Jezus’ leven en bediening
Jezus onderwijst een Samaritaanse vrouw
TIJDENS hun reis van Judéa naar Galiléa komen Jezus en zijn discipelen door het district Samaria. Vermoeid van de reis pauzeren zij omstreeks het middaguur bij een put nabij de stad Sichar. Deze put was eeuwen tevoren door Jakob gegraven en ze bestaat nog steeds, in de buurt van de tegenwoordige stad Nabloes.
Terwijl Jezus daar wat uitrust, gaan zijn discipelen de stad in om voedsel te kopen. Als een Samaritaanse vrouw water komt putten, vraagt hij: „Geef mij te drinken.”
Gewoonlijk willen joden en Samaritanen ten gevolge van diepgewortelde vooroordelen niets met elkaar te maken hebben. Daarom vraagt de vrouw verbaasd: „Hoe kunt gij, ondanks dat gij een jood zijt, te drinken vragen aan mij, terwijl ik een Samaritaanse vrouw ben?”
Jezus antwoordt dat als zij wist wie hij was, zij hem om „levend water” zou vragen. Dit water, zo zegt hij, zal „een bron van water worden dat opborrelt om eeuwig leven te schenken”.
„Mijnheer, geef mij dat water”, vraagt de vrouw.
Nu zegt Jezus: „Ga, roep uw man.”
„Ik heb geen man”, antwoordt zij.
Jezus bevestigt haar woorden. „Gij hebt goed gezegd: ’Een man heb ik niet.’ Want gij hebt vijf mannen gehad, en de man die gij nu hebt, is uw man niet.”
„Mijnheer, ik bemerk dat gij een profeet zijt”, zegt de vrouw heel verbaasd. Zij geeft blijk van belangstelling voor geestelijke dingen door op te merken dat de Samaritanen op de berg Gerizim aanbaden, maar de joden in Jeruzalem.
Toch is de plaats van aanbidding niet het belangrijkste, maakt Jezus duidelijk. „God is een Geest,” legt hij uit, „en wie hem aanbidden, moeten hem met geest en waarheid aanbidden.”
De vrouw is diep onder de indruk. „Ik weet dat de Messias komt, die Christus wordt genoemd”, zegt zij. „Wanneer die gekomen zal zijn, zal hij ons alle dingen openlijk bekendmaken.”
„Dat ben ik, die met u spreek”, verklaart Jezus. Denk je dat eens in! Deze vrouw, die op het middaguur water komt putten, misschien om niet in contact te hoeven komen met vrouwen uit de stad die haar om haar levenswijze verachten, wordt door Jezus op een geweldige manier begunstigd. Ronduit vertelt hij haar wat hij tegen niemand openlijk heeft toegegeven. En wat is het gevolg? Dat wordt uitgelegd in het artikel in onze volgende uitgave. Johannes 4:3-26.
◆ Waarom was de Samaritaanse vrouw verbaasd dat Jezus haar aansprak?
◆ Wat leert Jezus haar over levend water en de plaats waar aanbeden moet worden?
◆ Hoe onthult Jezus aan haar wie hij is, en waarom is deze onthulling zo verbazingwekkend?
[Paginagrote illustratie op blz. 9]