Voetnoot
b Mattheüs schrijft dat de vreemdelingen ’hun schatten openden’ en Jezus goud, geurige hars en mirre aanboden. Het is interessant dat die dure geschenken misschien wel mooi op tijd zijn gekomen, want Jezus’ familie, die kennelijk onbemiddeld was, zag zich kort daarna gedwongen te vluchten (Mattheüs 2:11-15).