Een carrière met eeuwige beloningen
1 Paulus vermaande Timótheüs: „Doe het werk van een evangelieprediker, volbreng uw bediening ten volle” (2 Tim. 4:5). Ongeacht hoe aantrekkelijk andere persoonlijke belangen misschien ook waren, Timótheüs wijdde zijn leven aan Gods werk. Hij werkte hard aan Paulus’ zijde en liet zien dat hij werkelijk ’de belangen van Christus zocht’ (Fil. 2:19-21). Alle ware christelijke bedienaren dienen een soortgelijke geest te hebben.
2 Heb je waardering voor de bediening? Zou je pionieren tot je carrière kunnen maken? (Matth. 6:33; 2 Kor. 4:1, 7) Dan zou je het voldoeninggevende genoegen schenken te weten dat je elke dag vele gelegenheden zult hebben met anderen over Jehovah te spreken en hen te helpen Hem te leren kennen en lief te hebben (Ps. 96:1-4). Wat een onbeschrijflijke vreugde geeft het ons wanneer wij zien dat mensen zich openstellen voor bijbels onderricht Sommigen van hen hebben vroeger een immoreel en gewelddadig leven geleid, zonder enig uitzicht. Daar zij vroegere slechte gewoonten hebben laten varen en zelfrespect hebben ontwikkeld, dienen zij Jehovah thans. Pionieren is een zinvolle carrière en kan goede dingen tot stand brengen die eeuwigdurend zijn. Analyseer je omstandigheden dus en stel een specifieke datum als het begin voor je volle-tijddienst. Werk ernaar toe. Bid Jehovah om hulp dat doel te bereiken (Ef. 6:18). De beloningen zijn groot!
EEN LONENDE LEVENSWIJZE
3 Met een juist motief pionieren en het verlangen geestelijke vorderingen te maken, zullen je helpen een diepere geestelijke kijk op het leven te hebben. Het kan je helpen evenwichtig te worden, je tijd verstandig in te delen, goed met geld om te gaan en tevreden te zijn met de noodzakelijke levensbehoeften (1 Tim. 6:6). Pionieren kan het brengen van offers inhouden. Ben je bereid vanwege je liefde voor Jehovah persoonlijke offers te brengen? Zo ja, dan zul je leren afhankelijker van Jehovah te worden en minder op jezelf te vertrouwen. Dit zal een bescherming blijken te zijn tegen schadelijke wereldse ambities, verlangens en slechte omgang. De voordelen van pionieren kunnen eeuwigdurend zijn. — Mal. 3:10.
MOEDIG AAN TOT PIONIEREN
4 In deze tijd zijn veel christenen blij dat hun ouders een pioniersgeest aan de dag hebben gelegd. Zoals één zendeling vertelt: „Gedurende mijn gehele jeugd was mijn moeder erg ijverig in de bediening. Ik denk dat het niet zozeer datgene is wat zij zei, maar wat zij deed, haar goede voorbeeld, wat mij sterk heeft beïnvloed en het verlangen in mij wakker heeft geroepen mijn leven in de volle-tijddienst voor Jehovah te besteden.” Een zuster in de volle-tijddienst zegt: „De niet-materialistische instelling van mijn moeder en haar duidelijke inzicht in de waarheid hebben mij geholpen niet betrokken te raken bij een wereldse carrière.” Een jonge bedienaar zei over zijn ouders: „Zij hebben mij altijd de vreugden en voorrechten van de pioniersdienst voor ogen gesteld, en de zegeningen die Jehovah aan pioniers schenkt. . . . Dit is iets wat alle ouders zouden moeten doen omdat dit mij stellig geholpen heeft. Zij kunnen de jongeren aanmoedigen Jehovah met hun gehele ziel te dienen.” Jehovah vergeet de onzelfzuchtigheid van zulke liefdevolle ouders stellig niet en beloont die houding.
5 Wij leven in de tijd van het einde wanneer ’dit goede nieuws van het koninkrijk op de gehele bewoonde aarde zal worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën’ (Matth. 24:14). Jezus zei tot zijn volgelingen: „De oogst is groot, maar er zijn weinig werkers. Smeekt daarom de Meester van de oogst dat hij werkers in zijn oogst uitzendt.” (Matth. 9:37, 38). De behoefte aan werkers is nu zelfs groter dan in Jezus’ tijd. Derhalve hebben de pioniers er een groot aandeel aan de volgende uitnodiging tot anderen te richten: „O maakt met mij Jehovah groot, en laten wij te zamen zijn naam verhogen” (Ps. 34:3). Er is werkelijk niets dat de tevredenheid en voldoening kan evenaren die voortvloeien uit een leven dat gebruikt wordt in de volle-tijddienst van onze grootse Schepper. — Spr. 10:22.