Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1980
Miljoenen mensen leven heden ten dage ’zonder hoop en zonder God in de wereld’ (Ef. 2:12). Ondanks de geestdriftige, menselijke beloften die in deze eeuw worden gedaan met betrekking tot een betere toekomst, wanhopen zij eraan dat de ontredderde toestanden in de wereld ooit hersteld zullen worden. Zij worden meegesleurd door de geest van de wereld, zodat zij apathisch, neerslachtig en cynisch worden. Velen zijn gefrustreerd en nemen hun toevlucht tot geweld, drugs, seksuele immoraliteit, misdaad en zelfs zelfmoord. Zo verklaart een rapport uit Nieuw-Zeeland: „Nog nooit tevoren zijn de mensen zo gedemoraliseerd en zo ontevreden over menselijk bestuur geweest.”
Maar er is een opmerkelijke uitzondering. Er bestaat een groep van meer dan twee miljoen mensen verspreid over ongeveer 200 landen en eilanden der zee, die een „levende hoop” met betrekking tot de toekomst bezitten. Waarom? Omdat zij onvoorwaardelijk geloof stellen in het vermogen en de bereidheid van de Schepper om op de door hemzelf vastgestelde tijd de zaken recht te zetten. En zij hebben krachtige redenen om te geloven dat die vastgestelde tijd zeer nabij is. Wie zijn zij? Jehovah’s Getuigen. Zij hebben in hun eigen leven de vervulling ervaren van deze geïnspireerde woorden: „Moge de God die hoop geeft, u vervullen met alle vreugde en vrede doordat gij gelooft, opdat gij overvloedig moogt zijn in hoop met kracht van heilige geest.” — Rom. 15:13; 1 Petr. 1:3.
HUN HOOP
Hun hoop is gebaseerd op Gods betrouwbare beloften. Wat heeft God beloofd? Zijn beloften worden beklemtoond in de woorden die zijn Zoon, Jezus Christus, sprak toen hij hier op aarde was, alsook in het gebed dat hij zijn volgelingen leerde bidden: „Onze Vader in de hemelen, uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.” Hiermee gaf hij christenen iets waarop zij hun hoop konden vestigen (Matth. 6:9, 10; 7:7). Want door deze smeekbeden op te zenden, zouden christenen in geloof uitzien naar de rechtvaardiging van Gods naam, de zegepraal van gerechtigheid en het uitbannen van religieuze huichelarij en alle andere slechte dingen op aarde.
Ja, dat Gods wil op aarde zal geschieden, betekent dat God „elke traan uit hun ogen [zal] wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn” (Openb. 21:4). In feite houden die woorden voor miljarden nakomelingen van Adam, zowel de levenden als de doden, de belofte in van eeuwig leven in volmaaktheid en geluk op een paradijsaarde. Bovendien is de tijd waarop deze dingen verwezenlijkt zullen worden, zeer nabij. Dit blijkt uit de zichtbare feiten die de vervulling vormen van profetieën zoals die te vinden zijn in Matthéüs de hoofdstukken 24 en 25, Markus hoofdstuk 13, Lukas hoofdstuk 21, 2 Timótheüs 3:1-5 en Openbaring 6:1-8.
Wil er een eind komen aan alle rouw en tranen, dan zal het ook noodzakelijk zijn dat geliefde gestorvenen uit de graven terugkeren. Dus wordt ons de hoop gegeven op een opstanding van „allen die in de herinneringsgraven zijn”, „van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen”. Ten gevolge van deze hoop treuren christenen niet zoals anderen. — Joh. 5:28, 29; Hand. 24:15; 1 Thess. 4:13.
KRACHTIGE BASIS VOOR HOOP
Hoe kunnen Jehovah’s Getuigen zo vol vertrouwen zijn met betrekking tot hun christelijke hoop? In de eerste plaats omdat Jehovah God, de Schepper, werkelijk bestaat. Zijn hele zichtbare schepping getuigt daarvan; en niet alleen van zijn bestaan, maar ook van tal van zijn schitterende hoedanigheden of eigenschappen, zoals zijn wijsheid, macht en liefde (Rom. 1:20). Bovendien bewijzen zijn handelingen met de mensheid, zoals die in zijn Woord staan opgetekend, dat hij een getrouwe God is, dat hij eenvoudig niet kan liegen (Tit. 1:2; Hebr. 10:23). Om die reden hebben christenen een krachtige aanmoediging om de hoop te grijpen die voor hen is gesteld. Wat Jehovah God belooft, vervult hij. — Hebr. 6:18.
Ook de stappen die Jehovah God heeft ondernomen om de vervulling van zijn beloften te bewerkstelligen, verschaffen christenen een verdere basis voor krachtige hoop. Als de voornaamste stap zond hij zijn Zoon naar de aarde om voor ons te sterven. Daar de mensheid door Adams zonde in slavernij aan zonde en de dood was verkocht, zou de slavernij aan zonde en de dood moeten worden afgeschaft zodat wij ons in eeuwig leven onder Koninkrijkstoestanden zouden kunnen verheugen (Rom. 5:12). Te dien einde heeft God „zijn eniggeboren Zoon . . . gegeven, opdat een ieder die geloof oefent in hem, niet vernietigd zou worden, maar eeuwig leven zou hebben”. Sindsdien heeft God verdere voorbereidingen voor Koninkrijkszegeningen getroffen door 144.000 gezalfde volgelingen van Jezus uit de wereld te roepen en op te leiden om met Jezus verbonden te zijn als het „zaad van Abraham”, dat de gehele mensheid zal zegenen. — Joh. 3:16; Gal. 3:16, 29; Openb. 14:1; 20:6.
DE KRACHT VAN HOOP
Hoop en geloof houden nauw verband met elkaar. Maar het zou een vergissing zijn hoop als slechts een aspect van geloof te beschouwen. Bijbelschrijvers maken een onderscheid tussen beide, zoals in 1 Korinthiërs 13:13: „Nu blijven echter geloof, hoop, liefde, deze drie.” Geloof geeft wezenlijke inhoud aan hoop, zoals wij lezen: „Geloof is de verzekerde verwachting van dingen waarop wordt gehoopt.” Anderzijds verleent hoop kracht aan geloof. — Hebr. 11:1.
Hoop schraagde de getrouwe mannen uit de oudheid. Ongetwijfeld verschafte de profetie die Jehovah God in Eden uitsprak, Abel een basis voor hoop: „Ik zal vijandschap stellen tussen u [de Slang] en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad. Hij zal u in de kop vermorzelen en gij zult hem in de hiel vermorzelen.” Op grond van deze belofte kon de apostel Paulus schrijven: „Want de vurige verwachting van de schepping [de wereld der mensheid] wacht [hoewel onwetend] op het openbaar worden van de zonen Gods [Christus’ gezalfde lichaamsleden]. Want de schepping werd aan ijdelheid onderworpen, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen, op basis van hoop dat ook de schepping zelf vrijgemaakt zal worden van de slavernij des verderfs en de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods zal hebben. Want wij weten dat de gehele schepping tot nu toe voortdurend te zamen zucht en te zamen pijn lijdt.” — Gen. 3:15; Rom. 8:19-22.
De patriarchen Abraham, Isaäk en Jakob werden geschraagd door de hoop op een „stad,” met werkelijke fundamenten, Gods koninkrijk. Hierdoor waren zij in staat te trachten een betere plaats te verkrijgen, namelijk een die tot de hemel behoort. Hoop schraagde ook de profeet Mozes. — Hebr. 11:10, 13-22, 24-26, 35.
En werd ook Jezus Christus niet door hoop geschraagd? Ja, want wij lezen dat hij „wegens de hem voorgestelde vreugde” in staat was zo veel te verduren en als overwinnaar te voorschijn te komen. Hij had een krachtig vertrouwen in de uiteindelijke zegepraal van rechtvaardigheid, zoals blijkt uit zijn Modelgebed. Hij koesterde ook de hoop om wederom te delen in de heerlijkheid die hij oorspronkelijk bij zijn Vader had. — Hebr. 12:2; Joh. 17:5.
Hoe bedroefd waren Jezus’ apostelen en andere discipelen toen hun Meester ter dood werd gebracht! Op dat ogenblik waren zij zonder hoop, neerslachtig, bevreesd en inactief. Maar wat een verandering vond er plaats toen hun hoop door de opstanding van Jezus uit de doden tot nieuw leven kwam! — Luk. 24:17, 32.
Welk een allesoverheersende plaats nam hoop sedertdien in hun leven in! In het bijzonder hoopten zij krachtig op de terugkeer van hun Meester en op de opstanding uit de doden. In feite werd hun hoop het strijdpunt tussen de regeerders en die christenen. Zo verklaarde de apostel Paulus bij een zekere gelegenheid voor het hof, dat hij „terecht[stond] wegens de hoop op de belofte die door God aan onze voorvaders werd gedaan”. — Hand. 26:6, 7; 23:6; 3:21.
Het lijdt geen twijfel: hoop bezit een schragende kracht. Ze ondersteunt ons tijdens verdrukking, wanneer er beproevingen en teleurstellingen komen. De christenen in Thessaloníka gaven hier blijk van, want Paulus schreef aan hen: „Wij denken onophoudelijk aan uw getrouwe werk en uw liefderijke arbeid en uw volharding ten gevolge van uw hoop op onze Heer Jezus Christus voor het aangezicht van onze God en Vader.” — 1 Thess. 1:3.
Hoop dient ook als bescherming. Daarom wordt ze met een helm vergeleken: „Laten wij onze zinnen bij elkaar houden en het borstharnas van geloof en liefde aan hebben en als helm de hoop der redding” (1 Thess. 5:8; Ef. 6:17). Net zoals de helm van weleer, die uit verschillende materialen vervaardigd was, een soldaat tijdens de letterlijke oorlogvoering beschermde, zo beschermt hoop, de geestelijke helm, onze geest tegen aanvallen van twijfel met betrekking tot hetgeen wij leren en tegen de verleiding om bijbelse beginselen te overtreden.
Omdat hoop tevens veiligheid biedt, wordt ze met een anker vergeleken. „Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, zowel zeker als vast” (Hebr. 6:19). Net zoals een anker dient om een schip midden in een razende storm vast, zeker en stabiel te houden, zo helpt onze christelijke hoop ons de stormen van het leven te overleven, van welke aard die ook mogen zijn — teleurstelling, onrecht, ziekte, tegenspoed of vervolging.
DE CHRISTELIJKE HOOP VERSTERKEN
Ongetwijfeld heeft Jehovah God al het voorafgaande in zijn Woord laten optekenen opdat wij „door middel van de vertroosting uit de Schriften hoop zouden hebben” (Rom. 15:4). Daaruit volgt dan tevens dat wij onze hoop zullen versterken door ons dagelijks met Gods Woord te voeden. Dit vereist zowel tijd als inspanning. In werkelijkheid betekent het dat wij tijd die wij gewoonlijk aan andere dingen zouden besteden, moeten gebruiken om de bijbel te lezen en te bestuderen (Ef. 5:11, 15, 16). Aangezien geen enkele christen alleen kan staan, moeten wij ook met medechristenen samenkomen. Op zulke bijeenkomsten kunnen wij anderen aansporen en door hen aangespoord worden tot liefde en voortreffelijke werken door onze hoop in het openbaar bekend te maken (1 Kor. 12:14-26; Hebr. 10:23-25). In feite willen wij, wanneer de gelegenheid zich ook maar voordoet, „onze vrijmoedigheid van spreken en ons roemen over de hoop tot het einde toe stevig vasthouden”. Hoe meer wij dit doen, des te stralender en krachtiger wordt onze hoop. — Hebr. 3:6.
Maar laten wij niet over het hoofd zien dat wij ook „door middel van onze volharding” hoop verwerven. Niet alleen helpt hoop ons te volharden, maar volharding op haar beurt versterkt onze hoop. Daarom staat er geschreven: „Laten wij ook juichen terwijl wij in verdrukkingen zijn, daar wij weten dat verdrukking volharding voortbrengt, volharding vervolgens een goedgekeurde toestand, de goedgekeurde toestand vervolgens hoop, en de hoop leidt niet tot teleurstelling.” Ja, wanneer wij Gods wil blijven doen, en daarbij tegenstand en verleidingen weerstaan, verkrijgen wij het besef dat God ons goedkeurt, dat wij hem welgevallig zijn. Dit versterkt vervolgens onze hoop (Rom. 5:3-5). Het is precies zoals wij lezen: „Wij begeren dat een ieder van u dezelfde naarstigheid aan de dag legt om tot het einde toe de volle verzekerdheid van de hoop te hebben, opdat gij . . . door geloof en geduld de beloften [moogt] beërven.” — Hebr. 6:11, 12.
Wat kan onze hoop nog meer versterken? Onzelfzuchtige liefde, want „liefde . . . gelooft alle dingen, hoopt alle dingen, verduurt alle dingen” (1 Kor. 13:4, 7). Liefde gelooft alle dingen die God in zijn Woord heeft beloofd en versterkt daardoor de hoop. Liefde zal ons optimistisch, positief, vooruitziend maken; ze zal ons het beste doen hopen. Hoop geeft het niet gemakkelijk op wanneer het om vooruitzichten op verbetering in anderen gaat. Ze is bereid de situatie in hun voordeel uit te leggen. Liefde zal een christelijke huwelijkspartner ertoe brengen te blijven hopen dat de ongelovige op den duur een gelovige zal worden. Keer op keer is een dergelijke hoop na zelfs wel 25 jaar beloond! Wanneer wij van huis tot huis gaan met het goede nieuws van Gods koninkrijk, zal liefde ons hoopvol stemmen met betrekking tot het vinden van met schapen te vergelijken personen die hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid.
Voorts zal ook het bewaren van een goed geweten, eerlijk zijn jegens onszelf en een goede verhouding tot onze hemelse Vader tot het versterken van onze hoop bijdragen. Omdat Judas een slecht hart had, beschouwde hij zijn geval als hopeloos en pleegde daarom zelfmoord (Matth. 27:3-5). Omdat de apostel Petrus een goed hart had, kon hij het feit dat hij zijn Meester driemaal verloochend had, te boven komen (Matth. 26:75; Joh. 21:15-17). Omdat de apostel Paulus een goed geweten had, kon hij anderen hoopvol vragen voor hem te bidden: „Blijft voor ons bidden, want wij vertrouwen dat wij een eerlijk geweten hebben.” — Hebr. 13:18.
Zoals reeds is opgemerkt, zijn gebeden in feite uitdrukkingen van hoop. Wij versterken onze hoop door in gebed over onze hoop te spreken en ook dienen wij God in gebed te vragen onze hoop te versterken, zoals Jezus de nadruk legde op de noodzaak om „altijd te bidden en het niet op te geven” (Luk. 18:1). Wij blijven dus bidden dat onze hoop op Gods bestemde tijd verwezenlijkt mag worden. Laten wij, aangezien onze hoop sterker zal worden naarmate wij meer bidden, zonder ophouden bidden, ja, blijven aanhouden in het gebed. — 1 Thess. 5:17; Rom. 12:12.
Dat Jehovah’s Getuigen deze soort van hoop bezitten, blijkt uit de verslagen over hun door hoop geïnspireerde activiteit in het dienstjaar 1979.
GOED NIEUWS DANK ZIJ DOOR HOOP GEÏNSPIREERDE ACTIVITEIT
„Als koud water voor een vermoeide ziel, zo is een goed bericht uit een ver land” (Spr. 25:25). En er zijn dit jaar inderdaad goede berichten uit vele landen ontvangen. Dit is werkelijk een reden tot verheuging, want Jehovah’s volk heeft de afgelopen jaren zware beproevingen ondergaan. Er zijn beproevingen geweest ten gevolge van teleurstellingen met betrekking tot de vervulling van bepaalde verwachtingen. In steeds meer landen wordt het getuigeniswerk bemoeilijkt door het nationalisme. Ten gevolge van inflatie en werkloosheid neemt de economische druk voortdurend toe. De hedendaagse neiging tot het materialisme, genotzucht en het bevredigen van vleselijke begeerten heeft haar tol geëist. (Indien er in de Verenigde Staten bijvoorbeeld geen uitsluitingen hadden plaatsgevonden, zou daar een toename van bijna 3,5% zijn geweest in plaats van nu bijna 1,5%.)
Dat er werkelijk reden tot dankzegging bestaat, blijkt uit het feit dat er ondanks een kleine achteruitgang in de lectuurverspreiding gedurende het dienstjaar 1979, in totaal 113.672 personen zijn gedoopt, wat een toename betekent van 19%. Ook was er een toename in uren, ongeveer 4%, en eveneens een kleine toename in nabezoeken en huisbijbelstudies. Eveneens hebben wij reden tot dankbaarheid vanwege de berichten uit landen als Nigeria en de Filippijnen. Na enkele jaren van achteruitgang in het aantal Getuigen in deze landen hebben de laatste maanden een duidelijke opbloei te zien gegeven. In een Afrikaans land konden duizenden Getuigen — ondanks een verbodsbepaling — kringvergaderingen bezoeken en werden er honderden gedoopt. Hun hoop is stralend en krachtig, ondanks hun situatie.
Het nieuws uit Malawi is over het geheel genomen bemoedigend. Onze broeders hebben de overwinning behaald (Jes. 54:17). Het jaar 1979 kenmerkte een keerpunt, want de meesten van onze broeders daar zijn vrijgelaten, al verblijven er nog duizenden in vluchtelingenkampen over de grens in Moçambique. Op het ogenblik leggen regeringsfunctionarissen de nadruk op het betalen van belasting, zodat zij nu vragen naar een bewijs dat men zijn belasting heeft betaald in plaats van naar een partijlidmaatschapskaart. Dit vormt geen probleem voor de Getuigen. Ook werd er in ondersteuning voorzien voor degenen die in materiële nood verkeerden. In vele plaatsen bouwen de broeders een goede reputatie op door hard te werken aan gemeenschapsprojecten. Het aantal kringen en huisbijbelstudies is gestegen, evenals het aantal gedoopten.
De door hoop geïnspireerde activiteit in Brazilië leidde niet alleen tot een nooit eerder bereikt hoogtepunt van 106.970 Getuigen maar ook tot een geheel nieuw hoogtepunt van 299.453 aanwezigen op de Gedachtenisviering. In de loop van het jaar symboliseerden in totaal 9387 personen hun opdracht door de waterdoop. Hong Kong had een toename van 10 percent; Italië een toename van 8 percent, met een totaal van 77.774 Getuigen, en Japan een toename van 10 percent, met een hoogtepunt van 50.473 verkondigers. Het was ook verheugend dit jaar toename te zien, zij het niet veel, in landen als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Wanneer men de tabel raadpleegt, bemerkt men dat er in vele andere landen toename te zien was. In Duitsland werden honderden personen meer gedoopt dan het jaar daarvoor.
Een van de meest aanmoedigende aspecten van het verslag over het dienstjaar 1979 is het sterk toegenomen aantal van degenen die een aandeel hadden aan de pioniersdienst, in het bijzonder de hulppioniersdienst. Om een hulppionier te zijn, moet men 60 uur per maand aan het prediken en onderwijzen besteden. Dit toont aan dat zeer velen van Jehovah’s Getuigen een geest van zelfopoffering bezitten, in weerwil van de neiging van de wereld tot steeds grotere genotzucht.
Zo bereikte Japan in het afgelopen jaar een hoogtepunt van 15.194 pioniers, hetgeen op dat tijdstip meer dan 30 percent van het totale aantal Getuigen was. Korea had, vergeleken met het voorgaande jaar, een toename van 46 percent in het aantal hulppioniers. Daar verricht één Getuige die taxichauffeur is deze dienst, hoewel hij het grootste gedeelte van iedere dag moet werken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hoe speelt hij dit klaar? Hij laat een hulpmiddel voor bijbelstudie op de achterbank van zijn taxi liggen en dat leidt dikwijls tot gelegenheden om getuigenis te geven. Op deze manier heeft hij kans gezien in één maand niet minder dan 142 boeken te verspreiden. Nog een bericht uit Korea luidt dat elke maand gemiddeld 15 percent van de broeders die gevangen zitten wegens hun standpunt inzake de neutraliteitskwestie, kans ziet om dienst te verrichten als hulppionier.
Tot de andere landen die aanmoedigende berichten uitbrengen over deze tak van het getuigeniswerk behoren Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten. In Groot-Brittannië slagen moeders met meerdere kleine kinderen erin hun aangelegenheden zo te regelen dat zij zes tot negen maanden per jaar op deze wijze dienst kunnen verrichten. In Mexico zijn moeders met zes, zeven en zelfs tien kinderen van tijd tot tijd tot dezelfde prestatie in staat. In Newfoundland heeft een moeder een maand lang met succes deze dienst verricht terwijl zij acht uur per dag werelds werk moet verrichten omdat zij een werkloze echtgenoot heeft en zeven kinderen moet verzorgen!
DE GEDRUKTE BLADZIJDE SCHENKT HOOP
Kan één traktaat een naar waarheid hongerende persoon ertoe brengen de bijbelse hoop die de Getuigen brengen, te aanvaarden? Ja, inderdaad. Eén Getuige die in Sesotha (Zuid-Afrika) van huis tot huis ging, trof een vrouw die, aangezien zij het traktaat „Waarom zijn wij hier?” had gelezen, op de komst van de Getuigen wachtte. Zij wilde lid worden van hun „kerk”, want door het lezen van dit traktaat was het haar duidelijk geworden dat de Getuigen de waarheid hadden. Er werd een bijbelstudie met haar begonnen en een jaar later droeg zij zich aan God op en werd gedoopt.
Kan het lezen van één exemplaar van een tijdschrift iemand hoop inboezemen? Alweer is het antwoord ja. Een gevangene in Portugal raakte bij toeval voor het eerst in het bezit van een exemplaar van het tijdschrift Ontwaakt! Zijn reactie? Hij schreef naar het bijkantoor daar: „Mijne heren, Ik heb voor het eerst het tijdschrift Ontwaakt! gelezen en wil graag mijn waardering tot uitdrukking brengen voor dit schitterende tijdschrift met een a-politieke, humane en voor honderd procent realistische inslag. Het is mij werkelijk onmogelijk alles onder woorden te brengen wat er door mij heen ging, maar ik zal proberen een beeld te geven van wat mijn loopbaan had kunnen zijn als ik mijn vrije tijd had doorgebracht met het lezen van een tijdschrift als Ontwaakt! Dan zou ik een andere koers hebben gevolgd dan die welke mij nu achter de tralies heeft gebracht . . . Niettemin ben ik ervan overtuigd dat ik er met de kostbare hulp van het tijdschrift Ontwaakt! in zal slagen een nieuwe koers voor mijn leven uit te stippelen.”
Uit het volgende blijkt dat ook het lezen van slechts één boek iemand de op de bijbel gebaseerde hoop kan geven. In Mexico vroeg een jonge vrouw die aan drugs verslaafd was en er zowel in lichamelijk als moreel opzicht ellendig aan toe was, een paar sigaretten aan een Getuige die een bezoek aan een gevangenis bracht. In plaats van sigaretten kreeg zij een exemplaar van het Waarheid-boek. Door omstandigheden kon zij niet worden nabezocht, maar een jaar later ontmoette de Getuige die haar het boek had gegeven, haar op straat. Zij was erg gelukkig. Zij had haar drugverslaving overwonnen en was nu met de Getuigen verbonden. Het boek had haar zo aangesproken dat zij contact had gezocht met de uitgevers, de bijbel met de Getuigen was gaan bestuderen en zich niet lang daarna aan God had opgedragen en gedoopt was.
Vooral de prachtig geïllustreerde publikatie Mijn boek met bijbelverhalen is een doeltreffend middel gebleken om mensen met hoop te bezielen. Zo komt uit Belize (Midden-Amerika) het volgende verslag: „Mijn boek met bijbelverhalen schijnt Belize stormenderhand veroverd te hebben. Een tachtigjarige man bracht zijn waardering voor wat hij geleerd had, als volgt onder woorden: ’Na al die jaren heb ik nu net ontdekt dat ik nog steeds een kind ben’. Het is heel gewoon dat mensen een Getuige op straat benaderen en vragen om ’zo’n boek als mijn buurman heeft’. Er worden boeken gevraagd door mensen die nog nooit eerder hebben geluisterd. Onder schoolkinderen geldt het als ’HET boek’ om te bezitten.” Een ervaren Nigeriaanse Getuige bracht soortgelijke gevoelens tot uitdrukking. Het is een „boek dat vriend en vijand bekoort . . . Ik heb gezien hoe mensen Jehovah’s Getuigen thuis opzochten om hen om een boek te vragen . . . Ik zie dat zelfs personen die Jehovah’s Getuigen nog nooit eerder aan de deur wilden hebben, om het boek komen vragen. In ons gebied staat het bekend als Het boek. Schoolonderwijzers zijn ingenomen met het boek . . . zelfs analfabeten willen het hebben.”
Een achtjarig Oostenrijks meisje schreef aan het Genootschap: „Ik wil jullie graag laten weten hoe fijn ik ’Mijn boek met bijbelverhalen’ vind. Ik geniet vooral van de machtige platen, die ik telkens weer bekijk. Alle verhalen zijn prachtig. Ik heb het hele boek uitgelezen en ga het nu nog eens lezen met alle bijbelteksten erbij. Ik heb het boek ook aan mijn onderwijzeres kunnen laten zien en ik lees mijn vriendinnetje eruit voor. Ik wil jullie er heel hartelijk voor bedanken.”
Een Getuige in Japan introduceerde het Bijbelverhalen-boek bij de directeur van zijn bedrijf, met wie hij altijd naar zijn werk rijdt. Nadat deze het aandachtig had gelezen, schafte hij 300 exemplaren voor zijn werknemers aan. Toen hij het boek aan hen gaf, moedigde hij hen aan het met hun gezin te lezen.
In Nigeria kon een Getuige 37 exemplaren van het Bijbelverhalen-boek verspreiden onder de studenten aan de middelbare school waar hij werkte. Een 15-jarige Getuige verspreidde meer dan 400 exemplaren van dit boek aan haar onderwijzers en medeleerlingen.
In de Dominicaanse Republiek was een protestantse geestelijke zo ingenomen met het Bijbelverhalen-boek, dat hij er 50 exemplaren van bestelde voor de leden van zijn kerk. In New York bestelde een zondagsschoolonderwijzeres 60 exemplaren voor haar leerlingen en vrienden.
Op de Fidzji-eilanden schafte een jonge man een exemplaar van het Bijbelverhalen-boek aan en nam het mee naar zijn afgelegen eiland. Toen daar enkele weken later een Getuige een bezoek bracht, trof hij een groep van 15 jonge kinderen aan die popelden van verlangen om hem de dingen te vertellen die zij van deze jongeman hadden geleerd. Een producer van bijbelquizzen voor de radio verklaarde in eigen persoon dat hij veel aan het lezen van dit boek had gehad. Nu vragen mensen om exemplaren ten einde zijn quizzen te kunnen beantwoorden.
Het boek Maak je jeugd tot een succes is ook goed ontvangen op de Fidzji-eilanden. Een Getuige daar met een groot gezin probeert enig getuigeniswerk te doen door artikelen uit Engelse publikaties van het Genootschap in de landstaal te vertalen en deze aan het plaatselijke radiostation aan te bieden. Als gevolg van de vertaling en uitzending van het hoofdstuk „Wat je uiterlijke verschijning over je onthult”, kreeg zij 40 aanvragen voor exemplaren van het Jeugd-boek waaraan dit ontleend was. Nu komen mensen bij haar thuis om bijbelstudie vragen.
In Ecuador maken twee zendelingen er een gewoonte van scholen te bezoeken en toestemming te vragen om met de leerlingen te spreken. In negen maanden verspreidden zij 5817 exemplaren van de boeken Maak je jeugd tot een succes en Is de mens ontstaan door evolutie of door schepping?
De gedrukte bladzijde blijft op grootse schaal gebruikt worden om naar waarheid hongerende personen te helpen een stevig gefundeerde hoop te verwerven.
DE BIJBELSE HOOP VERANDERT HET LEVEN VAN MENSEN
De prediking van het goede nieuws van de Koninkrijkshoop bewerkte in bijbelse tijden dat mensen „rein gewassen” werden van allerlei slechte praktijken (1 Kor. 6:9-11). Dat dit nog altijd het geval is, tonen de volgende ervaringen aan.
In Zweden werd een Getuige opgebeld door een man bij wie hij een „niet thuis”-traktaatje in de bus had gedaan. De man was wel thuis geweest, maar had zich te neerslachtig gevoeld om open te doen. Maar toen hij het traktaatje met de titel „Eeuwig leven in een goede gezondheid” las, vroeg hij de Getuige onmiddellijk te komen. De man had die ochtend zo diep in de put gezeten, dat hij zijn revolver geladen had en op het punt stond zichzelf van kant te maken toen de Getuige aanbelde. Maar na het lezen van het traktaatje over „eeuwig leven in een goede gezondheid” bedacht hij zich. De Getuige kon hem met de Koninkrijkshoop vertroosten, waarop de man zich op de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! abonneerde.
In Canada vroeg een moeder, die kort geleden een Getuige was geworden, of iemand haar zoon in de gevangenis getuigenis kon geven. Deze bleek zo’n gewelddadige aan alcohol verslaafde misdadiger te zijn, dat hij voor onbepaalde tijd gevangenisstraf kreeg, waardoor hij waarschijnlijk nooit meer uit de gevangenis zou komen. De gevangenisbeambten waarschuwden de ouderlingen van de Getuigen voor deze man. Maar hij reageerde zo gunstig op de Koninkrijkshoop dat hij, na 19 jaar in de gevangenis te hebben doorgebracht, voorwaardelijk vrijgelaten werd. Hij zal altijd onder toezicht van een reclasseringsbureau blijven staan. Nu is hij zo’n bedaarde, glimlachende, gelukkig getrouwde huisvader, dat niemand zich zou kunnen voorstellen dat hij ooit een gewelddadige alcoholist is geweest!
In Oostenrijk trof een Getuige tijdens het werken van huis tot huis een jongeman die nog in bed lag, hoewel het al laat in de middag was. Teleurgesteld in het leven had hij zijn toevlucht genomen tot drank en drugs als het enige alternatief voor zelfmoord. Er werd een geregelde bijbelstudie met hem begonnen. Na de tweede studie hield hij op met roken; na de derde studie verdween zijn zonderlinge baard. Mettertijd overwon hij nog andere problemen. Toen hem onlangs op een kringvergadering werd gevraagd wat het hoogtepunt in zijn leven was, antwoordde hij dat dit zijn doop was die de vorige dag had plaatsgevonden.
Hoe de „levende hoop” mensen helpt hun huwelijksleven in het reine te brengen, blijkt uit twee ervaringen uit Belize (Midden-Amerika). Tijdens het werken van huis tot huis verspreidden Getuigen het boek Een gelukkig gezinsleven opbouwen bij een vrouw die met een man in concubinaat leefde. Het stel begon het boek onmiddellijk samen te lezen en was urenlang bezig met het opzoeken van de schriftplaatsen. Bij het volgende bezoek merkten de Getuigen op dat het Gezins-boek op de huiskamertafel lag. De vrouw had de hele tekst van Genesis 2:24 uitgeschreven, die luidt: „Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en hij moet zich hechten aan zijn vrouw en zij moeten één vlees worden.” Bij het volgende bezoek van de Getuigen verklaarde de vrouw dat zij nu Mevr. ———— was. Haar echtgenoot heette de Getuigen hartelijk welkom en er werd een huisbijbelstudie opgericht.
In hetzelfde land was een vrouw die al 25 jaar met een man samenleefde en negen kinderen bij hem had. Toen zij de Koninkrijkshoop en de daarmee verbonden vereisten leerde kennen, vroeg zij de man met haar te trouwen. Hij weigerde, en daarom verliet zij hem en nam al haar negen kinderen mee. De ouderlingen in haar gemeente bleven haar niet alleen geestelijk bijstaan, maar slaagden er ook in een manier te vinden waarop zij in haar levensonderhoud kon voorzien en tevens voor haar kinderen kon zorgen. Het lijdt geen twijfel: de bijbelse hoop brengt een verandering ten goede in het leven van mensen tot stand.
HOOP VERBREIDEN ONDANKS VERVOLGING
Het lot van vele getuigen van Jehovah in deze tijd roept de woorden van de apostel Paulus in de herinnering: „Wij worden in elk opzicht bestookt, maar toch niet zo in het nauw gedreven dat wij ons niet meer kunnen bewegen . . . wij worden vervolgd, maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeworpen, maar niet vernietigd.” — 2 Kor. 4:8, 9.
Hoe Jehovah in onze tijd zulk een hulp verleent, blijkt uit het volgende verslag dat afkomstig is uit een Afrikaans land waar veel vervolging heerst:
„Toen wij gearresteerd werden, nam de politie al onze lectuur, bijbels, boeken en tijdschriften in beslag. Later, toen enkele politieke gevangenen uit een ander gebied naar ons kamp werden overgebracht, was het een aangename verrassing voor ons te bemerken dat zij enkele van onze publikaties bezaten. De politie had besloten de boeken die zij van onze broeders en zusters in beslag hadden genomen, te verkopen om eraan te verdienen. Deze politieke gevangenen waren op hun beurt bereid deze boeken aan ons te verkopen. Op deze manier wist ik heel wat lectuur te bemachtigen. Stel je mijn blijdschap voor toen ik in een van de boeken de naam zag staan van een broeder die ik kende, en daar zat ik, in de gevangenis, en deed nu mijn voordeel met zijn in beslag genomen lectuur!”
In het afgelopen jaar werd in een bepaald Afrikaans land een nieuwe wet van kracht waardoor strengere maatregelen genomen moesten worden tegen allen die een niet van overheidswege erkende godsdienst beoefenden. De Getuigen hebben zich hierdoor echter niet in het minst laten afschrikken. Tijdens het afgelopen jaar werden er meer dan 2000 nieuw opgedragen personen gedoopt; nieuwe hoogtepunten werden bereikt in het aantal volle-tijdpredikers en er worden bijna 30.000 bijbelstudies bij geïnteresseerde personen geleid.
In een ander land waar de activiteit van de Getuigen verboden is, hebben vier broeders vier maanden in de gevangenis doorgebracht omdat zij God als regeerder meer gehoorzaamden dan mensen. Na hun vrijlating verloren twee van hen hun betrekking. Een van hen is een kruideniersbedrijfje begonnen, waardoor het hem nu mogelijk is geregeld als hulppionier dienst te verrichten. Zijn voorbeeld heeft vier anderen in zijn gemeente ertoe aangezet zich in deze activiteit bij hem aan te sluiten.
In een ander land heerst zeer zware vervolging en zitten er vele honderden in de gevangenis. Toch gaan degenen die nog vrij zijn, onbevreesd door. Zo nemen in een gebied waar slechts drie gedoopte Getuigen zijn, zeven verkondigers aan het getuigeniswerk deel en worden de vergaderingen door 60 personen bezocht. Eén broeder leidt studies met 168 personen in groepen van ongeveer 40.
Om de beproevingen waaraan de broeders in sommige landen het hoofd moeten bieden, nog te verzwaren, proberen tegenstanders hen nu niet alleen tot het aangaan van compromissen te brengen op het punt van het nationalisme, maar ook in kwesties van tovenarij en voorouderverering. Een broeder vertelt: „Ik werd met een geweerkolf geslagen, waarbij zij het voornamelijk op mijn hoofd gemunt hadden. Maar Jehovah gaf mij kracht. Wat mij vreugde schonk, was het feit dat de vervolgers mij de volgende dag weer thuis opzochten en om lectuur vroegen, waarvoor zij een bijdrage gaven.”
In nog een ander land waar het Koninkrijkswerk verboden is, legt een onderwijzeres die Getuige is, zich erop toe alle ouders van haar leerlingen te bezoeken. Zij spreekt met hen over de vorderingen die hun kinderen maken en ook over de moeilijkheden in hun gedrag en dergelijke aangelegenheden. Dit heeft haar dikwijls in de gelegenheid gesteld getuigenis af te leggen omtrent Gods koninkrijk, met het gevolg dat zij een aantal huisbijbelstudies leidt.
HET „LEVENDE HOOP”-CONGRES
Jehovah God gebood zijn volk Israël uit de oudheid om driemaal per jaar voor een feest bijeen te komen. Hij wist heel goed hoe geloofversterkend en hoopinboezemend zulke vergaderingen voor zijn volk zouden blijken te zijn. — Deut. 16:16.
In overeenstemming met dit door God vastgestelde patroon is Jehovah’s volk in 1979 in de meeste landen tweemaal bijeengekomen voor kringvergaderingen en éénmaal voor het „Levende hoop”-congres. Het aantal „Levende hoop”-districtscongressen in elk land varieerde van één tot meer dan negentig.
Deze congressen hebben ongetwijfeld beantwoord aan het doel het geloof van Jehovah’s volk op te bouwen en hun hoop te versterken. Ook hebben ze gelegenheid geboden tot het geven van een grandioos getuigenis omtrent Jehovah’s naam en koninkrijk. Er is in feite door pers, radio en tv veel gunstige publiciteit aan de congressen gegeven. Onder andere werd er via deze media getoond welke veranderingen ten goede de waarheid in het leven van mensen tot stand had gebracht, hoe zelfs gevangenen God vinden door bemiddeling van de Getuigen. TV-stations zonden de doopdienst uit en kranten publiceerden foto’s en verslagen van de doop. Een nieuwsblad publiceerde een foto van een gevangene in een federaal verbeteringsgesticht die een nieuw leven begon door zich in het geloof van Jehovah’s Getuigen te laten dopen.
Alle bezoekers waren zich bewust van hun geestelijke nood, en zij ontvingen rijke zegeningen. Zo kon men een ijverig pioniersechtpaar aan het slot van het eerste congres in Milwaukee (VS) horen uitroepen: „Dit was beslist het allerbeste congres dat wij ooit hebben bijgewoond! Wij voelen ons zo aangemoedigd en opgebouwd!” In een verslag uit Zweden stond: „Nog nooit tevoren werden er tijdens en na het congres zo veel spontane opmerkingen over het programma gehoord. Het bereikte de harten van alle soorten van mensen en gaf duidelijke en onomwonden raad.” Uitdrukkingen als: „Precies wat wij nodig hebben!” en: „Dit is waaraan wij behoefte hebben, duidelijke richtlijnen!” waren niet van de lucht.
Willen wij met dezelfde openhartigheid die de bijbelschrijvers aan de dag legden, verslag over het „Levende hoop”-congres uitbrengen, dan dient er natuurlijk te worden opgemerkt dat niet alle aanwezigen dezelfde waardering toonden. Nog steeds waren er sommigen die tijdens het programma in de gangen rondliepen, of die uitgebreid met elkaar zaten te praten terwijl op het podium broeders het woord voerden. Ook werd er gedrongen om favoriete zitplaatsen, iets wat moeilijk te rijmen valt met de liefde die het kenmerk van Christus volgelingen behoort te zijn. — Joh. 13:34, 35.
Tot de voornaamste zegeningen van het congres behoorden natuurlijk de nieuwe publikaties. Op vrijdagmiddag ontvingen de congresbezoekers het boek Commentaar op De brief van Jakobus. Dit studieboek, dat een vers-voor-versbespreking van Jakobus’ brief bevat, veroorzaakte grote geestdrift. In vele landen zal het de komende twee jaar als leerboek op de Theocratische School worden gebruikt. Zaterdag waren de congresbezoekers opgetogen over de vrijgave van het boek Kies de beste levensweg (nu nog niet in het Nederlands verschenen), dat veel voortreffelijke raad bevat, hoofdzakelijk gebaseerd op de twee brieven van de apostel Petrus. En zondagochtend werden de congresbezoekers aangenaam verrast door de vrijgave van twee cassettes waarop het boek Handelingen opgenomen is. (Nu ook nog niet in het Nederlands verschenen.)
De drie op bijbelse thema’s gebaseerde drama’s werden door iedereen zeer gewaardeerd. Het eerste, „Welke keuze doe jij?”, beeldde op aanschouwelijke wijze de keuze uit die Mozes moest doen tussen alles wat Egypte te bieden had en een dienstknecht van Jehovah God te zijn. Vervolgens kwam „De nood van de vaderloze jongen — Kun jij hem helpen?” Dit drama heeft de harten van allen die het hoorden en zagen, diep getroffen en stellig zal de uitwerking ervan worden waargenomen in de grotere aandacht die de gemeenten nu zullen besteden aan hen die in letterlijk en in geestelijk opzicht weduwen en vaderloze jongens zijn. Krachtig, te rechter tijd en zeer tot nadenken stemmend was het drama „Wordt veranderd door uw geest te hervormen”. Het had werkelijk een tot de schuilhoeken van het hart doordringende boodschap voor allen die achteloos dreigden te worden met betrekking tot de soort van ontspanning die zij tegenwoordig kiezen.
Er werden vele voortreffelijke, opbouwende lezingen gehouden, maar de ruimte staat slechts toe er enkele van aan te roeren. Het 100-jarig bestaan van De Wachttoren en degenen die ermee verbonden zijn als „boodschappers van hoop” was niet alleen leerzaam, maar ook zeer aanmoedigend. De lezing over ons geweten richtte haar nadrukkelijke raad tot degenen die onbekommerd zeggen: „Mijn geweten deert het niet.” De lezing toonde aan hoe belangrijk het is zich ervan te vergewissen wat Gods Woord over een aangelegenheid te zeggen heeft, hoe de kwestie van invloed zal zijn op onze broeders en welke uitwerking ze op onszelf zou kunnen hebben. En omdat de onreine geest van de wereld vat blijkt te krijgen op sommigen onder Gods volk, legden andere lezingen de nadruk op de christelijke vereisten van eerbaarheid. zelfbeheersing en „heilige gedragingen”.
Vele waarderende commentaren werden gehoord over het symposium „Gezond van verstand in een verwarde wereld”. Deze toespraken beklemtoonden de waarde van het aankweken van een realistische kijk op het leven, het opbouwen van een vertrouwelijke verhouding tot Jehovah God en onze broeders en zusters, en het versterken van onze op de bijbel gebaseerde hoop en de wil om te leven. Verder werd aangetoond dat het eveneens noodzakelijk is in ons leven plaats in te ruimen voor afwisseling en ontspanning. Een punt dat voortreffelijk naar voren kwam in de lezing „De beste levenswijze kiezen” was, dat Jehovah God ons voor struikelen zal behoeden — zoals hij ten aanzien van David deed ten tijde van Nabals onbeschaamde optreden — mits wij ons deel doen. De broeders waardeerden in deze zelfde lezing ook de openhartigheid waarmee het Genootschap de verantwoordelijkheid erkende voor een deel van de teleurstelling die een aantal personen met betrekking tot 1975 ondervond.
In de lezing „Christelijke bescheidenheid — een verstandige loopbaan” kwam naar voren dat bescheidenheid betekent dat men zich bewust is van zijn beperkingen. De bijbel laat zien dat God nederig is, maar aangezien hij geen beperkingen heeft, kan de term bescheidenheid niet terecht op hem van toepassing worden gebracht. Aan de andere kant kan een christen nederig zijn en zich toch niet ten volle van zijn beperkingen bewust zijn, zoals in het geval van de apostel Petrus. — Ps. 18:35; Mark. 14:27-31, 66-72.
De hartverwarmende boodschap uit de openbare lezing „’s Mensen enige hoop — Gods onwankelbare koninkrijk” gaf ook aanleiding tot vele uitingen van waardering. En het congres werd op zeer positieve en aanmoedigende wijze besloten met de laatste toespraak, „Aangespoord door onze levende hoop”.
Ook het getuigenisgeven van huis tot huis en op straat op de vrijdagochtend, waarbij het goede nieuws van het Koninkrijk werd gepredikt en het congres werd aangekondigd, vormde een hoogtepunt. Hierbij zij opgemerkt dat dit ook wonderwel aansloot bij alle vermaningen die werden gegeven ten aanzien van de belangrijkheid van het getuigeniswerk. Het bood een schitterende gelegenheid zowel voor de nieuwere verkondigers om deel te nemen aan de van-huis-tot-huisactiviteit als voor alle anderen om de vreugde van de Koninkrijksprediking te smaken. Deze tak van de velddienst is bijzonder produktief en wordt gewaardeerd vanwege de doeltreffendheid ervan. Op vele plaatsen leidde het feit dat duizenden tegelijk aan deze activiteit deelnamen, tot veel gunstige publiciteit, zowel in de kranten als op de tv. Beschrijvingen van dit werk werden breed uitgemeten onder koppen als: „Wachttoren draagt 100 jaar boodschap uit”, „Getuigen voor God is liefdewerk”, en „15.000 Getuigen bestrijken vandaag gebied met Wachttoren”.
Terloops zij opgemerkt, dat in sommige landen de vereenvoudigde voedselvoorziening heel wat broeders en zusters meer in staat heeft gesteld van het congresprogramma te genieten. Voorts hebben velen te kennen gegeven dat zij met veel genoegen geluisterd hebben naar de arrangementen van Koninkrijksliederen die voor elk ochtend- en middagprogramma via een geluidsband ten gehore werden gebracht.
De „Levende hoop”-congressen verschaften werkelijk voedsel te rechter tijd. Allen die deze congressen bezochten, of zij nu Getuigen waren of niet, en die zich bewust waren van hun geestelijke nood, werden gesterkt in hun geloof en hun liefde, terwijl hun „levende hoop” stralender en reëler werd gemaakt. — Matth. 24:45-47; 5:3.
[Tabel op blz. 24-31]
BERICHT OVER HET DIENSTJAAR 1979 VAN JEHOVAH’S GETUIGEN OVER DE HELE WERELD
(Zie publicatie)