Een betere manier
JEHOVAH’S GETUIGEN maken zich zorgen over de uitholling van de spiritualiteit in de wereld en de immoraliteit en religieuze onzekerheid waarvan de maatschappij doortrokken is. Als gevolg daarvan worden zij soms fundamentalisten genoemd. Maar zijn zij dat? Nee. Hoewel zij een sterke religieuze overtuiging hebben, zijn zij geen fundamentalisten in de betekenis die de term heeft gekregen. Zij zetten politieke leiders niet onder druk om een bepaalde zienswijze te propageren, en zij nemen niet hun toevlucht tot demonstraties en geweld gericht tegen degenen met wie zij het niet eens zijn. Zij hebben een betere manier gevonden. Zij volgen hun Leider, Jezus Christus, na.
Jehovah’s Getuigen zijn ervan overtuigd dat religieuze waarheid bestaat, en dat die in de bijbel te vinden is (Johannes 8:32; 17:17). Maar de bijbel leert christenen vriendelijk, goed, zachtaardig en redelijk te zijn — hoedanigheden die geen ruimte laten voor fanatisme (Galaten 5:22, 23; Filippenzen 4:5). In het bijbelboek Jakobus krijgen christenen de aanmoediging „de wijsheid van boven” aan te kweken, die beschreven wordt als „allereerst zuiver, vervolgens vredelievend, redelijk, bereid tot gehoorzamen, vol van barmhartigheid en goede vruchten”. Jakobus voegde eraan toe: „Het zaad van de vrucht der rechtvaardigheid [wordt] gezaaid onder vredige omstandigheden voor hen die vrede maken.” — Jakobus 3:17, 18.
Jehovah’s Getuigen houden in gedachte dat Jezus grote waarde hechtte aan de waarheid. Hij zei tegen Pontius Pilatus: „Hiertoe ben ik geboren en hiertoe ben ik in de wereld gekomen, om getuigenis af te leggen van de waarheid” (Johannes 18:37). Hoewel hij een onverschrokken voorstander van de waarheid was, probeerde hij niet zijn overtuiging aan anderen op te dringen. In plaats daarvan deed hij een beroep op hun geest en hun hart. Hij wist dat zijn hemelse Vader, een ’goede en oprechte’ God, zou beslissen hoe en wanneer bedrog en onrechtvaardigheid van de oppervlakte van de aarde verwijderd zou worden (Psalm 25:8). Hij probeerde derhalve niet degenen die het niet met hem eens waren te onderdrukken. Het waren juist de orthodoxe religieuze leiders van zijn tijd die hém probeerden te onderdrukken. — Johannes 19:5, 6.
Jehovah’s Getuigen hebben een sterke overtuiging ten aanzien van religieuze leerstellingen, en zij geven er op moreel gebied blijk van duurzame waarden te bezitten. Net als de apostel Paulus zijn zij ervan overtuigd dat er slechts „één Heer, één geloof, één doop” is (Efeziërs 4:5). Zij zijn zich ook bewust van Jezus’ woorden: „Nauw is de poort en smal de weg die naar het leven voert, en weinigen zijn er die hem vinden” (Mattheüs 7:13, 14). Toch proberen zij niet anderen ertoe te dwingen hun geloofsovertuigingen over te nemen. Zij volgen veeleer Paulus na en „smeken” allen die dat willen ’met God verzoend te worden’ (2 Korinthiërs 5:20). Dat is de betere manier. Het is Gods manier.
Religieus fundamentalisme is, zoals het woord tegenwoordig wordt gebruikt, heel anders. Fundamentalisten gebruiken vele methoden — met inbegrip van geweld — om hun principes aan de maatschappij op te dringen. Door dat te doen, worden zij een wezenlijk deel van het politieke stelsel. Jezus zei echter dat zijn volgelingen „geen deel van de wereld” mochten zijn (Johannes 15:19; 17:16; Jakobus 4:4). In overeenstemming met die woorden blijven Jehovah’s Getuigen strikt neutraal in politieke geschillen. En, zo werd in de Italiaanse krant Fuoripagina erkend, zij „dringen niemand iets op; iedereen is vrij om dat wat zij zeggen te aanvaarden of te verwerpen”. Het resultaat? De vreedzame bijbelse boodschap van de Getuigen spreekt alle soorten van mensen aan, zelfs mensen die eens fundamentalisten waren. — Jesaja 2:2, 3.
Een wereld met duurzame waarden
De Getuigen erkennen dat mensen de problemen waar fundamentalisten zich zorgen over maken, niet kunnen oplossen. U kunt iemand er niet toe dwingen in God te geloven of uw persoonlijke geloofsovertuiging te aanvaarden. De gedachte dat dit mogelijk is, heeft tot enkele van de ergste verschrikkingen in de geschiedenis geleid, zoals de kruistochten, de middeleeuwse inquisities en de „bekering” van de Indianen. Als u echter op God vertrouwt, zult u bereid zijn dingen aan hem over te laten.
Volgens de bijbel heeft God een limiet gesteld aan de tijd waarin hij toelaat dat mensen zijn wetten overtreden en zo lijden en pijn veroorzaken. Die tijd is bijna voorbij. Jezus regeert reeds als Koning in Gods hemelse koninkrijk, en binnenkort zal dat koninkrijk handelend optreden om menselijke regeringen te verwijderen en het dagelijkse bestuur over de mensheid over te nemen (Mattheüs 24:3-14; Openbaring 11:15, 18). Het resultaat zal een wereldomvattend paradijs zijn waarin vrede en rechtvaardigheid overvloedig aanwezig zullen zijn. In die tijd zal er geen onzekerheid bestaan over de manier waarop de ware God aanbeden dient te worden. „De rechtvaardigen, díe zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven” (Psalm 37:29). Blijvende waarden zoals liefderijke goedheid, waarheid en gerechtigheid zullen zegevieren ten gunste van heel de gehoorzame mensheid.
Vooruitblikkend naar die tijd, zegt de psalmist in poëtische stijl: „Wat liefderijke goedheid en waarachtigheid betreft, ze hebben elkaar ontmoet; rechtvaardigheid en vrede — ze hebben elkaar gekust. Louter waarachtigheid zal uit de aarde zelf spruiten, en louter rechtvaardigheid zal uit de hemel zelf neerzien. Ook zal Jehovah van zijn kant geven wat goed is, en ons eigen land zal zijn opbrengst geven. Rechtvaardigheid zal voor hem uit gaan, en ze zal zijn schreden tot een weg maken.” — Psalm 85:10-13.
Hoewel wij de wereld niet kunnen veranderen, kunnen wij als afzonderlijke personen zelfs nu al godvruchtige waarden aankweken. Zo kunnen wij ernaar streven de soort van mensen te zijn die God als zijn aanbidders in die nieuwe wereld zal willen hebben. Wij zullen dan bij de zachtmoedigen horen over wie de psalmist sprak: „De zachtmoedigen . . . zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede” (Psalm 37:11). God steunt en zegent degenen die zijn wil doen, en hij belooft schitterende dingen voor hun toekomst. De apostel Johannes zei: „De wereld gaat . . . voorbij en ook haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.” — 1 Johannes 2:17.
[Illustratie op blz. 7]
Jehovah’s Getuigen nodigen iedereen uit zich op de hoogte te stellen van het goede nieuws van Gods koninkrijk
[Illustratieverantwoording op blz. 6]
Lamp op blz. 3, 4, 5 en 6: Printer’s Ornaments/door Carol Belanger Grafton/Dover Publications, Inc.