Help nieuwelingen vorderingen te maken
1 Op 17 april 1992 kwamen over de hele wereld bijna 11,5 miljoen mensen bijeen om de herdenking van Christus’ dood te vieren. Dit was meer dan twee en een half maal het totale aantal verkondigers dat met gemeenten van Jehovah’s Getuigen is verbonden. Wat doet het ons goed zulke menigten „naar de berg van Jehovah” te zien stromen! (Micha 4:2) Momenteel zijn er zo’n zeven miljoen mensen die een mate van belangstelling voor de ware aanbidding tonen en die nog geen openbare lofprijzers van Jehovah zijn. Jezus’ woorden dat ’de oogst groot is’, zijn beslist nog nooit zo betekenisvol geweest! — Matth. 9:37, 38.
2 In de maand april zullen wij speciaal moeite doen om allen die ervoor in aanmerking komen een aandeel te hebben aan de velddienst, te helpen. De gemeenteboekstudieleider zal, bijgestaan door andere bekwame verkondigers en pioniers in zijn groep, hierbij een belangrijke rol spelen. Ons drieledige doel is (1) regelingen te treffen voor een huisbijbelstudie met nieuwelingen die dit jaar de speciale openbare lezing en de Gedachtenisviering hebben bijgewoond; (2) degenen die studie hebben aan te moedigen ervoor in aanmerking te komen niet-gedoopte verkondigers te worden; en (3) ons persoonlijke aandeel aan de velddienst uit te breiden.
3 Allen dienen er speciaal moeite voor te doen om nieuwelingen die vergaderingen bijwonen, te verwelkomen en te leren kennen. Wat kunnen wij doen om meer van deze belangstellenden aan te moedigen een geregelde huisbijbelstudie te hebben?
4 In Nederland werden er in het dienstjaar 1992 elke maand gemiddeld 10.863 bijbelstudies geleid. Verkondigers kunnen hun boekstudieleider uitnodigen hen naar bijbelstudies te vergezellen om de studenten te leren kennen (km 4/81 blz. 4). Sommige van deze bijbelstudies bezoeken nu wellicht de vergaderingen en komen ervoor in aanmerking een aandeel te hebben aan het van-huis-tot-huiswerk. Geven nieuwelingen met enige regelmaat informeel getuigenis? Voldoen zij aan de vereisten om een niet-gedoopte verkondiger te worden zoals die in het Bediening-boek op blz. 99-102 worden uiteengezet? Als dat zo is, leg hun dan uit hoe zij met het van-huis-tot-huiswerk zouden kunnen beginnen nadat zij als niet-gedoopte verkondiger zijn goedgekeurd.
5 Wij moeten niet nalaten in onze christelijke gemeenschap elkaar aan te moedigen (Hebr. 10:24, 25). Als sommigen het in hun bediening langzamer aan zijn gaan doen, dienen boekstudieleiders er vaste regelingen voor te treffen om hulp en aanmoediging te geven. Soms is een hartelijke uitnodiging om ons in de velddienst te vergezellen alles wat er nodig is.
6 Om april tot een bijzondere maand van velddienstactiviteit te maken, is de medewerking van iedereen nodig. Het enthousiaste voorbeeld van de boekstudieleider terwijl hij ieder lid van zijn groep helpt een volledig aandeel aan de bediening te hebben, kan veel uitmaken. Er kunnen extra velddienstbijeenkomsten worden geregeld. Ouderen kan speciale aandacht worden gegeven en jongeren kunnen op praktische manieren worden geholpen. Ouders dienen erop toe te zien dat het hele gezin in april een aandeel aan de bediening heeft. Als wij allen in deze oogsttijd het beste wat wij hebben aan Jehovah geven, zullen wij zijn rijke zegen ontvangen.