Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 15/3 blz. 21-25
  • Nieuwelingen naar Gods organisatie leiden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Nieuwelingen naar Gods organisatie leiden
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Paulus als organisator
  • Waarom gemeenten?
  • Plaatselijke gemeenten in deze tijd
  • Een internationale broederschap
  • Introduceer nieuwelingen in „de gehele gemeenschap”
  • Anderen helpen „de gehele gemeenschap” lief te hebben
  • Laat de gemeente opgebouwd worden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
  • Hoe de gemeente georganiseerd is en geleid wordt
    Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen
  • Laat de gemeente Jehovah loven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
  • De plaats van de gemeente in de ware aanbidding
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 15/3 blz. 21-25

Nieuwelingen naar Gods organisatie leiden

„Hebt liefde voor de gehele gemeenschap van broeders.” — 1 PETRUS 2:17.

1, 2. Wat dragen christelijke onderwijzers behalve leerstellingen nog meer over?

DE TAAK van een onderwijzer is, feiten mee te delen. Maar een goede onderwijzer doet meer dan dat. Hij draagt waarden over, helpt de leerling de belangrijkheid van wat hij leert, in te zien en toont hem hoe hij het geleerde het beste kan gebruiken. Dit geldt vooral voor de christelijke onderwijzer. Zeker, hij moet „de waarheid van God” meedelen (Rom. 1:25). Maar dat houdt meer in dan slechts op de hoogte te zijn van leerstellingen. De bijbel moedigt ertoe aan de vrees voor Jehovah, alsook de hoedanigheden goedheid en verstandigheid, te onderwijzen. — Ps. 34:11; 119:66.

2 Jezus noemde nog meer dingen die onderwezen moeten worden: „Maakt discipelen van mensen uit alle natiën . . . en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb” (Matth. 28:19, 20). ’Alles wat geboden is’ houdt ook in een aandeel te hebben aan het wereldomvattende predikingswerk dat voor onze tijd werd voorzegd (Matth. 24:14). En er is nog iets anders wat wij aan onze bijbelstudenten dienen over te dragen. Wat dan wel? Laten wij voor het antwoord op deze vraag de bediening van de apostel Paulus eens onder de loep nemen en dan opletten wat bij zijn onderwijs speciaal op de voorgrond trad.

Paulus als organisator

3. Hoe ging Paulus te werk toen hij pasgeïnteresseerden in Korinthe onderwees?

3 Tijdens zijn eerste bezoek aan Korinthe vond de apostel Paulus, ondanks tegenstand van de zijde van de joodse gemeenschap, vele horende oren. Maar Paulus onderwees deze pasgeïnteresseerden niet slechts op individuele basis. Zoals wij kunnen lezen, „trok hij [van de joodse synagoge] weg en ging naar het huis van iemand genaamd Titius Justus, een aanbidder van God, wiens huis naast de synagoge stond” (Hand. 18:7). Dat huis werd een plaats waar nieuwe discipelen konden bijeenkomen om gezamenlijk te aanbidden. Al spoedig organiseerde Paulus hen tot een gemeente. — 1 Kor. 1:2.

4. Wat gebeurde er al spoedig in Efeze nadat Paulus daar met onderwijzen was begonnen?

4 Later reisde Paulus verder naar Efeze, waar iets soortgelijks gebeurde. Hij onderwees geïnteresseerde personen op individuele basis, „van huis tot huis” (Hand. 20:20). Maar hij trof er ook snel regelingen voor dat de nieuwe discipelen omgang met elkaar konden hebben. Hij „zonderde de discipelen [van de joden] af, terwijl hij dagelijks lezingen hield in de aula van de school van Tyránnus” (Hand. 19:9). Het duurde niet lang of ook deze groep christenen werd georganiseerd tot een gemeente met aangestelde ouderlingen. — Hand. 20:17, 18.

5. Wat deden christelijke onderwijzers in de eerste eeuw zo spoedig mogelijk met nieuwelingen?

5 Het is duidelijk dat wanneer in de eerste eeuw nieuwelingen de waarheid aanvaardden, zij niet aan zichzelf werden overgelaten. Zij werden in gemeenten bijeengebracht. Het gaf deze gemeenten vreugde aanmoediging te ontvangen van het besturende lichaam uit die tijd. Rijpe broeders, zoals Paulus en Barnabas, besteedden er veel tijd aan om in deze pasgevormde gemeenten te onderwijzen en ’met nog vele anderen het goede nieuws van het woord van Jehovah bekend te maken’ (Hand. 15:30-35). Waarom deden zij dit? Waarom werden nieuwelingen niet aan zichzelf overgelaten zodat zij op hun pasgeoefende geweten konden afgaan en zich hierdoor konden laten leiden bij het bepalen van wat goed was?

Waarom gemeenten?

6. Waarom werden de vroege christenen tot gemeenten georganiseerd?

6 Hiervoor zijn vele redenen, waarvan wij er enkele zullen noemen. In de eerste plaats was het zo dat wanneer iemand een christen werd, hij niet veel meer gemeen had met de wereld om hem heen (Joh. 17:14, 15). Indien hij geïsoleerd was gebleven en aan zichzelf was overgelaten, zou dat een zeer eenzame situatie zijn geweest. Indien hij echter omgang had genoten met medechristenen in de plaatselijke gemeente, zou hij door hen gesterkt zijn om zich afgescheiden van de wereld te bewaren. Bovendien zei Jezus dat zijn volgelingen „één” zouden zijn (Joh. 17:11). Die eenheid werd vooral in de gemeenten waargenomen. Jezus zei ook: „Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt” (Joh. 13:35). Wilden christenen deze liefde op zo’n wijze tonen dat ze als een teken voor buitenstaanders zou dienen, dan moesten zij in een gemeenschap zijn opgenomen. Deze gemeenschappen waren de plaatselijke christelijke gemeenten, waarin christenen over elkaars geestelijke en fysieke welzijn waakten (Fil. 2:4). De ondersteuning voor weduwen bijvoorbeeld waarover Paulus met Timótheüs sprak, werd duidelijk via gemeenten georganiseerd. — 1 Tim. 5:3-10.

7. (a) Wat is de strekking van Paulus’ woorden in Hebreeën 10:24, 25? (b) Welke rol speelden de eerste-eeuwse christelijke gemeenten in het predikingswerk?

7 Derhalve waren de volgende woorden van Paulus een rechtstreekse aanmoediging om de plaatselijke gemeente te ondersteunen: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar elkaar aanmoedigend, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen” (Hebr. 10:24, 25). Bovendien geschiedde de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk, welke prediking in de eerste eeuw op zo’n in het oog springende wijze werd verricht, duidelijk op een georganiseerde wijze via de gemeenten (Rom. 10:11-15). Zo zonden de ouderlingen in de gemeente Antiochië onder leiding van de heilige geest Paulus en Barnabas als zendelingen naar niet-toegewezen gebieden en accepteerde Paulus de autoriteit die de ouderlingen in de gemeente Jeruzalem hadden om hem aanwijzingen te geven met betrekking tot het gebied waar hij zijn prediking moest verrichten. — Hand. 13:1-3; Gal. 2:8-10.

Plaatselijke gemeenten in deze tijd

8, 9. Wat zijn enkele redenen waarom ook wij onze geïnteresseerden naar de plaatselijke gemeente moeten leiden?

8 Wat kunnen wij heden ten dage uit deze historische achtergrond leren? Dat ook wij pasgeïnteresseerden naar de plaatselijke christelijke gemeente moeten leiden. Net als in Paulus’ dagen is ook in deze tijd het christendom geen religie van kluizenaars. „Wie zich afzondert, zal zijn eigen zelfzuchtige verlangen zoeken”, waarschuwt het boek Spreuken (Spr. 18:1). Daar staat tegenover dat ’hij die met wijzen wandelt, wijs zal worden’ (Spr. 13:20). Nieuwelingen hebben de geestelijke, morele en emotionele ondersteuning nodig die de christelijke gemeente biedt. Zij moeten de liefde van medechristenen ondervinden, alsook de hulpverlening van de ouderlingen en de aangename eenheid die het tot zo’n vreugdevolle en unieke ervaring maakt om een christen te zijn. — Ps. 133:1.

9 Ook in deze tijd wordt de wereldomvattende prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk hoofdzakelijk via plaatselijke christelijke gemeenten op een georganiseerde wijze geleid (Matth. 24:14). Wanneer wij derhalve nieuwelingen onderwijzen met betrekking tot hun verplichting een aandeel aan dat werk te hebben, moeten wij hen naar de plaatselijke gemeente leiden en hun tonen hoe ermee samen te werken.

Een internationale broederschap

10. Noem enkele schriftplaatsen die op de internationale eenheid van de eerste-eeuwse christenen wijzen.

10 De apostel Paulus deed echter meer dan nieuwelingen alleen maar in een plaatselijke gemeente introduceren. Er was meer bij betrokken. Hij zei tot de Efeziërs: „Eén lichaam is er en één geest, zoals gij ook werdt geroepen in de ene hoop waartoe gij werdt geroepen” (Ef. 4:4). Er was over de gehele wereld slechts één „lichaam”, niet een aantal verspreide, plaatselijk onafhankelijke gemeenten. Jezus verwees ook naar de levende leden van dit „lichaam” op aarde toen hij sprak over een „getrouwe en beleidvolle slaaf”, die gemachtigd was om de „huisknechten” van „voedsel” te voorzien (Matth. 24:45-47). Individuele christenen over de gehele wereld moesten de autoriteit van deze „slaaf” erkennen, wilden zij erdoor ’gevoed worden’. Dit zou een internationale gemeenschap van christenen tot resultaat hebben.

11. (a) Hoe noemde Petrus deze internationale organisatie van christenen? (b) Door welke regeling werd de leerstellige eenheid van de eerste-eeuwse christenen bewaard? Hoe gaf Paulus er blijk van dat hij deze regeling erkende?

11 Derhalve sprak de apostel Petrus over alle christenen uit zijn tijd als „de gehele gemeenschap van broeders” (1 Petr. 2:17). Zij vormden een internationale „gemeenschap” (Grieks: adélfotès, „broederschap”). Nieuwelingen werden niet alleen een deel van de plaatselijke gemeente, maar van deze hele internationale broederschap. Gemeenten stonden met elkaar in contact (Kol. 4:15, 16). Wanneer er leerstellige vragen waren, namen christenen niet hun eigen beslissingen. Voor een gezaghebbend antwoord zagen zij op naar de ouderlingen van de gemeente in Jeruzalem, die destijds voor alle christenen wereldwijd als een besturend lichaam optraden (Hand. 15:2, 6-22). Paulus zelf erkende de leerstellige autoriteit van dat lichaam. Hoewel hij de waarheid door middel van een speciale openbaring van Jezus Christus had ontvangen, reisde hij niettemin naar Jeruzalem en verklaarde hij hun het goede nieuws dat hij predikte, ’uit vrees dat hij op een of andere wijze tevergeefs liep of gelopen had’. — Gal. 1:11, 12; 2:1, 2, 7-10.

12. Door welke voorzieningen werd „de gehele gemeenschap van broeders” nog hechter aaneengesmeed?

12 Ten einde de eenheid van denken en handelen in „de gehele gemeenschap” van broeders te bewaren, werden er reizende bedienaren, zoals Timótheüs, Titus en Epafrodítus, uitgezonden om hen te bezoeken en op te bouwen, en liet men brieven zoals die van Paulus, Petrus, Jakobus, Johannes en Judas onder hen circuleren. Omdat er zo’n broederschap bestond, kwam het de rijkere christenen in andere landen ter ore dat hun broeders in Judéa in behoeftige omstandigheden verkeerden omdat zij daar een moeilijke tijd doormaakten, en kon Paulus — via de gemeenten — een programma van hulpverlening aan de behoeftigen op touw zetten (1 Kor. 16:1-4). Ook werden individuele christenen aangemoedigd wanneer zij berichten hoorden over de volharding en het geloof van ’de gehele gemeenschap van hun broeders in de wereld’. — 1 Petr. 5:9.

Introduceer nieuwelingen in „de gehele gemeenschap”

13. Wat zijn enkele overeenkomsten tussen „de gehele gemeenschap van broeders” wereldwijd in de eerste eeuw en in deze tijd?

13 Is er in deze tijd ook zo iets als een „gehele gemeenschap van broeders”? Ja zeker. „De getrouwe en beleidvolle slaaf” bestaat nog steeds en heeft nog steeds de verantwoordelijkheid om de „huisknechten” van „voedsel” te voorzien (Matth. 24:45-47). Net als in Paulus’ dagen wordt deze „slaaf” vertegenwoordigd door een Besturend Lichaam, dat de leiding heeft over de wereldomvattende prediking van het „goede nieuws”. Ook in deze tijd wordt de internationale eenheid verstevigd door middel van brieven en gedrukte lectuur afkomstig van dit Besturende Lichaam, alsook door middel van rijpe onderwijzers die in de gemeenten dienen. Wanneer iemand derhalve de waarheid leert kennen, leert hij hoe hij deel moet gaan uitmaken van de plaatselijke gemeente en zich ook een deel moet gaan voelen van ’de gehele gemeenschap van de broeders’ wereldwijd. Het is de verantwoordelijkheid van de christelijke onderwijzer zijn bijbelstudent hierbij te helpen. Hoe kan hij dit doen?

Anderen helpen „de gehele gemeenschap” lief te hebben

14. Welke manieren hebt u succesvol gevonden om bijbelstudenten iets over de plaatselijke gemeente, alsook over de internationale organisatie van Gods volk, te vertellen?

14 De christelijke onderwijzer kan zijn leerling iets over de gemeente en de internationale broederschap vertellen, en vervolgens kan hij bepaalde dingen in verband daarmee aan hem tonen. Hoe kan hij hun dit vertellen? Hier volgen enkele manieren die ervaren onderwijzers doeltreffend hebben gevonden: Besteed er vóór of na de bijbelstudie wat tijd aan om te spreken over de gemeente en de belangrijke rol die ze volgens de Schrift vervult, alsook over „de getrouwe en beleidvolle slaaf” en de wijze waarop deze ons thans dient. Beschrijf de Koninkrijkszaal en de vergaderingen. Spreek over interessante dingen die u tijdens vergaderingen hebt geleerd. Maak in uw gebeden vóór en na de studie gewag van de plaatselijke gemeente, alsook van de internationale broederschap.

15. Wat zijn enkele uitmuntende manieren om geïnteresseerden de plaatselijke gemeente en de internationale organisatie te tonen?

15 Maar hoe kunnen wij deze dingen tonen? Hier volgen enkele manieren die succesvol zijn gebleken: Nodig zo spoedig mogelijk medeleden van de gemeente uit om u naar de studie te vergezellen, zodat de leerling zo snel mogelijk nieuwe vrienden begint te maken. Het is belangrijk dat hij gauw beseft dat wat hij ook verliest op het gebied van vriendschap in het oude samenstel van dingen, ruimschoots vergoed zal worden door nieuwe kennissen in ’de gehele gemeenschap van broeders in de wereld’ (1 Petr. 5:9; Matth. 19:27-29). Maak een goed gebruik van de brochure Jehovah’s Getuigen in de twintigste eeuw. Hierin wordt de hedendaagse internationale organisatie van Jehovah’s Getuigen beschreven, terwijl er ook enkele mooie illustraties in staan van een groot congres, een typerende Koninkrijkszaal, een vergadering die aan de gang is, het predikingswerk, enzovoort. Het zal de leerling een visueel idee geven van de omvang van „de gehele gemeenschap van broeders”. Ook hoofdstuk 23 van het boek U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven verschaft een kleurrijk geïllustreerde beschrijving van Gods organisatie in deze tijd.

16. (a) Wat dienen wij zo spoedig mogelijk met onze bijbelstudenten te doen? Om welke schriftuurlijke reden? (b) Hoe kunnen wij profijt trekken van het bezoek van de kring- of districtsopziener om onze bijbelstudenten te helpen tot Gods volk te gaan behoren?

16 Bedenk ook dat Paulus in Efeze bijna onmiddellijk nadat hij belangstelling had gevonden, vergaderingen organiseerde (Hand. 19:9, 10). Hij zei tot de gemeente in Korinthe dat wanneer er „een ongelovige of gewone persoon” op een ordelijk verlopende christelijke vergadering komt, „de geheimen van zijn hart [openbaar worden], zodat hij op zijn aangezicht zal vallen en God zal aanbidden en zal verklaren: ’God is werkelijk in uw midden’” (1 Kor. 14:24, 25). Zo is het ook in deze tijd: hoe vlugger een leerling zich met de plaatselijke gemeente begint te verbinden, des te vlugger zal hij herkennen waar de waarheid werkelijk te vinden is. Om deze reden nodigen christelijke onderwijzers hun leerlingen ertoe uit zo spoedig mogelijk gemeentevergaderingen en grotere bijeenkomsten te bezoeken. Zo nodig getroosten zij zich veel moeite om de geïnteresseerde op te halen en hem persoonlijk naar de vergaderingen te begeleiden. Wanneer hun gemeente door een hedendaagse „Titus” of „Epafrodítus”, een kring- of een districtsopziener, wordt bezocht, zorgen zij ervoor dat hun bijbelstudent kennis met hem en zijn vrouw maakt, terwijl zij de bezoekers misschien zelfs uitnodigen om met de geregelde bijbelstudie mee te doen.

17. Wat is derhalve een belangrijk onderdeel van ons werk dat erin bestaat te onderwijzen en discipelen te maken? (Matth. 28:19, 20) Hoe strekt dit onze leerlingen tot voordeel?

17 Jehovah’s wereldomvattende gemeente van gezalfden is „een pilaar en ondersteuning van de waarheid” (1 Tim. 3:15). Willen pasgeïnteresseerden voordeel trekken van die „ondersteuning”, dan moeten zij zich aansluiten bij de honderdduizenden zachtmoedigen die zich in drommen met deze gezalfden verbinden (Zach. 8:23). In deze tijd vormen deze zachtmoedigen een internationale broederschap van meer dan twee en een half miljoen personen, en het aanvaarden van de waarheid houdt onder meer in dat men zich met die internationale broederschap verbindt. Wanneer pasgeïnteresseerden er een deel van worden, genieten zij alle ondersteuning en bescherming die ze biedt. Zij verheugen zich in de broederlijke liefde van hun medechristenen en hebben de gelegenheid die liefde van hun kant te beantwoorden (Hebr. 13:1). Dit betekent eveneens dat zij deel gaan uitmaken van een internationale schare die de komende grote verdrukking zal overleven en zich daarna voor eeuwig in vreugdevolle omgang met elkaar zal verheugen (Openb. 7:9-17). Hoe groot deze schare zal worden, is onbekend. Onderwijs uw bijbelstudenten dus niet alleen leerstellingen, maar vergeet ook niet hen naar de organisatie te leiden en hen te leren liefde te hebben voor „de gehele gemeenschap van broeders”. — 1 Petr. 2:17.

Kunt u zich dit herinneren?

◻ Wat deed Paulus met pasgevonden belangstelling in Efeze en Korinthe?

◻ Hoe strekte hetgeen Paulus aldus deed nieuwelingen tot voordeel?

◻ Waarmee dienen wij onze bijbelstudies, behalve dat wij hen leerstellingen onderwijzen, in contact te brengen?

◻ Wat zijn enkele praktische manieren om dit te doen?

[Illustraties op blz. 22, 23]

Nieuwelingen worden hartelijk verwelkomd in „de gehele gemeenschap van broeders”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen