Het goede doen jegens allen
1 Jehovah’s Getuigen staan bekend als harde werkers. Maar wij zijn niet de enigen die werken. Er zijn er ongetwijfeld heel wat die net zo hard werken als wij. Aan het eind van een lange werkdag zullen er heel veel mensen op aarde zijn die net zo moe zijn als wij. Een huisvrouw kan bij een ochtend boodschappen doen net zoveel energie verbruiken als een Getuige tijdens een ochtend velddienst. Een huisvader die aan zijn auto ligt te sleutelen, spant zich wellicht evenzeer in als de broeder die aan zijn eerstvolgende openbare lezing bezig is.
VERMIJD IJDELE WERKEN
2 Onze krachtsinspanningen in verband met de ware aanbidding zijn echter ontegenzeglijk waardevoller dan welk ander werk maar ook. Hoe dat zo? Omdat wij „het goede doen” (Gal. 6:10). De niet-christen put zich wellicht uit in pogingen om zijn naaste goed te doen. Hij wordt wellicht aangedreven door nobele gedachten en doeleinden en toch zal hij vaak, als het ware, ’in de lucht slaan’ (1 Kor. 9:26). Het goede dat hij tot stand brengt is misschien maar van korte duur. Aan de andere kant weten wij dat onze activiteiten in Jehovah’s dienst niet tevergeefs zijn. — 1 Kor. 15:58.
3 Maar hoe kunnen wij „het goede doen”? Een korte blik op de context van Paulus’ woorden aan de Galáten is buitengewoon onthullend. Een aantal christenen daar, die vroeger aan de joodse religie vasthielden, verrichtten ijdele werken. Zij hadden de onverdiende goedheid door Christus niet geheel en al aanvaard. Zij probeerden zich dan ook nog steeds door middel van werken der wet rechtvaardig te betonen. Deze christelijke „judaïsten” propageerden de besnijdenis en verkondigden dat men aan de Mozaïsche spijswetten moest vasthouden. Paulus probeerde aan te tonen dat zulke werken der wet tot de ijdele werken behoorden en dat redding alleen door geloof in Christus komt. — Gal. 2:16; 3:10-13.
4 De brief heeft ongetwijfeld veel goeds bewerkstelligd om de Galáten weer op het juiste spoor te zetten. Hij moedigde christenen ertoe aan „het goede [te] doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof” (Gal. 6:10). Wellicht heeft Paulus hier in gedachten gehad om christenen te helpen hun geloof en volledige vertrouwen in Christus te stellen, ten einde op die manier volgens de leiding van Gods geest te leven. Welk ander werk zou meer tot stand kunnen brengen of meer bevrediging kunnen schenken?
5 Thans hebben christenen eveneens aanmoediging van elkaar nodig. Wij zouden het doel van Gods onverdiende goedheid kunnen missen wanneer wij denken dat wij gered zullen worden wanneer wij volgens een bepaalde gedragsregel leven. De druk van dit samenstel van dingen zou ons ertoe kunnen brengen christelijke maatstaven van moraliteit te verlagen, of ijdele werken te verrichten door materiële zekerheid na te jagen. Wij prijzen daarom alle broeders en zusters voor wat zij voor elkaar doen.
ZINVOLLE WERKEN
6 Een recent voorbeeld hiervan zien wij in de fijne reactie van de broeders en zusters op de door het Genootschap verschafte aanmoediging ’elkaar te helpen’. Broeders hebben het initiatief genomen om „vaderloze jongens” mee naar bijbelstudies te nemen. Zusters hebben andere zusters die het thuis moeilijk hebben en aanmoediging nodig hebben, geholpen. Dit is zinvol werk! Er wordt veel gedaan om onze broeders en zusters te helpen ’door geest te wandelen’. Het is waar dat dit extra tijd en krachtsinspanningen vergt. Het kan vermoeiend zijn. Maar het is de moeite waard. Is het mogelijk dat jij meer kunt doen op het gebied van het helpen van degenen „die aan ons verwant zijn in het geloof”?
7 Laten wij bovendien de mensen in ons gebied niet vergeten. Wat het prediken van het goede nieuws betreft staan wij bij hen in de „schuld” (Rom. 1:14, 15). Veel mensen werken harder dan ooit, alleen maar om de eindjes aan elkaar te knopen. Mensen die het goede nieuws niet kennen dienen erover te worden ingelicht hoe zij hun krachtsinspanningen erop kunnen richten om redding te verwerven. Het genootschap heeft veel lectuur gedrukt om hen te helpen. Deze maand verspreiden wij het Bijbelverhalen-boek. Wat een voortreffelijke publikatie! Indien jullie gemeente een voorraad oudere publikaties heeft zou het misschien ook verstandig zijn om altijd een of twee oudere boeken bij je te hebben om te proberen deze boeken in de handen van geïnteresseerde mensen te leggen, waar zij veel goeds tot stand kunnen brengen. Waarom zou je er geen regelingen voor treffen om dit weekend mee de velddienst in te gaan?
8 Alhoewel wij niet het monopolie hebben waar het op hard werken aankomt, schenkt het beslist bevrediging wanneer wij beseffen dat datgene wat wij tot stand brengen zo’n duurzame uitwerking heeft. Laten wij ermee voortgaan „het goede [te] doen” zowel met het oog op het geestelijke welzijn van onze broeders en zusters als met het oog op mensen in de wereld die de werkelijke bevrijding die het christendom brengt, nog moeten smaken. — Gal. 5:1.