Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w94 15/12 blz. 26-29
  • De tragedie in Rwanda — Wie is ervoor verantwoordelijk?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De tragedie in Rwanda — Wie is ervoor verantwoordelijk?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De Hutu en de Tutsi
  • Wie is verantwoordelijk?
  • De rol van religie
  • Ware christenen zijn anders
  • Religie en oorlog
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2013
  • De zorg voor slachtoffers van de tragedie in Rwanda
    Ontwaakt! 1994
  • Wat is er met de naastenliefde gebeurd?
    Ontwaakt! 1998
  • Delen in de vertroosting die Jehovah schenkt
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
w94 15/12 blz. 26-29

De tragedie in Rwanda — Wie is ervoor verantwoordelijk?

„Vlak voordat de schedel van de 23-jarige monteur werd opengehouwen,” berichtte U.S.News & World Report, „zei een van de aanvallers tegen Hitiyise: ’Je moet sterven omdat je een Tutsi bent.’”

HOE vaak heeft zo’n tafereel zich in de maanden april en mei niet herhaald in het kleine Centraalafrikaanse land Rwanda! Destijds waren er vijftien gemeenten van Jehovah’s Getuigen in en rondom Kigali, de hoofdstad van Rwanda. De stadsopziener, Eugène Ntabana, was een Tutsi. Hij, zijn vrouw, zijn zoon en zijn negenjarige dochter Shami behoorden tot de eersten die werden afgeslacht toen het uitzinnige geweld losbarstte.

Er werden dagelijks duizenden Rwandezen vermoord — week in week uit. „In de afgelopen zes weken”, meldde het bovengeciteerde opinieblad halverwege mei, „zijn wel 250.000 mensen omgekomen in een genocide- en vergeldingscampagne die wedijvert met de bloedige zuiveringsacties van de Rode Khmer in Kambodja in het midden van de jaren zeventig.”

Het tijdschrift Time zei: „In een tafereel dat deed denken aan nazi-Duitsland werden de kinderen uit een groep van 500 personen gehaald, alleen omdat zij op Tutsi leken. . . . De burgemeester van het zuidelijke stadje Butare, die met een Tutsi getrouwd is, werd door Hutu-boeren voor [een hartverscheurende] keus gesteld: hij kon zijn vrouw en kinderen redden als hij de familie van zijn vrouw zou overleveren — zowel haar ouders als haar zuster — om te worden gedood. Hij ging ermee akkoord.”

Op het vertaalkantoor van Jehovah’s Getuigen in Kigali werkten zes personen van wie vier Hutu en twee Tutsi waren. De Tutsi waren Mbanda Ananie en Denise Mukagisagara. Toen de militie samen met plunderaars naar het gebouw kwam, werden zij boos toen zij Hutu en Tutsi onder één dak troffen. Zij wilden Mbanda en Denise doden.

„Zij begonnen de pin uit hun granaten te trekken”, zei Emmanuel Ngirente, een van de Hutu-broeders, „en dreigden ons te doden, omdat wij hun vijanden in ons midden hadden. . . . Zij vroegen een grote som geld. Wij gaven hun al het geld dat wij hadden, maar zij waren niet tevreden. Zij besloten ter compensatie alles van ons te nemen wat zij maar konden gebruiken, met inbegrip van een laptop [schootcomputer] die wij bij ons vertaalwerk gebruikten, onze kopieermachine, onze radio’s, onze schoenen, enzovoort. Plotseling gingen zij weg zonder iemand van ons te doden, maar zij zeiden dat zij later terug zouden komen.”

De volgende dagen bleven de plunderaars terugkomen en elke keer pleitten de Hutu-Getuigen voor het leven van hun Tutsi-broeder en -zuster. Uiteindelijk, toen het voor Mbanda en Denise te gevaarlijk werd om nog langer te blijven, werden er voor hen regelingen getroffen om met andere Tutsi-vluchtelingen naar een dichtbij gelegen school te gaan. Toen de school werd aangevallen, konden Mbanda en Denise vluchten. Zij slaagden erin verscheidene wegversperringen te passeren, maar uiteindelijk werden bij een ervan alle Tutsi apart genomen en werden Mbanda en Denise gedood.

Toen de soldaten terugkwamen op het vertaalkantoor en ontdekten dat de Tutsi-Getuigen weg waren, gaven zij de Hutu-broeders een vreselijk pak slaag. Op dat moment ontplofte vlakbij een mortier en de broeders wisten het vege lijf te redden.

Terwijl het moorden overal in het land doorging, bereikte het aantal doden mogelijk een half miljoen. Uiteindelijk verlieten tussen de twee en drie miljoen of meer van Rwanda’s acht miljoen inwoners hun huis. Velen van hen zochten hun toevlucht in de naburige landen Zaïre en Tanzania. Enkele honderden getuigen van Jehovah werden gedood en vele andere bevonden zich onder degenen die naar kampen in het buitenland vluchtten.

Waardoor werd zo’n ongekende slachting en uittocht ontketend? Had dit kunnen worden voorkomen? Hoe was de situatie voordat het geweld losbarstte?

De Hutu en de Tutsi

Zowel Rwanda als het naburige land Boeroendi wordt bewoond door de Hutu, een over het algemeen klein, gedrongen Bantoevolk, en de Tutsi, die doorgaans langer zijn en een lichtere huidkleur hebben en ook wel als Batutsi bekendstaan. In beide landen vormen de Hutu ongeveer 85 procent van de bevolking en de Tutsi 14 procent. Reeds in de vijftiende eeuw werd melding gemaakt van botsingen tussen deze etnische groepen. Maar meestal leefden zij vredig samen.

„Wij leefden in vrede samen”, zei een 29-jarige vrouw over de 3000 Hutu en Tutsi die in het dorp Ruganda woonden, dat een paar kilometer ten oosten van Zaïre ligt. Maar in april werd door overvallen van Hutu-benden bijna de hele Tutsi-bevolking van het dorp uitgeroeid. The New York Times legde uit:

„Het verhaal van dit dorp is het verhaal van Rwanda: Hutu en Tutsi die samenleven, met elkaar trouwen, zich er niet om bekommeren of zelfs niet weten wie een Hutu en wie een Tutsi is.

Toen knapte er iets. In april gingen Hutu-benden overal in het land als waanzinnigen te keer en doodden Tutsi waar zij hen maar tegenkwamen. Toen het doden begon, vluchtten de Tutsi naar de kerken voor bescherming. De benden volgden en veranderden de toevluchtsoorden in begraafplaatsen die nog steeds met bloed bespat zijn.”

Wat was de aanleiding tot het moorden? Het was de dood van de presidenten van Rwanda en Boeroendi, beiden Hutu, in een vliegtuigramp op 6 april in Kigali. Hierdoor werd op de een of andere manier de slachting ontketend, niet alleen van de Tutsi maar ook van iedere Hutu die ervan verdacht werd met hen te sympathiseren.

Tegelijkertijd namen de gevechten tussen de rebellentroepen — het door Tutsi gedomineerde FPR (Rwandees patriottisch front) — en de overwegend uit Hutu bestaande regeringstroepen in hevigheid toe. Tegen juli had het FPR de regeringstroepen verslagen en had het Kigali en een groot deel van de rest van Rwanda in handen. Uit angst voor represailles vluchtten begin juli honderdduizenden Hutu het land uit.

Wie is verantwoordelijk?

Toen een Tutsi-boer werd gevraagd uit te leggen waarom het geweld plotseling in april was losgebarsten, zei hij: „Het komt door slechte leiders.”

Ja, in de loop der eeuwen hebben politieke leiders leugens over hun vijanden verbreid. Onder leiding van „de heerser van deze wereld”, Satan de Duivel, hebben wereldse politici hun eigen volk ertoe overgehaald tegen mensen van een ander ras, een andere stam of een andere natie te vechten en hen te doden (Johannes 12:31; 2 Korinthiërs 4:4; 1 Johannes 5:19). In Rwanda is het al niet anders geweest. The New York Times zei: „Politici hebben herhaaldelijk geprobeerd etnische loyaliteit en etnische angstgevoelens aan te wakkeren — in het geval van de Hutu om de regering in handen te houden; in het geval van de Tutsi om de krachten te bundelen voor het rebellenfront.”

Aangezien de inwoners van Rwanda veel met elkaar gemeen hebben, zou men nooit verwachten dat zij elkaar zouden haten en doden. „De Hutu en de Tutsi spreken dezelfde taal en hebben over het algemeen dezelfde tradities”, schreef de verslaggever Raymond Bonner. „Na vele generaties van gemengde huwelijken zijn de uiterlijke verschillen — de Tutsi lang en slank, de Hutu kleiner en breder — dermate verdwenen dat Rwandezen vaak niet zeker weten of iemand een Hutu of een Tutsi is.”

Maar het recente spervuur van propaganda heeft een ongelofelijke uitwerking gehad. Ter illustratie zei Alex de Waal, leider van de groep African Rights: „De boeren in de door het FPR veroverde gebieden zijn naar verluidt verbaasd dat de Tutsi-soldaten geen horens, staart en in het donker oplichtende ogen hebben — zo luiden de beschrijvingen in de radiouitzendingen waarnaar zij luisteren.”

Het denken van de bevolking wordt niet alleen gevormd door politieke leiders maar ook door religie. Wat zijn de voornaamste religies van Rwanda? Zijn ze eveneens verantwoordelijk voor de tragedie?

De rol van religie

The World Book Encyclopedia (1994) zegt over Rwanda: „De meeste inwoners zijn rooms-katholiek. . . . De Rooms-Katholieke Kerk en andere christelijke kerken hebben de meeste lagere en middelbare scholen in handen.” De National Catholic Reporter noemde Rwanda zelfs een „natie die voor 70% uit rooms-katholieken bestaat”.

The Observer, een in Groot-Brittannië verschijnend nieuwsblad, geeft achtergrondinformatie over de religieuze situatie in Rwanda: „In de jaren dertig, toen de kerken om de macht over het onderwijsstelsel streden, steunden de katholieken de Tutsi-aristocratie terwijl de protestanten zich met de onderdrukte Hutu-meerderheid verbonden. In 1959 kwamen de Hutu aan de macht, en zij kregen al snel de steun van de katholieken en de protestanten. De protestantse steun aan de Hutu-meerderheid is nog steeds heel krachtig.”

Hebben de protestantse kerkleiders bijvoorbeeld de bloedbaden veroordeeld? The Observer antwoordt: „Twee [anglicaanse] geestelijken werd gevraagd of zij de moordenaars veroordeelden die de gangpaden van de Rwandese kerken met de lichamen van onthoofde kinderen hadden gevuld.

Zij weigerden te antwoorden. Zij ontweken vragen, werden onrustig, hun stem sloeg over, en de diepliggende oorzaak van de crisis in Rwanda kwam aan het licht — de allerhoogste leden van de Anglicaanse Kerk traden op als boodschappenjongens voor politieke meesters die moord predikten en de rivieren met bloed vulden.”

De kerken van de christenheid in Rwanda verschillen inderdaad niet van de kerken elders. Zo zei Frank P. Crozier, een Brits brigadegeneraal, over hun steun aan de politieke leiders in de Eerste Wereldoorlog: „De christelijke kerken zijn de beste bloeddorst opwekkende instellingen die wij hebben en wij hebben er volop gebruik van gemaakt.”

Ja, religieuze leiders dragen een groot deel van de verantwoordelijkheid voor wat er is gebeurd! De National Catholic Reporter van 3 juni 1994 meldde: „De gevechten in de Afrikaanse natie betreffen volgens de paus ’een ware genocide, waarvoor helaas zelfs katholieken verantwoordelijk zijn’.”

Het is duidelijk dat de kerken in gebreke zijn gebleven ware christelijke beginselen te onderwijzen die gebaseerd zijn op schriftplaatsen als Jesaja 2:4 en Mattheüs 26:52. Volgens het Franse dagblad Le Monde klaagde een priester: „Zij slachten elkaar af, terwijl zij vergeten dat zij broeders zijn.” Een andere Rwandese priester bekende: „Christenen zijn gedood door andere christenen, na een eeuw van preken over liefde en vergeving. Het is een afgang.” Le Monde stelde de vraag: „Hoe kan men aan de gedachte ontkomen dat de Tutsi en de Hutu die in Boeroendi en Rwanda in oorlog met elkaar zijn, door dezelfde christelijke zendelingen werden opgeleid en dezelfde kerken bezochten?”

Ware christenen zijn anders

De ware volgelingen van Jezus Christus houden zich aan zijn gebod ’elkaar lief te hebben’ (Johannes 13:34). Kunt u zich voorstellen dat Jezus of een van zijn apostelen een kapmes pakte en iemand afslachtte? Door zulke wilde moordpartijen worden mensen als „de kinderen van de Duivel” geïdentificeerd. — 1 Johannes 3:10-12.

Jehovah’s Getuigen hebben geen enkel aandeel aan de oorlogen, revoluties of enige andere conflicten gepropageerd door de politici van de wereld, die onder de heerschappij van Satan de Duivel staan (Johannes 17:14, 16; 18:36; Openbaring 12:9). In plaats daarvan tonen Jehovah’s Getuigen oprechte liefde voor elkaar. Zo riskeerden Hutu-Getuigen tijdens de bloedbaden bereidwillig hun leven in een poging hun Tutsi-broeders en -zusters te beschermen.

Toch hoeven zulke tragedies ons niet te verbazen. In Jezus’ profetie over „het besluit van het samenstel van dingen” voorzei hij: „Dan zal men . . . u doden” (Mattheüs 24:3, 9). Gelukkig belooft Jezus dat de getrouwen een opstanding zullen ontvangen. — Johannes 5:28, 29.

Ondertussen zijn Jehovah’s Getuigen in Rwanda en elders vastbesloten ermee door te gaan zich Christus’ discipelen te betonen door elkaar lief te hebben (Johannes 13:35). Hun liefde bestaat hierin dat zij zelfs midden in deze huidige ontberingen getuigenis geven, zoals blijkt uit het bijgaande bericht „Getuigen in vluchtelingenkampen”. Wij moeten allen in gedachte houden wat Jezus in zijn profetie zei: „Wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden.” — Mattheüs 24:13.

[Kader op blz. 29]

GETUIGEN IN VLUCHTELINGENKAMPEN

Vanaf juli dit jaar bevonden ongeveer 4700 Getuigen en hun metgezellen zich in vluchtelingenkampen. In Zaïre waren 2376 van hen in Goma, 454 in Bukavu en 1592 in Uvira. Daarnaast waren er in Tanzania zo’n 230 in Benaco.

Alleen al het bereiken van een vluchtelingencentrum was niet gemakkelijk. Eén gemeente van zestig Getuigen probeerde de Rusumobrug over te steken, een belangrijke ontsnappingsroute naar vluchtelingenkampen in Tanzania. Toen hun de doorgang werd geweigerd, zwierven zij een week langs de oevers van de rivier. Toen besloten zij te proberen de rivier in kano’s over te steken. Het lukte en na een paar dagen bereikten zij veilig het kamp in Tanzania.

Jehovah’s Getuigen in andere landen organiseerden grote hulpacties. De Getuigen in Frankrijk verzamelden ruim honderd ton kleding en negen ton schoeisel, en die voorraden werden samen met voedingssupplementen en medicijnen naar gebieden gestuurd waar er behoefte aan was. Maar vaak was het eerste waar de broeders en zusters in de vluchtelingenkampen om vroegen, een bijbel of een Wachttoren of Ontwaakt!

Veel mensen die het gadesloegen waren onder de indruk van de liefde die werd getoond door Getuigen in Zaïre en Tanzania, die hun ontheemde broeders en zusters bezochten en hielpen. „Jullie hebben bezoek gehad van mensen van jullie geloof”, zeggen vluchtelingen, „maar wij zijn niet door onze priester bezocht.”

De Getuigen werden bekend in de kampen, voornamelijk wegens hun eenheid, ordelijkheid en liefdevolle houding (Johannes 13:35). Het is interessant op te merken dat het de Getuigen slechts vijftien minuten kostte om in Benaco (Tanzania) onder de ongeveer 250.000 vluchtelingen in het kamp mede-Getuigen te vinden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen