Een evenwichtige kijk op onze dienst behouden
1 Geestelijk evenwicht is een begeerlijke christelijke hoedanigheid. Evenwichtig zijn wil zeggen dat wij in staat zijn het gewicht, de kracht en de belangrijkheid of waarde van dingen tegenover elkaar af te wegen of met elkaar te vergelijken. Wanneer wij evenwichtig zijn, kunnen wij de valstrikken, uitersten en fouten die onze dienst voor Jehovah nadelig beïnvloeden, vermijden. Wij verkrijgen dit evenwicht doordat wij wijsheid putten uit datgene wat wij uit bijbelse beginselen leren (Spr. 2:10-15; 3:5, 6). Door studie en toepassing van zulke beginselen worden wij geholpen ons „waarnemingsvermogen [te oefenen] om zowel goed als kwaad te onderscheiden” (Hebr. 5:14). Iemand die een goed geestelijk evenwicht heeft verkregen, streeft ernaar bij alles wat hij als christen doet van matigheid, bescheidenheid, geduld, zelfbeheersing, onderscheidingsvermogen, getrouwheid, volharding en betrouwbaarheid blijk te geven. Zo iemand krijgt gewoonlijk meer gedaan, ondervindt grotere vreugde in de dienst en zal ondanks moeilijkheden volharden. Wij allen doen er goed aan om deze voortreffelijke hoedanigheden aan te kweken.
EVENWICHT VERWERVEN
2 Vaak zien wij dat bepaalde personen zo opgaan in hun wereldse werk dat er voor de velddienst slechts bitter weinig tijd overblijft. Wat is het doel van werelds werk? (1 Tim. 5:8) Waaruit zou blijken dat wij onevenwichtig zijn geworden? (Luk. 12:18-21) Wat is de juiste zienswijze? (Matth. 6:31-33) Hoe kunnen wij wereldse en geestelijke verantwoordelijkheden in evenwicht met elkaar houden? — 1 Tim. 6:6-8; Hebr. 13:5, 15.
3 De huidige maatschappij legt veel nadruk op ontspanning en persoonlijke genoegens. Als wij niet oppassen kunnen ook wij door deze invloed worden aangestoken en er op buitensporige wijze in verwikkeld raken. Is het verkeerd onszelf aangenaam te verpozen? (Pred. 3:12, 13) Wanneer zijn wij te ver gegaan? (2 Tim. 3:4) Welke beginselen kunnen ons helpen te beslissen wat voor soort van amusement passend is of in welke mate wij ons erdoor in beslag kunnen laten nemen? — Fil. 4:8; 1 Tim. 4:8; Ef. 5:15, 16; Luk. 8:14.
4 De zorg voor de geestelijke en fysieke behoeften van het gezin is niet probleemloos. Een vader is misschien wel heel actief in het prediken van het goede nieuws, maar het gedrag van zijn kinderen in de Koninkrijkszaal laat te wensen over. Of een vrouw kan overdreven bezorgd zijn voor de aanblik van haar huis terwijl zij slechts een minimum aan belangstelling voor de geestelijke behoeften van haar gezin toont. Welke twee fundamentele verantwoordelijkheden zijn hierbij betrokken? (Ef. 6:4; Rom. 10:10) Waarom dient de zorg voor de geestelijke belangen van het gezin hoog op de lijst van prioriteiten vermeld te staan? (1 Tim. 3:4, 5; Spr. 10:1) Welke goede resultaten spruiten eruit voort wanneer ouders evenwichtig zijn? — Spr. 24:3, 4.
5 Enkelen vinden het wel eens moeilijk om alsmaar het initiatief op te blijven brengen dat nodig is om geregeld en met hart en ziel de dienst in te gaan. En wanneer zij dan in de dienst zijn dan hebben zij zo’n beetje het gevoel dat zij zichzelf daartoe hebben moeten dwingen. Daarna raken zij misschien ontmoedigd en gefrustreerd omdat zij menen ernstig te kort te schieten. Is het vreemd dat een christen soms onvoldoende initiatief opbrengt om het toegewezen werk te doen? (Gal. 5:17; Rom. 7:19, 20) Is het feit dat wij onszelf ertoe moeten dwingen per se een teken dat wij gefaald hebben? (1 Kor. 9:16, 26, 27) Onze dienst voor Jehovah is aanvaardbaar als onze beweegreden juist is (Kol. 3:23, 24). Het is gepast om Jehovah om zijn geest te vragen om ons te helpen meer initiatief te ontwikkelen om in overeenstemming met zijn wil te handelen. — 1 Joh. 5:14.
6 Onszelf eerlijk bezien, niet te veel en niet te weinig van onszelf verwachten is de sleutel tot een juist evenwicht. Wij zijn evenwichtig wanneer onze dienst evenredig is aan onze bekwaamheden, omstandigheden en gelegenheden, in plaats van dat wat wij doen te beoordelen op grond van vergelijkingen met anderen. Wanneer wij menen dat wij ergens in te kort schieten zou onze wens om Jehovah te behagen ons ertoe moeten bewegen verbeteringen aan te brengen. Voldoening en vrede des geestes zijn het gevolg van een innerlijke verzekering dat wij Jehovah behagen.