„Het goede doen jegens allen”
1 De apostel Paulus schreef: „Laten wij daarom dus, zolang de tijd voor ons er nog gunstig voor is, het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof” (Gal. 6:10). Ben je het er niet mee eens dat nu de tijd gunstig is voor ijverige Koninkrijksdienst? (Vergelijk Johannes 9:4.) De mogelijkheden voor verdere toename blijken stellig ook uit het aantal aanwezigen op de recente Gedachtenisviering in jullie gemeente. — Jes. 60:22: Mark. 13:10.
2 Maar wat is nu specifiek de activiteit die ons in staat stelt ’het goede te doen jegens allen’? Wanneer en voor wie dienen wij dat werk te doen? Hoe kunnen wij ons verheugen en het goede doen jegens allen?
EEN GOED WERK
3 Vanaf het allereerste begin van zijn hemelse bestaan heeft Gods Zoon, een meesterwerker, ons het voorbeeld gegeven door hard te werken ten behoeve van anderen. Hij schepte er altijd behagen in Gods wil te doen (Spr. 8:22-31; Ps. 40:8). Hij had grote waardering voor het predikingswerk waarmee hij gedurende zijn aardse bediening een begin heeft gemaakt (Joh. 4:34). Ook voor ons is dit werk zeer de moeite waard. — Joh. 14:12.
4 Veel van dat goede werk moet nog gedaan worden (Matth. 9:37, 38; 10:11-13; 28:19, 20). Miljoenen mensen hebben hulp nodig om Gods Woord te begrijpen en zijn wil te doen. Laten wij ons daarom tot welzijn van allen, krachtig inspannen in deze bediening en ons verheugen omdat wij het voorrecht genieten er een aandeel in te hebben.
5 De lectuuraanbieding voor juni en juli bestaat uit het Evolutie-boek samen met nog een andere pocketuitgave voor ƒ 2,50. Voor veel mensen is de gedachte aan een Scheppende God vreemd. De evolutietheorie is van jongsaf ingeprent. Wat een voorrecht hebben wij om mensen te helpen in te zien dat een liefdevolle Schepper zich werkelijk om hen bekommert. (Zie hoofdstuk 10 in het Evolutie-boek.)
6 Heb je de laatste tijd wel eens nagedacht over je schema voor de velddienst? Maak je volledig gebruik van je mogelijkheden om een aandeel te hebben aan het belangrijke werk dat Jehovah God ons te doen heeft gegeven? (Ef. 5:15-17) Ongetwijfeld zullen de meesten van ons met een beetje passen en meten deze maand wekelijks een aandeel aan de velddienst kunnen hebben. Zie je op korte termijn eens kans de hulppioniersdienst in te gaan? Wij allen dienen ernstig te beschouwen wat wij ieder afzonderlijk en in gezinsverband doen om de gunstige tijd die wij nu hebben te benutten voor de prediking, om het goede te doen jegens allen en ons in Jehovah’s dienst te verheugen.
ANDEREN HELPEN
7 Zoals de apostel zei, willen wij het goede doen jegens allen, „maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof”. Ken jij iemand die je kunt aanmoedigen, een pas geïnteresseerde misschien, een nieuwe verkondiger of een inactieve?
8 Veel pas geïnteresseerden hebben in april de Gedachtenisviering bijgewoond. Degenen die in jouw gemeente aanwezig zijn geweest, zullen hulp nodig hebben. Ben jij hen blijven helpen vorderingen in de waarheid te maken, misschien door een geregelde huisbijbelstudie met hen te hebben? — Joh. 21:15-17.
9 Ken jij iemand die pas geleden een Koninkrijksverkondiger is geworden en die misschien aanmoediging en hulp nodig heeft? Allen onder ons die zich nog kunnen herinneren hoe wij met verkondigen zijn begonnen en hoe wij geholpen werden, dienen vele manieren te kunnen bedenken om nieuwe verkondigers te helpen krachtig te worden in de waarheid. — Rom. 15:1, 2.
10 Misschien hebben enige inactieven die vroeger met ons verbonden waren de Gedachtenisviering bijgewoond. Zij zijn er nu wellicht aan toe verdere stappen te ondernemen om zich weer actief met de gemeente te verbinden. De ouderlingen zullen het beslist waarderen wanneer jij aanbiedt enkelen van hen die hulp nodig hebben te helpen.
11 Ja, laten wij, terwijl wij nadenken over vreugde en goeddoen, actief blijven in de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk, zonder daarbij voorbij te zien aan de behoeften van hen die aan ons verwant zijn in het geloof. — Fil. 2:1-4.