Moet je wat variatie brengen in de wijze waarop je de mensen benadert?
1 Ons eerste doel bij het van-huis-tot-huisgaan is dat we een horend oor verkrijgen. In vaak bewerkt gebied geloven veel verkondigers dat het nuttig is om hun inleidingen te variëren wanneer zij hetzelfde gebied bewerken. Er bestaat natuurlijk geen reden voor om iets te veranderen dat in jouw geval goed werkt. Als je echter zelden verder dan je inleidende woorden komt, zul je wellicht de behoefte gevoelen om variatie te brengen in je openingszinnen.
2 Hoe zou dit gedaan kunnen worden? Je zou kunnen zeggen: „Ik zou deze gedrukte boodschap over dit of dat onderwerp [lees het onderwerp voor van de achterkant van het strooibiljet en bied het de huisbewoner aan] graag willen achterlaten.” Gebruik dan het thema dat je uit het strooibiljet licht als basis voor jouw aanbieding met de bijbel. De achterkant van het strooibiljet belicht misschien schriftplaatsen als Lukas 21:25; Daniël 2:44 en Johannes 17:17. Rond elk van deze teksten zou een interessante conversatie opgebouwd kunnen worden. In het bijzonder in gebieden waar het strooibiljet niet zo veelvuldig is gebruikt om de boodschap te introduceren, zou het de belangstelling van de huisbewoner kunnen trekken.
3 Ook vragen kunnen belangstelling aanwakkeren. Je zou kunnen vragen: „Wat zou er volgens u gedaan kunnen worden om de kwaliteit van het huidige leven te verbeteren?” Of, „Waaraan heeft de mens op dit moment de grootste behoefte?” Een andere vraag zou kunnen luiden: „Als u slechts één probleem waar de mensheid tegenover staat, zou kunnen oplossen, welk probleem zou u dan aanpakken?” Gebruik vervolgens een schriftplaats die aansluit bij de wijze waarop de huisbewoner denkt, waarbij je uiteindelijk de aandacht op het Koninkrijk richt.
4 Een vraag gecombineerd met een tekening uit een publikatie zou onmiddellijke belangstelling kunnen oproepen. Je zou bijvoorbeeld het plaatje op bladzijde vier van het Waarheid-boek of bladzijde elf van het Jeugd-boek kunnen laten zien en kunnen vragen: „Zou u graag op een plek willen wonen zoals hier staat afgebeeld?”
5 Bij het variëren van onze wijze van benaderen, zouden wij ook kunnen beschouwen op welk tijdstip wij de mensen bezoeken. Door het tijdstip of de dag van de week te variëren, zijn wij wellicht in staat gezinsleden te ontmoeten die zelden het goede nieuws horen. We komen er wellicht achter dat bepaalde tijden en dagen voor zulke mensen geschikter zijn en wellicht luisteren ze dan eerder. Heb jij al eens overdacht om ’s zaterdagsmiddags van huis tot huis te werken of afwezigen na te gaan? Of, wat dacht je van die tak van dienst in de vroege avonduren, wanneer veel mensen thuis zijn en in een ontspannen geestestoestand verkeren? Indien wij onze schema’s iets kunnen wijzigen, kunnen er mogelijk meer met schapen te vergelijken personen worden gevonden.
6 Het is goed van tijd tot tijd onze benaderingswijze te analyseren om te zien of wijzigingen nuttig zouden zijn ten einde ons te helpen meer gesprekken te beginnen. Hierdoor worden wij in staat gesteld meer gelegenheden te hebben het goede nieuws bekend te maken.