Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w89 15/9 blz. 3-4
  • „Wat moet ik doen om gered te worden?”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Wat moet ik doen om gered te worden?”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Geloof in de Heer Jezus”
  • Hoe kunt u worden gered?
    Ontwaakt! 1976
  • Wat wij moeten doen om gered te worden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Een bewaker leert de waarheid kennen
    Leer van de verhalen uit de Bijbel
  • Wat redding precies inhoudt
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
w89 15/9 blz. 3-4

„Wat moet ik doen om gered te worden?”

„WAT moet ik doen om gered te worden?” Deze vraag werd in het jaar 50 G.T. door een gevangenbewaarder in Filippi (Macedonië) gesteld. De stad was zojuist door een zware aardbeving getroffen en de deuren van de gevangenis waarover hij het opzicht had, waren alle opengebroken. In de veronderstelling verkerend dat de gevangenen waren ontkomen, stond hij op het punt zich van het leven te beroven. Maar een van de gevangenen, de apostel Paulus, riep uit: „Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier!” — Handelingen 16:25-30.

Paulus en zijn medegevangene, Silas, waren naar Filippi gekomen om een boodschap van redding te prediken, en zij zaten in de gevangenis op grond van valse beschuldigingen die tegen hen waren ingebracht. Dankbaar dat de gevangenen niet waren ontsnapt, wilde de gevangenbewaarder graag naar de boodschap van Paulus en Silas luisteren. Wat zou hij moeten doen om de redding deelachtig te worden die door deze twee christelijke zendelingen werd gepredikt?

In deze tijd hebben de mensen de door Paulus en Silas gepredikte redding nog steeds nodig. Ongelukkig genoeg bezien velen de kwestie van gered worden met grote achterdocht. Zij hebben een afkeer van de arrogantie en inhaligheid van een aantal religieuze fanatici die beweren hun te kunnen vertellen hoe zij gered kunnen worden. Anderen deinzen terug voor de onredelijke emotionaliteit waardoor veel evangelische religies die de nadruk leggen op de belangrijkheid van redding, worden gekenmerkt. De Engelse journalist Philip Howard zei dat zulke zogenaamde evangelisten „het veeleer gemunt hebben op de emoties en cheques ondertekenende handen dan op het verstand van hun toehoorders”. — Vergelijk 2 Petrus 2:2.

Weer anderen zijn geschokt door de veranderingen die soms plaatsvinden bij personen die menen een „reddings”-ervaring te hebben gehad. In hun boek Snapping bespreken Flo Conway en Jim Siegelman de vele religieuze ervaringen — met inbegrip van de ervaring „gered” te zijn — die de laatste tientallen jaren in zwang zijn geraakt. Zij schrijven over „de duistere kant” van zulke ervaringen en zeggen dat mensen die „gegrepen” worden, plotselinge persoonlijkheidsveranderingen ondergaan die niet de beloofde voldoening en verlichting schenken maar veeleer waanideeën, een toegesloten geest en een onvermogen om de werkelijkheid onder de ogen te zien, tot gevolg hebben. De schrijvers voegen hieraan toe: „Wij kunnen het proces beschrijven als een toesluiten van de geest, als niet-denken.”

Dit was niet het geval toen de eerste-eeuwse christenen redding ondervonden. Er kan niet van de gevangenbewaarder in Filippi gezegd worden dat hij ’zijn geest toesloot’ toen de apostel Paulus antwoord gaf op zijn vraag: „Wat moet ik doen om gered te worden?” En Paulus en Silas hadden het niet ’gemunt op zijn emoties’ en vroegen niet om een grote financiële bijdrage. In plaats daarvan „spraken [zij] het woord van Jehovah tot hem”. Terwijl zij met de man redeneerden, hielpen zij hem tot een duidelijk begrip van Gods voorzieningen voor redding te komen. — Handelingen 16:32.

„Geloof in de Heer Jezus”

Die christelijke zendelingen openden de geest van de gevangenbewaarder voor een fundamentele waarheid aangaande redding. Het was dezelfde waarheid die de apostel Petrus had uiteengezet toen de christelijke gemeente werd gesticht. Petrus wees op de centrale rol van Jezus Christus in de kwestie van redding door hem „de Voornaamste Bewerker van het leven” te noemen. Die apostel zei ook: „Er [is] in niemand anders redding, want er is onder de hemel geen andere naam die onder de mensen is gegeven waardoor wij gered moeten worden” (Handelingen 3:15; 4:12). Paulus en Silas wezen de gevangenbewaarder te Filippi op deze zelfde Bewerker van redding toen zij zeiden: „Geloof in de Heer Jezus en gij zult gered worden.” — Handelingen 16:31.

Wat betekent het echter in de Heer Jezus te geloven? Waarom is er geen andere naam dan die van Jezus waardoor wij gered kunnen worden? Zal uiteindelijk iedereen worden gered? Geloofden de apostelen in de opvatting van „eens gered, altijd gered”? Dit zijn belangrijke vragen omdat, ook al is de term redding door de woorden en daden van veel hedendaagse religieaanhangers minder veelzeggend geworden, wij nog steeds redding nodig hebben. Wij hebben allen behoefte aan een bevredigend, redelijk antwoord op de vraag: „Wat moet ik doen om gered te worden?”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen