Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 8/86 blz. 3-6
  • Voortdurende toename maakt vereenvoudigingen noodzakelijk

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Voortdurende toename maakt vereenvoudigingen noodzakelijk
  • Onze Koninkrijksdienst 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VEREENVOUDIGING NOODZAKELIJK
  • WAT GROEI TOT GEVOLG HEEFT GEHAD
  • VEREENVOUDIGDE RAPPORTERING VAN BERICHTEN
  • ER MOET MEER PERSOONLIJKE HULP WORDEN GEGEVEN
  • KOM JE VOOR DE GEWONE PIONIERSDIENST IN AANMERKING?
  • IJVERIG VOORWAARTS!
  • Het aandeel van de pionier in het bijeenbrengen van de „grote schare”
    Onze Koninkrijksdienst 1976
  • Kun jij meer doen om Jehovah te eren?
    Onze Koninkrijksdienst 1993
  • Kun jij een vollediger aandeel hebben aan de Koninkrijksprediking?
    Koninkrijksdienst 1973
  • Tonen dat je de pioniers ondersteunt
    Onze Koninkrijksdienst 1992
Meer weergeven
Onze Koninkrijksdienst 1986
km 8/86 blz. 3-6

Voortdurende toename maakt vereenvoudigingen noodzakelijk

1 De openingswoorden van Jesaja hoofdstuk 54 doen een beroep op Jehovah’s met een vrouw te vergelijken organisatie om zich op vreugdevolle toename voor te bereiden. Groei, expansie en hernieuwde kracht liggen in het verschiet. De vervulling van die opwindende profetie heeft geleid tot de fenomenale expansie van ware aanbidding die wij thans waarnemen naarmate Jehovah het bijeenvergaderingswerk bespoedigt. — Jes. 54:1-4; 60:22.

2 Kan Jehovah’s georganiseerde volk gelijke tred houden met deze huidige door God geschonken toename? De resultaten van Jehovah’s zegen vormen een uitdaging waaraan het hoofd geboden moet worden en wij zijn blij te zien dat Jehovah zijn volk de nodige geest van wijsheid en verstand heeft geschonken (Kol. 1:9, 10). Wij moeten erkennen dat Jezus Christus aangelegenheden in verband met de verwezenlijking van Jehovah’s voornemen op doeltreffende en wonderbaarlijke wijze via de getrouwe „slaaf”-klasse heeft geleid. — Matth. 24:45-47.

VEREENVOUDIGING NOODZAKELIJK

3 Een voorname factor bij het oplossen van problemen die ontstaan uit snelle groei blijkt te liggen in vereenvoudigingen. Jehovah’s zichtbare organisatie heeft bewezen dat ze zich van dit belangrijke feit bewust is. In de afgelopen jaren hebben wij talloze vereenvoudigingsmaatregelen genomen met betrekking tot huisvesting en voedselregelingen op congressen, lectuurbestellingen en verzendingen, het verkrijgen van gemeentebenodigdheden, Avondmaaluitnodigingen, strooibiljetten en kringvergaderingprogramma’s. Verkondigers, pioniers, gemeenten, ouderlingen en dienaren in de bediening, reizende opzieners en het Genootschap hebben hier allen veel profijt van getrokken.

4 Het schijnt thans de weg van wijsheid en goed onderscheidingsvermogen te zijn om nog meer vereenvoudigingen door te voeren. Wij zijn ervan overtuigd dat ook die Jehovah’s zegen zullen hebben, aangezien ze ons in de gelegenheid stellen om verdere toename tot zijn lof te kunnen opvangen.

WAT GROEI TOT GEVOLG HEEFT GEHAD

5 In de afgelopen jaren hebben wij in Nederland een bijzondere toename in het aantal gemeenten gezien. De toename in het aantal pioniers is echter nog groter geweest. Alleen al in de afgelopen vier jaar zijn 23 nieuwe gemeenten gevormd en het aantal gewone pioniers is met 50 procent gestegen! Thans zijn er 944 gewone pioniers en 310 gemeenten die elke maand velddienst bij het Genootschap inleveren. Hoe opwindend is het te zien dat broeders en zusters overal gemotiveerd worden om hun activiteit in de oogst op te voeren en dat duizenden in staat zijn geweest in de pioniersdienst te gaan! — Matth. 6:33.

6 Ten einde zorg te dragen voor de hoeveelheid werk die deze toename met zich brengt, zijn er verdere vereenvoudigingen noodzakelijk. Het kost heel wat tijd om elke maand bijna 1400 gemeenteberichten en de berichten van individuele gewone pioniers in de administratie van het Genootschap op te nemen. Ook is er een overeenkomstige stijging geweest in het aantal brieven dat wij van gemeenten en pioniers hebben ontvangen. Vanwege deze stijging in hoeveelheid post zijn wij, vooral gedurende bepaalde drukke tijden in het jaar, niet altijd bij machte geweest om zo vlug op belangrijke correspondentie te reageren als wij graag zouden willen. De noodzaak om bepaalde vereenvoudigingen door te voeren, zodat wij onze middelen en tijd zo goed mogelijk kunnen benutten, is dus heel duidelijk aan het licht getreden.

VEREENVOUDIGDE RAPPORTERING VAN BERICHTEN

7 Vanaf 1 september 1986 zullen wij overgaan op een vereenvoudigde methode om berichten van gewone pioniers te tabellariseren en naar het Genootschap te sturen. Deze en andere gewijzigde organisatorische procedures zijn reeds aan de ouderlingen uiteengezet. De in dit inlegvel verschafte inlichtingen dienen allen te helpen de vereenvoudigingen te begrijpen met betrekking tot de wijze waarop pioniers hun velddienst rapporteren. Door grondig bekend te raken met wat hier wordt gezegd, kunnen ouderlingen en pioniers al heel gauw vaststellen wat de voordelen voor zowel henzelf als het Genootschap zijn en dienen allen in staat te zijn deze procedure zonder moeite te volgen wanneer zij hun velddienstbericht voor september opmaken.

8 Het persoonlijke maandelijkse formulier Bericht gewone pionier (S-200) zal niet meer naar het Genootschap worden gestuurd; daarom zal er voor het dienstjaar 1987 geen voorraad van deze formulieren naar de gemeenten worden gezonden. Vanaf het bericht voor de maand september 1986 zullen alle gewone pioniers het Velddienstrapport (S-4) gebruiken wanneer zij hun bedieningsactiviteit aan de gemeente rapporteren. Het urenvereiste van gewone pioniers wordt op jaarlijkse basis berekend. De secretaris van de gemeente zal elke maand het velddienstbericht van de pionier zorgvuldig op een Kaart van gemeenteverkondiger (S-21) blijven bijschrijven. Hierdoor wordt gewaarborgd dat de gemeente aan het einde van het dienstjaar beschikt over het precieze urentotaal, de verspreiding van lectuur en andere activiteiten. Wanneer een pionier het maandelijkse urenvereiste niet haalt, dient hij ervoor te zorgen de reden op de achterkant van zijn S-4 rapport te vermelden, net als hij voorheen op het formulier Bericht gewone pionier (S-200) deed. De secretaris zal deze reden in de kolom „Opmerkingen” van de Kaart van gemeenteverkondiger schrijven. Zoals later in dit inlegvel wordt uiteengezet, zal er een regeling worden getroffen het Genootschap aan het einde van het dienstjaar in te lichten over het totaal aantal uren van elke pionier en zullen eventuele redenen op dat rapport worden vermeld waarom het urenvereiste niet is bereikt.

9 De secretaris van de gemeente dient net als voorheen het maandelijkse Gemeentebericht (S-1) naar het Genootschap te blijven sturen. Het bericht zal de totale velddienstactiviteit vermelden van verkondigers, hulppioniers en gewone pioniers. Dit is niet veranderd. Eén aspect van het bericht dat anders zal zijn, is dat op de achterkant van het S-1 formulier ruimte zal zijn om het Genootschap ervan op de hoogte te stellen wanneer een pionier van gemeente verandert of wanneer er een naamsverandering plaatsvindt in het geval een zuster gaat trouwen. Voorheen konden pioniers het Genootschap erover inlichten wanneer zij van gemeente of van naam veranderden door deze inlichtingen op de achterkant van hun pioniersbericht te schrijven. Nu zal de secretaris ervoor verantwoordelijk zijn ons in te lichten aangaande veranderingen door die op de achterkant van het Gemeentebericht te vermelden. Telkens wanneer een naamsverandering wordt doorgegeven, dient de Wachttoren Identificatie- en Toewijzingskaart van de pionier (S-202) door de secretaris te worden teruggestuurd en zal het Genootschap de pionier een nieuwe kaart verstrekken waarop de verandering vermeld staat.

10 Aan het einde van het dienstjaar zal de secretaris net als in voorgaande jaren het Gedetailleerd rapport van de gemeente (S-10) naar het Genootschap blijven opsturen. Vanaf aankomende september zal de secretaris de namen van allen die met ingang van 1 september gewone pionier zijn op de achterkant van het S-10 formulier vermelden en hun totale aantal uren opgeven van de maanden waarin zij tot het einde van het dienstjaar achtereenvolgend hebben gepionierd.

11 Tegen deze tijd dienen gemeenten een voorraad van het vereenvoudigde formulier Aanvraag voor gewone pioniersdienst (S-205) in hun bezit te hebben. Wij doen het verzoek om alleen de nieuwe aanvraagformulieren te gebruiken. Telkens wanneer er een nieuwe pionier wordt aangesteld, zullen wij een blanco aanvraagformulier opsturen zodat de gemeente altijd enkele exemplaren in voorraad zal hebben.

ER MOET MEER PERSOONLIJKE HULP WORDEN GEGEVEN

12 Het gehele lichaam van ouderlingen, en vooral het Dienstcomité van de gemeente, zal zich persoonlijk om de pioniers willen bekommeren. De volgende vragen zullen de ouderlingen helpen inzien waar zij de pioniers ter zijde kunnen staan: Zijn zij doeltreffend in de meeste takken van de bediening of moeten zij in het nabezoek- en bijbelstudiewerk worden opgeleid? Weerspiegelen zij de vruchten van de geest en werken zij in vrede en harmonie samen? (Rom. 14:19) Hebben enkelen hulp nodig bij het opstellen van een praktisch schema? Geven de pioniers blijk van goede studiegewoonten en hebben zij een aandeel aan vergaderingen? Ouderlingen die eropuit zijn al het mogelijke te doen om pioniers te helpen, zullen onderscheidingsvermogen gebruiken met betrekking tot de behoeften en omstandigheden van de pioniers en zullen geregeld contact met hen onderhouden.

13 De liefdevolle belangstelling die ouderlingen voor het welzijn van de pioniers tonen, wordt zeer op prijs gesteld. In hun brieven aan het Genootschap verwerken pioniers herhaaldelijk commentaren waaruit blijkt hoe dankbaar zij zijn dat zij een liefdevol lichaam van ouderlingen hebben die een levendige belangstelling voor hen aan de dag leggen. Soms heeft dit betekend dat zij in staat waren in de volle-tijddienst te blijven.

14 Van ouderlingen wordt verwacht dat zij vasthouden aan de hoge maatstaven die voor pioniers zijn vastgesteld, met inbegrip van het urenvereiste. Indien een pionier echter met tijdelijke problemen te kampen heeft waardoor hij met zijn uren achterop raakt, zullen waakzame ouderlingen er vlug bij zijn hulp te bieden in plaats van te suggereren dat de pionier ontheven zal worden als hij geen vorderingen maakt. Zij dienen niet toe te laten dat problemen vele maanden voortduren voordat zij hulp bieden; anders zou de pionier wellicht zover met zijn tijd achterop raken dat hij ontmoedigd wordt en wil ophouden.

15 Is het probleem van dien aard dat het binnen enkele maanden opgelost kan worden? Zo ja, hoe kunnen de ouderlingen hulp bieden? Indien het een persoonlijk probleem is dat de pionier zelf moet oplossen, kunnen de ouderlingen hem opmonteren door hem niet alleen aan te moedigen en te prijzen, maar ook praktische raad te geven.

16 Ouderlingen dienen voorzichtig te zijn en zich niet onnodig in te laten met persoonlijke of gezinsproblemen indien er niet om hulp wordt gevraagd. Indien het echter om een ernstig probleem gaat en het erop lijkt dat de pionier vele maanden achtereen niet in staat zal zijn het urenvereiste te halen, kunnen de ouderlingen tot de conclusie komen dat het het beste voor de pionier is om uitgeschreven te worden totdat het probleem is opgelost.

17 In plaats van naar het Genootschap te schrijven, dienen pioniers eventuele moeilijkheden waarmee zij te maken krijgen met de ouderlingen te bespreken. In de meeste gevallen waar verdere hulp moet worden geboden, is het wellicht het beste dat de ouderlingen schrijven. Tijdens het bezoek van de kringopziener dienen pioniers zich vrij te voelen hem te benaderen over aangelegenheden die van invloed zouden kunnen zijn op hun pioniersdienst. Het volgen van deze procedure levert een aantal voordelen op. De ouderlingen kennen de persoon in kwestie. Zij zijn in staat zijn persoonlijkheid en instelling te begrijpen — of hij ijverig is of zichzelf ontziet, ordelijk of enigszins ongeorganiseerd. Zij zijn op de hoogte van zijn gezinsomstandigheden, zijn gezondheid, zijn schema van werelds werk en andere factoren die invloed uitoefenen op zijn vermogen om te pionieren. Wij zijn van mening dat de ouderlingen in een goede positie verkeren om vast te stellen of iemand zou moeten proberen in de pioniersdienst te blijven of dat het beter voor hem zou zijn om, althans voorlopig, zijn volle-tijddienst te beëindigen.

18 Indien de ouderlingen na met de pionier te zijn samengekomen, tot de conclusie komen dat het probleem van tijdelijke aard is en dat hij in staat moet zijn de verloren tijd voor het einde van het dienstjaar in te halen, zou het niet nodig zijn naar het Genootschap te schrijven. Het kan zijn dat de pionier het hoofd heeft moeten bieden aan een ongewone situatie die hij niet in de hand had, waardoor hij achterop is geraakt met zijn tijd. Als de pionier te ver achter is om voor het einde van het dienstjaar zijn tijd in te halen, dienen de ouderlingen te beslissen of hem de consideratie moet worden betoond, die in paragraaf 18-20 van het inlegvel van april in Onze Koninkrijksdienst van september 1978 wordt beschreven. Als zij vinden dat er een basis is om speciale consideratie te betonen, kunnen zij een notitie op de Kaart van gemeenteverkondiger maken. Indien de ouderlingen niet zeker zijn of de in dat inlegvel genoemde regeling al dan niet van toepassing is, kan het Dienstcomité van de gemeente het Genootschap om meer inlichtingen schrijven. Zij dienen ervoor te zorgen volledige details van het probleem te verschaffen, alsmede een bericht van de velddiensturen die de pionier in het lopende dienstjaar heeft gehaald.

19 Aan het einde van elk dienstjaar zullen de namen van alle gewone pioniers en hun totaal aantal velddiensturen over het gehele jaar op de achterkant van het Gedetailleerd rapport van de gemeente worden vermeld. De ouderlingen zullen een brief schrijven waarin zij details verstrekken met betrekking tot de redenen waarom eventuele pioniers er niet in zijn geslaagd hun urenvereiste voor het jaar te halen en duidelijk vermelden of zij aanbevelen dat deze pioniers ingeschreven blijven. Ook zouden wij graag weten of een probleem van het voorgaande dienstjaar onopgelost is gebleven.

20 Ook verzoeken wij kringopzieners meer aandacht aan de behoeften van de pioniers te willen schenken. Het bezoek van de kringopziener aan de gemeente is kort en stelt hem wellicht niet in staat veel tijd met elke pionier door te brengen. Doordat hij echter de berichten controleert, met de pioniers vergadert en met hen in de velddienst werkt, zal hij zien waar er behoefte aan hulp en aanmoediging is. Hij dient voor zover zijn schema dit toelaat met zoveel mogelijk pioniers en verkondigers in de velddienst te werken. Waar er veel pioniers zijn, kan hij tijdens één bezoek met sommigen werken en bij zijn volgende bezoek met anderen. Hij zal de ouderlingen inlichten omtrent eventuele waarnemingen die hij wellicht heeft betreffende degenen die hulp nodig hebben en raad geven wat zij zouden kunnen doen om de pioniers te helpen vorderingen te maken.

KOM JE VOOR DE GEWONE PIONIERSDIENST IN AANMERKING?

21 Om voor de gewone pioniersdienst in aanmerking te komen, moet iemand minstens zes maanden gedoopt zijn en een geregelde verkondiger zijn. Hij dient in een positie te verkeren om het jaarlijkse velddienstquotum van 1000 uur te bereiken. Ook is het belangrijk dat hij een goede moraal heeft en er blijk van heeft gegeven een voorbeeldige christen te zijn (om blz. 115, 116). Wat houdt dit in? Welke hoedanigheden mogen de ouderlingen verwachten van iemand die een aanvraagformulier voor de pioniersdienst heeft ingeleverd?

22 Voorbeeldig gedrag betekent rein te zijn naar lichaam en geest. Iemand die voor de pioniersdienst wordt aanbevolen, moet binnen en buiten de gemeente een reputatie van voortreffelijk christelijk gedrag hebben. Hij is iemand die Jehovah van ganser harte en volledig is toegewijd. De vrucht van Gods geest moet in zijn leven duidelijk kenbaar zijn. Een pionier dient zich in de eerste plaats te bekommeren om het werk dat bestaat in het getuigenis afleggen over het Koninkrijk en het maken van discipelen. Hij moet in staat zijn de bijbel doeltreffend aan de deur te gebruiken, nabezoeken te brengen bij degenen die belangstelling tonen en bijbelstudies op te richten en te leiden. Pioniers dienen volledig met het lichaam van ouderlingen samen te werken wat betreft regelingen die voor velddienst en vergaderingen zijn gepland.

23 Om voor de hulppioniersdienst of de gewone pioniersdienst in aanmerking te kunnen komen, moet er vanaf de tijd dat iemand door een rechterlijk comité is terechtgewezen of sedert iemands wederopneming na uitgesloten te zijn, een vol jaar verstreken zijn. Bovendien zou een persoon die op het ogenblik onder restricties staat niet voor voorrechten zoals de pioniersdienst in aanmerking komen totdat alle restricties zijn opgeheven.

24 Is het verplicht verschillende maanden in de hulppioniersdienst te staan voordat men als gewone pionier aanbevolen kan worden? Neen. Maar gewoonlijk is het gemakkelijker zich aan het schema van een gewone pionier te houden als men eerst als hulppionier heeft gediend. Ouderlingen zullen een redelijke zekerheid willen hebben dat degene die de aanvraag voor de gewone pioniersdienst indient elke maand 90 uur zal kunnen rapporteren en in staat is tegen het einde van het dienstjaar het vereiste van 1000 uur te bereiken. Er dienen geen vereisten te worden opgelegd die niet specifiek door het Genootschap worden omschreven.

25 Wanneer een lid van de gemeente een Aanvraag voor de gewone pioniersdienst invult en deze aan de presiderende opziener overhandigt om goedgekeurd te worden, dient het dienstcomité van de gemeente daar prompt aandacht aan te schenken. De beschouwing van de aanvraag dient niet uitgesteld te worden omdat een van de ouderlingen van het comité wellicht een of twee weken afwezig is. Een andere ouderling kan hem tijdens zijn afwezigheid vervangen. Indien het dienstcomité van de gemeente de aanvraag goedkeurt, dient het lichaam van ouderlingen ingelicht te worden voordat de aanvraag wordt opgestuurd zodat rekening gehouden kan worden met eventuele andere waarnemingen die de overige ouderlingen kunnen hebben.

26 Het nieuwe formulier Aanvraag voor gewone pioniersdienst, vereist dat de ouderlingen de gemiddelde velddienstactiviteit van de persoon in kwestie over de afgelopen zes maanden vermelden. Ouderlingen dienen er redelijk zeker van te zijn dat degene die de aanvraag indient op geregelde basis het urenvereiste kan halen. Het zesmaandelijkse gemiddelde van een verkondiger hoeft geen juist beeld te geven van wat hij op lange termijn kan doen. Indien het bericht één of twee maanden aanzienlijk hoger was dan de andere maanden omdat er gedurende die maanden buitengewone krachtsinspanningen in het werk zijn gesteld, dient dit in aanmerking genomen te worden. Met andere woorden, de opzieners dienen een globaal overzicht te krijgen op de velddienstactiviteit die de pionier de komende zes maanden zal ontplooien. De persoon kan een hoog urengemiddelde hebben, maar als hij weinig in de bediening tot stand brengt, kunnen de ouderlingen hem de raad geven aan facetten van zijn bediening te werken die verbetering behoeven, voordat hij als pionier ingeschreven kan worden. Indien de ouderlingen de aanvraag niet kunnen goedkeuren op het moment dat zij die ontvangen, dienen zij hem zeer beslist te laten weten dat zij de aanvraag niet zullen opsturen en de redenen daarvoor uiteenzetten. De ouderlingen dienen uiteen te zetten waaraan hij moet werken om ervoor in aanmerking te komen. Indien de ouderlingen later van mening zijn dat zij de aanvraag kunnen goedkeuren en de originele aanvraag wordt gebruikt, dient de gevraagde begindatum dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

IJVERIG VOORWAARTS!

27 In 1962 werd de verandering doorgevoerd om gewone pioniers onder de plaatselijke gemeenteregeling te brengen. Heeft Jehovah die maatregel gezegend? Indien onze groei van een maandelijks wereldomvattend gemiddelde van 33.560 gewone pioniers en „vakantie”-pioniers in 1962 naar 322.821 gewone pioniers en hulppioniers gedurende het dienstjaar 1985 een indicatie is, kunnen wij maar tot één duidelijke slotsom komen. Ja, Jehovah heeft regelingen die erop gericht zijn de pioniers te helpen en de Koninkrijksbelangen te bevorderen rijkelijk gezegend. Nu zijn wij ervan overtuigd dat hij de verdere, in de voorgaande paragrafen besproken veranderingen zal zegenen. Jezus zei: „De wijsheid [wordt] gerechtvaardigd door haar werken” (Matth. 11:19). Hoe waar is dit gebleken met betrekking tot de progressieve vereenvoudiging van organisatorische regelingen en procedures die in de loop der jaren is aangebracht om zich aan de snel groeiende bijeenvergadering van de „grote schare” tot Jehovah’s reine aanbidding aan te passen. — Openb. 7:9; Jes. 54:2.

28 IJverige pioniers zijn werkelijk een zegen voor de gemeenten. Zij vormen een schitterend deel van het antwoord op onze innige gebeden tot „de Meester van de oogst” om meer werkers in deze laatste dagen nu de oogst groot is (Matth. 9:37, 38; Joh. 4:35, 36). Moge ieder loyaal doen wat in zijn vermogen ligt om de handen te sterken van allen die hun omstandigheden hebben aangepast ten einde in de pioniersgelederen te dienen (Spr. 3:27). Wat een geluk zal dit ons blijven schenken naarmate wij onze hemelse Vader verheerlijken door ’veel vrucht te dragen en ons zijn discipelen te betonen’! — Joh. 15:8.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen