Een gedenkwaardig eeuwfeest
GODS volk heeft het voorrecht gehad heel wat hedendaagse wonderen te aanschouwen. Een van de opvallendste is wel de groei van de wereldomvattende organisatie geweest waarvan Jehovah in deze tijd gebruik maakt om zijn naam op de gehele aarde bekend te maken. Het is allemaal begonnen met een groepje ernstige bijbelonderzoekers in Pittsburgh, in het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Hun aantal groeide snel, zodat het al spoedig nodig werd een wettelijke corporatie in het leven te roepen die de zaken van de zich uitbreidende organisatie moest behartigen. En zo werd op 13 december 1884 in overeenstemming met de wetten van de Commonwealth of Pennsylvania Zion’s Watch Tower Tract Society officieel geregistreerd.
Onlangs, op zaterdag 6 oktober 1984, werd in Pittsburgh de 100ste jaarvergadering gehouden van de leden van deze corporatie, die thans bekend staat onder de naam Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania. Een waarlijk bijzondere gelegenheid! Evenals in oude tijden belangrijke gebeurtenissen werden herdacht, was het ook thans gepast dat Jehovah’s Getuigen dit honderdjarig jubileum van de Watch Tower Society met een bijzondere bijeenkomst vierden. Aldus konden zij uiting geven aan hun gevoelens van dank en lof jegens de Soevereine Heer Jehovah, die deze groeiende organisatie gedurende de moeitevolle jaren van de afgelopen eeuw als een herder heeft beschermd en gehoed. — Joz. 4:4-8, 20-24; Esth. 9:20-22; Ps. 23:1-6.
De vergadering van de corporatie
Om tien uur precies in de ochtend van 6 oktober werd in de Coraopolis-congreshal van Jehovah’s Getuigen in Pittsburgh de jaarvergadering van het Genootschap geopend. Bij wereldlijke organisaties zijn jaarvergaderingen doorgaans nuchtere, puur zakelijke aangelegenheden. Maar deze vergadering was anders.
Van de 429 leden van de corporatie waren er 259 aanwezig, samen met hun gasten — een bijeenkomst van in totaal 1615 personen. Zij waren van heinde en ver — uit landen als Alaska, Antigua, Argentinië, Australië en zo het hele alfabet door tot en met Zimbabwe, 53 landen in totaal — daarheen gereisd. De formele verkiezing van vier directeuren van het Genootschap werd gevolgd door een geestelijk opbouwend lezingenprogramma. Een van deze lezingen, gebaseerd op de jaartekst die Jehovah’s Getuigen voor 1985 gekozen hebben, 2 Timótheüs 4:5, spoorde allen ertoe aan ’hun bediening ten volle te volbrengen’.
Hierna volgde een aansporende toespraak door de 91-jarige president van het Genootschap, F. W. Franz. Hij verklaarde dat hij nooit zo opgetogen was geweest als toen hij, ongeveer 65 jaar geleden, in gezelschap van J. F. Rutherford, voor het eerst de uitdrukking „Gods organisatie” hoorde gebruiken. Nadat hij de ontwikkeling van de organisatie op aarde had geschetst, gaf hij uitdrukking aan zijn dankbaarheid voor het feit dat dit het 100ste jaar is waarin Jehovah’s organisatie gebruik heeft gemaakt van de corporatie van het Genootschap om ons levenreddende schriftuurlijke inlichtingen te verstrekken. Zijn stem verheffend in een zegevierend crescendo, citeerde broeder Franz het laatste vers uit de Psalmen 150:6 en sprak: ’Al wat adem heeft, love Jah — HALLELUJAH!’
’Jehovah is met zijn volk’
Door de gemeenten van Jehovah’s Getuigen in Pittsburgh werden treffende broederlijke liefde en gastvrijheid aan de dag gelegd (Hebr. 13:1, 2). Met een groot betoon van zelfopofferende liefde hadden zij gezorgd voor uitstekende maaltijden, accommodatie en vervoer en ook was er veel zorg besteed aan alle organisatorische bijzonderheden bij het gereedmaken van het beroemde Three Rivers Stadium in Pittsburgh voor de drie uur durende avondbijeenkomst die hierop volgde.
De ideale weersomstandigheden op deze herfstdag waren als een goedkeurende glimlach van Jehovah. Zo kon de menigte van 37.733 personen in het stadion comfortabel en vol waardering luisteren. Via telefoonlijnen was een verbinding tot stand gebracht met 34 Congreshallen van Jehovah’s Getuigen in de Verenigde Staten en Canada, waar nog eens 59.715 mensen naar het programma konden luisteren — een totaal van 97.448 toehoorders. Zij allen ontvingen als aandenken aan dit heuglijke evenement een 32 bladzijden tellende brochure waarin ook het programma opgenomen was.
Het avondprogramma opende met een vreugdevol lied en gebed. Vervolgens ontwikkelden tien leden van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen, samen met vele anderen die Jehovah al heel lang dienden, het thema: „Jehovah heeft bewezen altijd met zijn volk te zijn.” Zoals de programmabrochure verklaarde: „Er zijn heel veel bewijzen dat Jehovah inderdaad altijd met zijn volk is geweest en het werk van hun handen — tot stand gebracht met behulp van de Watch Tower Society — heeft gezegend en bevestigd. Het is dan ook passend dat wij, in overeenstemming met de gedachten uit Psalm 78:2-7, deze gelegenheid aangrijpen om ’de loftuitingen van Jehovah . . . en zijn wonderbare dingen die hij heeft gedaan’ aan de nieuwere generatie te verhalen.”
En dat is precies wat met het programma werd bereikt! Hitler en afvallige religieuze leiders hadden gepoogd Jehovah’s Getuigen „als ongedierte” uit te roeien, maar die tegenstanders zijn, zoals altijd, „als sneeuw voor de zon” verdwenen. De bijbelvertaler Goodspeed beschreef de christenen uit de eerste eeuw als „een volk van vertalers en verkondigers”. En hoezeer gaat dat ook op voor de Getuigen in de 20ste eeuw! Gedurende de 105 jaar die in 1984 geëindigd zijn, hebben deze christenen in meer dan 200 talen 8,8 miljard bijbels, boeken, brochures, tijdschriften en traktaten uitgegeven. De Nieuwe-Wereldvertaling van de gehele bijbel, of althans van de Griekse Geschriften, is in 14 talen gedrukt in een totale oplaag van 51.034.000 exemplaren. Zeer binnenkort zal er in het Engels ook een pocketuitgave van deze bijbel, alsmede een vierdelige uitgave met grote letters, beschikbaar zijn. Zo zal de Watch Tower Society een van de grootste bijbeluitgevers blijven.
De brochure zei: „Een blijk van het kaliber van de getrouwe mannen die met de Watch Tower Society hebben gediend, is het feit dat in een periode van 100 jaar slechts vier verschillende mannen de verantwoordelijke post van president van het Genootschap hebben bekleed.” Jehovah’s organisatie gaat onweerstaanbaar voorwaarts naar de uiteindelijke overwinning. Martin Poetzinger, die negen jaar lang in nazi-concentratiekampen zijn rechtschapenheid bewaard heeft, merkte op: „Blijf trouw aan Jehovah en Christus Jezus en aan Gods organisatie, dan zul je zijn zegevierende overwinning op alle tegenstanders zien.”
De laatste spreker van de avond, president F. W. Franz, beschreef deze eeuwfeestdag als „een evenement dat nooit herhaald zal worden”. Hoe waar! In een terugblik op de opwindende geschiedenis van het Genootschap, bracht broeder Franz zijn toehoorders de woorden van J. F. Rutherford, de tweede president, die in 1942 gestorven is, in herinnering. Kort voor zijn dood zei deze: „Wel, Fred, ik heb de indruk dat de grote schare per slot van rekening toch niet zo heel erg groot wordt.” Broeder Franz merkte op: „Hij is te vroeg gestorven.” Destijds waren er in de hele wereld nog geen 100.000 getuigen van Jehovah. Thans zijn er letterlijk ’miljoenen mensen die nimmer zullen sterven’ toegevoegd aan de gelederen van deze loyale dienstknechten.
Broeder Franz besloot met de woorden: „Uit het diepst van ons hart roepen wij eenstemmig uit: ’Alle hulde aan Jehovah God, de Universele Soeverein.’” Met donderend applaus betuigden alle aanwezigen hun algehele instemming. Na een slotlied en gebed vertrokken zij weer naar hun land van herkomst en hun gemeenten, verheugd in het vaste besluit tot het einde toe met Jehovah’s werk door te gaan.