Voetnoot
c „Het spontane gevoel van het hart [tegenover God]”, zo definieert het Lexicon van Edward Robinson het oorspronkelijke Griekse woord eu·se·beiʹa. J. A. H. Tittmann zegt in zijn Remarks on the Synonyms of the New Testament bovendien: „[Godvruchtige toewijding] is een uiting van de eerbied voor de Godheid die zich openbaart in daden, . . . maar [godvruchtige vrees] duidt op de instelling die het doen van ook maar iets wat tegen het goede indruist, vreest en vermijdt . . . [godvruchtige toewijding] is datgene wat tot vroomheid in het leven aanzet.”