Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w93 1/5 blz. 8-9
  • Sinaï — Berg van Mozes en van barmhartigheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Sinaï — Berg van Mozes en van barmhartigheid
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Vergelijkbare artikelen
  • Sinaï
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Sinaï
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Jehovah’s wegen leren kennen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
w93 1/5 blz. 8-9

Taferelen van het Beloofde Land

Sinaï — Berg van Mozes en van barmhartigheid

WANNEER u aan de berg Sinaï denkt, denkt u waarschijnlijk aan Mozes. Waarom? Omdat Mozes Gods Wet ontving op een berg op het Sinaï-schiereiland. Welke berg? Waarschijnlijk de berg die hierboven is afgebeeld.a

In het zuidelijke deel van het schiereiland, ongeveer halverwege tussen de armen van de Rode Zee, bevindt zich een bergmassief met twee toppen. De ligging stemt in het algemeen overeen met de bijbelse verslagen omtrent Mozes. Eén top wordt Dzjebel Mûsa genoemd, wat „Berg van Mozes” betekent.

Verschillende bijbelverslagen maken die naam heel toepasselijk. Herinnert u zich dat Mozes Jethro’s kudde aan het weiden was toen een engel in een brandende struik verscheen? Waar was dat? De bijbel zegt dat dit „bij de berg van de ware God, bij de Horeb” was, die ook de berg Sinaï wordt genoemd (Exodus 3:1-10; 1 Koningen 19:8). Nadat Mozes Gods volk uit Egypte had geleid, bracht hij hen hierheen. Exodus 19:2, 3 zegt: „Israël legerde zich daar voorts tegenover de berg. En Mozes klom op tot de ware God, en toen riep Jehovah tot hem van de berg.”

Dat was de eerste keer dat Mozes de berg Sinaï opklom, en hij liep niet slechts een klein stukje de helling op. Wij lezen: „Jehovah daalde . . . neer op de berg Sinaï, op de top van de berg. Toen riep Jehovah Mozes naar de top van de berg.” — Exodus 19:20.

Duizenden hedendaagse toeristen zijn ’s nachts langs gemarkeerde paden zwoegend naar de top geklommen, hebben daar gewacht om de zonsopgang te zien, en zijn daarna tegen het middaguur weer naar beneden gegaan. Mozes deed het anders. God zei tot hem: „Klim op tot mij op de berg en blijf daar, aangezien ik u de stenen tafelen wil geven en de wet en het gebod.” Bij die gelegenheid „bleef [Mozes] veertig dagen en veertig nachten op de berg”. — Exodus 24:12-18.

Het is dus begrijpelijk dat Mozes’ naam in verband wordt gebracht met deze berg, maar waarom wordt „barmhartigheid” ermee in verband gebracht? Welnu, terwijl Mozes boven op de berg de Wet ontving, volgde het volk op de vlakte onder aan de berg (misschien de vlakte er-Raha die op de foto te zien is) een dwaze handelwijze. Zij zetten Mozes’ broer onder druk om een god te maken. Aäron zei: „Rukt de gouden oorringen af . . . en brengt ze bij mij.” Zo maakten zij een gouden kalf om te aanbidden. Dit wekte de woede van de ware God op en had de dood van duizenden Israëlieten tot gevolg (Exodus 32:1-35). Maar Aäron werd barmhartigheid betoond en hij werd gespaard. Waarom?

Gods woorden in Exodus 32:10 doen vermoeden dat hij Aäron niet bezag als de voornaamste aanstichter van Israëls kwaaddoen. En toen er openlijk partij gekozen moest worden, kozen „alle zonen van Levi”, ongetwijfeld ook Aäron, Gods zijde (Exodus 32:26). Ondanks het feit dat Aäron enige schuld droeg, werd hem dus aan de voet van de berg Sinaï door God barmhartigheid betoond.

Later uitte Mozes het verlangen Jehovah beter te leren kennen en Zijn heerlijkheid te zien (Exodus 33:13, 18). Hoewel Mozes onmogelijk Gods aangezicht kon zien, toonde Jehovah hem wel iets van Zijn heerlijkheid, waarbij hij beklemtoonde dat Hij „barmhartigheid [wil] betonen aan wie [Hij] barmhartigheid zal betonen” (Exodus 33:17–34:7). Het was heel passend dat God de nadruk legde op zijn barmhartigheid, want de bijbel gebruikt „barmhartigheid” heel vaak in verband met Gods bemoeienissen met het volk Israël, waarmee hij bij de Sinaï een verbond sloot. — Psalm 103:7-13, 18.

Mensen die in deze tijd de berg Sinaï bezoeken, treffen aan de voet ervan een klooster aan, dat nauwelijks herinnert aan de ware aanbidding waarover Mozes op de berg daarboven werd onderwezen. Integendeel, de religie in het klooster is gericht op iconen. De icoon die hier is afgebeeld, is „De ladder van het paradijs”. Ze is gebaseerd op een boek van de Byzantijnse monnik Johannes Climacus. Nadat hij ongeveer veertig jaar in een kloostercel had doorgebracht, werd hij abt van het klooster en schreef hij over een symbolische ladder naar de hemel. Maar merk op dat sommige geestelijken worden afgebeeld terwijl zij door demonen naar beneden getrokken worden, in de eeuwige kwellingen van het hellevuur. Heel aanschouwelijk voorgesteld, maar onschriftuurlijk! — Prediker 9:5, 10; Jeremia 7:31.

Lijnrecht tegenover die valse leer staat de waarheid dat de Almachtige „een God [is] barmhartig en goedgunstig, langzaam tot toorn en overvloedig in liefderijke goedheid en waarheid” (Exodus 34:6). Mozes naderde dicht tot deze barmhartige God op de berg Sinaï.

[Voetnoot]

a Zie, voor een grotere foto, de Kalender van Jehovah’s Getuigen 1993.

[Illustratieverantwoording op blz. 8]

Pictorial Archive (Near Eastern History) Est.

[Illustratieverantwoording op blz. 9]

Pictorial Archive (Near Eastern History) Est.

[Illustratieverantwoording op blz. 9]

Pictorial Archive (Near Eastern History) Est.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen