De vlucht van de christenen naar Pella
IN 33 G.T. waarschuwde Jezus Christus zijn volgelingen om „naar de bergen [te] vluchten” wanneer zij „Jeruzalem door legerkampen ingesloten” zagen (Lukas 21:20-24). Maar waarheen vluchtten zij feitelijk? De Franse oriëntalist en historicus Joseph Ernest Renan antwoordt: „De plaats die door de hoofden van de [christelijke] gemeenschap werd uitgekozen als de voornaamste wijkplaats voor de vluchtende Kerk was Pella, een van de steden van de Dekápolis, dicht bij de linkeroever van de Jordaan in een uitstekende positie gelegen, met aan de ene kant uitzicht op de hele vlakte van Ghor en aan de andere kant steile rotsen, aan de voet waarvan een riviertje loopt. Er had geen wijzere keus gedaan kunnen worden. Judéa, Iduméa, Perea en Galiléa waren in opstand; de toestand in Samária en aan de kust was zeer onstabiel . . . Derhalve waren Scythopolis en Pella de neutrale steden die het dichtst bij Jeruzalem lagen. Pella moet vanwege zijn ligging aan de overkant van de Jordaan veel meer rust hebben geboden dan Scythopolis, dat een van de Romeinse vestingen was geworden. Pella was evenals de andere steden van de Dekápolis een vrijstad . . . Door daar een toevlucht te zoeken, gaf men openlijk blijk van afgrijzen van de [joodse] opstand . . . In deze anti-joodse stad vond de Kerk van Jeruzalem een toevlucht tijdens de verschrikkingen van het beleg.”