Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 8/90 blz. 3-4
  • Met volharding vrucht blijven dragen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Met volharding vrucht blijven dragen
  • Onze Koninkrijksdienst 1990
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VOLHARDING EN INSPANNING NOODZAKELIJK
  • KUNNEN WIJ MEER DOEN?
  • GEBED IS ESSENTIEEL
  • DANKBAARHEID TONEN
  • ANDERE BEHOEFTEN
  • Met volharding vrucht dragen
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1990
  • Blijf dicht bij Jehovah’s organisatie
    Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen
  • Geduld en volharding
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Gelukkige volharder of ongelukkige uitvaller — Welke van de twee?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
Meer weergeven
Onze Koninkrijksdienst 1990
km 8/90 blz. 3-4

Met volharding vrucht blijven dragen

1 Toen de apostel Paulus nog geen 30 jaar na de dood en opstanding van Jezus Christus aan de gemeente in Kolosse schreef, kon hij zeggen dat de waarheid van het goede nieuws in de gehele wereld vrucht droeg en toenam (Kol. 1:5, 6). In deze tijd hebben Jehovah’s Getuigen op een veel grotere schaal letterlijk „de verst verwijderde streek der aarde” bereikt met het goede nieuws van het Koninkrijk (Hand. 1:8; Joh. 14:12). Gedurende het dienstjaar 1989 was er een toename van 5,6 procent in het gemiddelde aantal Koninkrijksverkondigers over de gehele wereld, en wij bereikten een nieuw hoogtepunt van 3.787.188 verkondigers in 212 landen!

2 Landen waar de prediking over Gods koninkrijk verboden is en waarvan de berichten onvolledig zijn, maakten melding van zelfs een nog grotere toename van 7,6 procent! Ondanks de vele problemen die in deze landen bestaan, blijven de verkondigers „met volharding vrucht dragen” (Luk. 8:15). Op sommige plaatsen is de druk afgenomen, maar in andere landen blijven de moeilijke omstandigheden onveranderd.

3 In landen waar grotere vrijheid bestaat om de Koninkrijksprediking voort te zetten, worden wij met andere problemen geconfronteerd. Wij ondervinden veel apathie en onverschilligheid, vooral daar waar materiële voorspoed is. Jehovah’s dienstknechten moeten ervoor waken zo’n houding over te nemen. Wij willen niet dat materiële belangen, genoegens, ontspanning en andere afleidingen inbreuk maken op onze theocratische activiteiten. Anders zouden wij onverschillig kunnen worden en in gebreke blijven ons bewust te zijn van de noodzaak om met volharding vrucht te blijven dragen. — Luk. 21:34-36.

VOLHARDING EN INSPANNING NOODZAKELIJK

4 Volharding is een vereiste, of wij nu met tegenstand tegen het goede nieuws te maken hebben of een betrekkelijke vrijheid genieten om ons van onze christelijke verantwoordelijkheden te kwijten. In sommige landen hebben onze broeders en zusters tientallen jaren lang onder ongunstige omstandigheden gewerkt. Hun volharding onder zo’n tegenstand heeft tot een goedgekeurde toestand geleid en nu oogsten zij rijke zegeningen (Rom. 5:3-5; Gal. 6:9). Welke moeilijkheden ons ook te wachten staan, wij willen blijven volharden. Het Koninkrijksgetuigenis moet gegeven worden en wij allen moeten rechtschapenheid aan de dag blijven leggen. Wanneer wij van onze kant volharden, zullen wij onze ziel, ofte wel ons leven, redden. — Mark. 13:10; Luk. 21:19.

5 Wij kunnen tonen dat wij geestelijke zaken niet als vanzelfsprekend beschouwen door ons krachtig in te spannen in Jehovah’s dienst en het predikingswerk niet moe te worden. In sommige landen waar het vervoer moeilijker is, waar gebrek aan de noodzakelijke levensbehoeften is en waar economische problemen bestaan, is er geen achteruitgang in de prediking van het goede nieuws. In een aantal van zulke landen staan gemeenteverkondigers geregeld gemiddeld 14 tot 17 uur per maand in de velddienst. De pioniersgelederen nemen daar eveneens gestaag toe — voor diegenen onder ons die veel materiële bezittingen hebben, alle reden om eens goed na te denken. Kunnen wij ons geregelde aandeel aan het allerbelangrijkste werk dat bestaat in de prediking van het Koninkrijk en het maken van discipelen, uitbreiden?

KUNNEN WIJ MEER DOEN?

6 Meer tijd aan de velddienst besteden, kan wat kleine veranderingen in ons schema noodzakelijk maken. Als wij op zondag een uur in de velddienst zijn geweest, zouden wij die tijd dan wellicht kunnen verlengen door nog een uur nabezoeken te doen of een bijbelstudie te leiden? Of als wij een bijbelstudie leiden, zouden wij dan vóór de studie nog een uur van-huis-tot-huiswerk of wat nabezoeken kunnen doen? Nadat wij op zaterdag twee uur aan het tijdschriftenwerk hebben deelgenomen, zouden wij wellicht de tijdschriftenroute die wij hebben opgebouwd, kunnen doen of een paar nabezoeken kunnen brengen. Degenen die in een stadsgebied wonen, vinden het wellicht gunstig wat tijd aan straatwerk te besteden. Op deze en andere manieren zouden wij ons aandeel aan de velddienst kunnen uitbreiden. De goede resultaten zullen evenredig toenemen.

7 Als er meer tijd in de velddienst aan het brengen van nabezoeken wordt besteed, zal dat ongetwijfeld tot gevolg hebben dat er meer bijbelstudies geleid worden. Na verloop van tijd betekent dit dat er meer mensen in de waarheid komen en ons gaan helpen het Koninkrijkspredikingswerk te voltooien. — Matth. 28:19, 20.

GEBED IS ESSENTIEEL

8 Willen wij met volharding vrucht blijven dragen, dan moeten wij Jehovah’s zegen zoeken en ons op de leiding van zijn geest verlaten. Wij moeten onze bediening tot een zaak van gebed tot Jehovah maken. Wanneer wij betreffende onze activiteit in het veld tot Jehovah bidden, worden wij eraan herinnerd dat wij zijn medewerkers zijn (1 Kor. 3:9). Met Jehovah’s hulp kunnen wij volharden in onze bediening, ook al zien wij geen onmiddellijke resultaten. In sommige gebieden is er pas toename gekomen na vele jaren van getrouwe volharding van de zijde van de Koninkrijksverkondigers. Met het oog op de toekomst is het altijd noodzakelijk goddelijke leiding en hulp te zoeken teneinde het niet op te geven maar onze bediening ten volle te volbrengen (2 Tim. 4:5). Het werk dat erin bestaat het Koninkrijk te prediken en discipelen te maken, brengt nog altijd veel vrucht voort.

9 Jezus benadrukte de noodzaak om altijd te bidden (Luk. 18:1). Paulus vermaande: „Bidt zonder ophouden” (1 Thess. 5:17). Er zijn dringende redenen voor ons om nu aan te houden in het gebed. Het zorgdragen voor de jaarlijks groeiende kudde gaat met veel verantwoordelijkheden gepaard. Wij willen anderen helpen met volharding vrucht te dragen. Er moet aandacht geschonken worden aan de diverse behoeften van de afzonderlijke verkondigers en aan die van de organisatie in haar geheel. Aangezien wij inzien dat bijdragen nodig zijn om het werk te ondersteunen en om het mogelijk te maken op de bijbel gebaseerde lectuur te blijven publiceren, willen wij bidden dat Jehovah godvrezende mensen ertoe zal blijven aanzetten om in dit opzicht edelmoedig te zijn. — 2 Kor. 9:8-11.

10 Naarmate delen van het wereldomvattende veld zich openen om op grotere schaal dan ooit tevoren theocratische groei mogelijk te maken, wordt de schriftuurlijke aansporing in Kolossenzen 4:2 betekenisvoller: „Houdt aan in het gebed, daarin wakker blijvend met dankzegging.” Wij moeten voor onze broeders over de gehele wereld bidden dat zij vrucht mogen blijven dragen door andere met schapen te vergelijken personen die worden gevonden in gebieden waar het getuigenisgeven in het verleden moeilijker is geweest te helpen.

DANKBAARHEID TONEN

11 Wat zijn wij dankbaar voor de overvloedige geestelijke voorzieningen, waar wij zoveel van genieten! Wij willen Jehovah hiervoor danken en tevens bidden dat zijn zegen mag blijven rusten op het werk van de getrouwe slaaf en zijn Besturende Lichaam. Hun nederige, onvermoeibare krachtsinspanningen ten behoeve van ons en de met schapen te vergelijken personen over de gehele wereld, worden bijzonder gewaardeerd.

12 Bij het zaaien van Koninkrijkszaad is een enorme hoeveelheid lectuur verspreid (Matth. 13:3-8, 18-23). Toch is er in het veld een voortdurende vraag naar bijbels en bijbelse lectuur. Het wereldbericht geeft te kennen dat er veel is gedaan aan het ontginnen en begieten door middel van nabezoeken en huisbijbelstudies. Terwijl wij ermee voortgaan ons deel te doen in deze belangrijke onderdelen van onze bediening, danken wij Jehovah dat hij door middel van zijn voortdurende zegen voor groei zorgt. Ja, wij bidden om die zegen. — 1 Kor. 3:6, 7.

ANDERE BEHOEFTEN

13 Omdat christenen in de wereld zijn en er toch geen deel van zijn, zullen zij met beproevingen en vervolgingen geconfronteerd blijven worden, en deze zullen in deze laatste dagen zelfs nog toenemen. Sommigen ondergaan nu vervolging of andere moeilijkheden. Anderen moeten hun christelijke activiteiten in door oorlog verscheurde landen voortzetten. Onze broeders en zusters hebben te kampen gehad met rampen zoals aardbevingen, tyfoons en orkanen. Wanneer deze dingen gebeuren, dienen wij te bidden voor onze broeders en zusters die zich in zulke gebieden bevinden. (Vergelijk Handelingen 12:5; 2 Korinthiërs 1:11.) Soms wordt het noodzakelijk functionarissen die een hoge positie bekleden te benaderen of te schrijven over verbodsbepalingen op ons werk, vervolging van onze broeders of andere kwesties die van invloed zijn op de Koninkrijksbelangen. Onder zulke omstandigheden doen wij wat wij persoonlijk kunnen en bidden wij betreffende deze personen dat zij onze mededienstknechten gunstig gezind mogen zijn. — 1 Tim. 2:1, 2.

14 In Satans goddeloze wereld wordt veel druk uitgeoefend op gezinnen (2 Kor. 4:4). Echtparen kunnen met ernstige problemen te maken krijgen. Zij dienen ertoe aangemoedigd te worden om goddelijke leiding te bidden en wij kunnen eveneens voor hen bidden (1 Kor. 7:5; 1 Petr. 3:7). Gezinshoofden dienen te beseffen dat Jehovah zal luisteren naar hun oprechte gebeden om leiding bij het uitoefenen van hun taak als hoofd (Recht. 13:8; Fil. 4:6, 7). Zowel jong als oud wordt met beproevingsvolle situaties geconfronteerd. Dit kan op school zijn, op het werelds werk, als wij op reis zijn, of in andere omstandigheden. Gebed helpt ons de geest van deze goddeloze wereld te weerstaan en vrucht te blijven dragen terwijl wij ermee voortgaan te doen wat in Gods ogen welgevallig is. — Matth. 6:13; Ef. 6:13-18; 1 Joh. 3:22.

15 Jehovah is de grote Hoorder van het gebed (Ps. 65:2). Wij moeten te allen tijde onze bezorgdheid op hem werpen (Ps. 55:22). Wij hebben gelegenheden om blijk te geven van onze bezorgdheid door te bidden voor alle Koninkrijksbelangen en voor het welzijn van onze broeders en zusters, waar zij zich ook bevinden. Wanneer wij stilstaan bij het werk van degenen die de leiding nemen in de gemeente en degenen die de leiding hebben over het wereldomvattende uitbreidingsprogramma, wanneer wij te maken hebben met personen die geestelijk ziek zijn, of wanneer wij een oplossing zoeken voor kleine of grote problemen, het zijn zaken die wij allen in gebed aan Jehovah dienen voor te leggen (1 Thess. 5:25; Jak. 5:14-16). Ja, wij moeten onze bezorgdheid op Jehovah werpen in het volle vertrouwen dat wat wij ook vragen in overeenstemming met zijn wil, hij ons zal horen (1 Petr. 5:7; 1 Joh. 5:14). Mogen wij ijverig zijn in de dienst voor het Koninkrijk en voortdurend naar Jehovah opzien om ons te helpen met volharding vrucht te blijven dragen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen