Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w97 1/8 blz. 7
  • Hij vond een „parel van grote waarde”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hij vond een „parel van grote waarde”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
  • Vergelijkbare artikelen
  • Betelnoten kauwen: Kan het kwaad?
    Ontwaakt! 2012
  • Uw geweten en uw werkkring
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Ze vonden de ‘kostbare parel’
    De Bijbel verandert levens
  • Ze vonden een „parel van grote waarde”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
w97 1/8 blz. 7

Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit

Hij vond een „parel van grote waarde”

„HET koninkrijk der hemelen [is] gelijk een reizende koopman die op zoek was naar zeer mooie parels. Toen hij één parel van grote waarde had gevonden, ging hij heen en verkocht dadelijk al wat hij had en kocht ze.” Met deze woorden illustreerde Jezus de buitengewone waarde van Gods koninkrijk (Mattheüs 13:45, 46). Zij die de waarde van het Koninkrijk inzien, brengen dikwijls grote persoonlijke offers om het deelachtig te worden. Dit wordt geïllustreerd door de volgende ervaring uit het district P’ing-Tung in Taiwan.

In 1991 begonnen meneer en mevrouw Lin met Jehovah’s Getuigen de bijbel te bestuderen. Toen een plaatselijke geestelijke dat te weten kwam, probeerde hij hen ertoe over te halen zich bij zijn kerk aan te sluiten. Omdat het bedrijf van de Lins op de plaatselijke markt varkens- en eendebloed verkocht, besloten zij de geestelijke naar zijn zienswijze in de kwestie te vragen. „Alles wat God gemaakt heeft, kan als voedsel voor de mens dienen”, antwoordde hij. De Getuigen daarentegen moedigden hen aan te beschouwen wat Gods Woord te zeggen heeft. Zij vernamen dat Jehovah God bloed als heilig beschouwt, want „het leven van een schepsel is het bloed” (Leviticus 17:10, 11, The New English Bible). Ware christenen moeten zich daarom „onthouden . . . van bloed” (Handelingen 15:20). Als gevolg van hun naspeuringen in de bijbel over dit onderwerp besloten de Lins geen bloed meer te verkopen, hoewel dit hun voornaamste bron van inkomsten was. Korte tijd later kwamen zij echter voor een nog zwaardere toets te staan.

Voordat zij de waarheid leerden kennen, hadden de Lins op hun erf 1300 betelnootpalmen geplant. Hoewel de bomen pas na vijf jaar winst zouden gaan opleveren, konden de Lins verwachten zo’n $77.000 per jaar binnen te halen als ze eenmaal volop produktief waren. Toen de eerste oogsttijd naderde, moesten de Lins een belangrijke beslissing nemen. Zij hadden door hun studie van de bijbel geleerd dat christenen zich moeten reinigen „van elke verontreiniging van vlees en geest” door het eropna houden of het bevorderen van onreine gewoonten zoals tabak roken, drugsgebruik en betelnoten kauwen te vermijden (2 Korinthiërs 7:1). Wat zouden zij doen?

Onder de druk van een geplaagd geweten besloot meneer Lin met zijn studie op te houden. Intussen verkocht mevrouw Lin de betelnoten van enige van hun oudere palmen en maakte een winst van meer dan $3000. Dit was slechts een voorproefje van wat er binnenkort zou komen als zij hun bomen aanhielden. Het geweten van meneer Lin bleef hem echter kwellen.

Hij worstelde met de kwestie totdat hij op een dag de plaatselijke Getuigen verzocht zijn betelnootpalmen voor hem om te hakken. De Getuigen legden uit dat híj de beslissing moest nemen; daarom zou hij ’zijn eigen vracht moeten dragen’ en de bomen zelf moeten omhakken (Galaten 6:4, 5). Zij moedigden hem aan te denken aan de belofte in 1 Korinthiërs 10:13, die luidt: „Geen verzoeking is over u gekomen behalve die welke mensen gemeen is. Maar God is getrouw, en hij zal niet toelaten dat gij wordt verzocht boven hetgeen gij kunt dragen, maar met de verzoeking zal hij ook voor de uitweg zorgen, opdat gij ze kunt doorstaan.” De Getuigen redeneerden ook met hem door te zeggen: „Als wij uw bomen voor u omhakken, zou u er spijt van kunnen krijgen en ons de schuld geven van het verlies.” Kort daarop werd mevrouw Lin gewekt door het geluid van een kettingzaag. Haar man en kinderen waren bezig de betelnootpalmen te vellen!

Meneer Lin ontdekte dat Jehovah Zijn belofte gestand doet. Hij vond werk dat hij met een zuiver geweten kon doen, zodat hij een lofprijzer van Jehovah kon worden. In april 1996 werd hij op een kringvergadering van Jehovah’s Getuigen gedoopt.

Ja, in feite heeft meneer Lin ’al wat hij had, verkocht’ om een „parel van grote waarde” te kopen. Nu geniet hij het onschatbare voorrecht een persoonlijke verhouding met Jehovah God te hebben en Zijn Koninkrijksbelangen te dienen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen