Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 15/3 blz. 3-5
  • Jehovah — Een wrede of een liefdevolle God?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah — Een wrede of een liefdevolle God?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Al zijn wegen zijn gerechtigheid”
  • De Vloed
  • Sodom en Gomorra
  • De terechtstelling van de Kanaänieten
  • Een gespleten persoonlijkheid?
  • Oordelen van God: Waren ze wreed?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2013
  • Waarom zeggen mensen dat God wreed is?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2013
  • Sodom
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Is Jehovah een oorlogsgod?
    Ontwaakt! 1993
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 15/3 blz. 3-5

Jehovah — Een wrede of een liefdevolle God?

„MAAR de God van de bijbel is een wrede God”, hield de Japanse man vol. De zendeling die bij hem aan de deur stond, had iemand getroffen die bekend was met Gods Woord, de bijbel.

„Hoe vindt u het bijvoorbeeld dat God mensen heeft verdronken in de zondvloed?” vervolgde de man. „En wat vindt u ervan dat hij Sodom en Gomorra in brand heeft gestoken, om er nog maar van te zwijgen hoe hij de Israëlieten heeft opgedragen de Kanaänieten uit te roeien? Hoe kunt u zeggen dat God niet wreed is? Trouwens, de God van het ’Nieuwe Testament’ is heel anders. Jezus’ onderwijs ging over een God van vrede en liefde.”

In het denken van velen heeft deze opvatting, namelijk dat de God van het „Oude Testament” wreed en oorlogszuchtig is, post gevat. Het gevolg is dat sommigen zelfs de God van liefde uit het „Nieuwe Testament” met wantrouwen bekijken. Wat zou iemand ertoe kunnen bewegen een God te dienen die een gespleten persoonlijkheid schijnt te hebben?

„Al zijn wegen zijn gerechtigheid”

Het is echter niet aan mensen om kritiek te hebben op Gods daden. Begrijpt een kind dadelijk waarom zijn vader hem de pijn van een tandartsstoel laat ondergaan? Zo begrijpen wij aanvankelijk misschien ook niet al Gods daden. „Weet dat Jehovah God is”, zei de psalmist. „Hij is het die ons heeft gemaakt, en niet wijzelf.” — Ps. 100:3.

Is het dan niet onverstandig overhaast de conclusie te trekken dat Gods daden wreed zijn? „’Ulieder gedachten zijn niet mijn gedachten, noch zijn mijn wegen uw wegen’, is de uitspraak van Jehovah. ’Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen, en mijn gedachten dan uw gedachten’” (Jes. 55:8, 9). Bovendien verzekert de bijbel ons dat ’al zijn wegen gerechtigheid zijn’. Jehovah wordt geïdentificeerd als „een God van getrouwheid, bij wie geen onrecht is” (Deut. 32:4). Laten wij daarom eens stilstaan bij enkele gevallen waarin God het passend vond een vonnis te voltrekken.

De Vloed

„Jehovah [zag] dat de slechtheid van de mens overvloedig was op de aarde en dat elke neiging van de gedachten van zijn hart te allen tijde alleen maar slecht was” (Gen. 6:5). Zo was het gesteld met de wereld van voor de Vloed. Ja, Jehovah God „zag de aarde dus en zie! ze was verdorven, want alle vlees had zijn weg op de aarde verdorven” (Gen. 6:12). Sommigen zullen misschien betogen dat God de mensen met rust had moeten laten, hen had moeten laten doen waar zij zin in hadden. Maar er waren ook nog eerlijke, moreel rechtschapen mensen op aarde. Zou het niet wreed zijn geweest als God had toegelaten dat de goddelozen het laatste restje moreel gedrag op aarde uitroeiden? God zorgde er daarom voor dat een wereldomvattende zondvloed de aarde verloste van degenen die haar ten verderve brachten.

Een wrede God zou geen voorzieningen getroffen hebben voor de overleving van mens of dier. Maar Jehovah deed dat wel. Een wrede God zou nooit voor de ophanden zijnde ramp gewaarschuwd hebben. Maar hij droeg Noach op ten minste veertig of vijftig jaar lang als „een prediker van rechtvaardigheid” op te treden! (2 Petr. 2:5) De mensen konden kiezen tussen overleven of sterven.

Sodom en Gomorra

Toen twee engelen Sodom bezochten, onthulden de inwoners al snel hoe verdorven zij waren. De mannen van Sodom omsingelden Lots huis, „van knaap tot grijsaard, het hele volk in één samenscholing. En zij bleven roepen tot Lot en tot hem zeggen: ’Waar zijn de mannen die vanavond bij u gekomen zijn? Breng hen naar buiten bij ons, opdat wij gemeenschap met hen hebben’” (Gen. 19:4, 5). Dit was ’vlees achternagaan voor tegennatuurlijk gebruik’. — Jud. 7; zie ook Romeinen 1:26, 27.

God, „die de harten onderzoekt”, zag dat de steden niet meer te redden waren. De vernietiging was hun verdiende loon (Rom. 8:27). Er waren in Sodom nog geen tien rechtvaardige mannen te vinden! (Gen. 18:32) Het gedrag van de Sodomieten vormde een ernstige bedreiging voor de rechtvaardige Lot en zijn gezin. Daarom was het van Gods zijde een uiting van liefde dat hij Lot en zijn dochters redde! — Gen. 19:12-26.

De terechtstelling van de Kanaänieten

Jehovah beloofde Abraham dat zijn zaad uiteindelijk het land Kanaän in bezit zou nemen. Merk echter op dat er in de dagen van Abraham geen terechtstelling zou plaatsvinden. Waarom niet? „Omdat de dwaling van de Amorieten [de belangrijkste Kanaänitische stam] nog niet tot voltooiing is gekomen”, zei Jehovah (Gen. 15:16). Er zouden ongeveer 430 jaar verstrijken voordat de goddeloosheid van die natie een zodanige omvang had aangenomen dat Mozes kon zeggen: „Het [is] om de goddeloosheid van deze natiën [van Kanaän] dat Jehovah, uw God, ze van voor uw aangezicht verdrijft.” — Deut. 9:5.

Het boek Archaeology and the Old Testament zegt: „De onbeschaamdheid, wellust en bandeloosheid van de Kanaänitische mythologie . . . moeten een beroep hebben gedaan op de slechtste eigenschappen van haar aanhangers en geleid hebben tot veel van de uiterst demoraliserende gebruiken van die tijd, zoals gewijde prostitutie, kinderoffers en slangenaanbidding . . . volslagen morele en religieuze ontaarding.” Niettemin werden de Gibeonieten en inwoners van drie andere steden gespaard (Joz. 9:17, 18). Zou een wrede God dit hebben toegelaten?

Een gespleten persoonlijkheid?

Sommigen houden echter vol dat de God van het „Oude Testament” in het „Nieuwe Testament” een persoonlijkheidsverandering heeft ondergaan. ’Jezus’ onderwijs richtte zich op liefde’, zeggen zij. — Matth. 5:39, 44, 45.

Toch kwam de verwoesting van Jeruzalem in 70 G.T. als een oordeel van Jehovah, precies zoals Jezus had voorzegd (Matth. 23:37, 38; 24:2). Bovendien werden individuele personen die onrechtvaardig handelden, zoals Ananías, Saffíra en Herodes, ter dood gebracht. God was niet veranderd (Hand. 5:1-11; 12:21-23; Mal. 3:6). Ook was wat Jezus over liefde leerde geen nieuwe ontwikkeling. Al veel eerder had de Mozaïsche wet geboden: „Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf” (Lev. 19:18). Het onderwijs van Jezus omtrent zelfopofferende liefde ging echter verder dan dit gebod (Joh. 13:34). Bedenk bovendien dat hij ook krachtige taal gebruikte om de huichelachtige religieuze leiders openlijk te veroordelen. Lees voor uzelf Matthéüs hoofdstuk 23 eens helemaal door en zie hoe krachtig Jezus dergelijke personen aan de kaak stelde.

Het bijbelse verslag bewijst dus niet dat God wreed is, maar verschaft het bewijs van zijn diepe en constante liefde voor de mensheid. Dit is voor ons aanleiding om meer over Jehovah en zijn liefdevolle handelwijze te willen weten. Juist in die behoefte voorziet ons volgende artikel.

[Illustraties op blz. 3]

Was het van Jehovah’s zijde rechtvaardig dat hij de Vloed zond, Sodom en Gomorra verwoestte en de Kanaänieten terechtstelde?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen