Jezus’ leven en bediening
Jezus en de astrologen
ER KOMEN enige mannen uit het oosten. Het zijn astrologen — mensen die beweren dat zij kunnen uitleggen wat de stand van de sterren betekent. Thuis, in het oosten, hadden zij een nieuwe ster gezien en die zijn zij honderden kilometers ver naar Jeruzalem gevolgd.
Als de astrologen in Jeruzalem aankomen, vragen zij: ’Waar is het kind dat geboren werd om koning der joden te worden? Wij hebben zijn ster gezien en zijn gekomen om ons voor hem neer te buigen.’
Als koning Herodes in Jeruzalem dit hoort, is hij erg ontdaan. Daarom roept hij de overpriesters bij zich en vraagt: ’Waar zal de Christus geboren worden?’ Zij antwoorden aan de hand van de Schrift: ’In Bethlehem.’ Dan laat Herodes de astrologen halen en zegt tegen hen: ’Ga het kind zoeken, en als ge het vindt, moet ge terugkomen en het mij vertellen, zodat ook ik mij voor hem kan gaan neerbuigen.’ Maar in zijn hart wil Herodes het kind vinden om het te doden!
Als zij vertrokken zijn, gebeurt er iets verbazingwekkends. De ster die zij gezien hadden toen zij in het oosten waren, reist voor hen uit. Het is duidelijk dat dit geen gewone ster is, maar dat ze speciaal dient om hen te leiden. De astrologen blijven de ster volgen tot ze recht boven het huis waar Jozef en Maria verblijven, stil blijft staan.
Als de astrologen het huis binnengaan, treffen zij Maria aan met haar kind, Jezus. Allen buigen zich voor hem neer. En uit hun reistassen halen zij geschenken te voorschijn: goud, wierook en mirre. Later, als zij op het punt staan terug te keren om Herodes te vertellen waar het kind is, waarschuwt God hen in een droom dat zij dat niet moeten doen. Daarom gaan zij langs een andere weg naar hun eigen land terug.
Wie zou ervoor hebben gezorgd dat die ster zich langs de hemel bewoog om de astrologen de weg te wijzen? Bedenk dat de ster hen niet rechtstreeks naar Jezus in Bethlehem bracht. Nee, zij werden naar Jeruzalem geleid, waar zij in contact kwamen met koning Herodes, die Jezus wilde doden. En dat zou hij inderdaad gedaan hebben als God niet tussenbeide was gekomen en de astrologen had gewaarschuwd het niet tegen Herodes te zeggen. Het was Gods vijand, Satan de Duivel, die Jezus wilde laten doden, en hij gebruikte die ster om zijn doel te bereiken. Matthéüs 2:1-12; Micha 5:2.
◆ Waaruit blijkt dat de ster die de astrologen zagen, geen gewone ster was?
◆ Waar was Jezus toen de astrologen hem vonden?
◆ Hoe weten wij dat Satan had gezorgd voor de ster die de astrologen de weg wees?