Roep vrijheid uit!
DE VIJFMILJARDSTE mens op aarde is naar verluidt op 7 juli 1986 geboren. Wat voor toekomst staat dit vijfmiljardste mensenkind, en trouwens alle mensen, te wachten? Bestaat er ook maar enige kans dat miljarden van de mensheid eens ware vrijheid zullen genieten? Vol vertrouwen beantwoorden wij deze vraag met Ja. Maar wat moeten wij onder „vrijheid” verstaan? Betekent dit verlof om maar te doen waar men zin in heeft? Neen, want zoals de negentiende-eeuwse Engelse romanschrijver Charles Kingsley schreef: „Er zijn twee soorten vrijheid: de valse, waarbij iemand vrij is om te doen wat hij graag wil doen, en de echte, waarbij hij vrij is om te doen wat hij behoort te doen.”
De mens zal alleen ware vrijheid verwerven door te doen „wat hij behoort te doen”. En wat behoort hij te doen? Toen Jezus hier op aarde was, verklaarde hij eenvoudig dat er twee grote geboden zijn — het eerste: God lief te hebben met geheel ons hart, onze ziel, ons verstand en onze kracht, en het tweede: onze naaste lief te hebben als onszelf (Markus 12:29-31). Ware vrijheid kan alleen worden bereikt door degenen die in alle oprechtheid die ware liefde aan de dag leggen — liefde voor God en voor de medemens. — Johannes 8:31, 32.
Spreidt de wereld in deze tijd die liefde tentoon? Helaas niet. Aangezien de liefde ontbreekt, heerst de valse soort vrijheid. Ze ademt een geest van zelfzucht en onafhankelijkheid. Ze staat erop ’te doen waar ze zin in heeft’, zonder enige achting voor God of de naaste. Deze geest blijft niet beperkt tot afzonderlijke personen, maar strekt zich tevens uit tot gemeenschappen, rassen en natiën. Zolang de „ik eerst”-houding blijft, kan het fundament voor iedere vorm van vrijheid, vrede en geluk op deze aarde niet anders dan wankel zijn. Bedenk dat Jezus zei: „Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf.” Wil men zich in ware vrijheid kunnen verheugen dan is die naastenliefde van fundamenteel belang.
De organisatie der Verenigde Naties werd opgericht om de mensheid te bevrijden, en wel door de gesel van oorlog te vervangen door „vrede en veiligheid”. Ter gelegenheid van hun veertigste verjaardag riepen de VN het jaar 1986 uit tot het Internationale Jaar van de Vrede. Maar heeft dit betekend dat er vrijheid is uitgeroepen, met betrouwbare waarborgen voor de vrede? Zijn de ontstellende uitgaven voor bewapening (thans meer dan duizend miljard dollar per jaar) verminderd? Is het terrorisme afgenomen en worden er minder auto’s opgeblazen? Is er een teruggang te bespeuren in de door religieus fanatisme veroorzaakte slachtingen in Noord-Ierland, het Midden-Oosten en Azië? Religieuze leiders begeven zich in de politiek en hebben de mond vol van vrede. Maar de duif van ware vrede schijnt te zijn weggevlogen, ver buiten het bereik van de VN en de religies der wereld.
Bestaat er in deze tijd een groepering die de gewelddadige „ik eerst”-methoden van de wereld heeft afgezworen? Ja, die bestaat inderdaad! De voorzegde „Vredevorst”, Jezus Christus, heeft degenen die vrede liefhebben, ’uit alle stammen, talen, volken en natiën’ bijeenvergaderd (Jesaja 2:3, 4; 9:6, 7; Openbaring 5:9; 7:9). Het vervult hen met grote vreugde dat Gods koninkrijk onder Christus op het punt staat alle goddeloosheid uit te roeien en een wereldomvattend paradijs van vrede in te voeren, waar ware vrijheid zal heersen. Deze groepering staat bekend onder de naam Jehovah’s Getuigen (Daniël 2:31-35, 44; Jesaja 43:10, 12; 65:17-25). Eendrachtig nemen deze christenen deel aan een jubelende bekendmaking die werd afgebeeld door bepaalde aspecten van de jubeljaarregeling in het oude Israël. In meer dan 200 landen op de gehele aardbol gehoorzamen zij blijmoedig Gods gebod: „Gij moet . . . vrijheid uitroepen in het land voor al zijn bewoners” (Leviticus 25:10). Hebt u die jubelkreet gehoord en er acht op geslagen?