Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w95 15/8 blz. 8-11
  • Zijn twijfels omtrent Jezus gerechtvaardigd?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zijn twijfels omtrent Jezus gerechtvaardigd?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoe er twijfels omtrent Jezus werden gezaaid
  • Getuigenissen waardoor twijfels worden verdreven
  • Waarom sommigen aan Jezus’ wonderen twijfelen
  • Twijfels omtrent Jezus’ opstanding gerechtvaardigd?
  • Waarom twijfelen aan Jezus’ huidige rol?
  • De wonderen — Zijn ze werkelijk gebeurd?
    De bijbel — Gods woord of dat van mensen?
  • De wonderen van Jezus — Wat leren ze ons?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2004
  • De wonderen van Jezus — Zijn ze werkelijk gebeurd?
    Ontwaakt! 1984
  • Wat betekent Jezus’ opstanding voor ons?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2014
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
w95 15/8 blz. 8-11

Zijn twijfels omtrent Jezus gerechtvaardigd?

HEEFT Jezus van Nazareth werkelijk wonderen verricht? Werd hij uit de doden opgewekt, zoals zijn discipelen verkondigden? Heeft hij eigenlijk wel geleefd? In onze moderne tijd schijnen velen zulke vragen niet met zekerheid te kunnen beantwoorden. Waarom niet? Omdat zij twijfels koesteren omtrent Jezus, en twijfels zijn gevoelens van onzekerheid, waarbij men niet weet of iets waar of mogelijk is. Maar zijn gevoelens van onzekerheid in verband met Jezus gerechtvaardigd? Laten wij eens zien.

Hoe er twijfels omtrent Jezus werden gezaaid

Bepaalde Duitse theologen uit het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw schilderden Jezus af als „een fictieve figuur van de oude Kerk”. Dat zij Jezus’ historiciteit aanvochten, leidde in het begin van deze eeuw tot een controverse tussen geleerden die haar uitwerking had op de mensen in die tijd en thans nog steeds invloed uitoefent. Een onlangs in Duitsland verricht onderzoek bracht bijvoorbeeld aan het licht dat drie procent van de geïnterviewden gelooft dat Jezus „nooit heeft geleefd” en dat „de apostelen hem hebben bedacht”. Ja, de zaden van twijfel omtrent Jezus die vroeg in deze eeuw werden gezaaid, vinden zelfs nu nog vruchtbare grond in het hart van mensen.

Waarom is de conclusie dat Jezus werd „bedacht” gewoon niet gerechtvaardigd? De bijbelgeleerde Wolfgang Trilling merkt op: „Het geschil over de vraag of Jezus eigenlijk wel heeft geleefd, dat wil zeggen, of hij een historisch persoon was of een mythe, is destijds beslecht. Het vraagstuk is wetenschappelijk opgelost, althans in die zin dat oprechte mensen het probleem niet als een wetenschappelijk probleem bezien.” Toch betwijfelen sommigen nog steeds of Jezus ooit heeft bestaan. Laten wij daarom eens onderzoeken hoe men Jezus’ historiciteit kan vaststellen alsook andere twijfels omtrent hem kan wegnemen.

Getuigenissen waardoor twijfels worden verdreven

De smadelijke terechtstelling van Jezus als een verachtelijke misdadiger verschaft „het doorslaggevendste argument tegen degenen die de historiciteit van Jezus bestrijden”, verklaart Trilling. Waarom? Omdat de terechtstelling „de verbreiding van het nieuwe geloof onder joden en niet-joden belemmerde, ja zelfs zwaar bemoeilijkte”. (Vergelijk 1 Korinthiërs 1:23.) Als de terechtstelling van Jezus de Messias in de ogen van zowel joden als heidenen zo’n grote smaad was, zal dat beslist geen bedenksel van de apostelen zijn geweest! Bovendien wordt niet alleen door de vier evangeliën maar ook door de Romeinse schrijver Tacitus en door de joodse talmoed bevestigd dat Jezus’ dood een historische gebeurtenis is.a

Andere gebeurtenissen tijdens Jezus’ leven worden eveneens beschouwd als interne bewijzen van de geloofwaardigheid van de Evangeliën, en dus van wat ze ons over hem vertellen. Zouden de volgelingen van Jezus bijvoorbeeld uit hun duim hebben gezogen dat hij uit Nazareth kwam, een plaats die schijnbaar niet zo hoog stond aangeschreven? Of is het aannemelijk dat zij verzonnen zouden hebben dat hij door Judas, een vertrouwde metgezel, werd verraden? Lijkt het realistisch te geloven dat zij een verhaal bedacht zouden hebben waarin Jezus op zo’n laffe manier door zijn overige discipelen in de steek werd gelaten? Het is beslist niet logisch dat de discipelen bijzonderheden verzonnen zouden hebben die zo’n ongunstige indruk maakten, en ze dan wijd en zijd zouden hebben verkondigd! Bovendien werd de kunst van onderwijzen die Jezus aanwendde, gekenmerkt door een unieke stijl. Joodse literatuur uit de eerste eeuw bevat niets wat met zijn illustraties te vergelijken is. Welke anonieme persoon zou ooit zo’n meesterwerk als de Bergrede kunnen hebben ’bedenken’? Deze argumenten bevestigen allemaal de betrouwbaarheid van de Evangeliën als verslagen van Jezus’ leven.

Er zijn ook externe bewijzen voor de historiciteit van Jezus. De vier evangeliën schilderen hem af tegen een specifieke, nauwkeurig gedetailleerde, historische achtergrond. Plaatsen, zoals Bethlehem en Galilea, vooraanstaande personen en groepen, zoals Pontius Pilatus en de Farizeeën, alsook joodse gebruiken en andere bijzonderheden werden niet eenvoudig verzonnen. Ze maakten deel uit van de structuur van het leven in de eerste eeuw, en ze zijn bevestigd door niet-bijbelse bronnen en door archeologische vondsten.

Er zijn dus overtuigende bewijzen, zowel interne als externe, dat Jezus een historisch persoon is.

Heel wat mensen hebben echter hun twijfels over de wonderen waarbij hij betrokken was. Ja, volgens het eerder genoemde onderzoek is slechts een minderheid van de Duitse kerkgangers er vast van overtuigd dat Jezus’ wonderen en zijn opstanding „werkelijk zijn gebeurd”. Zijn twijfels omtrent Jezus’ wonderen en opstanding gerechtvaardigd?

Waarom sommigen aan Jezus’ wonderen twijfelen

In Mattheüs 9:18-36 wordt bericht dat Jezus op wonderbaarlijke wijze zieken genas, doden opwekte en demonen uitwierp. Professor Hugo Staudinger, een historicus, merkt op: „Het is gewoonweg ongelofelijk, en van historisch standpunt uit bezien onmogelijk, dat deze wonderverhalen het resultaat zijn van een levendige fantasie.” Waarom? Omdat de vroegste evangeliën blijkbaar werden opgetekend in een tijd waarin de meeste ooggetuigen van deze wonderen nog in leven waren! Verdere bevestiging wordt gevonden in het feit dat, zoals Staudinger vervolgens zegt, de joodse tegenstanders „nooit hebben ontkend dat Jezus buitengewone werken verrichtte”. Wanneer wij alle andere bewijzen negeren en ons oordeel alleen op dit externe bewijs baseren, dan blijkt dat Jezus’ wonderen absoluut ons geloof waard zijn. — 2 Timotheüs 3:16.

Hoewel „de meerderheid van de Duitsers ervan overtuigd is dat Jezus zieke mensen genas”, hebben velen twijfels over de kracht achter deze genezingen. Een bekende Duitse theoloog verklaarde bijvoorbeeld openlijk dat de genezingen die Jezus verrichtte het resultaat waren van de kracht van suggestie die invloed uitoefende op mensen die aan een psychische kwaal leden. Is dit een deugdelijke verklaring?

Denk eens over het volgende na. In Markus 3:3-5 wordt bericht dat Jezus de verdorde hand van een man genas. Maar is een verdorde hand het gevolg van een psychische kwaal? Beslist niet. Bijgevolg zou deze genezing niet toegeschreven kunnen worden aan de kracht van suggestie. Wat stelde Jezus dan in staat wonderen te verrichten? Professor Staudinger erkent: „Indien er geen wetten zijn die absoluut gelden, en indien men God niet volledig loochent, dan kan men in principe de mogelijkheid niet uitsluiten dat God, wiens kracht die van de mens overtreft, in staat is dingen te doen die niet alledaags zijn.” Ja inderdaad, met de hulp van de „kracht van God” heeft Jezus mensen die ziek waren, letterlijk genezen. Er bestaat derhalve geen reden om aan de echtheid van zijn wonderen te twijfelen. — Lukas 9:43; Mattheüs 12:28.

In The American Peoples Encyclopedia wordt het als volgt onder woorden gebracht: Indien het allergrootste wonder — Jezus’ opstanding — heeft plaatsgevonden, dan liggen alle andere wonderen waarover in de Evangeliën wordt bericht „binnen het rijk der mogelijkheden”. Werd Jezus werkelijk uit de doden opgewekt?

Twijfels omtrent Jezus’ opstanding gerechtvaardigd?

Beschouw eerst eens een sterk indirect bewijs waardoor de waarheidsgetrouwheid van de opstanding van Jezus wordt ondersteund — zijn lege graf. Het feit dat Jezus’ graf leeg werd aangetroffen, werd door zijn tijdgenoten, zelfs door zijn tegenstanders, niet betwist (Mattheüs 28:11-15). Bedrog zou zonder meer aan de kaak zijn gesteld! Het bovengenoemde naslagwerk concludeert terecht: „Er is nog nooit een geldige verklaring gegeven voor het lege graf, behalve de bijbelse uitspraak: ’Hij is hier niet, want hij is opgewekt’ (Matth. 28:6).”

Sommigen maken bezwaar en zeggen dat het alleen Jezus’ eigen discipelen waren die overal verkondigden dat hij de opgestane Messias was. Dat deden zij inderdaad. Maar was de geloofwaardigheid van hun boodschap niet krachtig verankerd in historische feiten, in het bijzonder de dood en opstanding van Jezus? Natuurlijk. De apostel Paulus was zich bewust van dit verband toen hij schreef: „Indien Christus niet is opgewekt, is onze prediking stellig vergeefs, en ons geloof is vergeefs. Dan blijken wij bovendien valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd dat hij de Christus heeft opgewekt.” — 1 Korinthiërs 15:14, 15; vergelijk Johannes 19:35; 21:24; Hebreeën 2:3.

In de eerste eeuw waren er veel mensen die algemeen bekend waren en konden getuigen dat Jezus na zijn dood was verschenen. Onder hen bevonden zich de 12 apostelen en Paulus, alsook meer dan 500 andere ooggetuigenb (1 Korinthiërs 15:6). Houd ook de reden in gedachte waarom Matthias aan de vereisten voldeed om de ontrouwe apostel Judas op te volgen. In Handelingen 1:21-23 wordt bericht dat Matthias kon getuigen van Jezus’ opstanding en van eerdere gebeurtenissen in verband met Hem. Als het leven en de opstanding van Jezus verdichtsels in plaats van feiten waren geweest, zou zo’n vereiste voor de aanstelling beslist volkomen nutteloos zijn geweest.

Omdat zo veel eerste-eeuwse ooggetuigen het leven, de wonderen, de dood en de opstanding van Jezus konden bevestigen, verbreidde het christendom zich betrekkelijk snel door het hele Romeinse Rijk, in weerwil van de eerder genoemde belemmeringen. Zijn volgelingen waren bereid ontberingen, vervolging en zelfs de dood onder ogen te zien om de opstanding en de fundamentele waarheid die daaruit voortvloeide overal bekend te maken. Welke waarheid? Dat zijn opstanding alleen mogelijk was geweest door de kracht van God. En waarom had Jehovah God Jezus uit de doden opgewekt? Het antwoord op die vraag laat zien wie de historische Jezus is.

Op de pinksterdag maakte de apostel Petrus openlijk aan de verbaasde joden in Jeruzalem bekend: „Deze Jezus is door God opgewekt, van welk feit wij allen getuigen zijn. Daarom heeft hij, daar hij tot Gods rechterhand werd verhoogd en de beloofde heilige geest van de Vader heeft ontvangen, dit uitgestort wat gij ziet en hoort. David immers is niet naar de hemelen opgestegen, maar hij zegt zelf: ’Jehovah heeft tot mijn Heer gezegd: „Zit aan mijn rechterhand, totdat ik uw vijanden tot een voetbank voor uw voeten stel.”’ Laat daarom het gehele huis van Israël met volle zekerheid weten, dat God deze Jezus, die gij aan een paal hebt gehangen, zowel tot Heer als tot Christus heeft gemaakt” (Handelingen 2:32-36). Ja, Jehovah God heeft Jezus van Nazareth „zowel tot Heer als tot Christus” gemaakt. Zijn twijfels omtrent zijn rol in dit aspect van Gods voornemen gerechtvaardigd?

Waarom twijfelen aan Jezus’ huidige rol?

Hoe kunnen alle twijfels omtrent de identiteit en de rol van Jezus worden verdreven? Door het feit dat hij onmiskenbaar een ware profeet was. Hij voorzei de oorlogen, de hongersnoden, de aardbevingen, de misdaad en het gebrek aan liefde die wij nu zien. Bovendien voorzei hij: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen” (Mattheüs 24:3-14). De vervulling van deze profetieën bewijst dat Jezus de opgestane Christus is, die onzichtbaar ’te midden van zijn vijanden’ regeert, en hij zal binnenkort Gods nieuwe wereld inluiden. — Psalm 110:1, 2; Daniël 2:44; Openbaring 21:1-5.

Thans heeft de mensheid als nooit tevoren dringend een Redder nodig die toegerust is met bovennatuurlijke wijsheid. Waarom zouden wij eraan twijfelen dat Jezus degene is die terecht is uitgekozen om de mensheid te redden? Johannes, die ooggetuige was van de indrukwekkende wonderen en van de opstanding van Jezus, verklaarde: „Bovendien hebben wij zelf aanschouwd en leggen er getuigenis van af dat de Vader zijn Zoon als Redder van de wereld heeft uitgezonden” (1 Johannes 4:14; vergelijk Johannes 4:42). Net zoals wij geen redelijke gronden hebben om aan Jezus’ bestaan, wonderen, dood en opstanding te twijfelen, hebben wij ook geen reden om in twijfel te trekken dat hij door Jehovah God aan Zijn rechterhand als wettige Koning op de troon is geplaatst. Jezus van Nazareth is zonder enige twijfel de Koning van Gods koninkrijk en de „Redder van de wereld”. — Mattheüs 6:10.

[Voetnoten]

a Polemische verwijzingen naar Jezus in de talmoed worden alleen door bepaalde geleerden als authentiek aanvaard. Anderzijds worden verwijzingen naar Jezus door Tacitus, Suetonius, Plinius de Jongere en op z’n minst één door Flavius Josephus over het algemeen aanvaard als bewijzen dat Jezus werkelijk heeft bestaan.

b Bij één gelegenheid at de opgestane Jezus vis met zijn discipelen, wat bewijst dat zijn verschijnen niet eenvoudig een visioen was, zoals sommigen tegenwoordig beweren. — Lukas 24:36-43.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen