Voetnoot
a Bij een aantal gelegenheden hebben engelen als boodschappers het woord gevoerd alsof zij Jehovah God zelf waren, omdat zij als vertegenwoordigers van Jehovah optraden. — Genesis 31:11-13; Rechters 2:1-3; vergelijk Genesis 16:11, 13.
a Bij een aantal gelegenheden hebben engelen als boodschappers het woord gevoerd alsof zij Jehovah God zelf waren, omdat zij als vertegenwoordigers van Jehovah optraden. — Genesis 31:11-13; Rechters 2:1-3; vergelijk Genesis 16:11, 13.