Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w96 1/7 blz. 25-27
  • Gods Woord doet „wonderen”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gods Woord doet „wonderen”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Mijn speurtocht naar Gods volk
  • Prediken in mijn woonplaats
  • „Wonderen” tot stand gebracht door Gods Woord
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
  • Voor de eerste maal van huis tot huis
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1989
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1989
  • Jehovah is mijn vesting
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
w96 1/7 blz. 25-27

Gods Woord doet „wonderen”

ZOALS VERTELD DOOR THÉRÈSE HÉON

Op een dag in 1965 liep ik een zaak binnen en bood de verkopers exemplaren van De Wachttoren en Ontwaakt! aan. Toen ik mij omdraaide om weg te gaan, hoorde ik een schot. Een kogel raakte de vloer vlak bij mijn voeten. „Zo moet je met Jehovah’s Getuigen omgaan”, zei een van de verkopers spottend.

DAT voorval maakte mij bang — maar niet bang genoeg om de volle-tijddienst te verlaten. De bijbelse waarheden die ik had geleerd, waren te kostbaar om mij door wat dan ook van mijn bediening te laten afbrengen. Laat mij eens uitleggen waarom ik dit zeg.

Na mijn geboorte in juli 1918 vestigden mijn ouders zich in Cap-de-la-Madeleine, een dorpje in Quebec (Canada), dat bekendstaat als De Plaats der Wonderen. Bezoekers stroomden hierheen om de Maagd Maria eer te betonen in de kapel. Hoewel de zogenaamde wonderen van Maria niet bewezen kunnen worden, heeft Gods Woord, terwijl het dorp is uitgegroeid tot een stadje van ruim 30.000 inwoners, in het leven van veel mensen iets tot stand gebracht wat bijna een wonder is.

Toen ik ongeveer twintig jaar was, merkte mijn vader mijn belangstelling voor religieuze zaken op en gaf mij zijn bijbel. Toen ik erin begon te lezen, schokte het mij dat in Exodus hoofdstuk 20 beeldenaanbidding duidelijk wordt veroordeeld. Ik verloor onmiddellijk het vertrouwen in de leringen van de Katholieke Kerk en ging niet meer naar de mis. Ik wilde geen beelden aanbidden. Ik hoor Vader nog zeggen: „Thérèse, ga je niet naar de kerk?” „Nee,” antwoordde ik, „ik lees de bijbel.”

Bijbellezen bleef deel uitmaken van mijn leven, ook na mijn trouwen in september 1938. Aangezien mijn man, Rosaire, vaak ’s nachts werkte, maakte ik het tot een gewoonte de bijbel te lezen wanneer hij naar zijn werk was. Al gauw kwam ik tot de conclusie dat God een volk moest hebben, en ik begon naar hen te zoeken.

Mijn speurtocht naar Gods volk

Door de dingen die ik in de kerk had geleerd toen ik jong was, durfde ik niet te gaan slapen omdat ik bang was in de hel wakker te worden. Om die angst tegen te gaan zei ik dan tegen mijzelf dat een God van liefde zoiets gruwelijks niet zou laten gebeuren. Vol vertrouwen bleef ik de bijbel lezen, op zoek naar de waarheid. Ik was net als de Ethiopische eunuch die wel las maar het niet begreep. — Handelingen 8:26-39.

Mijn broer André en zijn vrouw, die in een flat op de verdieping onder ons woonden, begonnen rond 1957 de bijbel met Jehovah’s Getuigen te bestuderen. Ik vroeg mijn schoonzus mij te waarschuwen door tegen het plafond te bonken wanneer de Getuigen in het flatgebouw kwamen prediken. Dan wist ik dat ik de deur niet open hoefde te doen. Op een dag vergat zij mij te waarschuwen.

Die dag deed ik de deur open en maakte kennis met Kay Munday, een pionierster, zoals volle-tijdbedienaren van Jehovah’s Getuigen worden genoemd. Zij sprak met mij over Gods naam en legde uit dat God een persoonlijke naam heeft: Jehovah. Toen zij weg was, keek ik in mijn bijbel om te zien of wat zij had gezegd inderdaad door bijbelteksten werd ondersteund. Mijn onderzoek stemde mij heel gelukkig. — Exodus 6:3, Douay Version, voetnoot; Mattheüs 6:9, 10; Johannes 17:6.

Toen Kay weer langskwam, bespraken wij de katholieke leerstelling van de Drieëenheid, die stelt dat God drie personen in één God is. Later onderzocht ik zorgvuldig mijn eigen bijbel om mij ervan te overtuigen dat de bijbel geen Drieëenheid onderwijst (Handelingen 17:11). Mijn studie bevestigde dat Jezus niet aan God gelijk is. Hij werd geschapen. Hij had een begin, terwijl Jehovah dat niet heeft (Psalm 90:1, 2; Johannes 14:28; Kolossenzen 1:15-17; Openbaring 3:14). Tevreden met wat ik leerde, vond ik het fijn de bijbelse besprekingen voort te zetten.

Op een dag in 1958, tijdens een sneeuwstorm in november, nodigde Kay mij uit om een kringvergadering te bezoeken die die avond in een huurzaal zou worden gehouden. Ik ging op de uitnodiging in en genoot van het programma. Na afloop vroeg ik in een gesprek met een Getuige die naar mij toe was gekomen: „Moet een ware christen van huis tot huis prediken?”

„Ja,” zei hij, „het goede nieuws moet bekendgemaakt worden, en de bijbel laat zien dat het bezoeken van mensen thuis een belangrijke predikingsmethode is.” — Handelingen 20:20.

Wat was ik blij met zijn antwoord! Het overtuigde mij ervan dat ik Gods volk had gevonden. Als hij had gezegd: „Nee, dat is niet nodig”, zou ik eraan getwijfeld hebben of ik de waarheid had gevonden, want ik wist wat de bijbel over van huis tot huis prediken zei. Vanaf dat moment maakte ik snelle geestelijke vorderingen.

Na die kringvergadering begon ik de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen te bezoeken die in het naburige stadje Trois-Rivières werden gehouden. Kay en haar pionierspartner, Florence Bowman, waren de enige Getuigen die toen in Cap-de-la-Madeleine woonden. Op een dag zei ik: „Ik ga morgen met jullie mee prediken.” Zij waren blij dat ik hen vergezelde.

Prediken in mijn woonplaats

Ik dacht dat iedereen de bijbelse boodschap zou aanvaarden, maar ik kwam er al snel achter dat dit niet het geval was. Toen Kay en Florence werden overgeplaatst, was ik de enige in het stadje die bijbelse waarheden van huis tot huis predikte. Ik liet mij daardoor niet uit het veld slaan en bleef ongeveer twee jaar lang, tot aan mijn doop op 8 juni 1963, in mijn eentje prediken. Diezelfde dag gaf ik mij op voor wat toentertijd de vakantiepioniersdienst werd genoemd.

Ik bleef één jaar in de vakantiepioniersdienst. Daarna beloofde Delvina Saint-Laurent dat zij naar Cap-de-la-Madeleine zou komen en één keer per week met mij zou samenwerken als ik in de gewone pioniersdienst ging. Dus vulde ik mijn aanvraagformulier voor de pioniersdienst in. Maar droevig genoeg stierf Delvina amper twee weken voordat ik met de volle-tijdbediening zou beginnen. Wat zou ik doen? Wel, ik had het aanvraagformulier al ingevuld en wilde mijn plannen niet veranderen. Dus begon ik in oktober 1964 mijn loopbaan in de volle-tijdbediening. De daaropvolgende vier jaar ging ik in mijn eentje van huis tot huis.

De vrome katholieken van Cap-de-la-Madeleine waren vaak vijandig. Sommigen belden de politie in een poging mij ervan te weerhouden te prediken. Op een dag probeerde een verkoper, zoals ik in het begin vertelde, mij te intimideren door op mijn voeten te schieten. Welnu, dit deed nogal wat stof opwaaien in het stadje. Het plaatselijke televisiestation noemde het een kruistocht tegen Jehovah’s Getuigen. Het hele incident had een gunstig getuigenis tot gevolg. Trouwens, tien jaar later werd een familielid van de verkoper die op mij had geschoten, zelf een Getuige.

„Wonderen” tot stand gebracht door Gods Woord

In de loop der jaren heb ik de muur van tegenstand tegen bijbelse waarheden in Cap-de-la-Madeleine geleidelijk zien afbrokkelen. Rond 1968 kwamen andere Getuigen hier wonen, en de plaatselijke inwoners begonnen gunstig te reageren op bijbelse waarheden. Tegen het begin van de jaren ’70 was er zelfs een explosieve toename in het aantal bijbelstudies. Ik kreeg zo veel studies dat ik andere Getuigen moest vragen enkele bijbelstudies die ik leidde over te nemen, zodat ik een aandeel kon blijven hebben aan de van-huis-tot-huisbediening.

Op een dag nam een jonge vrouw het bijbelstudiehulpmiddel De waarheid die tot eeuwig leven leidt van mij aan. Haar vriend in die tijd was een jonge man, André genaamd, een ruig uitziende crimineel die zich in het gesprek mengde. Een bespreking met hem wekte zijn belangstelling en er werd een bijbelstudie opgericht. Niet lang daarna begon hij met zijn vrienden te praten over de dingen die hij leerde.

Op een gegeven moment was ik de bijbel aan het bestuderen met vier gangsters, van wie er één niet veel zei maar wel goed luisterde. Zijn naam was Pierre. Op een nacht, rond twee uur, hoorden mijn man en ik op de deur kloppen. Stel u het volgende tafereel eens voor: Daar stonden vier gangsters met vragen voor mij. Gelukkig heeft Rosaire nooit over die ongelegen bezoekjes geklaagd.

In het begin bezochten de vier mannen de vergaderingen. Maar alleen André en Pierre zetten door. Zij brachten hun leven in overeenstemming met Gods maatstaven en werden gedoopt. Beide mannen dienen Jehovah nu al meer dan twintig jaar getrouw. Toen zij begonnen te studeren, waren zij berucht om hun criminele activiteiten en werden door de politie in de gaten gehouden. Soms kwam de politie hen na een van onze bijbelstudies of tijdens een gemeentevergadering zoeken. Ik ben blij dat ik tot „alle soorten van mensen” heb gepredikt en dus van dichtbij heb gezien hoe Gods Woord veranderingen teweegbrengt die werkelijk een wonder lijken. — 1 Timotheüs 2:4.

Als mij aan het begin van mijn bediening was verteld dat er ooit een Koninkrijkszaal in Cap-de-la-Madeleine zou zijn en dat die met Jehovah’s dienstknechten zou worden gevuld, zou ik het niet hebben geloofd. Tot mijn grote vreugde is die ene kleine gemeente in de naburige stad Trois-Rivières tot zes bloeiende gemeenten uitgegroeid die in drie Koninkrijkszalen bijeenkomen, waaronder die in Cap-de-la-Madeleine.

Ik heb persoonlijk de vreugde gekend om ongeveer dertig personen te helpen het punt van opdracht en doop te bereiken. Nu, op 78-jarige leeftijd, kan ik naar waarheid zeggen dat ik blij ben mijn leven aan Jehovah te hebben opgedragen. Ik moet echter toegeven dat ik vlagen van ontmoediging heb gehad. Om zulke buien met succes tegen te gaan, sla ik altijd mijn bijbel open en lees enkele passages die mij bijzonder verkwikken. Het is voor mij ondenkbaar om één dag voorbij te laten gaan zonder het Woord van God te lezen. Vooral Johannes 15:7 is aanmoedigend, waar staat: „Indien gij in eendracht met mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt dan wat gij ook wenst en het zal voor u geschieden.”

Ik hoop Rosaire in de nieuwe wereld te zien die heel nabij is (2 Petrus 3:13; Openbaring 21:3, 4). Kort voor zijn dood in 1975 maakte hij goede vorderingen in de richting van de doop. Intussen ben ik vastbesloten te volharden in de volle-tijdbediening en mij te blijven verheugen in Jehovah’s werk.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen