk niet juist waren. Daarom werd ik in 1961 lid van de Verenigde Kerk van Canada, in welke kerk ik behoorlijk actief was en die ik ongeveer een jaar lang geregeld bezocht.

De predikant van de Trinity United Church te Port Coquitlam, in de provincie Brits-Columbia, sprak in zijn preek dikwijls over geld dat nodig was, om voor zijn vrouw een wasmachine, centrifuge, enzovoort, te kunnen aanschaffen. Hoewel ik heel weinig wist van de wijze waarop ik zelf een christen diende te zijn, begon ik langzamerhand de huichelarij van de kerk in te zien. Zij hielden zich alleen bezig met liefdadigheidsbazaars en het oprichten van fondsen voor de bouw van een kerk ter waarde van $100.000.

Ik geloofde helemaal niet in de bijbel, aangezien mij vroeger was geleerd dat hij niet door God geïnspireerd was. Ik geloofde echter wel in God en Jezus Christus.

Wij hadden enige vrienden die getuigen van Jehovah waren. Als zij mij bezochten, sprak ik met hen en daar ik nieuwsgierig was naar wat zij geloofden, stelde ik altijd vragen, hoewel mijn belangstelling niet al te groot was. Ik nam vaak de weekendkrant en las dan de pagina met het kerkelijk nieuws helemaal door, terwijl ik bad of mij de ware religie getoond mocht worden — welke ik ook tegenkwam, niet die van Jehovah’s getuigen. Ik was er absoluut zeker van dat zij fout waren, en ik was van plan dat te bewijzen.

Ik besloot de predikant van de Verenigde Kerk een bezoek te brengen, denkend dat hij mij wel wat „munitie” zou geven om op de Getuigen te kunnen afvuren. Over alles wat ik hem vroeg liet hij zich echter zeer vaag uit en aan het einde van het gesprek zei hij zelfs dat hij de Getuigen bewonderde en wenste dat zijn mensen net zo ijverig waren.

Ik verkeerde in verwarring en wist niet meer wat de juiste religie was en waar ik die zou moeten vinden. Elke avond bad ik tot God of hij mij wilde helpen de waarheid omtrent het leven te vinden.

De Getuigen bleven mij nog steeds bezoeken. Elke keer als ik met hen sprak, haalden zij de bijbel aan om de gedachten die ik aannemelijk vond, te weerleggen. Hoewel ik geen geloof stelde in de bijbel, besloot ik hem samen met hen te bestuderen aangezien ik toch niets te verliezen had. Mijn man was er niet zo erg mee ingenomen, maar ik legde hem uit dat ik het speuren nog niet moe was en dat ik de Getuigen niet zonder meer zou geloven; ik was van plan mijn geloof aan de hand van andere bronnen te bewijzen.

Wat de bijbel over de schepping en andere onderwerpen te zeggen had, beviel mij wel. Het was redelijker dan alles wat ik te berde had gebracht. Ik kreeg het verlangen erachter te komen of de bijbel waar was. Ik weigerde echter de lectuur van het Wachttorengenootschap over dit onderwerp te aanvaarden, maar ging naar de bibliotheek om boeken over de archeologie van de bijbel te lezen. Hoe verbaasd was ik te ontdekken dat de bijbel historisch nauwkeurig is! Ik had nu zoveel vragen over verschillende onderwerpen dat ik de Getuigen opbelde en enkele uren lang met hen sprak. Van toen af aan besloot ik hun vergaderingen te bezoeken en zoveel te leren als ik kon.

Ik was buiten mijzelf van geluk. Toch wilde ik nog een laatste poging doen om er zeker van te zijn dat dit Gods waarheid is. Natuurlijk was ik geschokt te vernemen hoe de christenheid doortrokken is van heidendom, tot zelfs het kruis en de kerktorens aan toe. Ik vroeg mij echter af: Zou er misschien geen goede reden achter dit heidendom schuilen? Er zijn toch zeker intelligente mensen onder hen? Ik besloot dus hun standpunt te weten te komen ten aanzien van de vraag waarom zij hebben toegelaten dat hun religie door heidendom werd aangetast.

Ik ging een bezoek brengen aan mijn stiefmoeder, die haar leven lang rooms-katholiek was geweest, en ik stelde haar vragen over kerkelijke leerstellingen die van heidense oorsprong waren. Zij kon mij echter geen enkel antwoord geven! Het enige wat zij zei, was dat haar geestelijken in de bijbel geloven maar dat zij hun kerk er niet op baseren; zij baseren hun kerk op het misoffer. Zij stelde voor dat ik de priesters van de St.-Pieterskerk te Westminster eens moest bezoeken. De priester met wie ik sprak is het hoofd van alle priesters in Brits-Columbia. Toen ik hem confronteerde met de dingen die ik had geleerd, antwoordde hij: „Zeker zijn ze heidens, maar de Kerk zegt dat het in orde is, dus is het in orde.” Hij geloofde helemaal niet in de bijbel. Ook aanvaardt hij niet de maagdelijke geboorte, de opstanding of zelfs de schepping, maar hij gelooft in evolutie. Nu vroeg ik hem op de man af: Hoe kunt u zich dan priester noemen en anderen onderwijzen?

Hij verklaarde vervolgens dat ook hij Jehovah’s getuigen bewonderde en dat hij wenste dat zijn mensen net zo enthousiast waren als zij. Ik vroeg hem waarom dat niet het geval was. Als zij er werkelijk zeker van waren dat hun geloof juist was, zouden zij van hetzelfde enthousiasme blijk geven. Hij antwoordde: „In de eerste paar eeuwen toen het christendom nieuw was, waren de christenen allen ijverig, maar toen kwam de menselijke aard boven. Geef de Getuigen nog enkele jaren en zij zullen net zo zijn als wij.”

„Dat zal nooit gebeuren!” kaatste ik terug.

Kort na dit gesprek belde ik een hoogleraar in de theologie aan de Universiteit van Brits-Columbia. Ik vertelde hem dat ik verschillende religies had onderzocht en momenteel met Jehovah’s getuigen studeerde. Ik vroeg hem of hij mij enige inlichtingen kon verstrekken die ik zou kunnen gebruiken om hun de voet dwars te zetten. Hij zei: „Wij studeren alleen religie. Wij zijn er niet in geïnteresseerd welke de waarheid is.” Nu was ik volkomen tevreden gesteld dat de Getuigen gelijk hadden wanneer zij naar hun geloof verwezen als „de waarheid”.

Ik had nu al zo lang gebeden en gezocht dat toen ik begon te beseffen dat Gods waarheid in de organisatie van Jehovah’s getuigen te vinden is, het niet nodig was dat ik er nog langer mee zou wachten mij aan God op te dragen. Na zes maanden studie droeg ik mij op en werd ik als symbool hiervan gedoopt. Mijn man heeft ook besloten de bijbel te gaan bestuderen. Wat ben ik blij dat ik mij van alles heb vergewist en nu vasthoud aan dat wat voortreffelijk en waar is! — 1 Thess. 5:21. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen