C1
Het herstel van Gods naam in het Nieuwe Testament
De Papyrus Nash, die dateert uit de tweede of eerste eeuw v.Chr., bevat gedeelten uit Exodus en Deuteronomium. In de Hebreeuwse tekst komt Gods naam meerdere keren voor
Toen Jezus en zijn apostelen op aarde waren, stond de godsnaam, het Tetragrammaton, in de Hebreeuwse manuscripten van het Oude Testament. (Zie Appendix A4 en A5.) Gods naam kwam ook voor in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament die in de eerste eeuw veel werd gebruikt. In die tijd werd Gods naam in de Septuaginta weergegeven met Hebreeuwse letters (JHWH) of met de Griekse transliteratie van die letters (IAO). Dat wordt bevestigd door fragmenten van manuscripten van de Septuaginta die dateren uit de eerste eeuw en daarvoor. De geïnspireerde schrijvers van het Nieuwe Testament moeten dus het Tetragrammaton hebben gezien als ze uit het Oude Testament citeerden, of ze nu rechtstreeks uit de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament citeerden of uit de Griekse vertaling van die tekst, de Septuaginta.
Er zijn echter van het Nieuwe Testament geen manuscripten uit de eerste eeuw die we kunnen raadplegen. Het is dus niet mogelijk in de oorspronkelijke Griekse tekst te controleren of de Bijbelschrijvers het Tetragrammaton gebruikten. De oudste relevante Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament zijn kopieën van na het jaar 200. De meest complete manuscripten dateren uit de vierde eeuw, lang nadat de originelen werden opgesteld. Maar ergens in de tweede of het begin van de derde eeuw was het gebruik ontstaan dat kopiisten het Tetragrammaton vervingen door een titel zoals Heer of God of manuscripten kopieerden waarin dat al was gedaan.a
Dat gebruik plaatst iedereen die het Nieuwe Testament wil vertalen voor een bijzondere uitdaging. Als een vertaler bijvoorbeeld in de Griekse tekst een citaat uit het Oude Testament aantreft, komt hij nergens het Tetragrammaton tegen. Maar hij moet rekening houden met twee belangrijke feiten: (1) het citaat uit het Oude Testament kan in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst het Tetragrammaton bevatten en (2) de Griekse tekst die hij gebruikt is gebaseerd op manuscripten uit een periode waarin kopiisten Gods naam geregeld vervingen door titels. Hij moet dan een belangrijke beslissing nemen. Volgt hij de Griekse tekst die Kurios of Theos gebruikt in plaats van het Tetragrammaton of probeert hij te achterhalen waar in de oorspronkelijke Griekse tekst het Tetragrammaton moet hebben gestaan?
Zowel de Hebreeuwse als de Griekse manuscripten die de christelijke Bijbelschrijvers gebruikten bevatten het Tetragrammaton
Doorslaggevend is de vraag: hebben de Bijbelschrijvers uit de eerste eeuw elke keer dat ze uit het Oude Testament citeerden opzettelijk het Tetragrammaton, dat in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst voorkwam, vervangen door Kurios of Theos? Door de eeuwen heen zijn heel wat Bijbelvertalers tot de conclusie gekomen dat de schrijvers dat niet hebben gedaan. Daarom voelden ze zich verplicht Gods naam in hun vertaling van het Nieuwe Testament terug te zetten. De vertalers van de christelijke Griekse Geschriften van de Nieuwewereldvertaling zijn het met dat standpunt eens.b
WAAR MOET GODS NAAM WORDEN TERUGGEZET?
In de volgende twee delen van Appendix C staan lijsten met de verzen waarin de naam Jehovah voorkomt in de hoofdtekst van de Griekse Geschriften van de Nieuwewereldvertaling.c Appendix C2 vermeldt verzen met directe of indirecte citaten uit het Oude testament waar in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst het Tetragrammaton voorkomt. Appendix C3 vermeldt verzen waarin geen direct of indirect citaat uit het Oude Testament voorkomt en noemt de redenen waarom Gods naam in die verzen is teruggezet.
Appendix C4 is een lijst met vertalingen van het Nieuwe Testament die Gods naam in een aantal verzen hebben teruggezet.d (Hiernaar wordt verwezen in Appendix C2 en C3.) Sommige van die vertalingen hebben Gods naam niet alleen teruggezet in citaten uit het Oude Testament maar ook in andere verzen waar de context of andere factoren daar een goede reden voor bieden. Geen van deze vertalingen is gemaakt door Jehovah’s Getuigen.e De lijst bevat vertalingen in het Hebreeuws en in veel andere talen. Voor het gemak zijn ze aangeduid met de letter J gevolgd door een cijfer. In Appendix A5 staat een lijst van meer dan 120 talen en dialecten waarin vertalingen bestaan met Gods naam in de hoofdtekst van het Nieuwe Testament.
De Papyrus Oxyrhynchus 3522, die uit de eerste eeuw dateert, bevat een passage uit het boek Job. In dit fragment van de Septuaginta staat het Tetragrammaton in Oudhebreeuwse letters
a In de meeste gevallen is Gods naam vervangen door het Griekse Kurios (Heer) of Theos (God) of door een afkorting van een van die woorden. Veel woordenboeken van het Oudgrieks vermelden dat die twee Griekse woorden zijn gebruikt als equivalent van Gods naam. (Zie A Greek and English Lexicon to the New Testament door J. Parkhurst, herziene editie van 1845; The New Thayer’s Greek-English Lexicon of the New Testament door J.H. Thayer, 1981; A Greek-English Lexicon door Liddell en Scott, 1996; A Greek-English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature, derde editie, 2000; Lexicon Bijbels Grieks, J.A. Murre, derde druk, 2016.)
b Er zijn ook geleerden die het hier absoluut niet mee eens zijn. Een van hen is Jason BeDuhn, schrijver van het boek Truth in Translation: Accuracy and Bias in English Translations of the New Testament. Toch geeft zelfs hij toe: ‘Het kan zijn dat men op een dag een Grieks manuscript vindt van een deel van het Nieuwe Testament, een heel oud manuscript, met in sommige verzen de Hebreeuwse letters JHWH. Als dat gebeurt en die bewijzen er zijn, zullen Bijbelgeleerden serieus aandacht moeten besteden aan de standpunten van de redacteuren van de NW [Nieuwewereldvertaling].’
c Deze lijsten omvatten alleen Bijbelboeken waarvoor al studiemateriaal beschikbaar is in de online Studiebijbel.
d De lijst bevat ook een naslagwerk waarin staat dat de woorden Kurios en Theos worden gebruikt als equivalent van het Tetragrammaton.
e Een editie van The Emphatic Diaglott (J21) is door Jehovah’s Getuigen gedrukt, maar de vertaling komt van Benjamin Wilson.