Brief van het bijkantoor
Geliefde Koninkrijksverkondigers,
„Wat jullie doen is werkelijk voortreffelijk! Het zal ons allen in de medische wereld beslist helpen om jullie standpunt beter te begrijpen.” Dit zei een Amerikaanse hoogleraar in de medicijnen tot een Getuige die hem vertelde over de veldtocht met de Bloed-brochure. Een vooraanstaande functionaris van het Nederlandse Rode Kruis zei na het lezen van onze eerste brochure over de bloedkwestie: „Ik ben het honderd procent met de inhoud eens. Ik zou zelf bloedtransfusie weigeren.”
De gemeenten hebben het voorrecht nu druk aan de slag te gaan. Aan doktoren, verplegend personeel rechters en advocaten zal de nieuwe brochure worden aangeboden. Als wij bedenken dat er alleen al 25.000 doktoren in Nederland zijn, zal hierdoor een uniek getuigenis gegeven worden. In november is daarom veel te doen: Lijsten opstellen van personen die in bovengenoemde beroepen werkzaam zijn, uitzoeken welke doktoren Jehovah’s Getuigen tot patiënt hebben en regelingen treffen dat geen van hen overgeslagen wordt. Bijna een ieder van ons kan zijn deel bijdragen, maar één broeder in de gemeente zal de inspanningen van de gemeente coördineren. Wend je dus tot hem ingeval je vragen hebt.
Tegen de tijd dat jullie dit lezen is de uitbreiding van het Bethelhuis in Amsterdam ingewijd door Lloyd Barry, een lid van het besturende lichaam. Wij hebben lang naar deze dag uitgekeken. Vanwege de beperkte ruimte kon het Genootschap slechts betrekkelijk weinig broeders en zusters een uitnodiging sturen.
De congresvoorbereidingen voor 1978 zijn in volle gang. Wij zijn ervan overtuigd dat door jullie edelmoedige bijdragen ten behoeve van het congresfonds 1978 heel wat volle-tijddienaren wereldwijd geholpen zullen worden een congres te bezoeken. Mogen wij allen ermee voortgaan onszelf in het geloof op te bouwen en ons aldus in Gods liefde bewaren. — Judas 20, 21.
Jullie broeders op het
BIJKANTOOR IN AMSTERDAM